LOI-H31 Mots Flashcards Preview

Frans LOI per hoofdstuk > LOI-H31 Mots > Flashcards

Flashcards in LOI-H31 Mots Deck (114):
1

l'Assemblée nationale

Franse « Tweede Kamer »

2

l’Sénat

Franse Eerste Kamer

3

cabinet m

kabinet

4

conseil des ministres m

ministerraad

5

Constitution f

grondwet

6

constitutionnel

grondwettelijk

7

immunité parlementaire f

parlementaire onschendbaarheid

8

député m

afgevaardigde, kamerlid

9

l'État

staat

10

gouvernement m

regering

11

gouverner

regeren, besturen

12

ministre m

minister

13

motion de censure (déposer ~) f

motie van wantrouwen

14

Parlement m

Parlement

15

parlementaire m

parlementariër

16

pouvoir m

macht

17

président m

president

18

secrétaire d'État m / Ministre Délégué m

staatssecretaris

19

s'aligner sur

zich conformeren met, zich aanpassen aan

20

antan (d'-)

van weleer

21

bréviaire m

het gebedenboek

22

chasse gardée f

besloten jacht; het eigen terrein

23

contresens m

misinterpretatie, verkeerde begrip

24

dépensier m

verkwister, geldverspiller

25

dépouiller de

afnemen, beroven van

26

déroute

ondergang | wanorde, verwarring

27

éclore (éclosion)

ontluiken, ontstaan

28

éditorial m

hoofdartikel

29

faction f

actievoerende partij | schildwacht

30

faute de

bij gebrek aan

31

faute de quoi

bij gebrek aan anders

32

gabegie f

wanbeheer, wanorde, knoeierij

33

glas m

doodsklok

34

sonner le glas

het einde aankondigen

35

inclination f (pour)

neiging (tot), voorliefde (voor)

36

majeur

meerderjarig, volwassen

37

parti pris m

vooroordeel, partijdigheid, onwrikbaar besluit

38

prêcher

prediken, aanzetten tot

39

prélèvement m

heffing

40

procéder de

voortvloeien uit, het gevolg zijn van

41

régresser

achteruitgaan

42

répudier

afwijzen, afstand doen van

43

tenant m

volgeling, aanhanger, voorvechter

44

promulguer

afkondigen (wet, besluit) | openbaar maken

45

afficher

bekendmaken, uitvaardigen | aanplakken | weergeven (pc)

46

observer une loi

naleven, eerbiedigen (wet)

47

déposer (une loi)

indienen (wet)

48

abroger (une loi)

intrekken (wet)

49

transgresser

schenden

50

enfeindre

overtreden (wet)

51

voter une loi

over een wet stemmen

52

voter pour / contre

voor- / tegenstemmen

53

projet de loi m, proposition de loi f

wetsvoorstel

54

breviaire

brevaire (gebedsboek)

55

étouffer

verstikken

56

incomber à

rusten op

57

incomber

neerkomen op

58

Franse « Tweede Kamer »

l'Assemblée nationale

59

Franse Eerste Kamer

l’Sénat

60

kabinet

cabinet m

61

ministerraad

conseil des ministres m

62

grondwet

Constitution f

63

grondwettelijk

constitutionnel

64

parlementaire onschendbaarheid

immunité parlementaire f

65

afgevaardigde, kamerlid

député m

66

staat

l'État

67

regering

gouvernement m

68

regeren, besturen

gouverner

69

minister

ministre m

70

motie van wantrouwen

motion de censure (déposer ~) f

71

Parlement

Parlement m

72

parlementariër

parlementaire m

73

macht

pouvoir m

74

president

président m

75

staatssecretaris

secrétaire d'État m / Ministre Délégué m

76

zich conformeren met, zich aanpassen aan

s'aligner sur

77

van weleer

antan (d'-)

78

het gebedenboek

bréviaire m

79

besloten jacht; het eigen terrein

chasse gardée f

80

misinterpretatie, verkeerde begrip

contresens m

81

verkwister, geldverspiller

dépensier m

82

afnemen, beroven van

dépouiller de

83

ondergang | wanorde, verwarring

déroute

84

ontluiken, ontstaan

éclore (éclosion)

85

hoofdartikel

éditorial m

86

actievoerende partij | schildwacht

faction f

87

bij gebrek aan

faute de

88

bij gebrek aan anders

faute de quoi

89

wanbeheer, wanorde, knoeierij

gabegie f

90

doodsklok

glas m

91

het einde aankondigen

sonner le glas

92

neiging (tot), voorliefde (voor)

inclination f (pour)

93

meerderjarig, volwassen

majeur

94

vooroordeel, partijdigheid, onwrikbaar besluit

parti pris m

95

prediken, aanzetten tot

prêcher

96

heffing

prélèvement m

97

voortvloeien uit, het gevolg zijn van

procéder de

98

achteruitgaan

régresser

99

afwijzen, afstand doen van

répudier

100

volgeling, aanhanger, voorvechter

tenant m

101

afkondigen (wet, besluit) | openbaar maken

promulguer

102

bekendmaken, uitvaardigen | aanplakken | weergeven (pc)

afficher

103

naleven, eerbiedigen (wet)

observer une loi

104

indienen (wet)

déposer (une loi)

105

intrekken (wet)

abroger (une loi)

106

schenden

transgresser

107

overtreden (wet)

enfeindre

108

over een wet stemmen

voter une loi

109

voor- / tegenstemmen

voter pour / contre

110

wetsvoorstel

projet de loi m, proposition de loi f

111

brevaire (gebedsboek)

breviaire m

112

verstikken

étouffer

113

rusten op

incomber à

114

neerkomen op

incomber