De stad Flashcards Preview

Parole > De stad > Flashcards

Flashcards in De stad Deck (171):
0

La posta
Consegnare la posta
La pubblicita' viA posta
Stare sul punto di ricevere

De post bezorgen
De post afleveren
Het reclame.drukwerk
Staan op het punt te vangen

1

La email
Il messaggio
L allegato
La bozza

De email
Het bericht
De bijlage
Het concept

2

Il giardino davanti casa
Il prato
Le erbacce
La falciatrice

De voortuin
Her onkruid (wieden)
Het gazon
De grasmaaier

3

Il locale

Il locale notturno
Il menu

De (uitgaang).gelegenheid
Een heel drukke gelegenheid

Het nacht.cafe
Het menu.kaart

4

Cantiere
Non edificato
La gru
La rampa di accesso
La insegna luminosa

Het bouwterrein
Braakliggend
De hijs.kraan
De oprit
De lichtreclame

5

Della citta'

Stedelijk

6

La folla
Affollato

De menigte
Druk
Het is druk op strand

7

Un Avvenimento unico

Een Eenmalig evenement (het)

8

Il tragitto, il percorso
Percorrere un tragitto
La deviazione

Het traject
Een traject afleggen
De omleiding

9

L amminjstrazione pubblica-
amministrazione locale

De overheid -
De plaatselijke overheid

10

E la strada giusta per?
Direttamente

Is dit de weg naar...?
Regelrecht

11

Quale e' il modo mogliore per arrivare la?

Wat is de beste manier om daar te komen?

12

Il parco giochi
L altalena
Il su e giu'

De speeltuin
De schommel
De wip

13

Direttamente
Tirare dritti, andare dritto

Regelrecht
Afgaan op

14

La direzione opposta

De tegenovergestelde richting

15

C ' e' un bel pezzo di strada

Het is een heel eind
Het eind

16

Segnale di stop rosso

Rood stop.teken

17

Non invertire la marcia in questa strada perche' e' senso unico.

Draai niet met je auto in die straat want het verkeer is eenrichting.
Het is een eenrichtingsweg

18

Il bus e' parcheggiato in strada

De bus is geparkeerd in de straat.

19

Alla fine della strada

Aan het eind
van de weg

20

Imbucare una lettera

Een brief posten
Brievenbus

21

La freccia indica a destra

De pijl wijst naar recht

22

E' lontano da qui?

Is het ver hier vandaan?

23

Viale

De laan
De dreef

24

Sempre dritto!

Rechtdoor!

25

Girare a sx

Zij Gaat linksaf
Zij slaat links af (afslaan)

26

Descrivere la strada, il percorso

De route beschrijven

27

Ie sbarre del passaggio a livello.
Il passaggio a livello.

De spoorbomen.
De overweg (onbewaakte)

28

Raggiungibilita'via auto o treno
Accessibilita' per sedie a rotelle , handicappati visivi o uditivi.
Numeri di telefono utili

Bereikbaarheid
Toegankelijkheid voor visueel en auditief gehendicapten.
Handige telefoonnummers

29

Scendere dal tram

De tram uitstappen

30

Parigi e dintorni

Parijs en omgeving

31

La deviazione
I dintorni

De omleiding
De omgeving

32

Lo svincolo , lo snodo

Het knooppunt

33

Il comune
Il funzionario
Controllare
Provvedere

De gemeente
De ambtenaar
Controlleren
Zorgen voor

34

La anagrafe civile
L anagrafe
La nascita
Dichiarare al comune.

De afdeling burgerzaken
De bevolkings.register
De geboorte
Aangeven op het gemeentehuis.

35

Il dover civico

De Burgerplicht

36

Rendere noto in forma scritta.
Entro 5 giorni

Schrijftelijk bekendmaken.
Binnen 5 dagen

37

Dichiarazione
Portare con se
Allegare alla lettera una copia dei documenti.

Verklaring.
Meenemen.
Bij de brief meesturen een kopie van de documenten.

38

La dichiarazione.
Il modulo
I documenti
L atto

De verklaring
Het formulier
De documenten
De akte

39

Convertire una patente in una patente olandese

Een rijbewijs ruilen VOOR een Nederlands rijbewijs.

40

Informare (un ufficio)

Bekendmaken

Op de hoogte brengen.

41

Il municipio
Il consiglio comunale
Il consigliere

Het raadhuis
Gemeenteraad
Gemeenteraads.lid

42

In un ufficio comunale

Op een gemeentehuis

43

Un edificio pubblico

Een openbaar gebouw

44

Informare qualcuno
Denunciare
Rendere noto presso il comune che...

Iemand "op de hoogte brengen"
Aangeven
Bekendmaken op het gemeentehuis dat...

45

Il settore servizi al cittadino

De afdeling burgerzaken

46

La mia patente non e' piu' valida. Ne devo chiedere una nuova.

Mijn rijbewijs is niet meer geldig. Ik moet een nieuw aanvragen.

47

Il municipio si trova sempre in un posto centrale del comune.

Het gemeentehuis ligt altijd op een centrale plaats in de gemeente.

48

Per iscritto

Schrijftelijk.

56

Puoi localizzare questo indirizzo?

Wil jij dit adres lokaliseren?

57

Un punto della citta'

Een punt IN de stad

58

Il comune tiene le strade pulite.
Il comune ritira ( prende via) la spazzatura .

De gemeente houdt de straten schoon.
De gemeente HAALT de afval OP.

59

Raccogliere in sacchi o contenitori per spazzatura. la carta viene raccolta in punti centrali.

Verzamelen in een vuilniszak of vuilnisbak.
Papier wordt op centrale plaatsen verzameld.

60

Il trasporto pubblico
Il biglietto giornaliero
Il biglietto usa e getta

De openbaar vervoer
De dagkaart
De (1uur) wegwerp kaart

61

L edificio
La facciata
La volta
La colonna
La cupola

Het gebouw
Het geval
Het gewelf
De zuil
De koepel

62

I portici

De zuilengalerij

De galerie (kunst)

63

I senzatetto

Dakloze mensen

64

Devo rendere noto il trasloco al comune

Ik moet mijn verhuizing op het gemeentehuis bekendmaken.

65

La cupola

De koepel

66

La casa sul canale

Het herenhujs

67

L appartamento
La casa isolata
La villa
La bifamiliare
La villetta a schiera

Het appartement
Vrijstaande huis
Villa
Twee onder een kap
Rijtjeshuis

68

Il capannone la rimessa

De loods de loodsen

69

I rondelli

De tourniquet

70

La stazione centrale
Il trasporto pubblico
Il museo cittadino

Het cenltraal station
Het stedelijk museum
Het openbaar vervoer

71

La traversa

De zijweg

72

Palazzi anonimi

Karakterloze gebouwen

73

Circondato da

Omgeven door

74

La bella Amsterdam

Het mooie Amsterdam

75

Il mezzo di trasporto

De vervoer.middel

76

Imboccare un sentiero

Inslaan
Een pad inslaan

Trans: een etalage inslaan (frantumare)
Trans: fare provvista di...

77

La strada e' dissestata/accidentata

De weg is hobbelig.

78

Dominare, sovrastare

Uitrijzen boven
De torens die boven de stad uitrijzen

79

Un lento camion bloccava il traffico

Een trage vrachtwagen
Hield het verkeer op.

Ophouden. Intralciare
Tegenhouden. Fermare,bloccare

80

La torre

De toren

81

Pompa di benzina
Benzinaio
Piscina
Tempio
Grattacielo

Het pompstation
De pomp.bediende
De wolken.krabber
Het swem.bad
De tempel

82

Carta e vetro vanno in speciali cintenitori per vetro e carta.

Papier en glazen gaan in speciale papierbak en glasbak

83

Sto cercando un bar.

Ik ben op zoek naar een cafe'.

84

La distanza.
La loro casa sta a5 km dalla stazione.

De afstand.
Hun huis ligt 5 km VAN de station VANDAAN.
Van ... Vandaan.

85

Il cartellone, manifesto, locandina

Appendere

Affiche
Aanplakken

86

Continuare ad andare verso, proseguire fino a

Doorgaan naar

87

(Camminare) un bel pezzo

Een heel stuk lopen

88

Gettare , scaricare i rifiuti

Afval / vuil storten

89

Quello che va a puttane
Il frequentatore abituale di pub

Hoerloper
Kroegloper

90

Lo squattrinato

De armoed.zaaier

91

La fioriera
La aiuola

De bloembak
De bloemperk

92

I negozi sulla piazza

De winkels op het plein

93

Mezzi di sussistenza
Vivere di una piccola rendita, entrata, salario

Middelen van bestaan
Bestaan van klein inkomen
Het inkomen

94

Un altro posticino per vivere

Een andere plekje om te wonen

95

Un vicolo cieco

Een doodlopende (blinde)steeg
De steeg

96

Il mendicante

De bedelaar
De bedelares

97

Istituire

Fondare, ergere

Stichten (een school)

Oprichten (een standbeeld)

98

Fondare una citta'

Een stad stichten

99

Il concittadino

De medeburger

100

Sboccare (strade)

Opkomen

101

In che direzione e' il...

Welke richting
Is het
Naar
Het museum?

102

Il gatto randagio

De zwerfkat
Zwerven

103

Lo zampillo della fontana

De straal van de fontein

104

Strada privata

Eigen weg

105

Disorientato, non ambientato

Onwennig

106

L edificio universitario

Het
Universiteits.gebouw

107

Sentirsi a casa

Zich voelen thuis

108

Frequentare, bazzicare

Verkeren IN

Anche : trovarsi in (versare in stato di)
In paniek verkeren

109

Girare a dx
Andare dritto verso

Afslaan
Afgaan op

110

Atto vandalico

Baldadig.heid

Baldadig : rivoltoso

111

Andare verso casa
Verso la limousine

Richting huis gaan

112

Intralciare il traffico

Het verkeer
Belemmeren

Verlammen = paralizzato

113

Cartello "eccetto"

Uitzonderd
Dit geval is van de regel uitgezonderd.

114

Non gettare spazzatura!

Afval niet storten

Zich storten : buttarsi, gettarsi, tuffarsi

115

Zingaro, zigano

Zigeu.ner , zigeu.nerin

116

Una rete di strade e canali

Een net van straten en kanalen

117

Biforcarsi

Zich vertakken

118

Disorientato
Non ambientato

Onwennig

120

Altrove
Ovunque = dappertutto

Elders
Overal

121

Da qui in avanti

Voort.aan

122

Il getto della fontana

De straal van de fontain

123

Dintorni

Omstreken

124

Viale

Laan

125

Lo stato sociale
Le differenze sociali
La assistenza sociale

Het Maatschappelijke aanzien
De Maatschappelijke verschillen
Het maatschappelijk werk

126

La chiesa locale

De plaatselijke kerk

127

Fondare , istituire

Stichten

128

Territorio , anche regione /prov / dipart

Het Gewest

129

Densamente costruito

Volgebouwd

130

Sussidio

Uitkering

131

Non e' cosi' in tutte le culture

Dat was niet in alle culturen zo

132

La caserma dei pompieri

De brandweerkazerne
Brandkraan
Brandblusser
Spuit / slang
Brandweer.auto

133

Allarme
Scala antiincendio / tagliafuco
Appiccare un incendio
Pericolo di incendio

Brandalarm
Brandtrap / brandgang
Brandstichten
Brandgevaar

134

La casa e' a fuoco.
La casa incendiata
L incendio e' spento.
Bagnare

Het huis is in brand.
Het brandende huis.
De brand is geblust.

135

Una piazza, piantumata di alberi tutto attorno
Una piazza con case tutte attorno

Een plein, rondom beplant met bomen
Een plein met de huizen rondom

136

La ricchezza
La poverta'
Lo squattrinato

De rijkdom
De armoede
De armoedzaaier

137

Il passante

Voorbijganger

138

Via d uscita
Via di scampo

Uitweg

139

Il bivio

De tweesprong

140

Biforcarsi in

Zich splitsen in

143

Fraccia indicativa

Pijl

144

Strada senza uscita

Doodlopende weg
Doorgaande weg

145

In nessun altro posto

Nergens anders

147

Il politico
Il parlamentare

De politicus
Het parlaments.lid

148

L economia
La crisi economica

De economie
De economische crisis

149

L ambiente
L inquinamanto

Het melieu
De vervulling

150

La sanita'
L assicurazione

De gezondheids.zorg
De verzekering

151

La societa'
La societa'
La comunita'
Il comune

De samenleving
De maatschappij
De gemeenschap
De gemeente

152

La discriminazione
L immigrazione

De discriminatie
De immigratie

153

Il governo
Governare

Il governo / la guida
Il governo / l autorita'
La politica governativa
La politica

De regering
Regeren

Het bestuur
De overheid

De beleid
De politiek

154

Gli uffici

De kantoren

155

Da qui
Sono ancora
4 km

Vanaf hier
Is het nog
4 km

156

La piazza del villaggio

Het dorps.plein
= de brink

157

Illuminazione stradale

Straat.verlichting

158

Mettere l indirizzo su

Adresseren

De post.adres

159

Dove e' la stazione?

Weet u waar het station is?
Ik moet naar het station.
Hoe kom ik bij het station?

160

Mi sono perso.
Non conosco questa zona.

Ik ben verdwaald.
Ik ben hier niet bekend.

161

Devo passare di qui, se vado da doornroosje?

Moet ik hier doorheen, als ik naar D ga?

162

Dandiera a mezz asta

De vlag
Halfstok
Hangen

163

Westende sta a circa 235 km da liegi

Westende ligt
Op ongeveer
236 kilometer VAN Luik

164

Quanto e' lunga la distanza tra x e y?

Hoe lang is de afstand
Tussen x en y?

165

Il centro storico

Het oudestad.gedeelte

166

Strada
Non battuta
Asfaltato

Onverharde weg
Geasfalteerde weg

167

Passanti

Voorbijgangers

168

La maniglia (appesa) nel bus

Aggrapparsi a

De lus in de bus

Zich aan de lus vasthouden

169

Un labirinto di strade e vicoli

Een labyrint
Van
Straten en steegjes

170

Agente immobiliare
Notaio

Makelaar
Notaris

171

Provinciale (pej)
I provinciali (peggiorativo)

Provinciaal
De provinciaals

172

Il mercato e' pieno di persone

Het markt is vol met mensen

173

La bici e'
Un modo pratico
Per spostarsi attraverso la citta'

De fiets
Is een handige manier
Om
Door de stad
Te verplatsen

174

Essere fuori citta'

De stad UIT zijn

175

Citta' del 3 mondo

Derdewereld.stad

176

Di fronte a

Quasi di fronte a

Tegenover de kerk.

Schuin tegenover.

177

Girare l angolo

De hoek omgaan

178

Divergere
Le strade divergono al bivio

De wegen
Lopen
Uiteen
Op de twee.sprong

179

La folla
Spingere, farsi largo
Disperdersi

De menigte
Dringen
Uiteen.drijven

180

Diretti a sud

Richting het zuiden

181

Adam e rdam distano 30 km

A dam rdam is 30 km