Hoorcollege 6 - A Flashcards Preview

Digestie > Hoorcollege 6 - A > Flashcards

Flashcards in Hoorcollege 6 - A Deck (55):
1

Wat is een reactiepatroon?

Dit is het scala van reacties van een bepaald orgaan of weefsel. Verschillende ziekten kunnen leiden tot zelfde reactiepatroon en kennis van algemene reactiepatronen is van belang voor begrip morfologische en functionele gevolgen van een aandoening.

2

Geef alle manieren waarop een orgaan kleiner kan worden

- Atrofie
- Hypoplasie
- Aplasie

3

Geef alle manieren waarop een orgaan groter kan wordne

- Hypertrofie
- Hyperplasie
- Neoplasie

4

Hoe noem je het als een weefsel anders differentieerd dan normaal?

Metaplasie

5

Geef de algemene pathologische veranderingen

1. Orgaan kan kleiner worden
- Atrofie
- Hypoplasie
- Aplasie

2. Orgaan kan groter worden
- Hypertrofie
- Hyperplasie
- Neoplasie

3. Metaplasie

4. Apoptose (degeneratie / necrose, met of zonder erosies / ulvera)

5. Ontsteking

6. Ontwikkelingsstroornissen

7. Liggingsveranderingen en dilatasie

2. Orgaan kan kl

6

Welke aspecten van de macroscopische beelden kun je beschrijven? Geef er 6.

1. Korte beschrijving van de laesies (grootte, vorm, kleur, distributie)

2. Morfologische diagnose

3. Etiologie (oorzaak)

4. Pathologie (hoe zijn de laesies ontstaan?)

5. Naam van aandoening

6. Mogelijke differentiaal diagnose (n.a.v. anamnese en pathologie)

7

Wat is een morfologische diagnose?

Dit is een beschrijving en interpretatie van de belangrijkste laesies met behulp van pathologische terminologie (vaktaal/jargon) zonder een uitsptraak over de oorzaak. Morfologische is ook wel pathologisch-anatomische.

8

Uit welke componenten is een morfologische diagnose voor een ontsteking opgebouwd?

Orgaan, meestal met achtervoegsel -itis. Vervolgens geef je een nadere specificatie waarin de ernst, duur, verspreiding, type exsudaat en andere kenmerken worden opgenomen. Voorbeeld: matige diffuse sereuze gastritis.

9

Bindweefsel zegt iets over..

De duur van een ontsteking. Bindweefsel wordt pas na ongeveer een week gevormd (chronisch)

10

Bovenkaak te kort.

Formeel zeggen we dat de onderkaak te lang is. Dit heet prognatia inferror

11

Hoe noem je een te korte onderkaak?

Brachygnatia inferior

12

Wat zie je bij een tumor ook vaak?

Bij een tumor zit vaak ook een ontsteking. De tumor is dan een belangrijkere diagnose dan de ontsteking en die noem je dan ook eerst.

13

Wat voor vorm van hyperplasie komen we vaak tegen in de bek van de hond?

Epulis

14

Wat neoplasie komt je vaak tegen bij de bek van een hond en welke bij de bek van een kat?

Bij de hond: melanoom
Bij de kat: plaveiselcelcarcinoom

15

Waarom is een melanoom goed te herkennen en welke vorm nemen ze aan bij honden?

Melanoom is met het blote oog goed te herkennen zolang hij nog melanine maakt: donkere kleuring. Melanomen in de mondholte van de hond zijn in de meeste gevallen kwaadaardig.

16

Zelfde aantal cellen maar cellen zijn groter

Hypertrofie

17

Meer cellen dan normaal

Hyperplasie

18

Ander woord voor ontsteking aan de lippen

Cheilitis

19

Blaasje

Vesiculair

20

Verlies van epitheel, basaalmembraan in tact

Erosief en ulceratief

21

Verlies van epitheel, basaalmembraan ook weg

Ulceratief

22

Verdikking, stevig

Papulair

23

Dof, dood weefsel

Necrotiserend

24

Veel eosinofielen

Eosinofiel

25

Veel lymfocyten en plasmacellen

Lymfoplasmacytair

26

Welke vormen van malocclusie ken je?

Dentale malocclusie (gebit)
Skeletale malocclusie (kaak)
Beide

27

Hoe weet je dat alles weg is na verwijdering van tumor?

De randen van de snede worden bekeken. Dit wil niet alles zeggen.

28

Wat veroorzaakt actinomycose en wat kun je dan zien?

Actinomyces bovis. De bacterie is meestal ubiquitair aanwezig. Bij beschadiging van slijmvlies kan het indringen en groeien. Zwelling van de kaak met botnieuwvorming, necrosehaarden en ontsteking. Chronische necrogranulomateuze osteomyelitis

29

Waardoor kun je focaal verspreide ulcera op de tong van de kat zien?

Eosinofiel granuloom, trauma, plaveiselcelcarcinoom. Ook virale infecties kunnen dit beeld geven

30

Qat is een bijzondere reden voor honden om ulcera op de tong te hebben?

Uremie (nierfalen). Te veel ureum in de circulatie kan irritatie van de slijmvliesen geven in het maagdarmkanaal en op te tong. Bij de hond moet je dus ook de functie van de nier testen.

31

Wat voor reactiepatronen kunnen tonsillen laten zien?

Hyperplasie, ontsteking en neoplasie. Vanaf de tonsil kan bijvoorbeeld een plaveiselcelcarcinoom makkelijk uitzaaien.

32

Geef het reactiepatroon van de slokdarm en de krop

Obstructie
Dilatatie (verwijding)
Strictuur (vernauwing)
Degeneratie/necrose
Oesophagitis (ontsteking)
Neoplasie

33

Wat gebeurt er bij een koe met een obstructie in de oesophagus?

De koe krijgt dilatatie van alles caudaal van de obstructie omdat de ructus niet plaats kan vinden. Je krijgt dus tympanie

34

Wanneer zie je strictuur?

Bij bijvoorbeeld bindweefselvorming bij een chronische ontsteking.

35

Waar duiden opstaande randjes op bij een ulcera?

Die duiden op bindweefselvorming. Je kan dan aannemen dat het gaat om een chronisch probleem

36

Waarom kan een schaap multipele witte prominerende goed omschreven noduli op de oppervlakte van de slokdarm hebben?

Sarcocystis gigantea. Dit is een protozo. Dier wordt afgekeurd voor consumptie

37

Wat zegt een spierhypertrofie van distale slokdarm?

Dit heeft bij het paard vaak geen klinische betekenis. Meestal is het een toevalsbevinding bij sectie

38

Geef het reactiepatroon van de voormagen

- Tympanie (overvulling met gas)
- Ontsteking
- Neoplasie

39

Geef het reactiepatroon van de (leb)maag

1. Liggingsveranderingen
2. Dilatatie / overlading
3. Veranderingen in lumen
4. Veranderingen in wand
5. Circulatiestoornissen

40

Werlke veranderingen in de wand van de (leb) maag kunnen worden gezien?

1. Slijmproductie toe of afgenomen (met of zonder metaplasie)

2. Regressie: atrofie, degenereatie en necrose met of zonder erosies en ulcera

3. Proliferatie klirweefsel: toe of afgenomen

4. Ontsteking

5. Neoplasie

41

Geef een voorbeeld van een circulatiestoornis

Oedeem

42

Waardoor kunnen er veranderingen in het lumen van de (leb)maag plaatsvinden?

Bijvoorbeeld door vreemde voorwerpen

43

Wat zie je bij een maagdraaiing van de hond en hoe noem je dit ook wel.

De maag is vergroot en ook de milt is vergroot. De milt is hyperemisch. Maagdilatatie-volculus met stuwing en dislocatie van de milt. De milt wordt meegenomen in de draaiing van de maag, kan zijn bloed niet meer afvoeren maar krijgt wel bloed aangevoerd en zwelt zo als het ware op. Dit is een probleem bij grote rassen met diepe borst. Acuut ingrijpen is nodig

44

Wat gebeurt er bij een paard met een grote ruptuur in de maag?

Dit komt door overlading van de maag. Voedsel kan vrij in de buikholte komen en aanleiding geven voor een ernstige peritonitis (levensgevaarlijk)

45

Ante-mortem ruptuur van een postmortale ruptuur onderscheiden?

Postmortem kan de ruptuur ook zijn ontstaan door extra gasvorming. Bij een ante-mortem ruptuur komt acuut bloed vrij, je krijgt heel veel zwelling, je krijgt een gerafelde wondrand en fibrine. Dat kan macroscopisch worden vastgesteld. Deze wondrand is bleek en niet gezwollen (postmortaal).

46

Hoe kan een maagoverlading ontstaan bij paarden?

Bij paarden kan een maagoverlading komen door een fout in de aansturing. Dit is dan een onderliggend neurologisch probleem. Dit wordt Grass sickness genoemd (equine dysautonomie) en dit geeft recidiverende maagoverlading. Neuronen zijn klein en rood in plaats van groot en paars in de histologie. Dit is degeneratie en necrose van neuronen in autonome ganglia (zoals in het ganglion coeliacum) en in verschillende nuclei van de hersenstam en het ruggenmerg. Deze dieren zijn niet meer te redden.

47

Hoe noem je haarballen ook wel en waar zie je ze? Wat is het klinisch belang?

Haarballen worden ook wel trichobezoars genoemd. Het zijn stevige ballen. Je ziet ze in de pens van kalveren. Het klinisch belang: deze dieren likken heel veel omdat ze te weinig ruwvoer krijgen. Het leidt ook tot een verteringsprobleem omdat het ruwvoer nodig is.

48

Wat kan er gebeuren als de pens te zuur is?

De pens is zuur door het geven van te weinig ruwvoer en te veel brokjes. Fusobacterium necrophorum kan dan groeien. Dit zorgt voor een (chronische) rumenitis met conformerende, samenvloeiende, ulcera met necrose van de penswand.

49

Ander woord voor pens?

Rumen

50

Beschrijf de verschillende soorten exsudaat van minder erg naar wel erg

1. Catarrhaal. Wel ontstekingscellen (neutro's) maar slijmvlieswand is nog in tact.

2. Purulent. Veel meer neutro's en afbraak weefsel.

3. Hemorragisch. Bloedingen erbij.

4. Pseudomembraneus (inclusief ulceratief). Groot necrotisch beslag op mucosa als velletje, met ulcera's

51

Ontsteking van de maag

Gastritis

52

Wat valt er allemaal onder een exsudatieve ontsteking?

Catarrhaal, purulent, hemorragisch, pseudomembraneus (inclusief ulceratief). Deze treden allemaal uit de bloedbaan.

53

Wat zien we bij een varken met salmonella in de maag?

Pseudomembraneuze gastritis met boutons. Boutons zien er echt uit als knopjes.

54

Wat is een complicatie van een maagulcus?

Een maagbloeding. Dit zie je als een ulcus een bloedvat raakt. Dan krijg je een groot stolsel in de maagholte. Bij varkens zie je dat nog wel eens. Dan treft de boer een lijkbleek varken met soms bloed uit de anus. Op sectie zit er dan een enorm stolsel in de maag.

55

Noem twee parasitaire infecties van de maag bij het paard

Gasterophilus sp en Parascaris equorum (spoelworm). Gasterophilus sp geeft gastritis op plaats van aanhechting en parascaris equorum geeft geen gastritis. Gastritis is meestal eosinofiel of granulomateus