LOI-H35 Mots Flashcards Preview

Frans LOI per hoofdstuk > LOI-H35 Mots > Flashcards

Flashcards in LOI-H35 Mots Deck (154):
1

aider

helpen

2

venir en aide aux pauvres

armen helpen

3

assainissement m

hygiëne, sanering, desinfectering

4

assistance f

hulp

5

donner/prêter assistance à

hulp geven aan

6

blessé m

gewonde

7

civière f (= le brancard)

brancard, draagbaar

8

coopération f

ontwikkelingssamenwerking

9

déborder

buiten zijn oevers treden

10

dénuement m

nood, gebrek

11

population sinistrée f

getroffen bevolking, slachtoffers

12

désarroi m

verwarring

13

désastre m

ramp

14

Ils ont péri dans ce désastre.

Zij zijn bij die ramp omgekomen

15

destruction f

verwoesting

16

détresse f

wanhoop; de nood

17

navire en détresse m

schip in nood

18

dévaster

verwoesten

19

le développement m

ontwikkeling

20

l'aide au développement

ontwikkelingshulp

21

éboulement m

de instorting

22

éruption f

uitbarsting

23

évacuer

evacueren

24

explosion f

explosie

25

feu m

vuur

26

le feu se propage vite

De brand grijpt om zich heen

27

incendie m

brand

28

inondation f

overstroming

29

submergé

overstroomd

30

misère f

ellende, armoede

31

pays en (voie de) développement m

ontwikkelingsland

32

ravager

verwoesten

33

sans-logis m

dakloze

34

secourir

helpen

35

sinistre m

ramp

36

région sinistrée f

rampgebied

37

soulager

verlichten, verzachten, helpen

38

tremblement de terre m

aardbeving

39

victime f

slachtoffer

40

affréter

bevrachten | afhuren

41

ambigu

dubbelzinnig, ambivalent, vaag, verdacht

42

assentiment m

goedkeuring, instemming

43

autodétermination f

de zelfbeschikking

44

basculer

kantelen, omslaan, omzwaaien

45

boucler son sac

zijn koffers pakken

46

boulet m

kogel

47

brouiller les cartes

kaarten schudden

48

se cantonner dans

zich beperken tot, zich verschansen in

49

charbon m

steenkool

50

être sur des charbons ardents

op hete kolen zitten

51

charnière f

scharnier | kentering

52

crédible

geloofwaardig

53

créneau m

schietgat; gat in de markt,

54

dément

krankzinnig, onzinnig; geweldig

55

déverser

uitstorten, lozen

56

dingue

absurd, belachelijk, ongelofelijk

57

éminemment

buitengewoon, volmaakt

58

essaimer

nederzettingen stichten | uitzenden

59

ethnie f

de bevolkingsgroep

60

les exactions f

machtsmisbruik

61

famine f

hongersnood

62

fournée f

vracht, lading

63

foutre

leggen, gooien; doen; geven

64

Incarner

belichamen, gestalte geven

65

initiatique

inwijdings-, inleidend

66

mercenaire m

huurling

67

noria f

paternosterwerk

68

opulent

schatrijk

69

orphelin m

wees

70

ouragan m

orkaan

71

perf (perfusion) f

infuus

72

rafler

plunderen

73

refonte f

omsmelting, omwerking, herziening

74

réprouver

afkeuren, verwerpen

75

schisme m

schisma, scheuring, afscheiding

76

sidérer

verbijsteren, verbluffen, verstomd doen staan

77

subversif

subversief, ondermijnend, opruiend

78

helpen

aider

79

armen helpen

venir en aide aux pauvres

80

hygiëne, sanering, desinfectering

assainissement m

81

hulp

assistance f

82

hulp geven aan

donner/prêter assistance à

83

gewonde

blessé m

84

brancard, draagbaar

civière f (= le brancard)

85

ontwikkelingssamenwerking

coopération f

86

buiten zijn oevers treden

déborder

87

nood, gebrek

dénuement m

88

getroffen bevolking, slachtoffers

population sinistrée f

89

verwarring

désarroi m

90

ramp

désastre m

91

Zij zijn bij die ramp omgekomen

Ils ont péri dans ce désastre.

92

verwoesting

destruction f

93

wanhoop; de nood

détresse f

94

schip in nood

navire en détresse m

95

verwoesten

dévaster

96

ontwikkeling

le développement m

97

ontwikkelingshulp

l'aide au développement

98

de instorting

éboulement m

99

uitbarsting

éruption f

100

evacueren

évacuer

101

explosie

explosion f

102

vuur

feu m

103

De brand grijpt om zich heen

le feu se propage vite

104

brand

incendie m

105

overstroming

inondation f

106

overstroomd

submergé

107

ellende, armoede

misère f

108

ontwikkelingsland

pays en (voie de) développement m

109

verwoesten

ravager

110

dakloze

sans-logis m

111

helpen

secourir

112

ramp

sinistre m

113

rampgebied

région sinistrée f

114

verlichten, verzachten, helpen

soulager

115

aardbeving

tremblement de terre m

116

slachtoffer

victime f

117

bevrachten | afhuren

affréter

118

dubbelzinnig, ambivalent, vaag, verdacht

ambigu

119

goedkeuring, instemming

assentiment m

120

de zelfbeschikking

autodétermination f

121

kantelen, omslaan, omzwaaien

basculer

122

zijn koffers pakken

boucler son sac

123

kogel

boulet m

124

kaarten schudden

brouiller les cartes

125

zich beperken tot, zich verschansen in

se cantonner dans

126

steenkool

charbon m

127

op hete kolen zitten

être sur des charbons ardents

128

scharnier | kentering

charnière f

129

geloofwaardig

crédible

130

schietgat; gat in de markt,

créneau m

131

krankzinnig, onzinnig; geweldig

dément

132

uitstorten, lozen

déverser

133

absurd, belachelijk, ongelofelijk

dingue

134

buitengewoon, volmaakt

éminemment

135

nederzettingen stichten | uitzenden

essaimer

136

de bevolkingsgroep

ethnie f

137

machtsmisbruik

les exactions f

138

hongersnood

famine f

139

vracht, lading

fournée f

140

leggen, gooien; doen; geven

foutre

141

belichamen, gestalte geven

Incarner

142

inwijdings-, inleidend

initiatique

143

huurling

mercenaire m

144

paternosterwerk

noria f

145

schatrijk

opulent

146

wees

orphelin m

147

orkaan

ouragan m

148

infuus

perf (perfusion) f

149

plunderen

rafler

150

omsmelting, omwerking, herziening

refonte f

151

afkeuren, verwerpen

réprouver

152

schisma, scheuring, afscheiding

schisme m

153

verbijsteren, verbluffen, verstomd doen staan

sidérer

154

subversief, ondermijnend, opruiend

subversif