Casa e accessori Flashcards Preview

Parole > Casa e accessori > Flashcards

Flashcards in Casa e accessori Deck (475):
1

il tostapane

de broodrooster

2

la lavastoviglie

de vaatwasser

3

Decorare

Decoreren

4

il bollitore del riso

de rijst.stomer

5

Lampadina
Presa elettrica
Interruttore

De Gloei.lamp
Stekker.(doos)
Schakelaar

6

il fornello

het fornuis

7

Un coperchio

De deksel

8

il forno

de oven

9

L antenna

De antenne

10

il frigorifero

de koelkast

11

L ingresso

De ingang

12

il freezer

de diepvries

13

La spazzatura
La discarica

De afval
De hoop

14

il riscaldamento

de verwarming

15

Il forno

De oven

16

l'aria condizionata

de airconditioning

17

Scivoloso

Glibberig(Ijs)

18

rotto

is kapot

19

Il committente
L architetto

De opdrachtgever
De architect

20

la lavatrice

de wasmachine

21

L isolamento del tetto

De dak.isolatie

22

l'asciugatore

de droogtrommel

23

I doppi vetri

De dubbele beglazing

24

il frullatore

de mixer

25

Assicurazione furto incendio

De inbedoel.verzekering

26

il forno a microonde

de magnetron

27

Il progetto
L oggetto
L insieme

Het ontwerp
Het voorwerp
Het geheel

28

aspirapolvere

de stofzuiger

29

Ristrutturare
Rinnovare
Rimettere a nuovo (e bello)

Verbouwen
Vernieuwen
Opknappen

30

il filtro per acqua

de waterfilter

31

La manutenzione

Het onderhoud

32

il bollitore

de waterkoker

33

Trascurare

Verwaarlozen

34

il ferro da stiro

het strijk.ijzer

35

Diroccata
Scrostata
Arrugginita

Vervallen
Verve.loos
Ver.roest

36

stirato

gestroken glad

37

Scala a chiocciola
Una scala ripida
La scala a pioli

De Wenteltrap
Een steile trap
De ladder

38

il phon

de haar.droger

39

Rifugio antiatomico

Atoom.schuil.kelder

40

la televisione

de televiesie
Aanzetten

41

Elettrodomestico
Inceppato,bloccato
Lo stenditoio

Huishoud.apparaat
Geweigeert inceppato weigeren
Het rek

42

il telecomando

de afstand.bediening

43

Il proprietario

De huisbaas accepteert geen cheque.

44

il ventilatore

de ventilator

45

Dipingere i muri di bianco

De muren wit schilderen

46

rompere
Andare in frantumi

stuk maken R
In scherven vallen
Scherf

47

Dipingere in bianco

Wit schilderen

48

lavare

afwassen wasrte af afgewassen

49

Egli demolisce la casetta in solaio

Hij breekt het huisje op de zolder af. AfbrekenSlopen

50

utilizzare

gebruiken R

51

Il retro dell edificio

De achterkant van het gebouw

52

passare l'aspirapolvere

stofzuigen R

53

Attrezzi da lavoro

De gereedschap
Platte schroevendraaier

54

stirare

srijken

55

Rimetterci (perdere)

Verbeuren

56

guardare la tv

kijken naar de tv

57

Frigo con freezer

Koelkast met vriezer

58

funzionare

werken R

59

Fare il bagno nella vasca

Baden in de badkuip
Baad regelmatig

60

spegnere accendere

Aan uitzetten

61

Vestiti piegati

Gevouwen kleding

62

usare

gebruiken R

63

Piegare la biancheria
Piegato

Linnengoed vouwen
Gevouwen

64

Consmare ?

verbruiken

65

Un rotolo di carta igienica

Een rol toiletpapier

66

aprire

open/dichtdoen

67

Cantina buia

Donker kelder

68

il suono

het geluid

69

La presa elettrica

Het stopcontact

70

il cavo

de kabel

71

Mettere la sveglia

De wekker zetten
De wekker staat OP 5 uur

72

la lucetta

het lampje het lichtje

73

Fare i lavori di casa

Huis.houdelijk werk doen

74

la batteria

de batterij

75

Un tavolino di vetro
Togli i piedi dal tavolo

Glazen koffietafel
Houd je voeten van de tafel

76

elettricit

de elektriciteit

77

Spedizioniere

Expediteur

78

interno esterno

de binnenkant de buitenkant

79

Una saponetta

Een stuk zeep

80

la macchina fotografica

de camera

81

Il padrone cercava un affittuario per bene.

De huisbaas was op zoek van een nette huurder.

82

l'apertura

de opening

83

L ingresso

De hal

84

il lato

de zijkant

85

Condividere con qualcuno

Delen met

86

la fessura

het gat

87

Il negozio di mobili
Disapprovare
Apprezzare

De meubelzaak
Afkeuren
Waarderen

88

l'energia

de energie

89

La chiave non corrisponde alla serratura

De sleutel past niet in het slot.

90

la corrente elettrica

de stroom

91

La serratura
La presa di corrente
L interruttore della luce

Het slot
Het stopcontact
De Schakelaar

92

antiquato

ouderwets

93

Una casa sulla costa della collina

Een huis tegen de heuvel

94

far andare ...(una macchina)

lopen

95

Il cancelloL
a rete metallica
La recinzione
La sbarra

Het hek
Het gaas
De slaagboom

96

essere acceso

Aan uitstaan

97

Posizione, esposizione

De ligging
Gunstige ligging
Ligging op het noorden

98

moderno

modern

99

Ristrutturare

Verbouwen

100

non necessario

onnodig

101

Rimettere a nuono

Opknappen

102

Piccissimo piccolo medio grande enorme

Piepklein klein middelgroot groot enorm

103

Rinnovare

Vernieuwen

104

indispensabile

onmisbaar

105

La manutenzione

Het onderhoud

106

elettrico

elektrisch

107

Demolire

Slopwn afbreken

108

semplice

simpel

109

Crollare

Instorten

110

il visore

het beeldscherm

111

Lasciato andare

Verwaarlozen

112

il piccolo visore

het schermpje

113

Crollato , diroccato

Vervallen

114

il magnete

de magneet

115

Trapanare

Boren

116

l\'impugnatura

de hendel

117

Il tetto

Het dak

118

il filo

de draad

119

Vivere

Wonen

120

il ventilatore

de ventilator

121

Guardare fuori dalla finestra

Uit het raam kijken

122

il pulsante

de knop

123

Salire s
cendere le scale

De trap oplipen
aflopen

124

l'interruttore

de schakelaar

125

Lasciato andare
Diroccato

Verwaarlozen
Varvallen

126

la plastica

de kunststof

127

AbbandonatoLogoro

VerlatenVersleten

128

il metallo

het metaal

129

La costruzione

De constructie
De bouw

130

il legno

het hout

131

Il muro interno

De wand

132

la polvere

de stof

133

Il piano terraIl piano

De begane grond
De verdiping : de etage

134

il chiodo

de spijker

135

Fare bricolage
La cassetta degli attrezzi

Knutselen
De gereedschapskist

Ge.knutselde

136

la vite

de schroef

137

L accesso
Accessibile per

De toegang
Toegankelijk

138

gli ingranaggi

da tandwielen

139

Ammettere all ingresso
I cani non sono ammessi

Toelaten
Honden niet toegelaten

140

la catena

de ketting

141

L abitazione
l alloggio
l ospitalita'
Cercare

De woning
Het Onderkomen
Het onderdak
Zoeken

142

lo snodo (the hinge)

het scharnier

143

a portata di mano?

handig
Handzaam

144

girare

draaien R

145

complicato

ingewikkeld

146

il residente

de bewoner

147

l'amministratore

de beheerder

148

il vialetto

de oprijlaan

149

l'appartamento

het appartement

150

il portinaio

de huiskeeper

151

il muro

de muur

152

il pavimento

de vloer

153

tetto

het dak de daken

154

la grondaia

de goot

155

il soffitto

het plafond

156

la finestra

het raam

157

la finestra

het venster

158

il davanzale

de vensterbank

159

a casa

thuis

160

fuori casa

buitenshuis

161

Dentro fuori

buiten binnen

162

Di sopra di sotto

boven beneden

163

la scala

de trap

164

ripido

steil

165

lo scalino

de trede

166

l'ascensore

de lift

167

il balcone

het balkon

168

la terrazza

het terras

169

il box

de box

170

la rampa di uscita

de uitrit

171

la casella postale

de brievenbus

172

il citofono

de intercom

173

la soglia

de drempel

174

la porta

de deur

175

la porta davanti

de voordeur

176

la serratura

het slot

177

la chiave

de sleutel

178

il tappetino

de deurmat

179

la maniglia

de deurknop

180

il campanello

de bel

181

la taghetta

het naambordje

182

chiudere a schiave

Dicht open op slot Doen

183

suonare

bellen R

184

bussare

kloppen R

185

spingere la maniglia

de Knop Drukken R

186

salire la scala

de trap Opgaan

187

il comignolo

de schoorsteen

188

alloggiare presso...

logeren bij R

189

tornare a casa

thuis komen

190

vivere insieme a

wonen op samen met

191

grande immensa

groot geweldig

192

scendere la scala

de trap aflopen

193

il ripostiglio

de schuur

194

la rastrelliera per biciclette

de fietsen.stalling

195

la soffitta

de zolder

196

la cantina

de kelder

197

il corridoio

de gang

198

de studeerkamer

het studeer.vertrek of kamer

199

il ripostiglio

het berghok

200

la cuccia del cane

het hondenhok

201

il soggiorno

de voonkamer

202

la cassaforte

de brandkast

203

la combinazione

de combinatie

204

la cucina

de keuken

205

il lavandino della cucina

de gootsteen

206

Camera x ospiti

de gastenkamer
De logeerkamer

207

l'ospite

de gast

208

il bagno

de badkamer

209

il gabinetto

het toilet

210

la doccia

de douche

211

il lavello

de wastafel

212

la vasca da bagno

het ligbad

213

il bidet

de bidet

214

la camera da letto

de slaapkamer

215

ammucchiare

opbergen

216

conservare

bewaren R

217

guardare la tv

kijken

218

passare la notte

overnachten R

219

dormire

slapen

220

svegliare e tenere sveglio

wakker maken
Wakker houden

221

sognare

dromen R

222

svegliare

wekken R

223

tirarsi su dal letto

opstaan

224

russare

snurken R

225

opnemen ophangen

rispondere al telefono agganciare

226

occupato

in gesprek

227

lucidare

poetsen R

228

la porcellana

het porselein

229

il servizio

het servies

230

bottiglia

de fles

231

il piattino

het schoteltjes

232

il bicchiere

het glas

233

il coltello

het mes

234

sedersi a tavola

aan de tafel zitten

235

il piatto di portata

de schaal

236

apparecchiare

de tafel dekken

237

il cucchiaio da portata

de opscheplepel

238

la tazza (mug)

de mok

239

il piatto fondo

het diepe bord

240

il piatto

het bord

241

la tovaglia

het tafellaken

242

la coppa

de beker

243

il piatto da frutta

het ontbijtbord

244

una tazzina da cafee

het koffiekopje

245

il cucchiaio

de eetlepel

246

Passare lo straccio

Dweilen
De dweil - vaatdoek - aanrechtdoek

247

una ciotola

de kom

248

Andare con le scalePrendere l ascensore

Met de trap gaanDe lift nemen

249

Ammetter
I cani non sono ammessi

Toelaten , liet toe, toegelaten
Honden niet toegelaten

250

Il piano

De verdiping, de etage -
Ik woon twee hoog

251

La rimessa

De schuur

252

Il box

De garage

253

La baita

De hut

254

La capanna

De hut

255

La baracca

De keet

256

Occupare abusivamente

Kraken

257

Il cancello

Het hek
De omheining
De schutting
De gaas

258

L anno di costruzione

Het bouwjaar

259

Sul terrazzo

Iets drinken op het terras

260

La capannaLa rimessaLa baracca

De hut
De schuur
De keet

261

Sentirsi a casa

Ik voel me thuis

262

A casa
Fuori casa

Thuis
Buitenshuis

263

Indipendente

Vrijstaand

264

La casa sull acqua

De woonboot

265

L appartamento al piano terra

De benedenwoning

266

L ostello = la locanda

Contenere, alloggiare (figurato)
Alloggiare

De herberg

Herbergen
Logeren

267

La sistemazione

De huisvesting

268

Rumorosa (In cui si sentono i rumori esterni)

Gehorig

269

L affitto

De huur of de huurprijs

270

Il padrone , la padrona
L affittuario
L abitante

De huisbaas , bazin
De huurder,
De bewoner

271

Il sussidio dalla amministrazione (pubblica)

De huursubsidie van de overheid

272

La porta anteriore
Suonare il campanello

De voordeur
Aanbellen

273

L ingresso
L attaccapanni
Il gancio

De hal
De kapstok
De haak

274

La camera dei bambiniLa camera sotto il tetto

De kinderkamerDe zolderkamer

275

La cucinaIl piano di lavoro

De keuken
De aanrecht

276

Il bagnoLa vascaIl lavello

De badkamer
De bad
De wastafel

277

Il riscaldamento
Alzare
Riscaldare
Isolare

De centrale verwarming = CV
Hoger leger zetten
Verwarmen
Isoleren

278

Il comodino

Het nachtkastje

279

La ghiacciaia

Het vriesvak(De diepvries)

280

Il trasloco

De verhuizing
Verhuizen (Ben)(Hebben)
de piano verhuizen

281

La sedia da ufficio

De bureaustoel

282

Lo schienale

De leuning

283

La cassetta
Il contenitore

Het krat
De bak
De doos

284

La catinella

De teiltje

285

La sveglia suona

De wekker loopt af
Aflopen

286

La luce
L interruttore
La lampadina
Accendere/ spegnere
L illuminazione

Het licht
De schakelaar
De lamp
Het licht aan/uit doen
De verlichting

287

Il portacandeleIl calendario

De kandelaar
De kalender

288

Piacevole (luogo)
Assaporare l atmosfera
Confortevole, comodo
Il comfort

Gezellig
De sfeer proeven
Confortabel
Het comfort/ het gemak
Op je gemak

289

Senza lusso
Sobria
Semplice

Zonder luxe
Sober
Eenvouding

290

L arredamento
Adattare

De inrichting : het interieur
Aanpassen

291

Pile ricaricabili

Oplaadbare batterijen

292

Buttare
Spazzatura
Gettare

Weggooien
De afval
Storten: dumpen

293

Scopina e paletta

De stoffer en blik

294

Un pezzo di antiquariato

Een stuk antiek

295

Usare
Fare uso di...

Gebruiken
Gebruikmaken van

296

La lavanderia
La lavatrice
Il gettone

De wasserette
De wasautomaat
De munt

297

Il gas
L elettricita'
La fornitura d' acqua
Consumare

Het gas
De elektriciteit
De waterleiding
Verbruiken

298

Il cestino da bagno

De pedaal.emmer

299

La spazzatura domestica

Het huisvuil

300

Ritirare la spazzatura

Het vuil ophalen

301

Sacchi di spazzatura
Raggruppare

Vuilniszakken
Verzamelen

302

Dormire
Morire dal sonno
Addormentarsi
SVenire sonno

Slapen
In slaap vallen
Omvallen van de slaap
Krijgen slaap- ik krijg slaap

303

L esposizione a nord.

De ligging op het noorden.

304

Le spese fisse.

De vaste lasten.

305

Alzare la temperatura (il riscaldamento)

De verwarming opdraaien

306

Cigolare
La porta cigola

Piepen

307

Porta frangifuoco
Estintore

Branddeur
Brandblusser

308

Accendere la tv

De tv aanzetten

309

Accendere la luce

Het licht aandoen

310

Pila tascabile
La candela si sta consumando

Zak.lantaarn
De kaars brandt op.

311

Altoparlanti ,casse

Luidspreker

312

Fusibile

Zekering

313

Prolunga

Verlengsnoer

314

Piano di lavoro

Aanrecht

315

Il buco del lavandino

Het Afvoerputje

316

L abbaino

De dakkapel

317

La tegola

De dakpan

318

La piastrella

De tegen

319

La scala a chiocciola

De draaitrap

320

Le imposte (battenti)
L avvolgibile

De luik
De rol.luik
Luik : liegi

321

Il parket

De parketvloer

322

La falciatrice

De gras.maaier

323

Il pannello solare

De zonnepaneel

324

La sbarra
La grata

De tralie
De tralie.venster

325

Le finestre sono appannate

De ramen zijn beslagen

326

La vendita
L affitto

De verkoop
De verhuur

327

La porta o finestra scorrevole

Het schuif.raam
De schuif. Deur

328

Mettere le piastrelle (anche sul pavimento)

De tegels

329

Cedere la propria camera

Zijn kamer afstaan

330

Occupare abusivamente
L occupante (squatter)

Kraken
De kraker

331

Il passo carraio

De uitrit

332

Abbassare il soffitto

Het plafond verlagen

333

Una camera separata

Een kamer apart

334

Dormire
Dormire fino a tardi
Svegliarsi
Svegliare

Slapen
Uitslapen
Wakker worden
Wakker maken

335

Sbadigliare
Russare

Geeuwen
Snurken

336

Dare ospitalita'

Onderdak geven = Bergen
Hoeveel personen kun je bergen?

337

Dormire troppo

Zich verslapen

338

Bruciare

Branden

339

Carica la batteria come illustrato

Laad de batterij zoals afgebeeld.

340

L adattatore di corrente

De stroomt.adapter

341

Il rubinetto perde

De kraan lekt.
Lekken

342

Tegole
Abbaino
Finestra nel tetto

Dakpannen
Dakkapel
Dakraam

343

Una camera che si affaccia sul mare

Een kamer die op zee ziet uit.
Uitzien op
Uitzien naar

344

Fare un graffio o un frego

Krassen

345

La durata della batteria
La sostituzione della batteria

Het levensduur van de batterij
Het vervanging van de batterij
Vervangen

346

Scuotere qualcuno dal sonno

Iemand wakker schudden

347

Svegliarsi col piede sbagliato

Een ochtend.humeur hebben

348

La canna fumaria e il comignolo
La cappa del camino
Lo spazzacamino

De schoorsteen
De schoorsteen.mantel
De schoorsteen.veger

349

La formazione (sedimentazione) di incrostazioni in un boiler

De afzetting van ketelsteen in een geiser
De geiser

350

La tavoletta del wc

De wc - bril

351

Traballare

Waggelen

352

Parete

Wand

353

Qualcosa
Che riguarda
L uso del prodotto

Iets
Betreffende
Het gebruik van het produkt.

Betreffende : che riguarda

354

Camere separate

Afzonderlijke kamers

355

Il letto e' sfatto.

Het bed is afgehaald.

356

Zanzariera

Klamboe

357

Camera per gli ospiti

Logeer.kamer

358

Sonno profondo

Vast slaap

359

Il mazzo di chiavi

De sluitel.bos

360

Chiudere le persiane

Persiana
Avvolgibile

De luiken
Dicht.doen

De luik
De rol.luik

361

Casa di proprieta'

Di proprieta' di

Eigen huis

In eigendom van iemand

362

Proprieta' privata

Privebezit

Bezit: eigendom
Bezitter
Eigenaar

363

E' gia' suonata la sveglia?

Is de wekker
Al
Afgelopen? (Afgegaan?)

364

Al terzo piano

Drie hoog

365

Spese fisse

Vaste lasten
Of vaste uitgaven

366

Il pennello da muratore

De kwast

367

Tornare a casa

Huiswaarts keren

368

Le camere guardano sul cortile

De kamers kijken uit OP
De binnenplaats

369

Moquette

Tapijt

370

Andare verso casa

Richting huis gaan

371

Al secondo piano

Op tweehoog

372

L aria e' viziata

La mia intera serata e' rovinata
Rovinare, guastare

De lucht is verpest

Mijn hele avond is verpest.
Verpesten

373

Piano della cucina
Attrezzi da cucina

Aanrecht
Keuken.gerei

374

I piatti sporchi
Lo straccio per lavare
Lo straccio per asciugare

De afwas
Afwasmiddel
Vaatdoek, afwasborstel
Theedoek - per asciugare

375

Il piano della cucina

Het Aanrecht

376

Cv

Centrale verwarming

377

Tirare k acqua

Doortrekken

378

L ascensore e' guasto

De lift is stuk

379

L unica e' forzare la serratura

Het enige is het slot te forceren.

380

E ' saltata la corrente

De stroom is uigevallen

Uitvallen

381

Essere allacciati (elettricita', telefono)

Aangesloten zijn

Aansluiten

382

Ricevere canali

Accendere

Zenders ontvangen

Aanzetten

383

Non gli e' riuscito di installare tutto

Zij krijgen het niet voor elkaar
Om alles te installeren

384

Libretto di istruzioni

De Handleiding

385

Mancare

Ontbreken aan

386

Funzionare a pile

Op batterij
Werken

387

Atmosfera opprimente
Strana

Bedompte sfeer
Rare sfeer

388

Fuliggine

Het Roet

Roet.zwart

389

Il gradino di ingresso

De stoep

390

Ritornare a casa

Huiswaarts omkeren

391

Essere ospiti da
Avere ospiti
L ospite

Bij iemand "Te gast" Zijn
Gasten hebben
De logee , de gast

392

Zanzariera a finestra

De hor

393

Spostare le lancette

De wijzers verzetten

394

Imbiancare

Witten

395

Conservare
Liberarsi di

Bewaren
Af.werpen

396

Mancare

Ontbreken aan

397

Il quadro comandi

Het Schakelbord

398

Il mercato immobiliare

Huizen.markt

399

Pied-a-terre

Het Optrekje

400

Costruire in stile barocco

Optrekken in barok architectuur

401

Il campanello trilla

De bel gaat

402

Pulirsi i piedi

Zijn voeten
Vegen

403

Parafulmine

Bliksem.afleider

404

Il tetto
I tetti

Het dak
De daken

405

Coperta
Piumone
Coprire

Dek
Dek.bed
Toe.dekken

406

Addormentarsi

In slaap vallen

407

Prendere fuoco
Incendiarsi

Flamen vatten

408

Cadere a pezzi

Brokkelen

409

Far zapping

Zappen

410

Convertire (un edificio)

Ombouwen tot

411

Demolire una casa

Een huis afbreken

412

Coccio
Frantumarsi

Scherf / scherven
Op scherven vallen
Scherven brengen geluk

413

Dormicchiare

Sluimeren

414

Lavori di manutenzione

Onderhouds.werkzaam..heden

415

Allagato

Is ondergelopen

Onderlopen

416

Funzionare

Functioneren

417

Una abitazione modesta

Een Bescheiden woning

418

Il dvd player
Usare il pc
Usare internet

De dvd speler
Computeren
Internetten

418

La cucina
Il ventilatore

De koken
De ventilator

418

Il bollitore a gas

De geiser

418

Il boiler x doccia

De geiser

419

Andare a abitare da

Intrekken bij

Intrekken: penetrare (un luogo), ritirare (un arto)

420

Al Piano terra

Un alloggio "al piano terra"
Un semiinterrato

Op De begane grond =
Op de gelijk.vloerse verdieping

De Gelijk.vloerse woning
De sou.terrein

421

Questo locale serve da ripostiglio

Deze ruimte
doet dienst asl
Berghok

422

Muffa / umidita'

Uitslag

: sfogo cutaneo / risultato di un esame

423

La grondaia

De dak.goot

424

Lo stabile

Pand

425

Cavo elettrico
Prolunga

Snoer
Verleng.snoer

426

Guastare qq

Bederven

427

Assicurazione

Woning.verzekering

429

Camera larga, lunga, alta, propnda

Lang , breed, hoog, diep

Hoe lang , breed, hoog, diep is X?

430

Un garage per 4 macchine

Een garage voor 4 wagens.

431

La camera e' 5 *4 metri

De kamer is 4 bij 5 meter.

432

Il dvd player e' difettoso.
Lo portiamo indietro al negozio?

De dvd speler
Is defect.
Zullen we die
Naar de winkel
Terugbrengen?

433

Una camera dotata di (equipaggiata con)

Een kamer
Uitgerust met

434

Il bagnetto
Il bagno con una vasca

Het toilet
De badkamer met een ligbad.

435

Alla fine del corridoio c e' la camera da letto.

Aan het einde van de gang ligt de slaapkamer

436

Angolo cottura

De keukenhoek

437

Poltrona

Armstoel

438

Equipaggiata alla stessa maniera

Uitgerust op hetzelfde manier

439

Dare su un terrazzino

Uitkomen op

440

Doppia vasca del lavello

Dubbele spoelbak

441

Piano cottura in ceramica vetro

Glaskeramische kookplaat

442

Cappa aspirante

Afzuigkap

443

Sulla sinistra c'e' l' angolo cottura.

Op de linkerkant ligt een keukenhoek.

444

A sx del soggiorno c' e' la camera da letto

Links van de woonkamer
Ligt de slaapkamer!

445

Lo sgabuzzino e' a dx

De berging ligt links.

446

Il piano terra

Het gelijk.vloers

447

Lo sgabuzzino per vestiti
Lo sgabuzzino per oggetti

De vestiaire (vestier)
De berging

448

Il pianerottolo

De inkom.hal

449

Cemento armato

Gewapend beton

450

Mi manca avere un giardino

Ik mis
Het hebben
Van een tuin

451

Guasto, rotto
L ascensore e' guasto

De lift is stuk

452

Scricchiolare, stridere ( e cigolare)
Digrignare i denti

Knarsen

Tandenknarsen

453

La ghiaia

Het grind
Het grind knarste onder onze voeten

454

Black.out

Stroom.storing

455

Sporgersi dalla finestra

Uit de raam
Leunen

Leunen = appoggiarsi

456

Essere seduto al bagno

Op de wc
Zitten

457

Piastrella da pavimento

Vloer.tegel = steen

458

La porta e' chiusa a chiave

De deur
Zit
Op slot

459

Camera dei bambini
Camera nell attico

Kinder.kamer
Zolder.kamer

460

Davanzale
Ci sono dei fiori sul davanzale

Er staan bloemen op
de venster.bank

461

Venire in visita

Op visite komen

462

Il vaso

Appassire e morire

De vaas

Verwelken en doodgaan

463

Sbattere la porta

De deur toeslaan

464

La caldaia

De ketel

465

Il mio appartamento

Mijn appartement is op de begane grond

466

Costruire abusivamente

Zonder vergunning
Bouwen

467

Creditore

De schuld.eiser

468

Il prestito

De lening

469

Prendi l ascensore
Per il secondo piano

Neem de lift
Naar de negende verdiping

470

Giardino

Giardinaggio

Tuin

Ploegen (arare)
Harken
Scheppen
Snoeien (potare)
Planten / overplanten

471

Persiana
Botola
Sportello

Luik

472

Il vetro (della finestra), la vetrata

I vetri

De ruit
De ruiten

473

Lampladina

Lampadario
Abat jour

Gloei.lamp

Hang.lamp o kroonluchter
Schermer.lamp