Belevingswereld van kinderen
De manier waarop een kind de wereld beleeft vanwege zijn ontwikkelingsleeftijd
Belevingswereld kleuters
animisme/egocentrisme/gerichtheid op aanschouwelijke wereld
Belevingswereld middenbouw
scheiding fantasie en werkelijkheid & meer ordening en structuur
Belevingswereld bovenbouw
hang naar realiteit staat voorop, eigen mening inzicht in sociale relaties.
Chronoligsche leeftijd
op een bepaalde leeftijd mag je bepaalde gedragingen en veranderingen verwachten
Biologische leefijtd
De menselijke ontwikkeling wordt min of meer bepaald door fysieke factoren
Sociale context
ontwikkeling bepaald wordt door de omgeving
Levenslooppsychologie
Richt zich op de functionele ontwikkeling van de mens met name mensen met een geschiedenis hierdoor meer gekeken naar kinderlijkeontwikkeling
Universele ontwikkelingspatronen
Elk kind heeft de drang om te gaan staan, lopen, praten.
Vorming
Invloed erfelijke gegevens en culture omgeving opgegroeid.
Bronfenbrenner
Ontwikkeling wordt bepaald door interacties, Invidu past zich aan aan de omgeving maar kan de omgeving ook beinvloeden.
Stimuleren ontwikkeling kind komt door activiteit die toenemend complex zijn. Opvoeder moet letten op;
betrokkenheid bij activiteit, Interacties van het kind, ontwikkeling in interacties
Verhalen in constructies:
Een reeks gebeurtenissen krijgen betekenis door ze samen te brengen en te verbinden
Genderrolgedrag:
Bepaald gedrag wordt verwacht van een jongen of een meisje
Freud:
Denken en handelen van mens bepaald wordt door skesuele en agressieve driften (libido) = Alle prettige sensatie (zoenen, plassen, duimzuigen)
Psychoanalyse genetisch gezichtspunt
Vroegere conflicted bepalend voor latere persoonlijkheid
Sublimeren (Freud)
je sterke of wilde gevoelens gebruiken voor iets goeds of nuttigs.
afweermechanismen:
Wanneer sterke gevoelens gebruik voor iets goed niet lukt. Dan gebruikt iemand trucjes om lastige gevoelens weg te stoppen.
Verdringing
je duwt nare herinneringen of gevoelens weg en “vergeet” ze.
Ontkenning:
je doet alsof iets vervelends niet bestaat.
Projectie:
je zegt dat een ander iets fout doet, terwijl het eigenlijk over jezelf gaat.
Reactieformatie:
je doet juist het tegenovergestelde van wat je echt voelt.
Rationalisatie:
je praat iets goed met smoesjes en uitleg, zodat het minder vervelend voelt.