woordjes D Flashcards Preview

Frans Woordschat Selor > woordjes D > Flashcards

Flashcards in woordjes D Deck (533)
Loading flashcards...
481

donner sur

uitgeven op (de straat)

482

donner un coup de main

een handje helpen

483

dont; (pron. rel.)

waarvan, waarover, waarop, waarmee,
waaruit, waarin

484

dont; (une personne) dont (je me souviens; (pron. rel.)

(een persoon) die (ik me herinner)

485

d'ordre

(een) ordelijk (man)

486

doré

verguld

487

dorénavant

voortaan, in het vervolg

488

dorer

(iets) vergulden

489

dormir; dormi

slapen, geslapen

490

dortoir, le

de slaapzaal

491

dos, le

de rug (van een mens)

492

dose, la

de dosis

493

dossier, le

het dossier , de rugleuning

494

douane, la

de douane

495

douanier, le

de douanebeambte

496

double, double

dubbel (een dubbele knoop)

497

doubler

(een auto) inhalen

498

doucement

zachtjes (praten)

499

douceur, la

de zachtheid

500

douche, la

het stortbad

501

doué

begaafd (zijn voor wiskunde)

502

douleur, la

de pijn

503

doute, le

de twijfel

504

douter; douté

twijfelen, getwijfeld

505

douteux; douteuse, douteux

(het is) twijfelachtig

506

d'outre-mer

(een) overzees (volk)

507

doux; douce

zacht (leder)

508

doux; douce

zachtaardig, vriendelijk

509

douzaine, la

het dozijn

510

dramatique, dramatique

(een) dramatisch (ongeval)