Le fasi della vita Flashcards Preview

Parole > Le fasi della vita > Flashcards

Flashcards in Le fasi della vita Deck (260):
1

il ragazzo

de jongen

2

crescere

groeien
Hard groeien
Groeien als kool

3

crescere

groeien

4

laragazza

het meisje

5

diventare adulti

opgroeien

6

il gioco

het spel

7

svilupparsi

zicht ontwikkelen

8

l'aquilone

de vlieger

9

far crescere

grootbrengen

10

la bambola

de pop

11

oppuparsi di

onderhouden

12

la pagetta

het zakgeld

13

lo sviluppo

de ontwikkeling

14

la babysitter

de babysitter

15

la fasa

de fase

16

la scuola materna

de kleuterschool

17

educare

opvoeden

18

l'educazione

de opvoeding

19

l'attacco di rabbia

de woede.aanval

20

L'eta'

de leeftijd

21

arrabbiato con...

kwaad op...

22

l'anziano

de bejaarde

23

l'anziano

de bejaarde

24

quanti hanni hai?

hoe oud word je?

25

non ne so niente

al sla je me dood

26

il bambino prodigio

het wonderkind

27

morire

doodgaan

28

il bambino selvaggio

de wildeman

29

morire

omkomen

30

una persona che non sa stare ferma

een draaikont

31

scampare

ontkomen

32

sotto i tre anni

onder de twee jaar

33

sopravvivere

overleven

34

il libro illustrato

het prenten boek

35

il defunto il morto

de overledene de dood

36

l'incubo

de nachtmerrie

37

seppellire

begraven

38

la babysitter

de oppas

39

la sepoltura

de begrafenis

40

fuori dalla portata dei bambini

buiten bereik van kinderen

41

la gravidanza

de zwangerschaap

42

bambini sotto sorveglianza

kinder onder begeleidiging

43

l anticoncezione

de anticonceptie

44

il sorvegliante

de begeleider

45

Il contraccettivo?

het voorbehoedmiddel

46

crescere qualcuno accudire

groot brengen

47

la pillola

de pil

48

crescere

Groeien R

49

l aborto

de abortus

50

dare fastidio

vervelen R

51

mestruata

ongesteld

52

prendere in giro

pesten R

53

mestruazione

de menstruatie

54

fare i dispetti

plagen R

55

educazione sessuale

seksuele voorlichting

56

viziare

verwennen R

57

esplorare

verkennen R

58

scalare

klimmen

59

comportarsi

zich gedragen

60

calmarsi

bedaren R

61

deridere per gravi errori

beschimpen voor blunders R

62

leggere per qualcuno

voorlezen

63

avere paura di...

bang zijn voor

64

fare paura

bang maken

65

piangere

huilen R

66

ridere

lachen

67

crepare dalle risate

schateren van het lachen

68

furioso

woedend

69

gentile o cortese

beleefd

70

ubbidire

gehoorzamen R

71

fare i compiti

huiswerk doen

72

disubbidiente

ongehoorzaam

73

La gravida

De zwanger

74

La nausea mattutina

De zwangerschaps misselijkheid

75

Il permesso di lavoro x materita

De zwangerschaps verlof

76

Il travaglio

De weeen

77

La ostetrica

De vroedvrauw

78

Il neonato

De pasgeborene

79

Il bebe

De baby

80

Il pacifier

De vredestichter

81

La carrozzina

De kinderwagen

82

Il pannolino

De luier

83

Il ciuccio

De fopspeen

84

La culla

De wieg

85

La bottiglia

De fles

86

Il girello

De looprek

87

Il bambino piccolo

De peuter

88

L asilo

De creche

89

Il gioco

De speel goed

90

Il bambino e nato 2 mesi fa

De baby werd 2manden geleden geboren.

91

In grembo

Op schoot

92

Il compleanno

De verjaardag

93

tenere sotto controllo

Onder controle te houden

94

Festeggiare

Wensen R

95

fare un regalo

Cadeau geven

96

allattare

Borstvoeding geven

97

Chiamare ovvero dare il nome di...

Noemen R

98

Avere nella pancia

Baren R

99

essere nati

Geboren worden

100

auguri!

gefeliciteerd

101

il biglietto di auguri

de wens.kaart

102

il teenager

de tiener

103

il teppista

de pestkop

104

l'identita

de identiteit

105

il giro

de vrienden.kring

106

il foruncolo

de puist

107

la puberta

de puberteit

108

il gruppo musicale

de band

109

i giovani

de jongeren

110

il segreto

jet geheim

111

la dieta

het dieet

112

lo skatepark

het skatepark

113

indipendente

onafhankelijk

114

lunatico

humeurig

115

minorenne

minderjarig

116

esplorare

verkennen of exploreren R

117

scoprire

ontdekken R

118

sperimentare

experimenteren R

119

ribellarsi

rebelleren R

120

andare in giro

rondhangen

121

il party

het feest

122

molto accogliente

reuzegezellig

123

divertirsi

vermaken R

124

divertirsi

veel plezier hebben

125

fare casino

rotzooi trappen

126

robaccia

rotzooi

127

prendere in giro

pesten

128

l'adulto

de volwassene

129

l'uomo

da man

130

la donna

de vrouw

131

il progetto

het plan

132

il preparativo

de voorbereiding

133

l'epsrienza

de ervaring

134

l'ipoteca

de hypotheek

135

il debito

de schuld

136

la carriera

de carriere

137

lo stile di vita

de levensstijl

138

il fiore degli anni

de bloei van zijn leven

139

la responsabilit

de verantwoordelijkheid

140

la maternita

het moederschap

141

la signora

de dame

142

essere impegnato

het druk hebben

143

la propriet

het eigendom

144

l'educazione

de opvoeding of de educatie

145

maturo

rijp

146

maggiorenne

meerderjarig

147

lavorare

werken -R

148

mantenere

onderhouden

149

crescere allevare qualcuno

grootbrengen

150

debitore

schuldig

151

l'artrite

de artritis

152

la senilita

de seniliteit

153

la ruga

de rimpel

154

la saggezza

de wijsheid

155

il bastone

de wandelstok

156

la pensione

het pensioen

157

andare in pensione

met pensioen gaan

158

i capelli grigi

het grijze haar

159

con le tempie grigie

met grijze slapen

160

la dentiera

het kunstgebit

161

l'apparecchio acustico

het hoorapparaat

162

la casa di riposo

het bejaardentehuis

163

il passato

het verleden

164

il futuro

de toekomst

165

la badante

de oppas

166

vecchio

oud

167

vecchio

bejaard

168

debole

zwak

169

smemorato

vergeetachtig

170

invecchiare

ouderworden

171

ripensare ai vecchi tempi

herinneringen ophalen R

172

il ricordo

de herinnering

173

ricordarsi di qualcosa

zich iests herinneren

174

riconoscere

herkennen

175

la nostalgia

de nostalgie

176

la morte

de dood

177

la sepltura

de begrafenis

178

la cassa

de kist

179

la cenere

de as

180

la corona

de rouwkrans

181

la vedova e il vedovo

de weduwe f en de weduwnaar m

182

l omicidio e il suicidio

de moord de zelfmoord

183

il lutto

de rouw

184

la perdita

het verlies

185

la tomba

het graf

186

il testamento

het testament

187

il cadavere

het lijk

188

il cimitero

het kerkhof

189

le condoglianze

de deelneming

190

la lapide

de grafsteen

191

la compassione

het medelijden

192

morto

dood

193

mortale

dodelijk

194

essere in lutto

rouwen R

195

morire

sterven R

196

piangere

treuren R

197

cremare

cremeren R

198

essere sepolti

begraven zijn

199

uccidere

doden R

200

parlare male di qualcuno

roddelen R

201

Il testamentoL eredita'L erede (m)

De testamentHet erfgoedDe erfgenoot (m)

202

A tavola!Pulire la bocca dopo mangiato.

Aan tafel!Veeg je mond af.Afvegen.

203

Avere un banbino

Een kind krijgen.Ik heb een kind gekregen.

204

Un bambino beve (il latte) dalla mamma

Een kind drinkt bij de moeder

205

Sopra e sotto i cinquanta (anni)

Boven en onder de 50.

206

Il ricattoLa minaccia

De chantageDe dreiging

207

PartorireIl partoMi piace

BevallenDe bevallingDat bevalt me

208

crescere

groeien

209

diventare adulti

opgroeien

210

svilupparsi

zicht ontwikkelen

211

far crescere

grootbrengen

212

oppuparsi di

onderhouden

213

lo sviluppo

de ontwikkeling

214

la fase

de fase

215

educare

opvoeden

216

l educazione

de opvoeding

217

L'eta'

de leeftijd

218

l'anziano

de bejaarde

219

non ne so niente

al sla je me dood

220

morire

doodgaan

221

morire

omkomen

222

scampare

ontkomen

223

sopravvivere

overleven

224

il defunto il morto

de overledene de dood

225

seppellire

begraven

226

la sepoltura

de begrafenis

227

la gravidanza

de zwangerschaap

228

l anticoncezione

de anticonceptie

229

il defunto il morto

het voorbehoedmiddel

230

la pillola

de pil

231

l aborto

de abortus

232

mestruata

ongesteld

233

mestruazione

de menstruatie

234

educazione sessuale

seksuele voorlichting

235

Rimbambito , senile

Kinds

236

Limitazioone delle nasciteTasso di natalita'Certificato di nascita

Geboorte.beperkingG.cijferG. Akte

237

Lasciare in eredita'

NalatenOmettere

238

L eredita'

De nalatenschap

239

Cerimonia

Trouw.ceremonieAfstudeer.ceremonieBegravenis.ceremonie

240

La nascitaBiglietto di auguriAvere un bambino in panciaIl ciuccioIl girelloTenere sotto controlloDisubbidiente

De geboorteDe wens.kaartBarenVredestichtetDe looprekOnder controle te houdenOngehoorzaam

241

L infanziaLa paghettaL incuboFuori dalla portata dei bambiniBambini sotto custodia (guida)La guida

De kinderjarenHet zakgeldDe nachtmerrieBuiten bereik van kinderenKinder onder begeleidingDe begeleider

242

Il teppistaPrendere il giroDare fastidioDeridere per i gravi erroriRidere a squarcia gola

De pestkopPestenPlagenBeschimpen voor blundersSchateren (van het lachen)

243

De pestkopPestenPlagenBeschimpen voor blundersSchateren (van het lachen)

De pestkopPestenPlagenBeschimpen voor blundersSchateren (van het lachen)

244

De pestkopPestenPlagenBeschimpen voor blundersSchateren (van het lachen)

Verkennen , explorerenOntdekkenExperimenterenRebelleren

245

Sotto guidaLa tassazioneL investimentoL assedioL insulto

Onder begeleidingDe belastingDe beleggingDe belegeringDe beleidiging

246

In inutile spreco di tempo , energia e denaro

Een nutteloze verspilling van tijd, energie en geld.

247

Quanti anni le dai?

Hoe oud schat je haar?SchattenZelfoverschatting

248

Ricercare (perseguire)la felicita'Anche: inseguire, rincorrere

Geluk najagen

249

Marmocchio

Dreumes

250

Halina ha alla fine incontrato l ' uomo dei suoi sogni.

Halina liep
Eindelijl
De man van haar dromen
Tegen het lijf

251

Figlio tardivo

Achter.komertje

252

Dare alla luce un bambino / a

Een zoon, een dochter
Baren

Zijn heeft een zoon gebaard

253

I bambini sono (solo) fastidi

Kinderen
Zijn
Hinderen

254

Il funerale

Uitvaart

255

Piagnucolare

Janken

256

Rimanere incinta in modo non progr
Essere sconvolto
Andare nel panico

Ongepland zwanger raken
Overstuur raken
In paniek raken

257

Il pianto continuo
del bambino

De onafgebroken
Gehuil
Van het kind

258

Birichino, furfante

Deugniet

Deugen = essere bravo, adatto

259

Un ventenne/ trentenne

Een twintiger/ dertiger

260

Il bambino che gira con le chiavi di casa

De sleutel.kind