arredamento Flashcards Preview

Parole > arredamento > Flashcards

Flashcards in arredamento Deck (97):
1

i mobili

de meubels

2

il tavolo

de tafel

3

la sedia

de stoel

4

la sedia a dondolo

de schommelstoel

5

lo sgabello

de kruk

6

il sofa

de bank

7

il sofa

de sofa

8

la poltona

de fauteuil

9

il saccone

de zitzak

10

la stufa

de kachel

11

il riscaldamento

de verwarming

12

il camino con il comignolo

open haard met schoorsteen

13

l armadio

de kast

14

la cassaforte

de brandkast of kluis

15

la dispensa

de keukenkast

16

la libreria

het boekenrek

17

il ripiano per libri

de boekenplank

18

il letto

het bed

19

il comodino

Het nachtkastje

20

i cuscini

het hoefdkussen

21

il lensuolo

het laken

22

la coperta

de dekken

23

il materasso

de matras

24

la scrivania

het bureau

25

la cassettiera il fasciatoio

de commode

26

la cassettiera

het dressoir

27

il cassetto

de lade De la

28

l armadio a muro

de inloopkast

29

la cassettiera

de ladekast

30

la maniglia

de handgriep

31

l antiquariato

de antiquiteit

32

il negozio di mobili

de meubelszaak

33

mancano ancora 2 sedie

er ontbreken nog twee stoelen

34

confortevole

confortabel

35

elegante

elegant

36

antico

antiek

37

moderno

modern

38

accogliente

gezellig

39

ordinato

ordelijk

40

comodo

gemakkelijk

41

fare brigolage

knutselen

42

mancare

ontbreken

43

ammobiliare

meubileren

44

arredare

L arredamento

inrichten

De inrichting

45

conservare

bewaren

46

entrarci / andare bene come dimensioni

passen

47

dipinto

het schilderij

48

riproduzione

de afbeelding

49

tenda

het gordijn

50

tappeto

het tapijt

51

tappeto

het vloerkleed

52

lampadario a braccia

de kroonluchter

53

la luce è accesa

de lamp is aangestoken

54

l interruttore è sul muro

de schakelaar is aan de muur

55

l'orologio da muro

de klok

56

il vaso

da vaas

57

il cuscino

het kussen

58

la candela profumata

de geurkaars

59

il tavolino da soggiorno

de salontafel

60

la vernice

de verf

61

il limoleum

het linoleum

62

le piastrelle

de tegel

63

il parquet

de parket

64

il tappetino

de deurmat

65

la copertura del pavimento

de vloerbedekking

66

le veneziane

de jaloezie

67

il soprammobile

de snuisterij

68

accendere la luce

doen de licht aan of uit

69

la presa elettrica

het stopcontact

70

contenitore

de bak

71

il portacenere

de asbak

72

il pulsante

de knop

73

l interruttore è sul muro

de schakelaar

74

la maniglia

de handgreep

75

la maniglia della porta

de deurknop

76

il cavo o filo elettrico

het snoer of de draad

77

il pulsante di accensione

de stekker

78

arredare

inrichten

79

appendere

hangen aan

80

Mancano ancora tre sedie

Er ontbreken nog twee stoelen.

81

Il vostro appartamento e' arredato con buon gusto.

Jullie appartement is smaakvol ingericht.

82

Il negozio di mobili

De meubel.zaak

83

La sedia pieghevole

De klap.stoel

84

Moquette

Tapijt

85

Armadio a 2 ante
Armadio a muro

Kast met twee deuren
Vaste kast of wand.kast

86

Tappetino , stuoia
Zerbino

De mat

87

Ripiano dell armadio

Plank van de kast

88

Il letto a castello

Het stapelbed

89

Il piumone
Il copriletto
Il lenzuolo con elastico
La federa

Het dekbed
De sprei
Het hoeslaken
De sloop

90

La luce sul comodino

Het nachtlampje

91

Il piano di lavoro

Het aanrecht

92

Il lavandino di cucina

De gootsteen

93

Tovolino

Salon tafel

Precies in het midden / tussen
Tegenover
Naast (vicino) bij (presso)
Achter / onder (anche figurato)

94

Tappeto

Het Vloer.kleed

Het Tafel.kleed

Het kleed

95

Puoi mettere i fiori nel vaso, quello grosso che sta dietro la tv

Je kan de bloemen in de vaas doen, die grote die achter de tv staat.

96

Tavolo di legno

Houten tafel

97

Guida (metallica, di cassetto per es)

Geleider