Werkcollege 2 - B Flashcards Preview

Digestie > Werkcollege 2 - B > Flashcards

Flashcards in Werkcollege 2 - B Deck (27):
1

Waarin verschilt een exocriene secretie van een endocriene secretie? Geef voorbeelden van beide.

Exocriene klieren, zoals alle speekselklieren, leveren hun producten buiten het lichaam af. Dit kan bijvoorbeeld in de digestietractus zijn of op de huid. Endocriene klieren hebben geen afvoerbuis en geven hun hormonen af aan het bloed. Het hormoon komt dan via het bloed bij de doelcellen terecht om daar zijn functie uit te oefenen. Een voorbeeld van een endocriene klier is de G-cel die gastrine afgeeft aan het bloed.

2

Welke mechanismen voorkomen aantasting van respectievelijk de slokdarmmucosa en de maagmucosa door het zure pepsine-rijke maagsap?

Slokdarmmucosa: secundaire slikreflex, LES

Maagmucosa: productie van mucus

Duodenummucosa: pyloris laat chymus in kleine brokjes door. Productie mucus, bufferen zuur door bicarbonaat

3

Welke functie heeft gastrine

Stimuleren van maagzuursecretie van de pariëtale cel

4

Welke functies heeft secretine?

1. Remmen van zuursecretie en ledigen maag

2. Stimuleren van galblaascontractie

5

Welke functie heeft GIP

Remmen van zuursecretie + ledigen maag

6

Welke functie heeft motiline?

Inductie fase III van de MMC (migrating motor complex) tijdens het vasten

7

In welke 3 fasen is de reis van een voedselbrok door het MDK op te delen?

1. cefale fase
2. Gastrische fase
3. Intestinale fase

8

Welke organen van het maagdarmkanaal scheiden stoffen (o.a. verteringsenzymen) uit in de eerste fase?

De maag scheidt maagzuur uit, speekselklieren van de mond scheiden speeksel uit

9

Hoe verandert in de speekselklier de ion-samenstelling van speeksel vanaf het moment van productie tot het bereiken van het voedsel in de bek?

De acinaire cellen scheiden de verteringsenzymen uit en Na+ en CL-. De ductuscellen modificeren dit speeksel weer. Zij proberen er zoveel mogelijk NaCL weer uit te krijgen en lekker veel HCO3- en K+ in te krijgen.

10

Waardoor verandert de ion-samenstelling van speeksel als secretiesnelheid van speekselklier toeneemt?

De ductcellen hebben dan minder tijd om Na+ en Cl- te absorberen en minder tijd om HCO3- en K+ aan het speeksel toe te voegen. Hierdoor zal water ook niet worden geresorbeerd en zal er meer water verloren gaan.

11

De samenstelling van speeksel van de hond verschilt t.o.v. speeksel van bijvoorbeeld een koe. Speculeer naar een belangrijk verschil in de speekselfunctie tussen beide diergroepen.

Herkauwers hebben een bicarbonaat en fosfaat nodig voor het alkaliseren om zo zuren te kunnen neutraliseren die gevormd worden door de fermentatie.

12

Beschrijf welk contractiepatroon plaatsvindt tijdens de digestieve fase in het proximale deel van de maag. Koppel dit aan de functie van dit maagdeel en vermeld ook de regelmechanismen.

Het grootste gedeelte van de musculaire activiteit hier is een zwakke continue contractie. Deze worden ook wel tonische contracties genoemd en vormen zich om het voedsel om zo voor lichte propulsie te zorgen richting de distale maag. Het grootste musculaire reflex is adaptieve relaxatie. Deze reflex wordt gezien als relaxatie van de spieren wanneer voedsel de maag binnenkomt. Zo kan de maag zich aanpassen aan het aankomende voedsel. Als de maag zich leegt, wordt de tensie op de wand van de proximale maag iets groter waardoor het voedsel distaal de maag in wordt geduwd. De proximale maag dient als opslagplaats voor voedsel. Hier wordt weinig gehusseld. De motiliteit van de maag staat onder controle van het ENS en het endocriene en paracriene systeem. In de proximale maag zorgt vagale stimulatie voor een onderdrukking van musculaire contractie. Parasympaticus: n. vagus. Sympaticus: n. splanchnicus.

13

Beschrijf welk contractiepatroon plaatsvindt tijdens de digestieve fase in het distale deel van de maag. Koppel dit patroon aan de functie van dit maagdeel en vermeld ook de regelmechanismen.

De distale maag (antrum) kent intense slow-wave activiteit en musculaire contracties worden dus veel gezien. Sterke golven van peristaltiek beginnen ongeveer in het minnen van de maag en migreren, samen met de slow-waves, naar de pylorus. Als de golven de pylorus naderen zal deze contraheren waardoor de uitgang van de maag geblokkeerd wordt voor alles behalve de kleinste deeltjes. Deze kleine deeltjes zijn minder dan 2mm in diameter. Deeltjes die te grood zijn worden gemixed. Vagale stimulatie zorgt voor een stimulatie die voor intense peristaltische activiteit zorgt. ENS en vagovagale reflex

14

De pH van het zuivere maagsap na de opname van de voedselbrok ligt tussen de 1 en 2. Welk bestandsdeel veroorzaakt deze pH-waarde en welke functies heeft dit voor de vertering?

De H+ (HCL) zorgt voor de lage pH. Maagzuur breekt voedseldeeltjes af tot kleinere deeltjes, denatureert eiwit en nucleïnezuren, zet pepsinogeen om in pepsine (breekt eiwitketens af) en vernietigt bacteriën.

15

Welke bestanddelen zijn aanwezig in maagsap?

- Zoutzuur (HCL)
- Pepsinogeen (pepsine)
- Alkalisch slijm (mucus + HC03-)
- Water
- Ionen: Na+ en K+

16

Hoe kan de maagsapsecretie - al voordat het voedsel de maag bereikt - een eerste piek (cefale fase) vertonen?

Sensorische neuronen zien, denken, ruiken het eten al. Vervolgens gaat via de nervus vagus (vagale reflex) een signaal naar de pariëtale cel. ACh wordt afgegeven en de pariëtale cel gaat H+ naar het lumen uitscheiden. De nervus vagus zal ook op een G-cel uitmonden en deze stimuleren om gastrine te produceren, wat vervolgens endocrien weer naar de pariëtale cel gaat en deze stimuleert om H+ uit te scheiden.

17

Waarom houdt de intestinale fase van de maagsapsecretie langer aan dan de gastrische fase?

Het gastrine wat wordtgeproduceerd in het duodenum heeft een halfwaardetijd van 38 minuten en het gastrine wat wordt geproduceerd in de maag heeft een halfwaardetijd van 7 minuten.

18

Stel, je snijdt experimenteel de nervus vagus beiderzijds door, wat zou er dan per fase met de maagsapsecretie gebeuren?

1. Cefale fase: er zal geen maagsap meer worden gesecreteerd omdat dit allemaal volledig via de nervus vagus gaat.

2. Gastrische fase: Er zal wel maagsap worden gesecreteerd maar dan alleen in reactie op prikkeling van de mechano- en chemoreceptoren van het ENS. Minder maagsapsecretie.

3. Intestinale fase: Er zal nog een minimale hoeveelheid maagsap worden gesecreteerd dankzij de aanwezigheid van aminozuren en peptiden in het bloed.

19

Hoe zorgt de gastro-duodenale overgang voor de beperking van afgifte van de hoeveelheid zure chymus?

Als de pH te laag wordt, worden secretine, GIP en CCK gesecreteerd die de maagzuursecretie gaan remmen en de maagmotiliteit gaan remmen. Daardoor komt er minder zuur in de maag terecht en wordt er minder inhoud afgegeven aan het duodenum. Dit gebeurt via deze enterogastronen, maar ook via het ENS.

20

Wat doet de gastro-duodenale overgang met de zure zooi die binnen komt?

Zure chymus wordt geneutraliseerd met behulp van bicarbonaat. Secretine, van de S cellen, stimuleert de secretie van bicarbonaat door de ductuscellen van de pancreas. I cellen maken CCK en die stimuleren de acinaire cellen. Ook het ENS en de nervus vagus (vagovagale reflex) kunnen ook de acinaire cellen beïnvloeden.

21

EPI

Exocriene pancreasinsufficiëntie

22

Een hond met EPI vertoont als symptoom diarree. Waarom?

De I-cellen reageren nog steeds op vet in het duodenum, maar het gevormde CCK kan nooit zorgen dat de acinaire cellen de pro-enzymen gaan uitscheiden omdat zij niet meer bestaan. Er blijft dus vet in de dunne darm. Meer vet in de dunne darm geeft diarree, omdat er water wordt aangetrokken door een osmotische gradiënt. Osmotische diarree. De diarree heeft veel volume.

23

Kan gal, afkomstig van de lever, nog zijn functie binnen de vertering uitoefenen bij een hond met EPI?

Gal wordt opgeslagen bij de hond in de galblaas. Om gal te kunnen secreteren, moet CCK aanwezig zijn. CCK is er. Gal kan nog worden uitgescheiden en maakt het vet dus wel kleiner. Lipase is alleen niet meer aanwezig en ondanks dat de vetdruppeltjes kleiner worden gemaakt, zal het niet worden opgenomen.

24

De hond heeft een intermitterend digestiepatroon in tegenstelling tot andere diersoorten die een continu digestiepatroon hebben. Verklaar aan de hand van het digestiepatroon de aan-/afwezigheid van een galblaas bij verschillende diersoorten.

De hond heeft een galblaas nodig zodat hij gal van te voren kan produceren en dit tijdens een grote maaltijd op de juiste plek (namelijk bij het voedsel) kan gooien. Als de hond niet eet, is het niet nodig (zonde) om gal naar het duodenum te leiden. Bij dieren die continu moeten eten zal er geen galblaas aanwezig zijn omdat er in principe altijd voedsel aanwezig is in het duodenum en het gal dus altijd op de juiste plek terecht komt. Er is geen noodzaak voor opslag. Een koe heeft wel een galblaas, maar die werkt niet zo goed als bij de hond en daarom komt er toch steeds gal uit de galblaas.

25

Welk hormoon zorgt voor contractie van de galblaas?

Contractie van de galblaas gebeurt met behulp van CCK.

26

Welke functies heeft CCK? Beschrijf er 6.

1. Stimulatie galblaaslediging
2. Stimulatie relaxatie v/d sfincter van Oddi
3. Stimulatie acinaire cellen pancreas secretie pro-enzymen
4. Remmen maaglediging
5. Remmen maagzuursecretie.
6. Vermindert hongergevoel in hongercentrum hypothalamus

27

De reis van de voedselbrok door het lichaam van de hond zetten we nu stop. In latere werkcolleges komen de processen die plaatsvinden in de dikke darm aan bod. De regulatie van de vertering van één voedselbrok is nu bekend, maar ook de hoeveelheid voedselbrokken die een hond opneemt wordt gererguleerd. Welke factoren en centra spelen een rol in de regulatie van de grootte van de voedselopname? Gebruik voor het beantwoorden van deze vraag het internet.

De hypothalamus heeft een verzadigingscentrum en een hongercentrum. Stoffen kunnen hierop aanhechten. CCK doet het hongergevoel verminderen. Insuline, leptine en PPY remmen ook het hongergevoel. De nervus vagus voelt rek, en zal dus ook het hongergevoel verminderen. Insuline wordt aangemaakt als er glucose is. Leptine wordt aangemaakt door vetcellen (meer langetermijn regulatie). Ghreline stimuleert het hongergevoel als de maag leeg is.