LOI-H29 Mots Flashcards Preview

Frans LOI per hoofdstuk > LOI-H29 Mots > Flashcards

Flashcards in LOI-H29 Mots Deck (140):
1

action f

aandeel

2

émettre des actions

aandelen uitgeven

3

actionnaire m

aandeelhouder

4

bourse f

beurs

5

bourse des valeurs f

effectenbeurs

6

ouverture / clôture de la bourse f

opening / sluiting van de beurs

7

conversion f

omwisseling, omzetting, conversie

8

cotation f

(beurs)notering

9

cotation des titres en bourse f

effectennotering

10

cote officielle f

officiële beursnotering

11

cote des changes f

wisselkoers

12

les cours m

de koersen

13

Les cours de la bourse se sont effondrés

de koersen zijn gekelderd

14

Les cours fluctuent

de koersen schommelen

15

cours de clôture m

slotkoers

16

dividende m

dividend

17

distribution des dividendes f

dividenduitkering

18

indice m

index

19

indice boursier m

beursindex

20

introduction f

introductie, op markt brengen, beursgang

21

introduire des actions

aandelen op de markt brengen

22

investisseur m

belegger

23

krach m

beurskrach

24

marché m

markt, handel | de beurs

25

tendance du marché f

stemming op de beurs

26

marché à option m

optiebeurs

27

obligation f

obligatie

28

obligataire m

obligatie¬ houder

29

opération f

handeling, verrichting, transactie

30

des opérations boursières

beurshandelingen

31

placement m

de belegging

32

portefeuille m

effectenportefeuille

33

gestion d'un portefeuille f

het beheren van iemands vermogen

34

porteur m

houder, toonder; belegger

35

petit porteur m

kleine belegger

36

rente f

staatsobligatie

37

titre de rente m

obligatie, schuldbewijs

38

spéculateur m

speculant

39

les spéculations boursières

de beursspeculaties

40

transfert m

overdracht

41

transférer des actions

aandelen overdragen

42

la couronne

de kroon

43

le dollar (américain, canadien)

de dollar

44

la livre f (sterling)

het pond

45

le yen

de yen

46

l'euro m

de euro

47

action f

aandeel

48

adversité f

tegenspoed

49

boucler

sluitend maken

50

casser les prix

de prijzen breken

51

céder

verkopen

52

combler

zwichten, wijken, bezwijken, aanvullen

53

débaucher

verleiden, van zijn plicht afhouden

54

décréter

afkondigen, (met bevel) besluiten

55

délit d'initiés m

handeling met voorkennis

56

dépêcher

(vlug) zenden, afvaardigen

57

détenir

in handen hebben, bezitten

58

entorse f

schending, inbreuk

59

étatiste

dirigistisch

60

fausser

vertekenen

61

majoritairement

in meerderheid, hoofdzakelijk

62

majorité f

meerderheid

63

mettre à contribution

gebruikmaken van (de diensten van)

64

nippon

Japan

65

en l'occurrence

in dit geval

66

panacée f

wondermiddel

67

percer

doorgronden, ontdekken

68

recrudescence f

toename

69

redresser

herstellen, corrigeren

70

grande surface f

grote supermarkt

71

aandeel

action f

72

aandelen uitgeven

émettre des actions

73

aandeelhouder

actionnaire m

74

beurs

bourse f

75

effectenbeurs

bourse des valeurs f

76

opening / sluiting van de beurs

ouverture / clôture de la bourse f

77

omwisseling, omzetting, conversie

conversion f

78

(beurs)notering

cotation f

79

effectennotering

cotation des titres en bourse f

80

officiële beursnotering

cote officielle f

81

wisselkoers

cote des changes f

82

de koersen

les cours m

83

de koersen zijn gekelderd

Les cours de la bourse se sont effondrés

84

de koersen schommelen

Les cours fluctuent

85

slotkoers

cours de clôture m

86

dividend

dividende m

87

dividenduitkering

distribution des dividendes f

88

index

indice m

89

beursindex

indice boursier m

90

introductie, op markt brengen, beursgang

introduction f

91

aandelen op de markt brengen

introduire des actions

92

belegger

investisseur m

93

beurskrach

krach m

94

markt, handel | de beurs

marché m

95

stemming op de beurs

tendance du marché f

96

optiebeurs

marché à option m

97

obligatie

obligation f

98

obligatie¬ houder

obligataire m

99

handeling, verrichting, transactie

opération f

100

beurshandelingen

des opérations boursières

101

de belegging

placement m

102

effectenportefeuille

portefeuille m

103

het beheren van iemands vermogen

gestion d'un portefeuille f

104

houder, toonder; belegger

porteur m

105

kleine belegger

petit porteur m

106

staatsobligatie

rente f

107

obligatie, schuldbewijs

titre de rente m

108

speculant

spéculateur m

109

de beursspeculaties

les spéculations boursières

110

overdracht

transfert m

111

aandelen overdragen

transférer des actions

112

de kroon

la couronne

113

de dollar

le dollar (américain, canadien)

114

het pond

la livre f (sterling)

115

de yen

le yen

116

de euro

l'euro m

117

aandeel

action f

118

tegenspoed

adversité f

119

sluitend maken

boucler

120

de prijzen breken

casser les prix

121

verkopen

céder

122

zwichten, wijken, bezwijken, aanvullen

combler

123

verleiden, van zijn plicht afhouden

débaucher

124

afkondigen, (met bevel) besluiten

décréter

125

handeling met voorkennis

délit d'initiés m

126

(vlug) zenden, afvaardigen

dépêcher

127

in handen hebben, bezitten

détenir

128

schending, inbreuk

entorse f

129

dirigistisch

étatiste

130

vertekenen

fausser

131

in meerderheid, hoofdzakelijk

majoritairement

132

meerderheid

majorité f

133

gebruikmaken van (de diensten van)

mettre à contribution

134

Japan

nippon

135

in dit geval

en l'occurrence

136

wondermiddel

panacée f

137

doorgronden, ontdekken

percer

138

toename

recrudescence f

139

herstellen, corrigeren

redresser

140

grote supermarkt

grande surface f