LOI-H03b Mots Flashcards Preview

Frans LOI per hoofdstuk > LOI-H03b Mots > Flashcards

Flashcards in LOI-H03b Mots Deck (164):
1

mettre à la disposition de

ter beschikking stellen van

2

munir (de)

voorzien (van)

3

nocif/ive (adj.)

schadelijk

4

ophtalmologique

oogheelkundig, oog-

5

ordonnance f (prescription f)

(dokters)recept

6

ordonner (un médicament) (= prescrire un médicament)

voorschrijven

7

parmi

midden van, tussen

8

passer un cap

een moeilijkheid te boven komen (‘een kaap omzeilen’)

9

passer un cap difficile

een klip omzeilen

10

période noire f

moeilijke periode

11

photothérapie f

lichttherapie

12

pilule f

de pil

13

piqûre f

injectie, prik

14

posologie f

dosering

15

pratique f

praktijk; uitoefening

16

précaution f

voorzorg

17

prendre la pilule

de pil gebruiken

18

présumer

vermoeden, veronderstellen

19

prometteur/euse

veelbelovend

20

remède (contre) m

(genees)middel (tegen)

21

révéler (= dévoiler)

openbaren, onthullen, aan het licht brengen

22

saisonnier/ère

seizoen(s)

23

s'apercevoir

tot de ontdekking komen, zich realiseren

24

se connecter

verbinden, aansluiten

25

se tourner vers

zich wenden tot

26

sentimental

gevoelsmatig, gevoels, , sentimenteel

27

sirop contre la toux m

hoestsiroop

28

sirop m

siroop

29

somnifère m

slaapmiddel

30

son nom m'échappe

zijn naam is me ontschoten

31

sous forme de

in de vorm van

32

surnommer

een bijnaam geven

33

symptôme m

symptoom, ziekteverschijnsel

34

syndrome m

syndroom, ziektebeeld

35

tachycardie f

tachycardie (snelle hartwerking)

36

télécharger d'un serveur

downloaden

37

télécharger vers un serveur

uploaden

38

tolérance f

tolerantie, verdraagzaamheid

39

tranquillisant m

kalmeringsmiddel

40

tranquillité f (= le calme)

rust

41

tranquillité f (=sérénité f, paix f)

gerustheid

42

trouble du comportement m

gedragsstoornis

43

trouble m

stoornis; beroering, onrust

44

un regard lumineux

een stralende blik

45

voie f

weg

46

esclave m/f ( être esclave = être dépendant)

slaaf, slavin

47

travailler comme un esclave

zich afbeulen

48

état de conscience m

staat van bewustzijn

49

être m

wezen

50

éviter (éviter qc à qn)

besparen; vermijden

51

face à

tegenover

52

face à face

tegenover (elkaar)

53

faire avec

het ermee doen

54

il faut faire avec

daar moet je het maar mee doen

55

gâcher (un enfant gâché)

verpesten; verspillen; verwennen

56

guérison f

genezing

57

s'imposer

zich doen gelden; onvermijdelijk zijn

58

la solution s'impose

de oplossing ligt voor de hand

59

inséparable

onafscheidelijk

60

monocorde

eentonig

61

musicothérapie f

muziektherapie

62

pas m

pas, de stap

63

faire la premier pas

de eerste stap doen

64

passer par

gaan via

65

permettre (de)

in staat stellen; toestaan; mogelijk maken

66

praticien m

praktizerend arts

67

provoquer

aanzetten tot; teweegbrengen

68

psychocorporel, psychosomatique

psycholichamelijk, psychosomatisch

69

psychologique

psychologisch

70

psychothérapeute m

psychotherapeut

71

rapport m

relatie

72

reconnaître

(h)erkennen

73

reconstruire

herbouwen; opnieuw tot stand brengen

74

respiration f

ademhaling

75

se retrancher dans/derrière

zich verschuilen achter, zich hullen in

76

sophrologie f

behandeling op basis van een lichte hypnose

77

suggérer

suggereren; doen voorstellen

78

thalassothérapie f

behandeling met zeewater en lucht

79

traumatisme m

trauma; letsel

80

traumatisme crânien m

hersenletsel

81

veille f

de vorige dag; de dag voor

82

viser (à)

beogen, streven (naar); mikken, richten op

83

ter beschikking stellen van

mettre à la disposition de

84

voorzien (van)

munir (de)

85

schadelijk

nocif/ive (adj.)

86

oogheelkundig, oog-

ophtalmologique

87

(dokters)recept

ordonnance f (prescription f)

88

voorschrijven

ordonner (un médicament) (= prescrire un médicament)

89

midden van, tussen

parmi

90

een moeilijkheid te boven komen (‘een kaap omzeilen’)

passer un cap

91

een klip omzeilen

passer un cap difficile

92

moeilijke periode

période noire f

93

lichttherapie

photothérapie f

94

de pil

pilule f

95

injectie, prik

piqûre f

96

dosering

posologie f

97

praktijk; uitoefening

pratique f

98

voorzorg

précaution f

99

de pil gebruiken

prendre la pilule

100

vermoeden, veronderstellen

présumer

101

veelbelovend

prometteur/euse

102

(genees)middel (tegen)

remède (contre) m

103

openbaren, onthullen, aan het licht brengen

révéler (= dévoiler)

104

seizoen(s)

saisonnier/ère

105

tot de ontdekking komen, zich realiseren

s'apercevoir

106

verbinden, aansluiten

se connecter

107

zich wenden tot

se tourner vers

108

gevoelsmatig, gevoels, , sentimenteel

sentimental

109

hoestsiroop

sirop contre la toux m

110

siroop

sirop m

111

slaapmiddel

somnifère m

112

zijn naam is me ontschoten

son nom m'échappe

113

in de vorm van

sous forme de

114

een bijnaam geven

surnommer

115

symptoom, ziekteverschijnsel

symptôme m

116

syndroom, ziektebeeld

syndrome m

117

tachycardie (snelle hartwerking)

tachycardie f

118

downloaden

télécharger d'un serveur

119

uploaden

télécharger vers un serveur

120

tolerantie, verdraagzaamheid

tolérance f

121

kalmeringsmiddel

tranquillisant m

122

rust

tranquillité f (= le calme)

123

gerustheid

tranquillité f (=sérénité f, paix f)

124

gedragsstoornis

trouble du comportement m

125

stoornis; beroering, onrust

trouble m

126

een stralende blik

un regard lumineux

127

weg

voie f

128

slaaf, slavin

esclave m/f ( être esclave = être dépendant)

129

zich afbeulen

travailler comme un esclave

130

staat van bewustzijn

état de conscience m

131

wezen

être m

132

besparen; vermijden

éviter (éviter qc à qn)

133

tegenover

face à

134

tegenover (elkaar)

face à face

135

het ermee doen

faire avec

136

daar moet je het maar mee doen

il faut faire avec

137

verpesten; verspillen; verwennen

gâcher (un enfant gâché)

138

genezing

guérison f

139

zich doen gelden; onvermijdelijk zijn

s'imposer

140

de oplossing ligt voor de hand

la solution s'impose

141

onafscheidelijk

inséparable

142

eentonig

monocorde

143

muziektherapie

musicothérapie f

144

pas, de stap

pas m

145

de eerste stap doen

faire la premier pas

146

gaan via

passer par

147

in staat stellen; toestaan; mogelijk maken

permettre (de)

148

praktizerend arts

praticien m

149

aanzetten tot; teweegbrengen

provoquer

150

psycholichamelijk, psychosomatisch

psychocorporel, psychosomatique

151

psychologisch

psychologique

152

psychotherapeut

psychothérapeute m

153

relatie

rapport m

154

(h)erkennen

reconnaître

155

herbouwen; opnieuw tot stand brengen

reconstruire

156

ademhaling

respiration f

157

zich verschuilen achter, zich hullen in

se retrancher dans/derrière

158

behandeling op basis van een lichte hypnose

sophrologie f

159

suggereren; doen voorstellen

suggérer

160

behandeling met zeewater en lucht

thalassothérapie f

161

trauma; letsel

traumatisme m

162

hersenletsel

traumatisme crânien m

163

de vorige dag; de dag voor

veille f

164

beogen, streven (naar); mikken, richten op

viser (à)