woordjes D Flashcards Preview

Frans Woordschat Selor > woordjes D > Flashcards

Flashcards in woordjes D Deck (533)
Loading flashcards...
181

démentir

(een feit) loochenen, ontkennen

182

demeurer

verblijven (te)

183

demi; demie

half (anderhalf uur, half twee)

184

demi-finale, la; les demi-finales

de halve finale

185

demi-heure, la

het halfuur

186

demi-litre, le

de halve liter

187

demi-pension

half pension

188

démissionner

zijn ontslag indienen

189

démocratie, la

de democratie

190

démocratique, démocratique

(een) democratisch (land)

191

démodé

ouderwets (zijn)

192

demoiselle, la

de juffrouw

193

démolir

(huizen) afbreken

194

démolition, la

de afbraak (sloop)

195

démonstration, la

de demonstratie

196

démontrer

(met bewijzen) aantonen

197

dénaturé

(een) ontaard (kind)

198

dénombrer

(de bevolking) tellen

199

dénomination, la

de benaming

200

dénoncer

(een dief) aangeven

201

dénonciation, la

de aanbrenging (verraad van iemand)

202

dénouement, le

de ontknoping (van een avontuur)

203

dénouer

(een touwtje) losknopen

204

denrées alimentaires (f), les

de levensmiddelen

205

dense, dense

dicht (dichte mist)

206

densité, la

de dichtheid (bevolkingsdichtheid)

207

dent, la

de tand

208

dentelle, la

de kant (van een bruidsjurk)

209

dentifrice, le

de tandpasta

210

dentiste, le

de tandarts