Op Flashcards Preview

Parole > Op > Flashcards

Flashcards in Op Deck (24):
0

Educazione

De opvoeding

1

Ammucchiare

Opbergen

2

Salvare

Opslaan

6

Misurare la febbre

Temperatuur opnemen

7

Mangiare tutto

Opeten

8

Affezionato

Opgesteld

9

Tutte le volte che

Op telkens als

10

Togliere

Opheffen

11

Mettersi (un profumo)

Opdoen

12

Truccarsi

Opmaken

13

Andare pazzo per

Ik ben gek op

14

Fare errori su errori

Fout op fout maken

15

All italiana

Op zijn italiaans

16

Il penultimo
Tranne uno, l ultimo

De op een na laatste

17

Tutti tranne uno
tranne uno, tutti

Op een na halemaal

18

Optrekken

T : Tirare su, costruire
I: - accelerare (auto)
Optrekken MET een stel vrienden

19

Prendere in considerazione

Ingaan op

20

Stupirsi di

Opkijken van

21

Portare (addosso)
Togliere,abolire

Ophebben
Opheffen

22

Rivendicare

Opeisen

23

Fate largo!

Opzij!

24

Esibirsi

Optreden

25

Aumento (di stipendio)

Opslag

26

Entusiasta

Opgetogen