Practicum 13 - C - DUIF Flashcards Preview

Digestie > Practicum 13 - C - DUIF > Flashcards

Flashcards in Practicum 13 - C - DUIF Deck (65):
1

Wat doe je eerst als als er een duif wordt aangeboden in de praktijk?

Anamnese, algemene indruk en algemeen lichamelijk onderzoek. Wanneer er vanuit de anamnese of het lichamelijk onderzoek aanwijzingen naar voren komen die duiden op problemen in het maagdarmkanaal is het wenselijk een onderzoek van het digestiestelsel uit te voeren.

2

Geef de grote lijnen van het digestiestelsel van de duif.

- Aanvullende anamnese
- Onderzoek van de kop (inclusief bekinspectie)
- Onderzoek van de hals (slokdarm)
- Onderzoek van het abdomen
- Onderzoek van anus en perineum
- Rectaal toucher
- Aanvullend onderzoek

3

Waar besteed je specifiek aandacht aan bij de aanvullende anamnese bij de duif?

Er wordt aandacht besteed aan symptomen die specifiek optreden bij problemen van het maagdarmkanaal. Net als bij de hond en kat manifesteren problemen in het maagdarmkanaal bij vogels zich met name in de vorm van braken/regurgiteren en diarree.

4

Welke andere (aspecifieke) verschijnselen kunnen worden gezien bij vogels met maagdarmproblemen?

- Anorexie/verminderde eetlust
- Vermageren
- Dysfagie
- Pica (eten van vreemde voorwerpen)
- Constipatie en/of tenesmus
- Verschijnselen van algeem ziek zijn zoals lusteloosheid.

5

Waar vraag je naar bij het opmerken v an een symptoom?

Moment van ontstaan, verloop en eventuele ingestelde behandelingen (inclusief het effect daarvan).

6

Waarom is het onderscheid maken tussen braken en regurgiteren bij vogels lastig?

In tegenstelling tot honden en katten gaat het in beide gevallen om een actief proces.

7

Wat is de krop?

De meeste vogels hebben een krop waarin voer tijdelijk opgeslagen wordt voordat het naar de maag getransporteerd wordt. Vanuit de krop kan voer actief worden opgegeven richting de bek; een proces wat in de volksmond vaak geclassificeerd wordt als regurgiteren en wat fysiologisch optreedt in het kader van bijvoorbeeld het voeden en grootbregen van jongeren.

8

Wat moet je vaststellen bij braken of regurgiteren van de vogel?

- Onder welke omstandigheden vindt het braken of regurgiteren plaats? (bijvoobeeld gerelateerd aan voedselopname)
- Wat is de frequentie waarmee het braken of regurgiteren optreedt?
- Wat is de aard en de hoeveelheid van het geproduceerd braaksel? (bv. Voer, slijm, ruikt zuur)
- Zijn er andere ziekteverschijnselen aanwezig? (om onderscheid te maken tussen braken of regurgiteren als gevolg van ziekte versus fysiologisch of gedragsmatig regurgiteren)
- Zijn er inleidende verschijnselen of tekenen van misselijkheid aanwezig? (speekselen, onrust, slikken)

9

Wanneer is er sprake van diarree bij de vogel?

Van diarree is sprake wanneer een verandering in de hoeveelheid of consistentie van de feces is opgetreden, of wanneer de frequentie van defeceren duidelijk verhoogd is. In dit geval is het belangrijk om te weten wat de normale frequentie van defeceren is.

10

Geef de normale frequentie van defeceren van parkieten en postduiven.

Geef de normale frequentie van defeceren van parkieten en postduiven.
- Parkieten produceren 25 à 50 hoopjes per 24 uur.
- Postduiven produceren tot 25 hoopjes per 24 uur. Bij duiven die op eieren zitten is dit gereduceerd tot maximaal 10 hoopjes per dag.
- Bij anorexie kan de frequentie van defeceren beduidend afnemen

11

Waar moet je bij vogels rekening mee houden wat betreft de ontlasting?

Bij vogels dient er rekening gehouden te worden dat de urinewegen en het darmkanaal beiden uitmonden in de cloaca, met als gevolg dat de ontlasting van een vogel uit meerdere feces bestaat:
- Feces (de daadwerkelijke ontlasting)
- Urine
- Uraten (witte vlag)

12

Wat is voor eigenaren bij vogels moeilijk te onderscheiden bij diarree?

Voor eigenaren is het vaak lastig onderscheid te maken tussen polyurie (toename van urineproductie) en diarree. Om te kunnen differentiëren tussen beide dient bij het afnemen van de anamnese zorgvuldig navraag gedaan te worden welk van de fracties veranderd is. Een toename van helder vocht rondom een normaal gevormd hoopje duidt op polyurie terwijl een brijige of waterige, slecht gevormd hoopje duidt op diarree. Wanneer het op basis van de anamnese van de eigenaar niet duidelijk wordt of er sprake is van diarree of van polyurie kan het zelf bekijken van de ontlasting in de kooi (een onderdeel van de routinematig uitgevoerde inspectie van het dier en zijn omgeving) ook uitkomst bieden.

13

Welke aspecten van de ontlasting worden beoordeeld?

- Hoeveelheid
- Consistentie
- Kleur
- Geur
- Vertering
- Aanwezigheid van bijmenging (bloed, slijm, wormen)

14

Waarvan is de kleur van de ontlasting van vogels afhankelijk? Waar duiden veranderingen op?

De kleur van de ontlasting is sterk afhankelijk van het type voer dat door de vogel geconsumeerd wordt. Bepaalde kleurveranderingen kunnen echter duiden op specifieke problemen. Zo kan felgekleurde groene feces bijvoorbeeld op anorexie duiden, terwijl zwart gekleurde ontlasting duidt op bloedverlies hoog in het maagdarmkanaal (melena) en lichter gekleurde / witte volumnieuze ontlasting een aanwijzing vormt voor maldigestie in het kader van een exocriene pancreasinsufficiëntie (EPI).

15

Hoe kun je zien dat de lever is aangetast?

Onderzoek van de ontlasting kan informatie opleveren of de lever aangetast is. Bij een vogel met een leveraandoening wordt biliverdine via de nieren uitgescheiden. Indien de uraten groen van kleur zijn is dit daarom een teken van leveraantasting en is dit vergelijkbaar met icterus (geelzucht) bij zoogdieren.

16

Hoe ruikt ontlasting van vogels?

De ontlasting van de meeste (als gezelschapdier) gehouden vogels is vrijwel geurloos. In het kader van bepaalde (bacteriële en/of gist-) infecties kan de ontlasting zuurg gaan ruiken en/of stinken.

17

Wat zie je bij maldigestie?

Dan kunnen onverteerde zaden in de ontlasting worden aangetroffen (mits de vogel op een zadendieet staat).

18

Hoe verloopt het lichamelijk onderzoek van het digestiestelsel van vogels?

Net als bij de hond en de kat wordt het onderzoek van het digestiestelsel van vogels van voren naar achteren uitgevoerd waarbij achtereenvolgens aandacht besteed wordt aan de volgende onderdelen:

- Snavel en mondholte
- Keelholte (farynx)
- Slokdarm en krop
- Abdomen
- Cloaca
- Onderzoek van de mest

Om het lichamelijk onderzoek bij de duif uit te voeren dient deze gehanteerd te worden.

19

Hoe hanteer je een duif?

Postduiven worden in een duivenmand ter onderzoek aangeboden. Bij het uit de mand halen moet men ervoor zaorgen dat de duif met de kop als eerste uit de mand wordt gehaald zodat de slagpennen van de vleugels niet ‘tegen de draad in’ langs de rand worden bewogen. Bij het vasthouden van de duif zorgt men ervoor dat de kop altijd naar de onderzoeker gekeerd is. Het dier wordt met de volle hand omvat, waarbij zich vier vingers onder het lichaam bevinden en de duim op de rug. Beide vleugels worden tegen het lichaam gehouden met de uiteinden van de slagpennen van beide vleugels kruislings over elkaar op de rug van het dier (onder de duim). Poten worden tussen wijs- en middelvinger geklemd.

20

Waar moet je op letten bij het oppakken van een vogel?

Vogels hebben geen diafragma. Bij het omklemmen van het borstbeen kan een kleine vogel gemakkelijk stikken.

21

Wat hebben vogels in plaats van tanden?

De functie van de snijtanden en lippen wordt overgenomen door de snijdende rand van de snavel, terwijl bij zaadetende vogels de malende functie van de kiezen wordt overgenomen door (steentjes in) de spiermaag. De enige ‘tand’ die bij vogels wordt gezien is de eitand.

22

Wat is de eitand?

Dit is een harde, scherpe uitstulping aan de rostrodorsale zijde van de bovensnavel, bij vogels die recent uit het ei zijn dekomen. Deze eitand helpt het kuiken om de eischaal open te breken.

23

Waar wordt de snavel door gevormd?

De snavel wordt gevormd door bot uit de boven- en onderkaak, dat wordt bedekt door een hoornige epitheellaag, vergelijkbaar met de hoef van een paard. De groeisnelheid van het hoorn van de bovensnavel van een grasparkiet bedraagt ongeveer 7.5 cm per jaar. Bij sommige vogelsoorten bedraagt de groeisnelheid het dubbele.

24

Waar wordt het verschil in snavel door bepaald?

Tussen de diverse vogelsoorten bestaan zeer grote verschillen in de snavelvorm die voornamelijk worden bepaald door de aard van het voedsel en de wijze van voedselopname.

25

Hoe fixeer je voor inspectie van de snavel?

Om de snavel te inspecteren wordt de kop geficeerd tussen de duim en de middelvinger. Hierbij wordt de duim ongeveer op de opening van de gehoorgang geplaatst en rust de kop op de wijsvinger. De snavel rust op de wijsvinger. Bij de inspectie van de snavel wordt beide zijden van het hoofd van de duif onderzocht. Hiertoe wordt de duif bij voorkeur in de andere hand overgepakt, waarbij de linker- en rechterzijde van de duif worden beoordeeld terwijl de kop in respectievelijk de linker- of rechterhand wordt gefixeerd.

26

Waar let je op bij inspectie van de snavel?

- Stand
- Vorm
- Lengte
- Kleur
- Aansluiting boven- en ondersnavel
- Laesies (bijvoorbeeld fracturen), onregelmatigheden en deformiteiten

27

Welke afwijkingen aan de snavel kun je tegenkomen?

Behalve door trauma, dat kan leiden tot het scheer groeien van de onder- of bovensnavel, kunnen afwijkingen in de snavelvorm ontstaan door infecties die resulteren in storingen in de groei of de afslijting van het hoorn. Voorbeelden hiervan zijn de schurftinfecties rond de snavelbasis bij grasparkieten veroorzaakt door de Knemidocoptes mijt of aantasting van de germinatieve laag door trauma. Bij vogels die in gevangenschap leven en kant-en-klaar voer aangeboden krijgen kan de afslijting aan de periferie onvoldoende zijn, waardoor een overgroeide snavel ontstaat. Als gevolg van voeding die te weinig calcium bevat kunnen daarnaast zachte snavels (rubber beak) ontstaan, vooral bij jonge, groeiende vogels.

28

Hoe open je de bek van een postduif?

Om de bek van een postduif te openen pakt men – van onder af tussen duim, middelvinger en wijsvinger – de onder- en bovensnavel. Vervolgens wordt de kop evenwijdig aan de rug naar achteren geduwd waarbij boven en ondersnavel horizontaal moeten blijven. Terwijl duim en middelvinger de volle lengte van de ondersnavel blijven omvatten laat men de bovensnavel door deze vingers glijden, terwijl de wijsvinger op de punt van de bovensnavel blijft rusten. De bek zal zich nu vanzezlf openen. Men heeft daarna alleen de ondersnavel vast tussen duim en wijsvinger, terwijl de bovensnavel gestabiliseerd wordt met de punt van de wijsvinger.

29

Wat is er belangrijk bij het openen van de bek?

Het is belangrijk dat de ondersnavel niet aan de punt wordt vastgehouden maar over de gehele lengte tussen duim en middelvinger, omdat de snavel anders makkelijk kan buigen en eventueel breken.

30

Waarop beoordeel je het mondslijmvlies?

Het mondslijmvlies beoordeel je op kleur, geur, vochtigheid en op het voorkomen van deformiteiten, laesies of parasieten. Bij sommige vogelsoorten is het mondslijmvlies gepigmenteerd. Er mogen zich in de mondholte geen verdikkingen of woekeringen bevinden, evenmin sals slijmdraden. De choanae (verhemeltespleet) behoort open te zijn. Door gebruik te maken van een goede lichtbron kun je de mondholte beter inspecteren.

31

Wat hoor je aan de rand van het verhemelte bij postduiven te zien?

De rand van het verhemelte is bij postduiven normaal voorzien van papillen. Als postduiven een infectie in dat gebied hebben doorgemaakt is deze karteling vaak verdwenen. In veel gevallen is hierbij sprake van een protozoaire infectie met Trichomonas gallinae (’t Geel). Bij een actieve infectie met deze parasiet kunnen gele plakkaten in de mondholte worden waargenomen. Deze gele haardjes moeten worden onderscheiden van witte haardjes door speekselstenen (sialolieten), die geen klinische betekenis hebben.

32

Hoe kun je onder de tong kijken en waar zoek je dan naar?

Bij het onderzoek van de mondholte kan (met behulp van een pincet) onder de tong worden gekeken of er corpora aliena aanwezig zijn. Draadjes kunnen rond de tong of om de tongbasis zijn geslagen. Bij aas-etende vogels kan een trachearing van een prooidier om de tong zijn geschoven en necrose hebben veroorzaakt.

33

Wat moet je doen voor de diagnostiek van Trichomonas gallinae?

Voor de diagnostiek van Trichomonas gallinae wordt een keeluitstrijkje gemaakt (nadat de gehele duif eerst onderzocht is).

34

Wat heb je nodig voor een keeluitstrijkje?

Het maken van een lichaamswarm keeluitstrijkje behoort tot het routineonderzoek bij duiven. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van een wattenstokje dat door de onderzoeker zelf gemaakt wordt door het uiteinde van een stokje al draaiende in de nabijheid van een plukje watten te brengen en – nadat het stokje vat heeft gekregen op de watten – de watten goed strak om het stokje te draaien. De watten worden daarna nat gemaakt met (lauw)warm kraanwater of fysiologisch zout. Dit hoeft niet steriel te zijn.

35

Hoe doe je een keeluitstrijkje?

De eigenaar houdt de duif vast terwijl de onderzoeker met één hand de kop fixeert en met de andere hand een keeluitstrijkje maakt. De kop wordt gefixeerd door deze vanaf caudaal aan de ventrale zijde te omvatten tussen middelvinger en ringvinger, terwijl duim en wijsvinger vanaf vaudaal de snavel aan de basis omvatten. De hals wordt gestrekt zodat er een rechte lijn ontstaat tussen ondersnavel en de punt van het borstbeen. Vervolgens wordt de bek van het dier geopend door met een vinger van de hand waarin zich het wattenstokje bevindt, boven- en ondersnavel van elkaar te bewegen. De snavel wordt opengehouden door duim en wijsvinger (van de hand die de hals omvag) in de mondhoeken te drukken. Nadat de hals van het dier is gestrekt wordt het wattenstokje al draaiende ongeveer 5 cm in de slokdarm geschoven. Eén druppel vocht van het watje wordt vervolgens op een voorwerpglaasje gebracht, bedekt met een dekglaasje en direct (lichaamswarm) bekeken onder de microscoop bij een vergroting van 10 x 10.

36

Wat kan je zien onder de microscoop bij een Trichomonas infectie?

Bij een Trichomonas-infectie kan men de door de zweepdraden veroorzaakte beweging van de flagellaten waarnemen. De aanwezigheid van epitheelcellen in het preperaat is een aanwijzing dat het uitstrijkje op de juiste wijze is gemaakt. Eventueel kunnen ook andere infecties, zoals een gistinfectie (bijvoorbeeld Candida) met behulp van een keeluitstrijkje worden gediagnosticeerd (na kleuren).

37

Waaruit bestaat het onderzoek van de hals?

Het onderzoek van de hals bestaat uit inspectie en palpatie van de hals op eventuele deformiteiten. De slokdarm verloopt bij vogels, in tegenstelling tot bij zoogdieren, aan de rechterzijde van de hals. Bij vele vogelsoorten bevindt zich ter plaatse van de borstingang een zakvormig divertikel van de slokdarm: de krop. De halswervels kunnen goed worden gepalpeerd.

38

Kun je de slokdarm van de vogel voelen?

Normaliter behoort de slokdarm niet zichtbaar en/of voelbaar te zijn. De inhoud van de krop is wel goed te voelen. Trachea en halswervels hoor je ook te kunnen voelen.

39

Wat is de functie van de krop?

De functie van de krop is om voer op te slaan als de maag (nog) vol is. Bij sommige graaneters (zoals pluimvee) kan het graan al enigszins zachter worden door de aanwezigheid van amylase uit het speeksel, voordat het in de maag verder wordt verteerd.

40

Hoe ziet de krop eruit?

De anatomie van de krop wisselt per vogelsoort. Vlees en viseters hebben geen (echte) krop terwijl zaadeters een zeer uitgebreide krop kunnen hebben.

41

Hoe lokaliseer je de krop?

Om de krop te lokaliseren dient de carina van het sternum opgezocht te worden en naar craniaal vervolgd. De krop bevindt zich bij de borstingang, net craniaal van de punt van het borstbeen. De krop kan gepalpeerd worden door de duim en vingers van de hand bij de borstingang bijeen te brengen. De krop dient beoordeeld te worden op vullingsgraad (een indicatie van de voedingstoestand op korte termijn), consistentie van de inhoud, dikte van de wand, spiertonus en aanwezigheid van eventuele deformiteiten.

42

Wat is kropmelk?

Bij de duif zien we, zowel bij de doffer als bij de duivin, gedurende de eerste dagen (maximaal 2 weken) nadat de jongen uit het ei zijn gekropen, vorming van de ‘kropmelk’. Deze kropmelk bestaat uit een brijachtige massa van losgeraakte, vervette epitheelcellen die dient om de jongen te voederen.

43

Wat kun je zien door de veren in de regio van de krop te spreiden?

Door de veren in de regio van de krop te spreiden kan ook de huid beoordeeld worden op aanwezigheid van eventuele laesies, verkleuringen of necrose, die kunnen optreden in het kader van bijvoorbeeld kropverbrandingen of andersoortig trauma. Omdat de huid zeer dun is kan gebruik gemaakt worden van een sterke lichtbron (zogenaamde transilluminatie) om eventuele vreemde voorwerpen vast te stellen.

44

Waarin wordt een onderscheid gemaakt bij het bepalen van de voedingstoestand?

- Korte termijn: vulling van de krop
- Lange termijn: omvang pectoraal bespiering aan weerzijde van de carina

45

Waaruit bestaat het onderzoek van de buikholte en waarom is uitgebreide palpatie niet mogelijk?

Het onderzoek van de buikholte bestaat uit inspectie en palpatie van de buikholte op eventuele deformiteiten. De aanwezigheid van het grote sternum leidt ertoe dat uitgebreide palpatie van de buikholte bij vogels veelal niet mogelijk is. Echter, de afstand tussen de legbeentjes en het caudale eind van het sternum kan een aanwijzing geven voor ruimte-innemende processen (tumor, ei, vocht) in de buikholte. Normaal bedraagt deze afstand bij de postduif en de grijze roodstaart papegaai maximaal 2 vingerbreedtes (ca. 3 cm).

46

Hoe vind je de buikholte?

Door de carina van de vogel naar caudaal te volgen, kom je bij de buikholte uit. Het is dan mogelijk om de afstand te bepalen vanaf dit punt tot aan de legbeentjes. Nadat vastgesteld is wat deze afstand is, kan een vinger tussen de legbeentjes gebracht worden. Deze hoort hier niet makkelijk tussen te plaatsen te zijn.

47

Hoe groot is de afstand tussen beide legbeentjes normaal?

De afstand tussen de beide legbeentjes bedraagt normaal gesproken enkele millimeters. Bij vrouwelijke vogels gaan de legbeentjes uit elkaar staan rond het eileggen. Ook bij pathologische veranderingen in de buikholte (zowel bij mannelijke als bij vrouwelijke vogels) kunnen de legbeentjes te wijd uit elkaar staan. De afstand tussen de legbeentjes is dus geen betrouwbare methode om het geslacht van de vogels te bepalen.

48

Wat kun je voelen bij buikpalpatie?

Bij palpatie van het abdomen bij zaadetende vogels is meestal alleen de spiermaag als stevig orgaan te voelen, craniaal in de buikholte, onder het sternum. Bij vleesetende vogels is deze maag meer pasteus van consistentie. Bij grote vogelsoorten kan soms net de rand van de lever caudaal van het sternum worden gepalpeerd. De overige organen zijn normaal niet te palperen, met uitzondering van eieren in het oviduct vlak voor het leggen.

49

Ander woord voor kliermaag?

Proventriculus

50

Wat verbindt de kliermaag en de spiermaag?

Isthmus

51

Ander woord voor spiermaag

Ventriculus

52

Kun je organen ook zien?

Vooral bij kleine vogelsoorten ziet men vaak organen door de relatief dunne buikwand heen schemeren, als de veertjes aan de ventrale zijde, caudaal van het borstbeen terzijde worden geblazen en/of gespreid (na natmaken met een klein beetje water of alcohol). Bij kanaries is normaal een 2 mm brede band van de lever zichtbaar net achter de caudale rand van het sternum. Bij een infectie met Atoxoplasma (een protozoair organisme, vergelijkbaar met coccidiën) kan een vergroting van de lever optreden. Bij een enteritis kan men vaak de rode dunne darm door de buikwand heen zien schemeren.

53

Kun je een undulatieproef doen bij een vogel?

De buik van vogels is te klein om een undulatie (makkelijk) op te kunnen wekken. Bij een ascites is de buik echter bol en gespannen en voelt als een ballon die met water is gevuld.

54

Wat is de cloaca?

De cloaca van een vogel is vergelijkbaar met de anus van een zoogdier. Echter, bij een vogel monden zowel de darm, ureteren (urineleiders) als de schaalklier of ductes deferens (zaadleider) hierin uit. Normaalgesproken manifesteert de cloaca zich als ee nklokvormige verwijding aan het einde van het colon/rectum en bestaat uit een coprodeum, urodeum en proctodeum. De Bursa van Fabricius (een orgaan dat bij jonge vogels aanwezig is en een belangrijke rol speelt in de afweer) mondt uit in de dorsale wand van het proctodeum.

55

Wat is het coprodeum?

Het coprodeum mondt in het rectum uit, en is een extensie van het colon. De geproduceerde urine wordt retrograad naar het coprodeum getransporteerd en daar geresorbeerd. Het coprodeum wordt door een plooi gescheiden van het urodeum.

56

Wat is het urodeum?

De ureteren en de genitale afvoergangen monden in de dorsale wand van het urodeum uit. Bij mannelijke zangvogels (passeriformes) verwijdt het distale uiteinde van de ductus deferens tijdens het kweekseizoen en zorgt ervoor dat de cloaca uitpuilt.

57

Wat is het proctodeum?

Dit kleine laatste deel van de cloaca wordt van het urodeum gescheiden door een plooi. De Bursa van Fabricius mondt uit in de dorsale wand van de proctodeum. In de Bursa worden de B-lymfocyten geproduceerd en vidnt hun differentiatie plaats. In de bodem van het proctodeum bevindt zich de fallus van verscheidene diersoorten (o.a. eenden, ganzen, zwanen en struisvogels).

58

Hoe kun je de cloaca van de duif onderzoeken?

Door de staart naar dorsaal te duwen en de buikveren naar craniaal.

59

Waar kijk je naar bij inspectie van de cloaca?

Bij de inspectie kijkt men of de veren in de omgeving van de cloaca niet bezoedeld zijn met feces of bloed. De huid rond de cloaca wordt beoordeeld op eventueel aanwezige ontstekingsverschijnselen en er wordt gelet op in het oog sprikenge afwijkingen (prolaps van oviduct of cloaca; fallusprolaps bij de mannetjes van sommige vogelsoorten).

60

Wanneer voer je een cloacaal toucher uit?

Het cloacaal toucher kan uiteraard alleen bij de wat grotere vogelsoorten worden uitgevoerd en wordt uitsluitend verricht als hiertoe een indicatie bestaat. Het cloacaal toucher wordt uitgevoerd met een vinger die is bedekt met een vingervondoom of een handschoen, voorzien van glijmiddel. Als het ei-leggen niet vordert, kan cloacaal onderzoek (eventueel met gebruikmaking van een speculum) worden verricht om de aard van de eischaal en de positie van het ei nader te onderzoeken. Bij kleine vogelsoorten waarbij het cloacaal toucher niet mogelijk is, kan men de cloaca inwendig inspecteren met een endo-/otoscoop.

61

Wat kun je bij de kanarie vaststellen bij de cloaca?

Bij de kanarie kan men aan de hand van het uitwendige aspect van de cloaca het geslacht vaststellen.

62

Wat kan je met de grootte van de fallus?

Bij sommige vogelsoorten (bijvoorbeeld Anseriformes, Struthioniformes) kan men aan de hand van de grootte van de fallus van het mannelijke dier het geslacht vaststellen.

63

Wat kun je onderzoeken in de feces?

Het liefst lichaamswarme feces kan worden onderzocht op wormeieren, flagellaten en protozoaire oöcysten. Dit behoort tot het routineonderzoek bij als patiënt aangeboden vogels.

64

Hoe verzamel je mest?

Een duif zal defeceren als hij/zij op tafel geplaatst wordt en een poging zal doen om weg te vliegen. Door de handen rondom de vogel te houden wordt voorkomen dat de duif ook daadwerklijk weg vliegt.

65

Welke aanvullende diagnostiek kun je doen?

1. Beeldvormende diagnostiek (natieve röntgenfoto en/of contrastonderzoek en echografie)
2. Bloedonderzoek
3. Fecesonderzoek (Parasitologisch (incl flotatie), kweek en verteringsonderzoek)
4.. Urineonderzoek
5. Endoscopisch onderzoek.
6. Exploratieve laparatomie met verzamelen van biopten
7. Cytologisch en/of histopathologisch onderzoek van DNAB/biopten
8. Dieetmaatregelen
9. Sectie / post mortem onderzoek (in geval van koppeldiagnostiek)