P&D 4 Flashcards

(12 cards)

1
Q

Oriëntatiefase

A

Kennismaken met de taak en begrijpen wat er moet gebeuren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Materiële fase

A

Oefenen met concrete materialen die bij de leerstof horen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Verbale fase

A

Het hardop verwoorden van het denkproces.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Mentale fase

A

Het denken is geautomatiseerd en verloopt innerlijk en snel.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Zelfregulatie

A

Het vermogen van een leerling om het eigen leerproces, gedrag, motivatie en emoties zelfstandig te sturen vóór, tijdens en na het leren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Metacognitieve vaardigheden

A

Vaardigheden waarmee leerlingen hun eigen denken en leren plannen, monitoren en evalueren, zoals nadenken over strategieën en reflecteren op resultaten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Directieve houding

A

Een pedagogische houding waarbij de leraar sterk stuurt door instructies, opdrachten en duidelijke aanwijzingen te geven, met weinig ruimte voor inbreng van leerlingen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Responsiviteit

A

Een houding waarbij de leraar actief inspeelt op signalen, behoeften en taakbeleving van leerlingen door open vragen te stellen en ruimte te bieden voor reacties.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Emotionele intelligentie (EI)

A

Het vermogen om eigen emoties en die van anderen te herkennen, te begrijpen en effectief te reguleren in sociale interacties en pedagogische situaties.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Zelfcompassie

A

Een vriendelijke en accepterende houding naar jezelf wanneer je fouten maakt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Kunnen afzien

A

Een aspect van emotionele intelligentie dat verwijst naar het vermogen om directe behoeften of beloningen uit te stellen ten gunste van langetermijndoelen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Integratie van duale rollen

A

Het vermogen van de leraar om accepterend en sensitief te zijn, terwijl tegelijkertijd leiding wordt gegeven, grenzen worden gesteld en prestaties worden beoordeeld.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly