Psicologia e intenzioni Flashcards Preview

Parole > Psicologia e intenzioni > Flashcards

Flashcards in Psicologia e intenzioni Deck (289):
0

L attitudine
Grande attitudine verso la vita

De houding
Geweldige houding naar het leven

1

Dispiacere
Penare, essere afflitti
Affliggere

Het verdriet
Verdriet hebben
Verdrietig maken

2

Mettere soggezione a qualcuno

Iemand ontzag inboezemen

3

Essere invidioso di
Invidiare

Jaloers zijn op...
Benijden

4

Aiutare
Dare una mano

Helpen
Meehelpen

5

Un grande stteggiamemto nei confronti della vita

Een geweldige houding naar het leven

6

Essere sovrappensiero
Assaporare l atmosfera

In hogere sferen zijn
De sfeer proeven

7

Le motivazioni

De bewegredenen

8

Una personalita' debole

Een slappe persoonlijkheid

9

Stato d. Animo
Sono in uno stato d'animo moscio/ fiacco.

Ik ben in een futloze bui.
De bui

10

Intrigare

Intrigeren

11

Il ricatto
La minaccia

De chantage
De dreiging

12

Versare una lacrima

Een traan laten

13

L umore
Cattivo umore
Perdere il buonumore

Het humeur
Een Slecht humeur
In een goed humeur zijn
Uit zijn humeur raken

14

Vergogna

De Schande

15

Allibito

Ontsteld

16

La nostalgia

De nostalgie.
De heimwee

17

Spensierati, scanzonati

Onbekommerd

18

Coinvolgere in

Betrekken in zijn overwegingen

19

Ingannare

Misleiden

20

Consolazione
Consolare/arsi
Sconsolato
Premio di consolazione

Troost
Troosten
Troost.loos
Troost.prijs

21

Indifferente alle lodi o critiche

Onverschillig voor lof of kritiek

22

Desiderare ardentemente

Smachten naar
Smachten van: morire di

23

Non vedo l' ora di vederti

Ik verlang ernaar je te zien.

Er naar snakken om ...

24

Deluso

Teleurgesteld

25

Annoiato

Verveeld

26

Una ragazza sfacciata
Un peperino

Een brutaal meisje
Een pittige meid

27

Una persona fredda

Een kil mens

28

Immorale
Intollerante

Immoreel
Intollerant

29

Rifiutarsi di
Avere intenzione di

Weigeren
Hij weigert (om) te gaan.

Van plan zijn om te doen
Hij is van plan (om) een boek te lezen.

30

Averne abbastanza di
Essere stufo di

Genoeg hebben van...
Ik ben je zat.

31

Nobilta' d'animo

Edelmoedigheid
Edelmoedig
Edelman
Edelsmid
Edelsteen

32

L autore , l artefice

De dader

33

Invidiare

Benijden

34

Deludere

Teleurstellen
Tegenvallen

35

Avere voglia di (non vedere l ora di)

Andare in cerca di

Vedere fino alla fine

Uitzien naar (iemand, de vakantie)

Uitzien naar (een betrekking)

Uitzien een film

36

Con ansia ( pena , spasmodicamente) attendere qq o qq

Met smart
Wachten op iets of iemand

Met een smartelijke trek op zijn gezicht

37

Rendersi conto

Beseffen
Ik besefte dat ik verloren was

38

Cadere nel dimenticatoio

In het vergeef.boek raken

39

Scoppiare in lacrime
Scoppiare a ridere

In tranen
In lachen
Uitbarsten

40

Io suppongo di doverti baciare

Ik vermoed dat ik je moet kussen

41

La rassegnazione

De berusting

42

Coinvolgere nelle loro considerazioni

Betrekken in zijn overwegingen

43

Pensare a

Denken aan het rijk der padden

47

Ridere a squarcia gola

Schatteren
Schatter.lach

48

Disinganno

Ontgoocheling

49

Indovinare
Sbagliato, quello Non e' giusto
Het Raadsel

Goed raden
Willem heeft het goed geraden.
Mis, dat is niet goed!

50

Ridacchiare

Grinniken

51

Ammirare
Ammiratore
Ammirazione
Ammirevole

Bewonderen
Bewonderaar,bewonderaarster
Bewondering
Bewonderens.waardig

52

Salvare l onore

De eer redden

53

La crudelta' , l atrocita'

De gruweldaad

Een gruwel misdrijf

54

Disorientare qualcuno, confondere le idee a qualcuno

Iemand in de war brengen

55

Sconvolto

Overstuur van

56

La vendetta

De wraak

De wrak il relitto , il rottame
De ziekte heeft een wrak van hem gemaakt

57

Commovente

Pelle d'oca

Aandoenlijk
Ontroerend

Kippenvel

58

Riflettere (pensare) sul concetto (nozione)

( Diep ) Nadenken over het begrip

59

Subire un duro colpo

Edn zware klap krijgen

60

Riflettere, ragionare

Concepire, ideare

Nadenken

Uitdenken

61

Inventare

Verzinnen

Uitvinden

62

Cambiare idea, ripensarci

Zich bedenken

63

Tradirsi
Rendersi conto

Zich verraden

Beseffen
De ernst van de situatie beseffen

64

La regione, l intelletto
Il buonsenso
Un intelligenza acuta
Uno sguardo di intesa

Verstand
Gezond verstand
Een scherpe verstand hebben
Een blik van verstand.houding

65

Il motivo

De reden
De bewegreden

Redenaar : oratore

66

No non mi odi, mi disprezzi

Nee, je haat me niet, je veracht me.

67

Abbandonare il proprio piano

Van zijn plan afstappen

68

Spaventarsi

( Verschrkkelijk ) schrikken

Geschrokken
Wakker schrikken (svegliarsi di soprassalto)
Schrik.draad

69

La cosa piu' importante e' ....

Hoofdzaak

De hoofdzaak

70

Dare la preferenza a

De voorkeur geven aan

71

La convinzione

De overtuiging

72

Perche' per prima cosa non indago su dove e' il tuo castello e non vado dritto a te?

Waarom zoek ik niet eerst uit
Waar je kasteel staat
En ga ik op je af
Uitzien
Afgaan op

73

Loro non si sono accorte del trasloco

Ze hebben
Van de verhuizing
Niets gemerkt.

Iets / niets merken van

74

Sperare in un futuro migliore

Hooen op een betere toekomst.

75

Ne vorrei riparlare con calma

Ik wou er
Nog
In alle rust
Over
Willen praten

76

L opinione
Essere dell opinione
Cambiare opinione

De mening
Van mening zijn dat
Van mening veranderen

77

Dubitare

Twijfelen aan iets
Twijfelen of

78

Sperare che
Sperare Qq

Hopen dat
Hopen op

79

Essere indeciso

Besluiteloos zijn
Twijfelen tussen

80

Rifiutarsi di credere

Weigeren het te geloven

81

Credere

Geloven

82

Promettere

Beloven

83

Provare gioia in qq

Vreugde beleven aan iets

84

Sono confuso

Ik ben "in de war"

85

La percezione
La opinione

De waar.neming
De mening

86

Lo stereotipo

Het stereotype

87

La morale
L errore

De moraal
De fout

88

l atteggiamento
Negativo
Critico

De instelling

Een negatieve instelling
Een kritiesche instelling

89

Il pregiudizio

Discriminare

Het voor.oordeel

Discrimineren

90

Accigliato/ mogio
Disperato
Instabile
Scoraggiato

Sip
Wanhopig
Humeurig
Moedeloos

91

Il morale , lo stato danimo

De stemming

(La votazione)

92

Il sollievo

De opluchting

93

La compassione

De medelijden

94

La crisi di pianto

De huil.bui

95

La paura
Per paura che

De vrees
Uit vrees dat

96

Incoraggiare
Scoraggiare

Aanmoedigen
Ontmoedigen

97

Arrabbiato/ irritato
Depresso

Geirriteerd
Gedeorimeerd

98

Controllarsi

Zich intomen

99

Trattenersi, contenersi

Trattenere la rabbia

Zich intomen

"Zijn boosheid" intomen
De toom : le briglie

100

Umore nero

Galgen.humor

De galg il patibolo
Galgje spelen

101

Credere fortemente in qc

Vast geloven in iets

Je gelooft me niet!

102

Essere a proprio agio
Mettere a prp agio

Op Zijn gemak Zijn
Op Zijn gemak stellen

Ik ben Op mijn gemak

103

Cacarsi addosso

In zijn broek schijten

104

Mi dispiace moltissimo

Het spijt me ontzettend

105

Allegro , di buon umore

Monter

106

Imbarazzarsi
Inbarazzare

In verlegenheid
Raken
Brengen

107

Soddisfatto

Tevreden

108

Non avere mulla da temere da

Hebben niets te vrezen van

109

Rimpiangere

Pentirsi (avere rimorso per)
Il rimorso

Treuren Om

Berouwen
Dat zal je berouwen
Het berouw

110

Diventare piu' consapevole

Meer bewust worden

111

Prestare molta o nessuna attenzione a questa temativa

Geen of veel aandacht
Besteden
Aan deze tematiek

112

Vincere la propria timudezza

Zijn schroom overwinnen

113

Andare in bestia

Woest worden

114

Vendicarsi contro

Rifiutare qq
Ignorare qq

Wraak nemen op de vrouwen die hem hebben afgewezen of genegeerd

Afwijzen
Negeren

115

Vendicativo

Wraakzuchtig

116

Di propria iniziativa
Con le proprie forze

Op eigen initiatief
Op eigen kracht

117

Portare (condurre qq alla disperazione)

Iemand
tot wanhoop
Brengen

118

Fregarsene di...

Hij lapt ... De regelmenten
Aan zijn laars

119

Avventurarsi su un campo mibato

Zich
Op glad ijs
Begeven

121

Atteggiamento caoarbio

Eigenwijze gedrag

122

Intento, fine

De bedoeling

123

Autorita'

Het Gezag

124

Rimanere sconcertato

Verbijsterd zijn

125

Riprendersi dallo shock

Bijkomen
Van de schok

126

Pregiudizio

Voor.oordeel

127

Determinato

Caparbio

Vastbesloten

Eigenwijs

128

Essere sottosopra
Rimanere scosso

Van streek zijn
Van streek raken

129

Divertirsi

Pret maken of hebben

130

Animo

Het Gemoed

131

Prendersela a male per qualcosa

Iets
Hoog
Opnemen

132

Sfogarsi

Uitpakken

133

Sentimenti conrastanti

Gemengde gevoelen

134

Cogliere l occasione

De kans pakken

135

Umore (stato d animo)
eccitato ed euforico

Entusiasta

Opgewonden en Uitgelaten

Opgetogen
Stemming

136

Da mozzafiato, mozzafiato

Adem.benemend

137

Non vedere l ' ora di...
Desiderare

Stai attento al tappeto!

Uitkijken NAAR
Verlangen NAAR .... Desiderare

Uitkijken voor het tapijt

138

Preoccuparsi

Zich
Zorgen (ongerust)
Maken

Maak je geen zorgen!

139

Mozzafiato

Adem. Benemend

140

Ero sorpreso.

Il was verrast.

141

Essere abituati a

Hij is gewend OM ...te gaan
Hij is gewend AAN ... Regelen

142

Furioso

Witheet

143

Confondere, scambiare
Confondente

Verwarren
Verwarrend

144

Essere colpito

Getroffen zijn door
Zijn belangstelling

145

Lasciar passare una occasione

De gelegenheid
Laten voorbijgaan

Voorbijgaan : passare

146

Mettersi nei panni , immedesimarsi

Zich
Inleven
In iemand

147

Essere altrove con la testa

Met zijn gedachten
Elders
Zijn

148

Essere determinato / risoluto a

Vastbesloten zijn om (te vertrekken)

149

Soggezione , timore

Het ontzag

150

Conforto

De Troost

151

Essere sottosopra

Van slag zijn

Behoorlijk : discretamente

152

Essere sconvolto

(Non) Essere in grado di
(Non) Essere capace di

In alle staten zijn

(Niet ) In staat zijn om

153

Disperato

Radeloos

154

Tentennare
Senza tentennare
Titubanti

Aarzelen
Zonder aarzelen
Aarzelend

155

Essere disorientati, confusi

"In de war" zijn

156

Atteggiarsi come se lui fosse loro amico

Voordoen
Alsof
Hij hun vriend was

157

Invertire i ruoli

De rollen omkeren

158

Avere l aria abbattuta
Piangere
Singhiozzare

Sip kijken
Huilen
Snikken

159

Avere paura di
Spaventarsi
Chiamare aiuto

Bang zijn voor
Schrikken
Om hulp roepen

160

Orripilante

Griezelig
Griezel.film

161

Non fare caso a

Zich
aan niets of niemand
Storen

163

Trattare male qq

Naar doen
Tegen iemand

164

Prendersi un colpo

Sentirsi male

Zich
"Naar" schrikken

Zich naar voelen

165

Togliersi di dosso (figurato)!

Af.werpen

Anche: liberarsi di

166

Desiderare ardentemente qualcosa

Vurig
Naar iets
Verlangen

167

Sentire la mancanza di qualcuno

Iemand missen

168

Perdere l occasione

De kans missen

169

Non so piu' che fare.

Ik ben
"Ten einde raad"

170

Dare consiglio

Raad/ advies geven

171

Essere fuori di se' dalla rabbia

Buiten zichzelf van woede zijn

172

Andare fuori di testa

Uit zijn bol gaan

173

Sentirsi un padreeterno

Het
hoog
in de bol
Hebben

174

Scoppiare in lacrime

UitBarsten In tranen

175

Mettere tristezza

Iemand treurig stemmen

176

Autostima

Zelfvertrouwen

177

Gemere. , piagnucolare

Piepen

178

Ridere sotto i baffi

In zijn vuistije lachen

179

Che vergogna!

Wat een schande!

180

Pentirsi di qq
Avere rammarico o rimorso per qualcosa

Berouw hebben over iets

181

Confuso

Verwaard

182

Affrontare
il problema / qualcuno

Het probleem / iemand
Aanpakken

183

Non pensare piu' a qq

Zich
Over iets heen
Zetten

184

Ti ricordi??

Weet je nog??

185

Riuscire a studiare

Weten TE studeren

186

Arrabbiato con se stesso

Boos op zichzelf

187

Arrogante

Arrogant

188

Curarsi di / prendersi a cuore

Zich
Aantrekken
Van

Wij trekken ons niks van de paus aan

189

L intenzione , lo scopo

De bedoeling

190

Orrore e rabbia

Afschuw en woede

191

Illusione

Het bedrog
De bedrag
Bedreigen

192

Perdere la faccia

Zijn gezicht verliezen

193

Diffidenza

Het wantrouwen

194

Cogliere l occasione al volo

De kans met beide handen
Aangrijpen

195

Divagare

Af.dwalen

196

Contro voglia

Tegen wil en dank

197

Venire in mente

Te binnen schieten

198

Desolato / sconsolato
Sono desolato per quel che e' accaduto

Bedroefd
Ik ben bedroefd over wat er is gebeurd

199

Buttarsi, lanciarsi

Het erop wagen

200

Indignazione , sdegno

De verontwaardiging
Was op haar gezicht te lezen

201

Comportamento , condotta
Assertiva
Impertinente

Het optreden
Assertiev
Brutaal

202

Convinto di

Overtuigd van

203

Avere la tendenza a

De neiging hebben
Om

204

Raggiungere un compromesso

Compromis
Te sluiten

205

Ho dimenticato il tuo compleanno

Ik ben
Je verjaardaag
Vergeten

Ih heb het boek vergeten terug te brengen

206

Starsene tranquillo

Gedeisd houden

207

Sensibile

Gevoelig
Gevoel.loos

209

Ambivalenza
Ambivalete nei confronti di

Ambivalentie
Ambivalent tegenover

210

Esibire
Esclusivo

Pronken met
Exclusief voor een kleine groep

211

Adeguarsi

Zich aanpassen aan

212

Saltare in mente, venire in mente

Opkomen
Het komt niet bij me op.

213

Destinato alla fragilita'

Gedoemd
Te kwetsbaarheid

214

Prime impressioni

Eerste indrukken

215

Essere assolutamente intenzionato a

Vast / stellig
Van plan zijn
Om

216

Costringere / forzare
Non devi costringerlo

Dwingen
Je moet hem niet dwingen.
Je dwong me te gaan
Zich dwingen te glimlachen.

217

Confidare a qq

Iemand
Een geheim
Toe.vertrouwen

218

Farsi prendere dal panico

In paniek raken

219

Fare coraggio a qq

Iemand
Een hart onder de riem
Steken

220

Essere debitori di risposti

Antworden
Schuldig zijn

221

Rivelare
Rivelarsi

Openbaren
Zich openbaren

222

E' successo tutto per colpa tua!

Dit is allemaal door jouw toedoen gebeurt.

223

Non sapere che fare con qualcosa (non sapere come affrontare un problema)

Non sapere "da che parte voltarsi" con qualcosa

Geen raad
Weten
Met iets

224

Lo scopo finale

De eind.doel bereiken

225

Disprezzare
Voltare le spalle a qualcuno

Verachten

Agenten keren de blasio de rug toe
Iemand de rug Toekeren

226

Non hanno nulla da temere

Hebben niets te vrezen van

227

Pensare
Non pensarci proprio
Pensare a
Ripensarci
Riflettere

Denken over
Denken er niet aan
Bedenken
Zich bedenken
Nadenken

228

Ossessione

Dwang

229

Fare l ' Offeso

Offendersi

Verongelijkt zijn

Zich verongelijkt boeken

230

Mi manca un dato

Ik mis een gegeven

231

Non pensare piu'
A qualcosa

Zich
Over iets heen
zetten

232

Limitare
Limitarsi

Beperken
Zich beperken

233

Considerate

Beschouwen

234

Rimanere sbigottito

Omvallen van verbazing

235

Fare una faccia impassibile

Een effen gezicht zetten

236

Sollevato ma prudente

Opgelucht
Maar voorzichtig

237

Avere in mente tutt'altro

Iets geheel anders
Aan zijn hoofd hebben

238

Senza pensarci

Achteloos
Gedachteloos

239

Lo ammetto

Ik geef het toe.

240

Immaginare ideare (un piano)

Bedenken

241

Cambiare idea

Zich bedenken
Veranderen van gedachten

242

Riflettere

Zich bedenken
Nadenken over

243

Mettere il broncio
Imbronciarsi

Pruilen

244

Guastare il divertimento

Plezier bederven

245

Sperare in un futuro migliore

Hopen op
Een betere toekomst

246

Rifiutare (il cibo)

De zieke
Weigert
Het voetsel

247

Il football mi interessa, ma mi piace il tennis

Voetbal interesseert me wel, maar ik houd van tennis.

248

Desolazione

Troosteloosheid

249

Detestare

Een hekel hebben aan

250

Non c' e' ragione di...

Er is
Geen reden
Om ...

251

La voglia di ridere
Ti lascera'!

De lust tot lachen
Zal je wel vergaan!

252

Tuttavia vado avanti

Toch ga ik verder.

253

Ero sprofondato nei miei pensieri

Ik was
In gedachten
Verzonken

254

Essere impwgnato a allenarsi

Is druk aan het trainen

255

Soppesare bene i pro e i contro di qq

Iets
"Wikken en wegen"

256

Di malavoglia, controvoglia

Tegen
Heug en meug

257

Quanto desidero di vederti sbadigliare!

Wan
Verlang ik
Ernaar
Om je te zien geeuwen!

260

Offeso

Verongelijkt

Verongelijkt zijn
Zich verongelijkt voelen

261

Considerare, ritenere
Giusto
Possibile
All altezza del lavoro
Ritenere qualcuno Dio

Beschouwen, Achten
Juist
Mogelijk
Tot dit werk in staat
Houden iemand voor God

262

La sua versione
Non corrispondere alla verita'

Niet overeen.komen
Met de waarheid

263

Stupefatto
Lasciare qq stupefatto

Iemand
Verbaasd
Doen staan

264

L intenzione
Involontariamente / apposta
Di proposito

Het opzet
Zonder opzet / met opzet
Moedwillig

265

Passare per pazzo

Voor gek lopen

266

Prendere male qq
Prendere il proprio compito seriamente
Prendere qq alla leggera
(Ri)prendere il filo del discorso

Iets Slecht opvatten
Zijn taak ernstig opvatten
Iets licht opvatten

De draad van het verhaal weer opvatten

267

Essere adatto,
Essere adeguato (per)

Deugen

De medische keuring
Il controllo medico

268

E' pazzo furioso

Hij is
Zo gek
Als een deur.

269

Sbagliarsi di brutto

Zich
Lelijk vergissen

270

Causare fastidi a qualcuno

Iemand
Overlast
Bezorgen

271

Nobilta' d animo

Edel.moedigheid

272

Non sono in vena di scherzetti

Ik ben niet in de stemming voor grapjes.

273

La realta'

De werkelijk.heid

274

Tutto (ben) considerato

Alles wel beschouwd

275

Sensato
Assennato

Verstandig

276

Dare la preferenza a

De voorkeur geven aan

277

Essere di peso a qualcuno

Iemand
Tot last
Zijn

278

Arrivare ad una svolta

Op een keerpunt
Komen

279

Adattarsi

Zich aanpassen

280

Non avere nulla da temere da

Niets te vrezen habben van

Te vrezen

281

Ho per la testa
Ben altro

Iets geheel anders
Aan mijn hoofd heb

282

Andare in bestia

Woest worden

Boos

283

Scoppiare in singhiozzi

In snikken
Uitbarsten

284

Bruciare, far male

Schrijnen

285

Rimanere stordito, frastornato

Versuft raken

286

Prendere in considerazione,
Cosiderare

Tutto considerato
Tenuto conto che

Over.wegen = wikken
Overwogen

Alles wel overwogen
Overwegende dat

287

Uno spirito analitico

Een analytische geest

288

Tranquillizzare, calmare

Gerust.stellen

289

Rallegrarsi all' idea di qq

Zich verheugen op (de film, de vakantie)

Zich vermaken

290

Non sapere da che parte sbattere la testa

Tot einde raad
Zijn

291

Per puro capriccio

Het was
Uit louter gril

294

La voglia di tormentare, torturare

Lust TOT kwellen

295

Soffrire di nostalgia

Last hebben van heimwee

Van de warmte

296

Per una tagione o per l altra

Om een of andere redem

297

Mi sento a mio agio

Il voelde me op mijn gemak

300

La noia

De verveling