LOI-H11b Mots Flashcards Preview

Frans LOI per hoofdstuk > LOI-H11b Mots > Flashcards

Flashcards in LOI-H11b Mots Deck (100):
1

Je n'y comprends rien!

Ik begrijp er niets van!

2

Je n'y vois plus!

Ik kan niets meer zien!

3

Je n'y peux rien!

Ik kan er niets aan doen!

4

Vous y êtes?

Hebt u het begrepen?

5

Ça y est!

Klaar! Het is voor elkaar!

6

Comme vous y allez!

Wat draaft u door!

7

Il y va de ma vie.

Mijn leven staat op het spel.

8

Ils en sont venus aux mains

Ze zijn aan het vechten geslagen.

9

Je n'en crois pas mes yeux!

Ik kan mijn ogen niet geloven!

10

Je n'en peux plus!

Ik kan niet meer (van vermoeidheid) !

11

Il m'en veut.

Hij neemt het me kwalijk.

12

Il m'en coûte de vous le dire.

Het valt me zwaar het u te zeggen.

13

Vous en parlez à votre aise.

U hebt makkelijk praten.

14

C'en est trop!

Dat gaat te ver!

15

Où en sommes-nous restés?

Waar zijn we gebleven?

16

déclencher (déclencher un système d'alarme)

zorgen voor, ontketenen, doen, losbarsten

17

ingurgiter

erin stampen

18

laïc, laïque

openbaar, neutraal

19

laïc, laïque m

leek

20

manuel m

handboek

21

manichéen

dualistisch, zwart-wit

22

accréditer

geloofwaardig maken

23

asséner/assener

toedienen, voorschotelen

24

s'assimiler à

zich vergelijken met

25

d'autant (plus) que

te meer daar

26

BD f (= bande dessinée)

stripverhaal

27

bric-à-brac m

samenraapsel (van oude dingen)

28

cathodique

kathodisch

29

charivari m

de wanorde

30

Charlemagne

Karel de Grote

31

croisade f

kruistocht

32

dégringoler sur

neerkomen op

33

déifier

verafgoden, verheerlijken

34

délivrer de

bevrijden van

35

dénigrer

kwaadspreken van

36

éclairé

verlicht

37

errement m

dwaling

38

escamoter

wegmoffelen, overslaan

39

fainéant

lui, vadsig

40

fleuri

sneeuwwit (baard, haar) | bloeiend, gebloemd

41

flou

vaag

42

forger

vormen, smeden

43

Gaule f

Gallië

44

génie m

het karakter

45

hexagonal

zeshoekig

46

homérique

homerisch (heldhaftig; enorm)

47

imagerie f

prentenboek

48

imparable

onhoudbaar, onafweerbaar, ontegenzeggelijk

49

meurtrier

moorddadig

50

mise au point f

opheldering | af-, instelling

51

Ik begrijp er niets van!

Je n'y comprends rien!

52

Ik kan niets meer zien!

Je n'y vois plus!

53

Ik kan er niets aan doen!

Je n'y peux rien!

54

Hebt u het begrepen?

Vous y êtes?

55

Klaar! Het is voor elkaar!

Ça y est!

56

Wat draaft u door!

Comme vous y allez!

57

Mijn leven staat op het spel.

Il y va de ma vie.

58

Ze zijn aan het vechten geslagen.

Ils en sont venus aux mains

59

Ik kan mijn ogen niet geloven!

Je n'en crois pas mes yeux!

60

Ik kan niet meer (van vermoeidheid) !

Je n'en peux plus!

61

Hij neemt het me kwalijk.

Il m'en veut.

62

Het valt me zwaar het u te zeggen.

Il m'en coûte de vous le dire.

63

U hebt makkelijk praten.

Vous en parlez à votre aise.

64

Dat gaat te ver!

C'en est trop!

65

Waar zijn we gebleven?

Où en sommes-nous restés?

66

zorgen voor, ontketenen, doen, losbarsten

déclencher (déclencher un système d'alarme)

67

erin stampen

ingurgiter

68

openbaar, neutraal

laïc, laïque

69

leek

laïc, laïque m

70

handboek

manuel m

71

dualistisch, zwart-wit

manichéen

72

geloofwaardig maken

accréditer

73

toedienen, voorschotelen

asséner/assener

74

zich vergelijken met

s'assimiler à

75

te meer daar

d'autant (plus) que

76

stripverhaal

BD f (= bande dessinée)

77

samenraapsel (van oude dingen)

bric-à-brac m

78

kathodisch

cathodique

79

de wanorde

charivari m

80

Karel de Grote

Charlemagne

81

kruistocht

croisade f

82

neerkomen op

dégringoler sur

83

verafgoden, verheerlijken

déifier

84

bevrijden van

délivrer de

85

kwaadspreken van

dénigrer

86

verlicht

éclairé

87

dwaling

errement m

88

wegmoffelen, overslaan

escamoter

89

lui, vadsig

fainéant

90

sneeuwwit (baard, haar) | bloeiend, gebloemd

fleuri

91

vaag

flou

92

vormen, smeden

forger

93

Gallië

Gaule f

94

het karakter

génie m

95

zeshoekig

hexagonal

96

homerisch (heldhaftig; enorm)

homérique

97

prentenboek

imagerie f

98

onhoudbaar, onafweerbaar, ontegenzeggelijk

imparable

99

moorddadig

meurtrier

100

opheldering | af-, instelling

mise au point f