animali Flashcards Preview

Parole > animali > Flashcards

Flashcards in animali Deck (375):
1

pesce

vis

2

Pesce rosso,
Nasello essiccato

Goudvis,
Stokvis

3

pesce rosso

goudvis

4

delfino

dolfijn

5

leone marino

zeeleeuw

6

foca

zeehond

7

tricheco

walrus

8

balenottera

blauwe vinvis

9

balena

walvis

10

orca

orka

11

medusa

kwal

12

squalo

haai

13

trigone

rog

14

murena

muraena de murenen

15

anguilla

Aal = paling

16

stella marina

zeester

17

tartaruga marina

zeeschildpad

18

cozze

mossel

19

crostaceo

het schaaldier

20

aragosta

kreeft

21

granchio

krab

22

gamberetto

garnaal

23

corallo

het koraal

24

alga

het zeewier

25

riccio

zee.egel

26

tonno

tonijn

27

sogliola

tong

28

aringa

haring

29

merluzzo

kabeljauw

30

platessa

schol

31

salmone

zalm

32

nasello

heek: Stokvis

33

sardina

sardine

34

pesce

vis

35

pinne

vin

36

branchia

kieuw

37

frutti di mare

zeevruchten

38

rete

net

39

canna

hengel

40

boccia da pesci

viskom

41

pulire il pesce

uithalen

42

dimenarsi

spartelen

43

respirare

ademen

44

nuotare

zwemmen

45

annegare

verdrinken

46

galleggiare

drijven

47

L uccello

De vogel

48

pinguino

pinguin

49

canarino

kanarie

50

passero

mus

51

pappagallo

papegaai

52

gufo

uil

53

corvo

kraai

54

aquila

Adelaar = arend

55

falco

valk

56

struzzo

struisvogel

57

rapace

roofvogel

58

merlo

merel

59

airone

reiger

60

avvoltoio

gier

61

rondine

swaluw

62

cicogna

ooievaar

63

pettirosso

het roodborstje

64

piccione

duif

65

pavone

pauw

66

fagiano

fazant

67

gabbiano

meeuw

68

cormorano

aalscholver

69

martinpescatore

ijsvogel

70

cucu'

koekoek

71

becco

snavel

72

zampa

poot

73

ali

vleugel

74

ramo

tak

75

nido

het nest

76

piuma

veer
Vroeg uit de veren zijn

77

guscio

de dop

78

migrazione

vogeltrek

79

uovo

het ei

80

oca

gans

81

muta

rui

82

anatra

eend

83

cantare

zingen

84

stare appollaiato

zitten

85

volare

vliegen

86

gracchiare

krassen

87

beccare

pikken

88

migrare

trekken

89

cinguettare

fluiten

90

cinguettare

tjilpen

91

naso curvo

met kromme snavel

92

il cucciolo

de puppy de puppie

93

mettersi appollaiato

neersrijken

94

vitello

het kalf

95

pulcino

het kuiken

96

magnalino

het big

97

puledro

het veulen

98

agnello

het lam

99

Il bestiame
Capo di bestiame

het vee
Stuk vee

100

il cavallo

het paard

101

il maiale

het varken

102

la pecora
Il gregge

het shaap
de kudde

103

il coniglio

het konijn

104

capra

de geit

105

il caprone

de bok

106

l asino

de ezel

107

una mandria di mucche

een kudde koeien

108

Mulo

de muildier

109

pollo

de kip

110

pulcino
Pigolare

het kuiken
Piepen

111

gallo
Gallina
Galletto

de haan
De hen
Haantje

112

mucca

de koe

113

Toro

de stier

114

La gallina

De hen

115

tacchino

de kalkeon

116

la cavalla

de merrie

117

lepre

de haas

118

deporre

Eieren leggen

119

pony

de pony

120

domare

afrijden

121

Il bue

De rund

122

riunire

samendrijven

123

Zoccolo

Hoef

124

mangiare l'erba

grazen

125

muggire

loeien

126

nitrire

hinniken

127

il millepiedi

de duizenpoot

128

ragno

spin

129

farfalle

vlinder

130

formica

mier

131

mungere

melken

132

zanzara

mug

133

ape

bij

134

vespa

wesp

135

Bombo

hommel

136

Tarma

mot

137

pulce

vlo

138

farfalla notturna

nachtvlinder

139

verme

worm

140

lumaca

slak

141

grillo

krekel

142

scorpione

schorpioen

143

libellula

libel

144

termite

termiet

145

Scarafaggio

kakkerlak

146

Coleottero

kever

147

cavalletta

sprinkhaan

148

coccinella

lieveheersbeestje

149

morso di insetto

insectenbeet

150

sembra un morso di insetto

dat ziet er als een insectenbeet uit.

151

strisicare

kruipen

152

Bruco

rups

153

alveare

de bijen.korf

154

proliferare

woekeren

155

cinghiale

het everzwijn

156

ippopotamo

het nijlpaard

157

elefante

olifant

158

giraffa

giraffe

159

leone

leeuw

160

tigre

tijger

161

rinoceronte

neushoorn

162

coccodrillo

krokodil

163

cammello

kameel

164

formicaio

de mierenhoop

165

bradipo

luiaard

166

mammifero

Het zoogdier

167

cervo

Het hert

168

cerbiatto

Het ree

169

andare in letargo

een wintersaalp houden

170

scoiattolo

eekhoorn

171

volpe

vos

172

lupo

wolf

173

orso

beer

174

riccio

egel

175

pipistrello

vleermuis

176

L animale selvatico

Het wilde dier

177

Armadillo

het gordeldier

178

vivere , rifugiarsi

huisvesten

179

canguro

kangoeroe

180

preda

de prooi

181

la scimmia

aap de apen

182

unghie

da nagel

183

fauci

de bek

184

aggressivo

agressief

185

domestico

tam

186

addomesticare

tam maken

187

pericoloso

gevaarlijk

188

erbivoro

herbivoor

189

onnivoro

omnivoor

190

Zebra

Zebra

191

carnivoro

carnivoor

192

Il palco (alce)

Gewei

193

a strisce

gestreept

194

mordere

bijten

195

divorare

vreten

196

divorare

verslinden

197

ululare

Huilen

198

serpente

slang

199

rana

kikker

200

tartaruga

schildpad

201

camaleonte

kamaleon

202

lucertola

hagedis

203

rospo

pad

204

Ermellino

Hermelijn

205

tana

het hol

206

iguana

leguaan

207

vipera

adder

208

animale a sangue freddo

koudbleodige dieren

209

artropodi

geleedpodigen

210

anfibio

amfibieen

211

insetto

insecten

212

veleno

de gif

213

pungiglione

de angel van een wesp

214

habitat

het leefgebied

215

la specie

de soort

216

gabbia

kooi

217

cane

hond

218

razza

het ras

219

rettile

het reptiel

220

gatto

kat

221

topo

muis

222

ratto

rat

223

hamster

hamster

224

cavia

cavia

225

cibo per animali

voeding voor huisdieren

226

Serpente velenoso

Gif.slang

227

gabbietta da viaggio

reismand

228

veterinario

dierenarts

229

guinzaglio

lijn

230

museruola

muilkorf

231

pelo

vacht

232

l acquario

het aquarium

233

la cuccia (esterna)

het hondehok

234

? un maschio

dat is een vrouwtje of mannetje

235

il muso

de snuit

236

la zampa

de poot

237

le fauci

de bek

238

domestico

tam of huiselijk

239

dare da mangiare

eten geven

240

obbediente

gehoorzaam

241

obbedire

gehoorzamen

242

miagolare

miauwen

243

abbaiare
Annusare

blaffen
Snuffelen aan

244

un maschio

een mannetje

245

una femmina

een vrouwtje

246

L animale domestico

Het huisdier

247

la scrofa, l'orsa

de zweug

248

la renna

het rendier

249

il dinosauro

de dinosaurus

250

Il padrone (del cane)

De baas

251

Vertebrato

Gewerveld

252

A cuccia!Questa e' Mira.E' brava. Non fa niente. Accarezzala!E il cane scodinzola.

Koest!Dit is Mira.Zij is braaf. zij doet niets. Aai haar maar!De hond kwispelt met zijn staart.

253

Squittire
Pigoliare (pulcini)

Piepen

254

Ululare, L ululato

Huilen , Het gehuil

255

Marmotta

Marmot

256

Camoscio

Gems

257

Figliare

Jongen

258

Squittire, Pigolare

Piepen

259

Castoro

Bever

260

Bufalo

Buffel

261

Il pastoreIl pescatoreIl cacciatoreIl cowboy

De herderDe visserDe jagerDe cowboy

262

Il pastore tedesco

De herders.hondDuitse herder

263

la coda

de staart

264

la cacca

de poep

265

Lontra

Otter

266

Pernice

Patrijs

267

Salamandra

Salamander

268

Pantera

Panter

269

Fagiano

Fazant

270

Stormo di uccelli

Vlucht vogels

271

Belare

Blaten

272

Ruggire

Brullen

273

Ferro di cavallo

Hoefijzer

274

Ragliare

Balken

275

Museruola

Muilkorf

276

Guinzaglio

Lijn

277

Redini, La sella
Tirare
Allentare le redini

Teugels, De zatel
De teugels Aanhalen, Vieren

278

Animali con gli zoccoli
Zoccolo/iFerrare

Hoefdieren
Hoef/hoeven
Beslaan

279

Fare uscire il cane

De hond uitlaten

280

Geco

De gekko

281

Abbaiare,
Ringhiare,
Scodindolare,
Guaire,
Il guaito, ululare

Blaffen,
Grommen = brommen,
Kwispelen,
Janken, Het gejank,
huilen

282

Accarezzare

Aaien

283

Leccare

Likken

284

Gazella

Gazelle

285

Seguire le orme
orma, la traccia

De sporen volgen
Het spoor
De spoor lo sperone

286

Nugolo

Zwarm vliegjes

287

Guaire

Janken

288

Cani randagi

Zwerf.honden

289

Scodinzolare
Annusare (di animali)

Kwispelen
Snuffelen aan

290

A cuccia!

Koest!

291

Grugnire

Knoren

292

Ragliare

Balken

293

Strisciare

Kruipen

294

Tasso

Tas

295

Serpente a sonagli

Ratel.slang
Gif.slang

296

squalo martello
Pesce palla

Hamer.haai
kogelvis

297

La squama (rettile o pesce)

De schub

298

Pernice

Patrijs

299

Morso

De beet

300

La trappola

De val

301

La tana
Il fosso, la buca

De hol
De kuil

302

Lo sparviero

De sperwer

303

La voliera

De voliere

304

Gli esseri viventi

De levende wezens

305

Le redini
Le staffe

De teugels
De beugels

Beugel: apparecchio

306

Foca

Robben

307

Dare una leccata

Een lik geven

308

Alveare

Bijen.korf

309

Vertebra
Vertebrato

Wervel
Wervelen

Vervelen (zich)

310

Pollaio

Kippenhok, hoender.hok

311

Formicaio

Mieren.hoop/nest

312

Alveare

Bijen.korf

Korf: cesto, canestro

313

Lo stormo

De vlucht

314

Annusare (di animale)
Curiosare, frugare ( di pesone)

Grugno, muso

Snuffelen aan

Snufferd

315

Baffi

Ronzare

Snor

Snorren = zoemen

316

Cacca

Honden.poep
Opruimen

317

Pelliccia

Animale da pelliccia

Vacht, pels
Pels.dier

318

Fare le fusa

Spinnen

319

Le anguille sono viscide

Palingen zijn glad

320

Gabbia

De Kooi

321

Il corno
Le corna

De hoorn
De hoorns
Of de horens

De hor : zanzariera a finestra

323

Portare con se legato

Mee.nemen aan het touw

324

Sbattere con le corna contro Jop

(Aan) Stoten met zijn horens tegen Jip

325

Tirare le redini

De teugels aanhalen

326

Ciotola del cane

Etens.bak

327

Soffiare (gatto) contro

Blazen tegen

328

Svolazzare

Fladderen

329

Un riccio con gli aculei (spine)

Een egeltje met zijn stekeltjes

De Stekel

330

Sbranare

Verscheuren

331

Annusare a

Snuffelen aan

332

Ronzare
Brulicare

Snorren
Wemelen

333

Ape regina

Bijen.koningin

334

La proboscide

De slurf

335

Mollusco

Weekdier

336

Squittire , pigolare
Sbirciare

Cicalino

Piepen

De pieper

337

Scodinzolare

Kwispelen

338

Lasciare libero il cane

De hond loslaten

339

Far Uscire il cane

De hond
Uit
laten gaan

340

Lince

De los
De lynx

341

Accarezzare il gatto

De kat Aaien

342

Cane Da guardia
Cuccia esterna
Cuccia interna
Crocchette
Cacca di cane
Razza di cane

Waak.hond
Honden.hok
Honden.mand
Honden.brekken
Honden.poep
Honden.ras

343

Uscire col cane
Svuotare la lettiera del gatti

De hond uitlaten
De kattenbak leggen

344

Sistemare
Portare fuori la spazza

Opruimen
Het vuilnis buiten zetten

345

Asilo x animali

Affidare
Affidati al tuo asilo x animali

Dieren.asiel

Toevertrouwen
Aan jouw dierenasiel toevertrouwd

346

Ringhio

Grom

Grommen

347

Gazza

Ekster

De stelende ekster

348

Panda

Panda

349

Salamandra

Salamander

350

Coleottero

Blatta (no metamorfosi)

Kever = tor

Kakkerlak
(Geen gedaante.verwisseling)

351

Rondine
Coda di rondine

Zwaluw
Zwaluw.staart

352

Di razza , purosangue

Ras.echt

353

Pollaio

Hoender.hok

354

Gallinella d acqua

Water.hoentje

355

Cane randagio

Straat.hond
Zwervende hond

356

Tordo
Gazza
Gallinella d acqua

Lijster
Ekster
Waterhoentje

356

Tubare

koeren

357

Gambe
Garrese

Poten
Schoft

358

Piccione viaggiatore

Post.duif

359

Alzare gli aculei

Zijn stekeltjes opzetten

360

Guaire

Janken

361

Squittire, pigolare (di pulcini)

Piepen
Kuikentjes

362

Ragnatela

Spinnenweb

Prooien

363

Pascolare (transitivo e intrans)

Weiden

364

I bambini devono
Portare il cane a passeggio
Tre volte al giorno

De kinderen
Moeten de hond
Drie keer per dag
Uitlaten

365

Ronzare

Het zoemen
Van de vlieg

366

Perdere (piume, corna)

Afleggen

367

Lupetto
Leoncino

Het welp

368

Pollaio

Kippenhok

369

Svolazzare, sfarfallare

Prendere la vita alla leggera

Fladderen

Door het leven fladderen

370

Rete
Sportello

Het gaas
Luik

371

Spargere il mangiare

Strooien het eten

372

Attenti al cane!

Pas op voor de hond!

373

Beccaccia

Snip

374

Donnola
Ermellino
Manto invernale

Wezel
Hermelijn

Winter.vacht

375

Ermellino
Donnola

Manto estivo

Hermelijn
Wezel

Zomer.vacht