Werkcollege 10 - C Flashcards Preview

Digestie > Werkcollege 10 - C > Flashcards

Flashcards in Werkcollege 10 - C Deck (14):
1

Hoe ziet de normale waterbeweging eruit?

Er is netto meer absorptie dan secretie.

2

Waardoor kan diarree veroorzaakt worden?

Verhoogde secretie, malabsorptie, maldigestie of een combinatie van beide.

3

Op welke manieren kan een bacteriële infectie tot diarree leiden?

Enterotoxinen kunnen hypersecretie veroorzaken. Dit zijn voornamelijk E. coli en salmonella’s. Virale infecties kunnen voor vilusatrofie zorgen en daarmee voor maldigestie. Door vilusatrofie krijg je ook een malabsorptie omdat de oppervlaktegrootte minder is. Ook ontsteking kan voor diarree zorgen. Ontsteking leidt tot zwelling en dat kan voor malabsortptie. Ontstekingsmediatoren kunnen secretie bevorderen (prostaglandinen e.d.).

4

3. Bij runderen bepaalt de samenstelling van het rantsoen in belangrijke mate hoe dun de mest is (er is dan nog geen sprake van diarree). Er zijn aanwijzingen voor dat een toename in de hoeveelheid Mg2+ in de voeding bijvoorbeeld leidt tot dunnere mest. Hoe kunt u dit verklaren? Waarom heeft Sulfas Nactricus een laxatieve werking?

Magnesium geeft een vorm van osmotische diarree dat water aantrekt. Magnesium wordt alleen in de pens geabsorbeerd. Als je teveel magnesium in de voeding hebt, kan je dus dunnere ontlasting zien bij runderen. Je kan ook een andere ionsecretie krijgen omdat er een positieve lading in de darm zit. Natriumsulfaat is ook heel osmotisch actief, dan krijg je meer inhoud in de darm door secretie, dit leidt tot een toename van peristaltiek naar aboraal. Bij snellere passage heb je minder tijd om water te absorberen. Het is daarom nog sterker laxerend. Een deel van het salfas natricus wordt opgenomen dus de osmotische waarde van het bloed neemt toe. Dit creëert dorstprikkel in je hersenen. Ook dit draagt bij aan het laxerend effect.

5

Wanneer de opname van voedingsstoffen in bijvoorbeeld de dunne darm verminderd is, kan dit een effect hebben op de osmotische waarde van de inhoud van de dikke darm en zo leiden ze tot een verminderde opname van vocht. Verklaar aan de hand hiervan dat jonge biggetjes bij geringe voedingsfouten en infecties al vrij snel diarree krijgen, terwijl diarree bij volwassen zeugen vrijwel altijd een dikke darm probleem is.

De microbiota is nog niet voldoende ontwikkeld. Als je dan verkeerd voedsel geeft, kan er niet worden gefermenteerd en komen osmotische deeltjes in de dikke darm terecht, waardoor dus de absorptie van water verminderd wordt. De mate van fermentatie neemt toe met de leeftijd, daarom hebben dit soort fouten in de voeding wel effect bij de big. Dit is dus ook een compensatiemechanisme.

6

Bij paratuberculose van het rund leiden verschillende mechanismen tot diarree. Eén ervan iheet te maken met het enorme verlies aan eiwit: er is sprake van "protein loosing entheropathy". Hoe leidt dit tot diarree en wat zal er nog meer aan het dier te zien zijn?

Eiwitten komen in de darm en trekken water aan. Poriën gaan nog verder open staan en bijvoorbeeld albumine gaat verloren, samen met andere eiwitten. Ook de tight junctions kunnen verder open gaan staan bij infectie of door enterotoxinen. Je kan een tekort aan albumine krijgen en dan krijg je vermagering met spieratrofie. Dit zie je bij paratuberculose ook. oncotische waarde trekt normaal gesproken water aan in het bloed. Dit is een balans tussen de druk die jouw bloed uitoefent op de wanden. Dit is de colloïd osmotische druk. Dan krijg je oedemen. Die kun je zien bij de kaaktakken bij runden en bij de hakken bij honden. Ruimte tussen de achilluspees en de musculatuur. Deze ruimte wordt dan opgevuld.

7

Bij varkens komt een infectie voor die onder andere kan leiden tot een sterke verdikking van de mucosa van dunne darm: Porcine Intestinal Adenomatose. Verklaar hoe de infectie bij kan dragen aan het ontstaan van diarree.

Dit wordt veroorzaakt door Lawsonia intracellularis. Geeft een hyperplastische mucosa van redelijk immature cellen. In de crypten zitten de stamcellen. Er komt een te grote onvolwassen cellen dus je krijgt malabsorptie. Ze hebben ook geen borstelzoom. Daarnaast kunnen ze beter secreteren. Geeft bij de helft van de dieren diarree (andere helft heeft goede overcapaciteit. Je kan wel een slechte voederconversie zien. Achterstand van de groei. Bij paarden kun je ook een lawsonia intracellularis infectie zien, dan heb

8

Paarden die voor het eerste meedoen aan wedstrijden of die voor het eerst op transport gezet worden hebben nogal eens dunnere mest. Hetzelfde kan optreden bij “zenuwachtige” honden Dit wordt toegeschreven aan de “stress” die de dieren hebben, waardoor de doorbloeding van het maagdarmkanaal wijzigt. Verklaar waarom de mest/ontlasting dunner zal zijn.

Je sympatisch zenuwstelsel wordt geactiveerd, daardoor krijg je minder doorbloeding van je maagdarmkanaal. Er is een minder grote absorptiecapaciteit. Niet alleen van voedingsstoffen (dunne darm) maar ook van vochtabsorptie en elektrolytenabsorptie (dikke darm). Het activeren van het sympatisch zenuwstelsel kan ook leiden voor hyperactieve contracties en snellere doorgang van inhoud. Er zijn meer propulsieve contracties dan segmentale contracties.

9

Bij het paard kan een chronische proliferatieve enteritis voorkomen, waarbij de wand van de dunne darm verdikt is. Verklaar waarom dit kan leiden tot een laag totaal eiwit (in het bloed) en hoe zou u aannemelijk kunnen maken dat het hier om een dunne darm probleem gaat?

Door malabsorptie in de dunne darm krijg je weinig opname van eiwit. Bij een verminderde absorptie van eiwit zou ook glucose slecht absorberen. Dus oraal glucose (via sonde) toedienen. 1 g/kg toedienen. Her paard moet nuchter zijn. Glucose voor en na bepalen. Glucose stijgt binnen bepaalde waardes. Bij proliferatieve enteritis zie je dan geen stijging. Glucosetest op gezette tijden doen. Bij onvoldoende stijging heb je een dunne darm probleem, maar er is discussie over de referentiewaarden. In Utrecht: de spiegel moet in ieder geval met 50% stijgen, als dat bij herhaling niet gebeurd heb je een malabsorptie in de dunne darm. Je kan ook eerst een rectaal touché doen. Je kan een biopt nemen tijdens een endoscopie. Dan kun je histologisch onderzoek doen. Je kan ook nog een echo maken. Exploratieve laparotomie of laproscopie. Ook dan kun je biopten nemen, maar dan full-thickness.

10

Een overmatige orale (soms zelf ook parenterale: paard, cavia) toediening van antibiotica kan bij vele diersoorten waaronder het paard leiden tot diarree die wordt toegeschreven aan dysbacteriose van de darminhoud. Hoe kan een verstoring van de microbiële flora (met name aanwezig in coecum) leiden tot diarree?

Bacteriën gaan dood die normaalgesproke voor de normale fermentatie zorgen in dieren die fermenteren. Je krijgt een maldigestie en daarom een malabsorptie van de stoffen die zij normaal fermenteren en dit leidt dus tot diarree (osmotische). Enterotoxinen kunnen worden meegenomen. Toxines komen in eens vrij en kunnen zorgen voor een secretoire diarree. Vooral clostridium soorten kunnen dit veroorzaken. Ook endotoxinen van Salmonella kunnen hieraan bijdragen.

11

Hoe ziet de mest eruit van koeien waarvan het aandeel snelfermenteerbare producten in het rantsoen erg groot is? Hoe verklaart u dit?

Vooral koolhydraten zijn snelfermenteerbaar. De motiliteit gaat sneller. De nog niet gefermenteerde eiwitten en vetten worden niet goed opgenomen. Eiwitten en vetten komen dan in de feces terecht. Je kunt echt voerdelen in de mest zien. Door osmotische aantrekking kun je dunne mest in de darmen krijgen en door fermentatie in de dikke darm kan dan de osmotische waarde nog meer toenemen en meer dunne mest ontstaan.

12

Soms zijn er in de faeces van dieren bewijzen te vinden die duiden op een ontsteking ergens in het maagdarmkanaal. Ga na wat dat zou kunnen zijn. Is het mogelijk om daarbij een onderscheid te maken tussen een ontsteking in de dunne of in de dikke darm?

Melena of bloed in de feces. Melena duidt op een probleem in de dunne darm, bloed in de feces duidt op een probleem in de dikke darm. Dit is geen zwart-wit onderscheid. Melena kan uit de slokdarm, keel, maag, dunne darm en soms zelfs caecum komen. Melena is verteerd bloed. Slijm. Wormen en eieren (microscoop). Spoelwormen of segmenten van lintwormen (proglottiden). De segmenten kruipen actief de anus uit. Fibrinevellen kun je in de feces waarnemen. Dit zie je met name bij dikke darm problemen. Bij dunne darmen zou dan deels vertering zijn en dat zie je dan niet.

13

Welke verschijnselen kunt u afgezien van diarree tijdens een klinisch onderzoek aan dieren met een infectie in het maagdarmkanaal waarnemen? Welke verschijnselen suggereren dat deze infectie in de dikke danwel dunne darm zit?

Uitdroging (dier heeft een vertraagde turgor, dieper liggende ogen, te lange CRT, bleke slijmvliezen, koude extremiteiten, zwakke pols). Bij septische shock kun je rode slijmvliezen en puntbloedingen zien. Bij specifieke eiwitverliezen kun je spieratrofie zien. Koorts, normale diarree en hypothermie (bij shock bijvoorbeeld) kun je zien. Braken kan ook alleen bij diarree. Buikpijn (trappen, rekken, bol staan). Mus. Défense. Soms verdikte darmdelen, gasbellen, buikomgang kan toenemen, toegenomen borborygmi (of juist afwezige). Afhankelijk van de primaire oorzaak kun je ook andere verschijnselen waarnemen. Poepen en er komt niets, hele hoge frequentie (dikke darm diarree). Slijmvlies is geprikkeld en geeft continu aandrang, maar eigenlijk hoef je niet echt. Pijn tijdens het poepen en persen (tenesmus), langer en vaker.

14

Wat zou u bij bloedonderzoek kunnen waarnemen bij dieren met een infectie in het maagdarmkanaal? Verklaar uw antwoorden

Verhoogde hematocriet door uitdroging. Leukocytopenie bij sepsis. Leukocytose bij te veel. Te veel eo’s bij parasitaire oorzaken. Bij te weinig terugresorptie van bicarbonaat krijg je verzuring van je bloed. Dit is een acidose. Kalium kan verlagen omdat het normaalgesproken wordt uitgescheiden door de darm, bij versnelde passage wordt het dan niet meer opnemen. Bij braken verlies je heel veel H+jes. Vervolgens moet H+ de cel uit en het bloed uit. Om de elektronische gradiënt goed te houden gaat Kalium het bloed uit en de cel in. Eiwitten kunnen verminderd zijn door protein loosing enteropathy. De eiwitten kunnen verhoogd zijn in het bloed door uitdroging. Globulines kunnen ook te hoog worden. Bijvoorbeeld bij paratbc bij het rund. Bij uremie kan er een prerenale, een renale en een postrenale oorzaak zijn. Bij uitdroging kan je prerenale uremie krijgen door uitdroging (de bloeddruk wordt minder waardoor er niet goed wordt gefiltreerd). Bij circulerende toxines kan ook de nier zelf worden aangetast waardoor ureum niet meer zou kunnen filteren.