LOI-H15b Mots Flashcards Preview

Frans LOI per hoofdstuk > LOI-H15b Mots > Flashcards

Flashcards in LOI-H15b Mots Deck (122):
1

déraciner

ontwortelen

2

devise f

motto

3

s'écrouler

bezwijken

4

emballage jetable m

wegwerpverpakking

5

épopée f

epos

6

fiacre m

huurrijtuig

7

flanquer

gooien, smijten

8

flanquer par terre

verknoeien, te gronde richten

9

fossé m

greppel

10

gonflable

opblaasbaar

11

gravir

bestijgen, beklimmen

12

gré m

de wil, het goeddunken

13

bon gré, mal gré

goedschiks of kwaadschiks

14

hâtivement

haastig

15

impératif m

voorschrift, gebod

16

inonder (de)

overspoelen (met); overstromen

17

jante f

velg

18

jumelé

gekoppeld, dubbel

19

lacis m

netwerk, wirwar

20

littoral m

kust

21

lot de consolation m

troostprijs

22

lutin m

plaaggeest, kabouter

23

maint (Il est venu nous voir à maintes reprises.)

vele

24

marée f

getijde

25

contre vents et marées

ondanks aIle moeilijkheden

26

marée noire f

(aangespoelde) olievlek

27

marmite f

kookpan

28

médiatisation f

mediatisatie (publiciteitsbelustheid)

29

mollet m

kuit

30

motus/bouche cousue!

sst, mondje dicht!

31

nappe de pétrole f

olievlek, -laag

32

panneau de signalisation f

verkeersbord

33

pardi

verdraaid, natuurlijk!

34

patin de frein m

remschoen

35

péricliter

aftakelen, langzaam achteruit gaan

36

pluie acide f

zure regen

37

pneumatique m

pneumatiek; luchtband

38

polluer

vervuilen

39

les Ponts et Chaussées –

te vergelijken met Rijkswaterstaat

40

prodige m (Mozart fut un enfant prodige.)

wonder

41

rallier

bereiken

42

ramper

kruipen

43

rebondir

stuiteren

44

recycler

recyclen, recycleren, hergebruiken

45

redoutable (nous redoutons l'ennemi.)

geducht, schrikwekkend

46

ressuscité m

verrezene (uit de dood)

47

rondouillard

mollig, rond

48

sabot m

klomp

49

saga f

sage

50

siège (faire le siège de)

belegering

51

sol

bodem

52

solubilité f

oplosbaarheid

53

succomber à

bezwijken onder

54

syndicat m

vakbond

55

tentacule f

tentakel

56

tonitruant

donderend, daverend

57

tribut m

tol

58

tuyau m

buis

59

en vadrouille

op stap, tijdens een rondzwerving

60

vaste

groot, omvangrijk

61

vélocipédiste m (== le cycliste)

wielrijder

62

ontwortelen

déraciner

63

motto

devise f

64

bezwijken

s'écrouler

65

wegwerpverpakking

emballage jetable m

66

epos

épopée f

67

huurrijtuig

fiacre m

68

gooien, smijten

flanquer

69

verknoeien, te gronde richten

flanquer par terre

70

greppel

fossé m

71

opblaasbaar

gonflable

72

bestijgen, beklimmen

gravir

73

de wil, het goeddunken

gré m

74

goedschiks of kwaadschiks

bon gré, mal gré

75

haastig

hâtivement

76

voorschrift, gebod

impératif m

77

overspoelen (met); overstromen

inonder (de)

78

velg

jante f

79

gekoppeld, dubbel

jumelé

80

netwerk, wirwar

lacis m

81

kust

littoral m

82

troostprijs

lot de consolation m

83

plaaggeest, kabouter

lutin m

84

vele

maint (Il est venu nous voir à maintes reprises.)

85

getijde

marée f

86

ondanks aIle moeilijkheden

contre vents et marées

87

(aangespoelde) olievlek

marée noire f

88

kookpan

marmite f

89

mediatisatie (publiciteitsbelustheid)

médiatisation f

90

kuit

mollet m

91

sst, mondje dicht!

motus/bouche cousue!

92

olievlek, -laag

nappe de pétrole f

93

verkeersbord

panneau de signalisation f

94

verdraaid, natuurlijk!

pardi

95

remschoen

patin de frein m

96

aftakelen, langzaam achteruit gaan

péricliter

97

zure regen

pluie acide f

98

pneumatiek; luchtband

pneumatique m

99

vervuilen

polluer

100

te vergelijken met Rijkswaterstaat

les Ponts et Chaussées –

101

wonder

prodige m (Mozart fut un enfant prodige.)

102

bereiken

rallier

103

kruipen

ramper

104

stuiteren

rebondir

105

recyclen, recycleren, hergebruiken

recycler

106

geducht, schrikwekkend

redoutable (nous redoutons l'ennemi.)

107

verrezene (uit de dood)

ressuscité m

108

mollig, rond

rondouillard

109

klomp

sabot m

110

sage

saga f

111

belegering

siège (faire le siège de)

112

bodem

sol

113

oplosbaarheid

solubilité f

114

bezwijken onder

succomber à

115

vakbond

syndicat m

116

tentakel

tentacule f

117

donderend, daverend

tonitruant

118

tol

tribut m

119

buis

tuyau m

120

op stap, tijdens een rondzwerving

en vadrouille

121

groot, omvangrijk

vaste

122

wielrijder

vélocipédiste m (== le cycliste)