LOI-H41 Mots Flashcards Preview

Frans LOI per hoofdstuk > LOI-H41 Mots > Flashcards

Flashcards in LOI-H41 Mots Deck (116):
1

amuse-gueule m

borrelhapje

2

apéritif m

aperitief

3

appétit m

trek, eetlust

4

boire

drinken

5

boisson f

drankje

6

café m

koffie

7

cave f

(wijn)kelder

8

consommé m

(heldere) bouillon

9

cuisine f

keuken, de kookkunst

10

cuisinier m

kok

11

déjeuner m

lunch

12

dessert m

nagerecht, toetje

13

dîner m

avondmaal

14

aller dîner en ville

uit eten gaan

15

entrée f

voorgerecht

16

entremets m

tussengerecht; nagerecht

17

fromage m

kaas

18

hors-d'oeuvre m

(koude) voorgerecht

19

liqueur f

likeur

20

manger

eten

21

menu m

menu

22

mets m

het gerecht

23

succulent

verrukkelijk, sappig

24

poisson m

vis

25

potage m

soep

26

repas m

maaltijd

27

viande f

vlees

28

se servir chambré / frappé

op kamertemperatuur / op ijs gekoeld

29

abîmé

beschadigd, bedorven

30

botte f

bos, bosje (radijsjes, …)

31

cartilage m

kraakbeen

32

caviste m

keldermeester

33

cerfeuil m

kervel

34

chaptaliser

chaptaliseren

35

chêne m

eik

36

ciboulette f

bieslook

37

ciselé

fijngehakt

38

cuve f

(wijn)vat

39

cuvée f

wijnoogst, opbrengst; vat

40

déglacer

blussen

41

d'ici là

tot dan, voor het zover is

42

effilocher

(uit)rafelen

43

essorer

uit slaan (van sla)

44

grappe f

tros (druiven)

45

mardi gras

vastenavond

46

millésime

jaartal

47

une bouteille au millésime de 1964

een fles (wijn) uit 1964

48

napper

met een saus overgieten

49

pléthorique

overvloedig

50

précoce

vroegtijdig, voortijdig

51

pressée f

persen

52

prix de revient m

kostprijs

53

raie f

rog

54

tanin m

tannine

55

titrer

een alcoholpercentage hebben

56

vendange f

wijnoogst

57

faire les vendanges

wijnoogst binnenhalen, druiven plukken

58

vigneron m

wijnbouwer

59

borrelhapje

amuse-gueule m

60

aperitief

apéritif m

61

trek, eetlust

appétit m

62

drinken

boire

63

drankje

boisson f

64

koffie

café m

65

(wijn)kelder

cave f

66

(heldere) bouillon

consommé m

67

keuken, de kookkunst

cuisine f

68

kok

cuisinier m

69

lunch

déjeuner m

70

nagerecht, toetje

dessert m

71

avondmaal

dîner m

72

uit eten gaan

aller dîner en ville

73

voorgerecht

entrée f

74

tussengerecht; nagerecht

entremets m

75

kaas

fromage m

76

(koude) voorgerecht

hors-d'oeuvre m

77

likeur

liqueur f

78

eten

manger

79

menu

menu m

80

het gerecht

mets m

81

verrukkelijk, sappig

succulent

82

vis

poisson m

83

soep

potage m

84

maaltijd

repas m

85

vlees

viande f

86

op kamertemperatuur / op ijs gekoeld

se servir chambré / frappé

87

beschadigd, bedorven

abîmé

88

bos, bosje (radijsjes, …)

botte f

89

kraakbeen

cartilage m

90

keldermeester

caviste m

91

kervel

cerfeuil m

92

chaptaliseren

chaptaliser

93

eik

chêne m

94

bieslook

ciboulette f

95

fijngehakt

ciselé

96

(wijn)vat

cuve f

97

wijnoogst, opbrengst; vat

cuvée f

98

blussen

déglacer

99

tot dan, voor het zover is

d'ici là

100

(uit)rafelen

effilocher

101

uit slaan (van sla)

essorer

102

tros (druiven)

grappe f

103

vastenavond

mardi gras

104

jaartal

millésime

105

een fles (wijn) uit 1964

une bouteille au millésime de 1964

106

met een saus overgieten

napper

107

overvloedig

pléthorique

108

vroegtijdig, voortijdig

précoce

109

persen

pressée f

110

kostprijs

prix de revient m

111

rog

raie f

112

tannine

tanin m

113

een alcoholpercentage hebben

titrer

114

wijnoogst

vendange f

115

wijnoogst binnenhalen, druiven plukken

faire les vendanges

116

wijnbouwer

vigneron m