Christendom Flashcards Preview

Parole > Christendom > Flashcards

Flashcards in Christendom Deck (111):
0

Ascensione

Hemelvaarts.dag

1

Quaresima

Vasten

2

Pentecoste

Pinksteren

3

Quaresima
Pasqua

De vasten.tijd
Witte donderdag
Goede vrijdag
Eerste Paasdag

4

Buon natale

Vrolijk kerstfeest en gelukkig nieuwjaar!

5

I 10 comandamenti
La preghiera

De 10 geboden
Het gebed

5

Buona pasqua

Zalig Pasen! (Cattolico)

Vrolijk Pasen!
Pasen.maandag. (Tweede pasendag)

Pasen, ma paasvakantie,.
Kerstmis,ma kerstboom.

7

Gli apostoli

De apostelen

8

Lo spirito santo
I poveri di spirito

De heilige geest
De armen van geest

9

Il peccato

De zonde

10

L anima

De ziel

11

Gli atti degli apostoli

De handelingen der apostelen

12

La tentazione

De verleiding

13

Qual e' la tua religione?

Wat is jouw godsdienst?

14

Io non sono religioso.
Credo nel destino

Ik ben niet geloving
Ik geloof in het lot

15

Dove posso assistere alla messa?

Waar kan ik een mis bijwonen?

16

Confessere

Bekennen

17

Il destino, la sorte

Het noodlot

18

Marzapane

Marsepein

19

Il servo zwarte Piet

De knecht zwarte Piet

20

Tradizione

De overlevering

21

Protestantesimo

Het Protestantisme en de katholieke kerk

22

L islam e' una religione del medio oriente

De islam is een godsdienst uit het midden oosten

23

Il cristianesimo

Het christendom

24

Il vangelo

La buona novella

Het evangelie

De blijde boodschap

25

Il paradiso
L inferno

Het paradijs
De hel

26

Il concilio
Il vangelo
L organo
Il coro

Het concilie
Het evangelie
Het orgel
Het koor

27

Il segno della croce
Fare il segno della croce

Het teken des kruises
Het kruis.teken
Een kruis slaan/ maken
Het slaan van de kruis

28

La preghiera

Het gebed
Een gebed opzeggen

29

Professare
Fare professione di fede
(Praticare)

Een godsdienst (een geloof)belijden
Een belijdenis doen
(Belijden)

30

Confessare
La confessione

Bekennen
De bekentenis

31

Moschea

Moskee

32

Dio onnipotente

God almachtig

33

A natale, pasqua, pentecoste

Met kerstmis, pasen, pinksteren

34

Diacono
Presbitero

De Diaken
De Ouderling

35

Padrino
Madrina

Doopmoeder, peetmoeder
Meter , peter

36

Madonna

Heilige maagd
Maria

37

Il merito

De verdienste

De verdienste van dit boek

38

Il seguace

De aanhanger

39

La misericordia, la grazia
Concedere la grazia

De genade
Iemand Genade verlenen

40

Angelo custode

Engel.bewaarder

41

Andare a messa

Naar de mis gaan

De mis doen (celebrare)

42

A natale

Met Kerst

43

Irreprensibile
Esemplare

Onbesproken

43

Fare una elemosina a qualcuno

Een aalmoes geven aan iemand

44

Distruggere

Vernielen : vernietigen

45

La predica

De preek

46

Il coro

Het koor

47

L ostia

Hostie

48

Ricevere il battesimo

Gedoopt worden
De doop

49

Leggio

Pulpito

Lessenaar of boekstandaard

Preek.stoel of kansel

50

Cupola

Koepel

51

Organo

Kerkorgel

52

Inginocchiatoio

Knie.bank

53

Scegliere per il meglio

Beslissen ten goede

54

L orologio batte le tre

De klok slaat drie uur

55

Lui e' non credente

Hij is ongelovig

56

I frisoni diventarono cristiani

De Frisen
Worden
Christen

Christen.en

57

La terra promessa

Het beloofde land

58

Il libro sacro

Het heilige boek

59

Convertire a
Convertirsi a

(Zich) bekeren tot

Bekering tot het Christendom

60

Un dono del cielo

Een geschenk
Uit de hemel

61

Esaltare, glorificare

Ver.heerlijken

62

Venerare

Vereren

63

L adoratore

De aanbidder

64

Pregare / pregare qq
Offrire
Confessare
Convertirsi

Bidden / aanbidden
Aanbieden
Bichten
Bekeren tot

65

L agnello di Dio

Het lam Gods

66

La grazia

De Genade

67

La navata (laterale)
La navata centrale

(Zij) beuk
Midden.schip

68

Avere pieta' di
Occuparsi di

ZICH
Ontfermen over

69

Sinterklaas

Sinterkla's

70

Madrina padrino di battesimo

Peet.tante

71

Le vetrate

Ddd

72

La Chiesa romano-cattolica

De rooms-katholiek kerk

73

Il credo religioso

De geloofs.overtuiging

74

Il pastore

De voorganger
De voorgangster

75

La coscienza

Het geweten

76

La chiesa protestante

De protestantse kerk

77

Mussulmano praticante

Praticare

Praktiserend moslim

Praktiseren

78

Profeta

Profeet

79

Divino

Goddelijk

80

Religione

Gods.dienst

81

Teologico
Ecclesiastico
Religioso

Theologisch
Kerkelijk
Religieus

82

La processione (anche : la folla)

De stoet

83

Esaudire una preghiera

Een gebod verhoren

84

Compassionevole

Meewarig

85

Odiare
Disprezzare

Haten
Verachten

87

Natale
Santo stefano

Kerstmis
Tweede kerstmis

88

Dio mi maledica (danni)

Godverdomme

89

Porco giuda, porca miseria

Verdomme!

90

Dannazione

Verdoemenis

91

Creare

Scheppen

Schepsel

92

Ognissanti

Allerheiligen

93

Essere assorto nella preghiera

In gebed
Verzonken zijn

94

Resurrezione

Ver.rijzenis
Opstanting

95

La passione di Cristo

Het lijden van Christus

96

Festeggiare
Addobbare

Vieren
Versieren

97

Addobbare

Addobbare in modo vistoso

Versieren, optuigen

Pimpen

98

Il prossimo

L amore per il prossimo / la carita'

De naaste

De naasten.liefde

99

La morale (etica)

Morale
Immorale
Moralita'

De zede

Zedelijk
Zedeloos
De zedelijk.heid

100

Decadenza morale, corruzione

Sermone

Zeden.bederf
Zeden.preek

101

Pregare

La preghiera

Bidden

Het gebod

102

La coscienza (morale)

Senza scrupoli
Avere la coscienza pulita/ sporca

Het geweten

Gewetens.loos
Een goed/ slecht geweten hebben

103

La crisi di coscienza

Gewetens.conflict

104

La vigilia

De voor.avond

105

Pasqua
Ascensione
Pentecoste

Pasen
Hemelvaart
Pinksteren

106

Patrono

Patroon

107

Anima
Mente

De Ziel
De Geest

108

Giudeo
Giudea

Jood
Jodin

109

Mussulmani, cristiani e altri credenti

Moslims, christien en andere gelovingen

110

In liberta' possono professare la loro religione

In vrijheid
hun religie
mogen belijden