woordjes D Flashcards Preview

Frans Woordschat Selor > woordjes D > Flashcards

Flashcards in woordjes D Deck (533)
Loading flashcards...
31

de peur que

uit vrees dat

32

de rien

geen dank

33

de sorte que

zodat

34

de toute façon

hoe dan ook

35

déballer

(pakjes) uitpakken

36

débarcadère, le

de losplaats (op de kade)

37

débarquement, le

de ontscheping

38

débarquer

aan land gaan (ontschepen)

39

débarras, le

de opbergkast

40

débarrasser

ontdoen (van), bevrijden (van), ontlasten

41

débat, le

het debat

42

débauche, la

de ontucht

43

débiteur, le

de schuldenaar (geld)

44

déborder

overlopen (de emmer water loopt over)

45

déboucher

(een buis) ontstoppen
(een fles) ontkurken

46

debout

recht (overeind staan)

47

déboutonner

(zijn jas) losknopen

48

débrancher

(de stroom van een apparaat) uitschakelen

49

débrayer

ontkoppelen (de koppeling indrukken)

50

débris (m), les

de scherven (van een vaas)

51

débrouillard

(een) bijdehand (kind)

52

début, le

het begin (van het jaar)

53

débutant, le

de beginneling

54

débuter

debuteren

55

décacheter

(een brief) ontzegelen

56

décamper

zich uit de voeten maken, ervandoor gaan

57

déceler

(een geheim) onthullen

58

décembre

december

59

décennie, la

het decennium

60

décent

fatsoenlijk (fatsoenlijke kledij)