Hoorcollege 3 - A Flashcards Preview

Digestie > Hoorcollege 3 - A > Flashcards

Flashcards in Hoorcollege 3 - A Deck (45):
1

Wat zit er bij de larynx?

De stembanden

2

Wanneer noem je een gebied de oropharynx?

Dit is het stuk na de arcus palatoglossus, voor de larynx en onder het osteum intrapharyngeale.

3

Waar zit de nasopharynx?

Achter de choanae en boven het osteum intrapharyngeum.

4

Hoe heet het gat tussen de nasopharynx en de oropharynx? En waar wordt het door omgeven

Het osteum intrapharyngeum. Dit wordt omgeven door de arcus palatopharyngeus

5

Ander woord voor zacht gehemelte en ander woord voor hard gehemelte

Palatum molle = zacht gehemelte
Palatum durum = hard gehemelte

6

Waar bevindt zich de laryngopharynx?

Tussen de epiglottis (vanaf de larynx dus) en de oesophagus.

7

Waar zit een grasaar meestal?

Hij loopt het makkelijkst vast in het osteum intrapharyngeum. Die hond zal neusuitvloeiing hebben, niezen en de hond wrijft heel erg met de neus omdat het heel erg jeukt.

8

Hoe werkt de kruising van adem- en voedselweg?

De lucht die vanuit de nasopharynx komt moet door de stembanden (larynx) naar de trachea en het voedsel wat vanuit de oropharynx komt moet naar boven getild worden naar de oesophagus. Voedsel wordt tijdens het slikken over de epiglottis getild. Daarvoor wordt de epiglottis naar beneden geduwd. Met water en vloeibaar voedsel werkt dat niet zo goed en daarom zijn er kanaaltjes links en rechts langs het strottenklepje. Zo’n kanaaltje heet een recessus piriformis.

9

Hoe heten de kanaaltjes die links en rechts langs het strottenklep liggen?

Recessus piriformis

10

Wat is de functie van de oesophagus?

Verbinden van pharynx en maag

11

Wat voor spierweefsel zit er in de oesophagus?

Dit verschilt per diersoort. Het kan dwarsgestreept zijn of glad spierweefsel of allebei.

12

In welke onderdelen kun je de oesophagus indelen?

- Pars cervicalis
- Pars thoracalis
- Pars abdominalis

13

Welke twee sfincters heeft de oesophagus?

UES (upper esophageal sphincter)
LES (lower esophageal sphincter)

14

Welke spier maakt deel uit van de UES?

M. cricopharyngeus

15

Waar zorgen de kringspieren van de oesophagus voor?

Deze voorkomen dat er voedsel met maagzuur terug kan komen uit de maag de oesophagus in (kan erg irriteren) en ze voorkomen dat je zomaar lucht naar binnen gaat happen.

16

Wat is het verschil tussen motiliteit en peristaltiek?

Motiliteit is een actieve beweging met als doel mengen en voortbewegen van voedsel binnen MDK. Peristaltiek is het contractiepatroon dat voortstuwing (propulsie) van de maagdarminhoud langs de GI tractus veroorzaakt. Dit wordt hormonaal en neuraal aangestuurd. Peristaltiek is dus een onderdeel van de motiliteit. Het is het contractiepatroon van de spieren.

17

Hoe zit de tunica muscularis in elkaar? Geef ook aan wat voor spieren je tegenkomt en voor welke beweging ze zorgen.

De spieren van het maagdarmkanaal zitten in de tunica muscularis. Dat is een spierlaag om het maagdarmkanaal heen. Er is een circulaire laag en een longitudinale laag. Circulair zorgt voor pletten en zit binnen. Longitudinale laag zorgt voor voortbeweging en die zit buiten. De tunica muscularis zie je overal terug in je maagdarmstelsel. In de oesophagus kan glad en/of dwarsgestreept spierweefsel zitten (diersoort afhankelijk). Van maag tot bijna het einde van de darm heb je glad spierweefsel. Dit is dus het grootste deel van de digestietractus. Rond de anus zit in de externe anaalsphincters dwarsgestreept spierweefsel. Dit is somatisch geïnnerveerd, dit heb je dus zelf onder controle.

18

Wat is slikken?

Slikken is actief transport van voedsel van mond naar maag aan de hand van gecoördineerde contracties van spieren. Er vindt een scheiding van ademlucht en voedsel plaats.

19

Welke fases onderscheiden we in de gecoördineerde slikreflex?

- Orale fase (vrijwillig). Vorming van de spijsbrok. Met je tong ga je je bolus vormen, een beetje tegen je harde gehemelte duwen en naar achter richting de pharynx.

- Pharyngeale fase (reflexmatig). Passage van de pharynx en kruising met de ademwegen

- Oesophageale fase (reflexmatig). Transport door slokdarm richting maag

20

Geef de orale fase in 6 stappen weer.

1. Vormen van langwerpige spijsbrok tussen tong en gehemelte
2. Sluiting mondspleet
3. Afrollen tong van voor naar achteren. M. mylohyoideus + m. styloglossus duwen de mondbodem omhoog, m. hyoglossus brengt de tong naar caudaal en beneden.
4. Verplaatsing voedselbrok naar caudaal
5. Krachtige contractie m. mylohyoideus. M. mylohyoideus zorgt er ook voor dat de voedselbrok niet gewoon weer naar rostraal kan vallen.
6. Voedsel in de pharynx

21

Wat doen de verschillende spieren van de orale fase?

M. mylohyoideus en de M. styloglossus duswen de mondbodem omhoog.

M. hyoglossus brengt de tong naar caudaal en naar beneden

22

Beschrijf de pharyngeale fase in 6 stappen

1. Duurt maar 0.3 sec. Dit om te voorkomen dat er te lang niet geademd kan worden.
2. M. mylohyoideus blijft gecontraheerd: voedsel kan niet terug
3. Palatum Molle naar dorsaal + contractie voorste keelsnoerders: ostium intrapharyngeum verkleind
4. De larynx wordt naar voren en onderen getrokken: afscherming door tongbasis
5. Aanspannen stembanden: afsluiten trachea
6. Contractie keelsnoerders: intrapharyngeale druk stijgt en daardoor bolus in oesophagus.

23

Waarom blijft de M. mylohoideus gecontraheerd in de pharyngeale fase?

Voedsel kan niet terug

24

Hoe wordt het osteum intrapharyngeum verkleind?

Het palatum molle gaat naar dorsaal en er is contractie van de voorste keelsnoerders.

25

Hoe verandert de druk tijdens het slikproces?

De bovenste sphincter is altijd aangespannen. De druk is hoger dan in de atmosfeer. De sphincter relaxeert als er een voedselbolus langskomt. Bij relaxatie van de UES gaat de druk dus naar beneden (richting atmosferisch). Daarna sluit die sphincter meteen weer om te voorkomen dat de voedselbolus terug de pharynx in gaat. Dan volgt een golf van contractie om de voedselbolus naar beneden te krijgen. Uiteindelijk kom je uit de thorax het abdomen in. Dan kom je aan bij de lower esophageal sphincter. Ook deze (net als de fundus van de maag) staat altijd aangespannen. Deze twee relaxeren ook om de bolus naar binnen te laten. Daarna wordt de boel weer dichtgeknepen. De bolus is nu van mond naar maag. In de thorax heerst een onderdruk en in het abdomen heerst een overdruk.

26

Geef de oesophageale fase in 6 stappen

1. Relaxatie UES
2. Pharynxmusculatuur trekt ingang slokdarm actief open
3. Bolus passeert sphincter, daarna sterke contractie van UES: voedsel kan niet terug naar mondholte.
4. Contractie slokdarmsphincter zet zich voort als peristaltische golf over de slokdarm met een snelheid van ongeveer 4 cm/sec.
5. Relaxatie LES en fundus (gedurende 6 seconde): laatste deel slokdarm staat open zodat de spijsbolus zonder weerstand de maag kan bereiken.
6. Daarna verhoging tonus LES om reflux te voorkomen.

27

Waardoor wordt het slikreflex gereguleerd en waar zit dit?

Slikcentrum (verlengde merg, medulla oblongata)

28

Hoe reguleert het slikcentrum het slikreflex?

Het slikcentrum krijgt input uit de mond en de pharynx: afferente n. glossopharyngeus en n. vagus

Output naar:

1. Dwarsgestreept spierweefsel: directe motorische innervatie door n. vagus via motorische eindplaten.

2. Glad spierweefsel: indirecte motorische innervatie. N. vagus innerveert neuronen van de intramurale plexus (tussen longitudinale spierlaag en circulaire spierlaag), neuronen in de plexus zijn onderling geschakeld, plexus innerveert gladde spiercellen.

29

Hoe kan je mond en je pharynx doorgeven dat er iets ins zit?

door rekreceptoren en andere receptoren

30

Wat voor spierweefsel hebben honden in hun oesophagus?

100% dwarsgestreept

31

Wat is primaire peristaltiek?

- Volgt op een slikbeweging
- Centraal gegenereerd door slikcentrum in verlengde merg
- N. vagus is efferente zenuw

32

Wat voor spierweefsel hebben varkens in hub oesophagus?

100% dwarsgestreept

33

Wat voor spierweefsel hebben kippen en vogels in hun oesophagus

100% glad spierweefsel

34

Wat is secundaire peristaltiek?

- Ontstaat daar waar de slokdarm wordt geprikkeld
- Los van het slikken en de primaire peristaltiek
- Reactie op druk / rek

35

Wat is het belang van secundaire peristaltiek?

- Soms is slikken niet genoeg
- Ingeval van gastro-oesophageale reflux
- Reflexboog afhankelijk van spiertype: dwarsgestreept: vago-vagale reflex; glad: afferenten en efferenten in intramurale plexus.

36

Wat zijn slow waves?

- Oscillerende rustmembtaanpotentiaal (MP)
- In het algemeen negatief maar golvend verloop (gaat niet over een drempelwaarde heen behalve als er een prikkel van buitenaf is)

37

Hoe worden slow waves gemoduleerd en wanneer zorgen ze voor contractie?

- De amplitude en in mindere mate de frequentie van de slow waves wordt gemoduleerd door hormonale en neurale invloeden
- Slow waves die de drempelwaarde niet overschrijden worden niet vergezeld door AP en zullen geen/weinig contractie van de gladde spiercellen opwekken
- Contracties worden sterker bij meer APs door summatie waardoor de spiertensie steeds verder toeneemt
- De tonus in rust is niet 0
- Parasympaticus laat amplitude toenemen

38

Wat laat de amplitude van slow waves toenemen?

De parasympaticus en hormonale en neurale invloeden

39

Hoe worden slow waves gegenereerd?

Cellen van Cajal (ICC) zijn de pacemakercellen van de darm. Zij genereren het oscilerende rustpotentiaal wat de slow waves zijn. Door invloed van stimuli (rek, hormonaal en andere stimuli) komen die slow waves boven de drempelwaarden. Dan ontstaan één of meer actiepotentialen en krijg je contractie van de darm.

40

Waar zitten de cellen van cajal en hoe geven ze hun signaal door?

In de gladde spierlaag van de darm zitten deze cellen van Cajal verspreid die steeds weer dat signaal doorgeven aan de buurcellen door gap junctions. Als er een depolarisatie is in één van die cellen geeft die cel dat via de gap junctions door aan de andere cellen. Zo krijg je een golf van contracties wat dan echt de peristaltiek van de darm is. Dit kan dus zowel neuraal als hormonaal beïnvloed worden.

41

Wat is de functie van de cellen van Cajal?

- Transmissie van informatie van enterische neuronen naar gladde spiercellen
- Daarnaast pacemakercellen: genereren het basale elektrische ritme; de slow waves

42

Waar zitten de cellen van Cajal precies?

- Bevinden zich tussen de longitudinale en circulaire spierlaag bij ENS (plexus myentericus)
- Via gapjunctions contact met spiercellen (circulair en longitudinaal)

43

Hoe werkt de extrinsieke neurale regulatie van het MDK?

Autonoom:
- Parasympaticus (n. vagus, nn, pelvini)
- Sympaticus (grensstreng)

44

Hoe werkt de intrinsieke neurale regulatie van het MDK?

Er is het ENS wat bestaat uit de plexus myentericus en de plexus submucosis. Door ENS is er een grote autonome werking (motiliteit, secretie, efferente signalen). Het digestietractus heeft evenveel neuronen als het ruggenmerg. Het ENS heeft dezelfde neurotransmitters als hersenen. Sympaticus en parasympaticus hebben een modulerende functie, vooral in darm en duodenum

45

Hoe werkt de peristaltische reflex?

Bolus in darm worden door rekreceptor opgemerkt. Er komt een positieve prikkel naar de spiercellen achter de bolus (nu moet je samentrekken) en een negatieve prikkel naar de spiercellen voor de bolus (nu moet je ontspannen). Dit wordt alleen in het enteric nervous system geregeld, zonder het ruggenmerg en het centraal zenuwstelsel.