LOI-H36 Mots Flashcards Preview

Frans LOI per hoofdstuk > LOI-H36 Mots > Flashcards

Flashcards in LOI-H36 Mots Deck (96):
1

agrafer

vasthaken, nieten

2

agrafe f

nietje

3

apnée f (= suspension de la respiration)

apnoe

4

bave f

kwijl

5

boue f

modder

6

boyau m

loopgraaf

7

les bronches

bronchiën

8

casemate f

bunker

9

chape f

laag

10

chloré

chloorhoudend

11

confiner à

grenzen aan

12

les confins

uiterste grenzen, grensgebieden

13

diffracter

buigen, breken

14

s'écrouler

instorten, bezwijken

15

enfouir

begraven, verbergen

16

faucher

doden, wegmaaien

17

flaque f

plas

18

frénétique

razend, (aIs) bezeten

19

gainer

omhullen, nauw omsluiten

20

glaise f

klei, leem

21

grouillement m

gekrioel

22

inclémence f

hardheid, strengheid

23

le lacis m

netwerk, wirwar

24

maléfique

noodlottig, onheilbrengend

25

marigot m

drasland

26

nauséabond

misselijkmakend, weerzinwekkend

27

se nicher

zich nestelen

28

obus m

granaat

29

parapet m

leuning, borstwering

30

piétiner

vertrappen

31

plèvre f

borstvlies

32

râle m

gereutel

33

râler

foeteren, tegensputteren

34

ramper

kruipen

35

ravitaillement m

voedselvoorraad, levensmiddelen

36

recroquevillé

in elkaar gedoken

37

relever de

deel uitmaken van, afhankelijk zijn van

38

répit m

onderbreking, respijt

39

rescapé m

overlevende

40

rudimentaire

ontoereikend, primitief

41

souiller

bezoedelen, besmetten

42

sournois

geniepig, stiekem

43

suffocant

verstikkend

44

vaillant

moedig

45

vareuse f

jasje, jekker

46

verdâtre

groenachtig, groenig

47

virer

(van kleur) veranderen | ronddraaien

48

s’insinuer

zich indringen, binnensluipen

49

vasthaken, nieten

agrafer

50

nietje

agrafe f

51

apnoe

apnée f (= suspension de la respiration)

52

kwijl

bave f

53

modder

boue f

54

loopgraaf

boyau m

55

bronchiën

les bronches

56

bunker

casemate f

57

laag

chape f

58

chloorhoudend

chloré

59

grenzen aan

confiner à

60

uiterste grenzen, grensgebieden

les confins

61

buigen, breken

diffracter

62

instorten, bezwijken

s'écrouler

63

begraven, verbergen

enfouir

64

doden, wegmaaien

faucher

65

plas

flaque f

66

razend, (aIs) bezeten

frénétique

67

omhullen, nauw omsluiten

gainer

68

klei, leem

glaise f

69

gekrioel

grouillement m

70

hardheid, strengheid

inclémence f

71

netwerk, wirwar

le lacis m

72

noodlottig, onheilbrengend

maléfique

73

drasland

marigot m

74

misselijkmakend, weerzinwekkend

nauséabond

75

zich nestelen

se nicher

76

granaat

obus m

77

leuning, borstwering

parapet m

78

vertrappen

piétiner

79

borstvlies

plèvre f

80

gereutel

râle m

81

foeteren, tegensputteren

râler

82

kruipen

ramper

83

voedselvoorraad, levensmiddelen

ravitaillement m

84

in elkaar gedoken

recroquevillé

85

deel uitmaken van, afhankelijk zijn van

relever de

86

onderbreking, respijt

répit m

87

overlevende

rescapé m

88

ontoereikend, primitief

rudimentaire

89

bezoedelen, besmetten

souiller

90

geniepig, stiekem

sournois

91

verstikkend

suffocant

92

moedig

vaillant

93

jasje, jekker

vareuse f

94

groenachtig, groenig

verdâtre

95

(van kleur) veranderen | ronddraaien

virer

96

zich indringen, binnensluipen

s’insinuer