LOI-H33 Mots Flashcards Preview

Frans LOI per hoofdstuk > LOI-H33 Mots > Flashcards

Flashcards in LOI-H33 Mots Deck (158):
1

acquitter

vrijspreken

2

arrêter

aanhouden, arresteren

3

cambriolage m

de inbraak

4

cellule f

cel

5

voiture cellulaire f (le panier à salade)

gevangenenwagen

6

condamner à

veroordelen tot

7

condamnation (par contumace) f

veroordeling (bij verstek) ;

8

coupable m

schuldige

9

criminel m

misdadiger

10

criminalité juvénile f

jeugdcriminaliteit

11

délinquant m

overtreder, misdadiger

12

délit m

misdrijf

13

être pris en flagrant délit

op heterdaad betrapt worden

14

détenu m

arrestant, gedetineerde

15

infraction f

overtreding

16

juge m

rechter

17

jugement m

uitspraak, het vonnis

18

justice f

rechtspleging

19

traduire quelqu'un en justice

iemand voor het gerecht dagen

20

déférer en justice

voor het gerecht brengen

21

poursuivre en justice

vervolgen

22

rendre la justice

rechtspreken

23

pénal

straf-

24

le Code pénal

het wetboek van strafrecht

25

les lois pénales

de strafwetten) ;

26

une peine de 5 ans de prison

een straf van 5 jaar gevangenis

27

prévenu m

verdachte

28

prison f

gevangenis

29

être en cabane f, en tôle f

gevangen zitten

30

sortir de prison

gevangenis verlaten

31

prisonnier m

gevangene

32

récidiver

recidiveren

33

viol m

verkrachting

34

vol m

diefstal

35

vol par/avec effraction m

diefstal met braak)

36

vol à main armée m

gewapende overval

37

vol à la tire

zakkenrollen

38

amendement m

de verbetering

39

apache m

misdadiger, onderwereldfiguur

40

bagué

met een bandje

41

cigare bagué d'or m

sigaar met een goudkleurig bandje

42

bonne f

dienstbode

43

brigandage m

roverij, dieverij

44

cagoule f

boetelingenkap, bivakmuts

45

canaille f

uitschot, boef

46

carcéral

gevangenis-

47

châtiment m

kastijding, straf

48

conscription f

dienstplicht

49

convergent

gelijkgericht, met elkaar in overeenstemming

50

côtoyer

omgaan met, veel contact hebben met

51

criminogène

criminogeen

52

décroître

verminderen, afnemen

53

déferler sur

binnenstromen, instromen

54

dégradant

vernederend, onterend

55

démentir

weerleggen, tegenspreken, loochenen

56

dénonciation f

aanklacht, opzegging, verbreking

57

dissuasif

afschrikkings-

58

enrôler

rekruteren

59

expiation f

boetedoening

60

fortuné

welgesteld

61

garde des Sceaux

minister van Justitie

62

gibet m

galg

63

graviter autour de

draaien om

64

inouï

ongekend, ongehoord, geweldig

65

laborieux

werkend

66

loi d'airain f

ijzeren loonwet

67

maison d'arrêt f

huis van bewaring

68

outrager

aantasten | ernstig beledigen

69

se pavaner

paraderen, druk doen

70

pénitentiaire

straf-, gevangenis-

71

récidive f

herhaling (van misdrijf)

72

réinsertion f

wederopname (in de maatschappij)

73

sursis m

voorwaardelijke gevangenisstraf

74

trois mois de prison avec sursis

drie maanden voorwaardelijk

75

tinette f

toilet

76

tollé m

protest, kreten van verontwaardiging

77

tout-à-l'égout m

stadsriolering

78

vertu f

deugd(zaamheid), kracht

79

écrouer incarcérer, emprisonner, mettre sous les verrous, boucler, coffrer

opsluiten

80

vrijspreken

acquitter

81

aanhouden, arresteren

arrêter

82

de inbraak

cambriolage m

83

cel

cellule f

84

gevangenenwagen

voiture cellulaire f (le panier à salade)

85

veroordelen tot

condamner à

86

veroordeling (bij verstek) ;

condamnation (par contumace) f

87

schuldige

coupable m

88

misdadiger

criminel m

89

jeugdcriminaliteit

criminalité juvénile f

90

overtreder, misdadiger

délinquant m

91

misdrijf

délit m

92

op heterdaad betrapt worden

être pris en flagrant délit

93

arrestant, gedetineerde

détenu m

94

overtreding

infraction f

95

rechter

juge m

96

uitspraak, het vonnis

jugement m

97

rechtspleging

justice f

98

iemand voor het gerecht dagen

traduire quelqu'un en justice

99

voor het gerecht brengen

déférer en justice

100

vervolgen

poursuivre en justice

101

rechtspreken

rendre la justice

102

straf-

pénal

103

het wetboek van strafrecht

le Code pénal

104

de strafwetten

les lois pénales

105

een straf van 5 jaar gevangenis

une peine de 5 ans de prison

106

verdachte

prévenu m

107

gevangenis

prison f

108

gevangen zitten

être en cabane (f.), en tôle (f.) ;

109

gevangenis verlaten

sortir de prison

110

gevangene

prisonnier m

111

recidiveren

récidiver

112

verkrachting

viol m

113

diefstal

vol m

114

diefstal met braak)

vol par/avec effraction m

115

gewapende overval

vol à main armée m

116

zakkenrollen

vol à la tire

117

de verbetering

amendement m

118

misdadiger, onderwereldfiguur

apache m

119

met een bandje

bagué

120

sigaar met een goudkleurig bandje

cigare bagué d'or m

121

dienstbode

bonne f

122

roverij, dieverij

brigandage m

123

boetelingenkap, bivakmuts

cagoule f

124

uitschot, boef

canaille f

125

gevangenis-

carcéral

126

kastijding, straf

châtiment m

127

dienstplicht

conscription f

128

gelijkgericht, met elkaar in overeenstemming

convergent

129

omgaan met, veel contact hebben met

côtoyer

130

criminogeen

criminogène

131

verminderen, afnemen

décroître

132

binnenstromen, instromen

déferler sur

133

vernederend, onterend

dégradant

134

weerleggen, tegenspreken, loochenen

démentir

135

aanklacht, opzegging, verbreking

dénonciation f

136

afschrikkings-

dissuasif

137

rekruteren

enrôler

138

boetedoening

expiation f

139

welgesteld

fortuné

140

minister van Justitie

garde des Sceaux

141

galg

gibet m

142

draaien om

graviter autour de

143

ongekend, ongehoord, geweldig

inouï

144

werkend

laborieux

145

ijzeren loonwet

loi d'airain f

146

huis van bewaring

maison d'arrêt f

147

aantasten | ernstig beledigen

outrager

148

paraderen, druk doen

se pavaner

149

straf-, gevangenis-

pénitentiaire

150

herhaling (van misdrijf)

récidive f

151

wederopname (in de maatschappij)

réinsertion f

152

voorwaardelijke gevangenisstraf

sursis m

153

drie maanden voorwaardelijk

trois mois de prison avec sursis

154

toilet

tinette f

155

protest, kreten van verontwaardiging

tollé m

156

stadsriolering

tout-à-l'égout m

157

deugd(zaamheid), kracht

vertu f

158

opsluiten

écrouer incarcérer, emprisonner, mettre sous les verrous, boucler, coffrer