vestiti 1 Flashcards Preview

Parole > vestiti 1 > Flashcards

Flashcards in vestiti 1 Deck (433):
1

vestiti

de kleding

2

il capo di abbigliamento

de kleding stuk

3

costoso

duur

4

non costoso

goedkoop

5

l'armadio

de kast

6

ragionevolmente costoso

voordelig

7

l'appendino

de kleding hanger

8

ragionevolmente costoso

voordelig

9

l'attaccapanni

de kapstok

10

la qualita'

de kwaliteit

11

di buona qualita'

van goede kwaliteit

12

lo spogliatoio

de kleedkamer

13

dopo una volta di lavaggio

na een keer wassen

14

il camerino

de paskamer

15

dopo una volta di lavaggio

na een keer wassen

16

meno brillante (di colore)

minder fel

17

la macchia

de vlek

18

meno brillante (di colore)

minder fel

19

un capo di abbigliamento

het kledingstuk

20

la taglia

de maat

21

i vestiti

de kleren de kleding, kledingstukken

22

la taglia da bambino

de kindermaat

23

il tessuto la stoffa

de stof het textiel

24

cerniera

de reitssluiting

25

il tessuto la stoffa

de stof het textiel

26

il cotone, di cotone

de het katoen, katoenen

27

il bottone

de knoop

28

il cotone, di cotone

de het katoen, katoenen

29

la lana, di lana

de wol wollen

30

l'asola

de gat

31

la lana, di lana

de wol wollen

32

il nailon, di nailon

de het nylon, nylon

33

il gancio

de haak

34

resistente, solido

stevig

35

lo strappo

de scheur

36

fatto di cotone

gemaakt zijn van katoen

37

il ricamo

het borduren

38

portare

dragen

39

la manica

de mouw

40

la tasca

de zak

41

mettere

aandoen aantrekken

42

il colletto

de kraag

43

vestirsi

zich aankleden

44

il sarto

de kleermaker

45

tenere

aanhouden

46

il raso

de satijn

47

scivolare via

afzakken

48

la seta

de zeide

49

esclusivo, alla moda

in de mode, exclusief

50

il cotone

de catoen

51

il modello

het model

52

la lana

de wol

53

a partire dagli anni sessanta

sinds de jaren zestig wordt de mode bepaald door de jeugd

54

la flanella

het flanel

55

disegnare

ontwerpen

56

il velluto

het fluweel

57

elegante

elegant

58

stirare

strijken IR

59

la grazia

de gratie

60

disponibile

voorradig

61

alla moda

modieus

62

alla modo

in de mode

63

chiq

chic chiique

64

assortito

bij elkaar passend

65

distinto

deftig, voornaam

66

in un altro colore

in een andere kleur

67

alla moda, moderno

hip

68

D quanto costa

D hoevel kost het

69

moderno

modern

70

sporco

schoon vs vies vuil

71

antiquato

ouderwets

72

bagnato

nat

73

troppo lardo

te wijd

74

elegante

elegant

75

largo e sciolto: vaporoso

wijd en los : luchtig

76

confortevole

comfortabel

77

la tasca dei pantaloni

de broekzak

78

pieno di stile

stijlvol

79

la tasca della giacca

da jaszak

80

vestirsi spogliarsi cambiarsi

zich aan uit verkleden R

81

la giacca

de jas

82

macchiare

bevlekken R

83

il giubbino

het jack

84

strappare

scheuren R

85

i soprabito

de overjas

86

fissare con una spilla

vastmaken

87

il cappotto

de mantel

88

l impermeabile

de regenjas

89

provare

passen R

90

ll vestito da donna

de jurk de japon

91

portare indossare

dragen

92

il vestito da uomo

het pak: het kostuum

93

indossare mettersi cappello o occhiali

opzetten R

94

mettersi torliersi

aan of uittrekken

95

i pantaloni

de broek, de pantalon formale

96

piegare i vestiti

wouwen woude gewouwen

97

i calzoncini

de short

98

lo stropiccio

de kreuk

99

la cravatta

de stropdas

100

un vestito pieno di pieghe

een japon vol krueken

101

l collant

de panty

102

una piega non voluta

de ongewenste vouw

103

il portafoglio

de portefeuille

104

spiegazzare

kreukelen R

105

il portamoneta

de portemonnee

106

di seconda mano

tweede hands

107

la borsetta

de handdas

108

la scarpa

de schoen

109

la collana

de ketting : het snoer

110

le mutande

de onderbroek

111

il tacco

de hak

112

gli slip

de slip

113

la suola

de zool

114

la riga

de streep met streepjes

115

la stringa

de veter

116

i quadretti

met ruitjes

117

il velcro

het klittenband of de velcro B

118

il nastro

het lint

119

coi tacchi alti

met hoge hakken

120

andare per negozi

winkelen

121

consumata

versleten

122

comprare acquistare

aanschaffen

123

il nodo

de knoop

124

comprarsi

zich aanschaffen

125

sciogliere un nodo

een knoop los te maken R ontknopen

126

comprare

kopen

127

scarpe con chiusura a velcro

schoenen met klittenbandsluiting

128

l acquisto

de aanschaf

129

i sandali

de sandalen

130

offrirei

bieden

131

gli stivali

de laarzen

132

la lista e' una fila di parole

de lijst is een rij worden

133

gli scarponi da sci

de skischoenen

134

la lista e' una fila di parole

de lijst is een rij worden

135

sei gia' stato aiutato?

word U al geholpen?

136

le infradito

de teenslippers

137

guardarsi intorno

rondkijken

138

gli zoccoli

de klompen

139

la vetrina

de etalage

140

le pantofole

de pantoffels

141

la vetrinetta

de vitrine

142

gli stivali di gomma

de rubber laarzen

143

il proprietario del negozio

de winkelier

144

le scarpe da ginnastica

de gympen

145

il negoziante

de verkoper

146

deed

aan doen IR

147

la strada commerciale

de winkelstraat

148

schoenen

de wandelachoenen

149

dal panettiere

bij de bakker

150

la bombetta

de bolhoed

151

il negozio

de kruidenier

152

il cilindro

de hogehoed

153

il verdurario

de groenteman

154

il cappello da cowboy

de cowboy hoed

155

il negozio

de zaak

156

il cappello da sole

de zonne hoed

157

il negozio di vestiti

de kledingzaak

158

il cappello da straga

de heksen hoed

159

il camerino

de paskamer

160

il cappello di paglia

de stro hoed

161

il camerino

de paskamer

162

il droghiere

de drogist

163

il cappello da pirata

de piraten hoed

164

per un prezzo basso

voor een lage prijs kopen

165

il cappello da festa nel costume da festa

de feesthoed

166

il fai da te

de doe-het-zelf zaak

167

il cappellino da infermiera

de verpleegster.kap

168

il calzolaio

de scheonmaker

169

il berretto

de muts

170

la bancarella

de kraam

171

il cappello da cuoco

de koksmuts

172

la serie di bancarello

de braderie

173

il cappello con visiera

de pet

174

il chiosco

de kiosk

175

il cappello da poliziotto

de politiepet

176

il chiosco

de kiosk

177

l asta

de veiling

178

il cappello da capitano

de kapiteinspet

179

il battitore

de veilingmeester

180

il casco

de helm

181

aprire

openen

182

l'elmo

de ridderhelm

183

diventare aperti

opengaan

184

il casco da moto

de motor helm

185

gli orari di apertura

de openingstijden

186

il casco da pompiere

de brandweerhelm

187

chiudere

sluiten dichtdoen

188

la corona

de kroon

189

diventare chiusi

dichtgaan

190

la mitra

de mijter

191

diventare chiusi

dichtgaan

192

l articolo

het artikel

193

il berretto

de baret

194

il prodotto

het product

195

mettere

opzetten R

196

l offerta

de aanbieding: het koopje

197

togliere

afzetten R

198

nelle offerte

in de aanbieding

199

fare cappelli

hoeden maken R

200

la svendita

de uitverkoop

201

l'abito da uomo

het pak

202

l assortimento

het assortiment

203

la cravatta

de das

204

l assortimento

het assortiment

205

scontato

afgeprijsd

206

i pantaloni

de broek

207

esaurito

uitverkocht

208

la giacca

de jas

209

di seconda mano

tweedehands

210

il soprabito la giacca invernale o sportiva

de over winter sport jas

211

le tasse

de bealsting

212

la giacchetta

het jasje

213

l IVA

de BTW

214

il cappotto

de mantel

215

compreso

inbegrepen : inclusief

216

il giubbino

de jack

217

piu' economico del normale

geodkoper is dan gewoonlijk

218

il maglione

de trui

219

il prezzo e' 50 euro, iva inclusa

de prijs is 50 euro, btw inbegrepen.

220

il pullover

de pullover

221

costoso economico

duur goedkoop

222

la felpa

de sweater

223

ragionevole

redelijk

224

i guanti

de handschoenen

225

piuttosto

redelijk : nogal

226

le moffole

de wanten

227

per un prezzo ragionevolel

voor een redeijke prijs

228

la sciarpa

de sjaal

229

per un prezzo ragionevolel

voor een redeijke prijs

230

il cartellino del prezzo

het prijskaartej

231

i collan

de panty

232

salire e scendere (prezzi) intransitivo

stijgen , dalen

233

le calze pesanti

de dikke sokken

234

andare in su

omhooggaan

235

il golfino di maglia

het gebreide vest

236

aumentare (trans)

verhogen

237

il cappello di lana

de wollen muts

238

aumentare (trans)

verhogen

239

diminuire (trans)

verlagen

240

i paraorecchi

de oorwarmers

241

l'aumento del prezzi

de prijsstijging de prijsdaling

242

gli occhiali da sci

de sneeuwbril

243

mettere in una busta di plastica

in een plastic tas stoppen

244

con le maniche lunghe

met lange mouwen

245

il cestino il carrello

de mand de winkelwagen

246

jeans

de jeans de spijkerbroek

247

il cestino il carrello

de mand de winkelwagen

248

il vestito da uomo

het pak: het kostuum

249

caldo o pesante

warm

250

la scatla

de doos

251

la sciarpina

het sjaaltje

252

la scatla

de doos

253

il barattolo

de pot

254

la salopette

de tuinbroek

255

la lattina

het blik

256

la tuta da lavoro

de overall

257

cambiare

ruilen

258

la giacca sportiva con due bottoni

de blazer

259

la lamentela

de klacht

260

il maglione col collo rotondo

de trui met ronde hals

261

la lamentela

de klacht

262

avanzare un reclamo a qualcuno

een klacht indienen tegen

263

un maglione con collo a V

een V hals trui

264

essere soddisfatti di

tevreden zijn over

265

il maglione a collo alto

de coltrui

266

grande piccolo

klein groot

267

la gonna

de rok

268

grande piccolo

klein groot

269

quale taglia hai?

welke maat hebt U?

270

l'abito da donna

de jurk

271

numero di scarpe 39

schoenmaat 39

272

la camicia da donna

de bloes

273

ti sta bene!

het staat je (goed)!

274

la camicia da uomo

het hemd

275

come mi sta questo cappello?

hoe staat deze hoed ME?

276

i jeans

de spijkerbroek

277

la giusta taglia

de juiste maat

278

la t shirt

het T shirt

279

provare

passen

280

i pantaloncini

de korte broek

281

essere adatto con

passen bij : geschickt zijn voor

282

il top

het topje

283

le infradito

de teenslippers

284

adatto per ognuno

passend bij elkaar

285

stretto largo

smal breed

286

D Ha questi jeans in un colore diverso

D hebt U deze jeans in een andere kleur

287

stretto largo

smal breed

288

attillato

strak

289

Questo risulta di moda in questo momento.

Dat is momenteel in de mode

290

largo

wijd

291

a fiori

gebloemd

292

la banconota

het bankbiljet

293

a pallini

gestippeld

294

la moneta

de munt

295

a quadretti

geruit

296

la moneta

de munt

297

non ho abbastanza denaro con me

ik heb nu niet genoeg geld bij me.

298

a righe

gestreept

299

non ho abbastanza denaro con me

ik heb nu niet genoeg geld bij me.

300

pagare

betalen

301

i sandali

de sandalen

302

spendere in (tempo, denaro)

besteden aan

303

Questo ti sta bene!

Dat staat je goed!

304

spendere in (solo denaro)

uitgeven aan

305

l'abito da uomo

het pak

306

avanzare (soldi)

over zijn

307

lo smoking

de smoking

308

in contanti, l assegno

contant de cheque

309

l'abito da donna

de jurk

310

pagare a qualcuno

aan iemand betalen

311

l'abito da uomo

het kostuum of het pak

312

noi non accettiamo assegni

we aanvaarden geen cheques

313

l'abito da uomo elegante

de rok

314

arrotondare a

afronden naar

315

in abito da sera

in rok kostuum

316

il gilet

het vest

317

il papillon

de vlinderdas

318

i gemelli

de manchet.knopen

319

la fusciacca

de sjerp

320

l'abito da donna da sera

de avondjurk

321

l'abito da sposa

de bruidsjurk

322

l'abito da cocktail da donna

de cocktailjurk

323

le scarpe col tacco alto

de schoenen met hoge hakken

324

la stola

de stola

325

la scollatura

de laag uitgesneden

326

lacca per le scarpe di lacca

het lakleer

327

farsi belli

zich mooi maken R

328

mettere a posto sistemare

opsteken stak op opgestoken

329

non ho niente da mettermi

ik heb niets om aan te doen

330

le mutande

de onderbroek

331

la sottoveste

de onderrok

332

la canottiera

de onderhemd

333

i boxer

de boxershort

334

gli slip

de slip

335

il tanga

de string

336

il reggiseno

de beha

337

le calze da reggicalze

de kousen

338

il corsetto

het korset

339

il pigiama

de pyjama

340

la camicia da notte

de nachthemd

341

la vestaglia

de kamerjas

342

le pantofole

de pantoffels

343

soffice

zacht

344

col pizzo

met ruches

345

slacciare

losmaken R

346

chiudere allacciare

sluiten

347

la borsa

de tas

348

la borsetta

de handtas

349

una borsetta di pelle

een leren handtas

350

la pelle il cuoio

het leer

351

l'ombrello

de paraplu

352

la cintura

de riem

353

l'orologio da polso

de polshorloge

354

gli occhiali

de bril

355

il fazzoletto

de zakdoek

356

il portafoglio

de portefeuille

357

il portamoneta

de portemonnee

358

la cravatta

de stropdas

359

il velo

de sjaal

360

mettersi la cravatta

ik doe een stropdas om

361

gli orecchini

de oorbelen

362

il ciondolo

de hanger

363

la collana

de ketting

364

la spilla

de broche

365

il gioiello

de juweel

366

l'anello

de ring

367

il braccialetto

de armband

368

d'oro bianco o giallo

van wit geel goud

369

d'argento

van zilver

370

di platino

van platina

371

mettersi

aandoen IR

372

portare

dragen IR

373

I bijoux

sieraden

374

Il chiosco

De kiosk

375

La fila di bancherella

De braderie

376

La bancherella

De kraam

377

Il calzolaio

De schoen.maker

378

Attillato

Strak

379

Sciolto

Loshangend

380

Largo stretto

Breed
Smal

381

Largo

Wijd

382

La maniglia (borsa)

Het handvat

383

Alzare il bavero

Zijn kreeg opzetten

384

Riassettarsi i vestiti

Zijn kleren in orde brengen

385

Lucidare le scarpe

Schoenen poetsen

386

Scarpe con tacchi bassi

Schoenen met platte hakken

387

Ha una small?

Hebt u een small? Medium? Large?

388

Ha un colore
Piu' chiaro?
Piu' scuro?

Hebt u
Een
Lichtere
DonkerDere
Kleur?

389

Questo puo' essere lavato in lavatrice?
Solo a mano?

Kan dit
in de machine worden gewassen?
Alleen met de hand worden gewassen?
Alleen chemisch worden gereinigd?

390

La cera da scarpe

De schoen.was

391

Trasparente

Doorzichtig

392

Vestiti da occasione

Gelegenheids.kleding

393

Sintetico

Synthetisch

394

In tinta uniita
Di molti colori
Trasparente

Een.kleurig
Veel.kleurig
Door.zichtig

395

Decente

Fatsoenlijk
Behoorlijk

396

Lanciare la moda,
Fare tendenza
Chi lancia una moda
Alla moda,trendy

Een trend zetten
Trendsetter
Trendy

397

Intonarsi (di colore) con

Kleuren bij
Passen bij

398

Avvolto in stracci

In lompen gehuld

399

Il gomitolo di lana

De Knot wol

400

Nastrino

Het Lintje

401

Consumare (si)
Usurare , logorare (si)

Slijten
Verslijten

403

Lui ha su le mie calze

Hij heeft mijn sokken (sokjes) aan

404

Resistente
Di buona qualita'

Stevig
Degelijk

405

Meno intenso (di colore)

Minder fel
De felheid

406

Cerniera lampo

Riets.sluiting = riets
Rietsen

407

Gomitolo di lana

Knotje wol

408

Questo pantalone mi sta stretto

Deze broek
Zit mij
Veel te nauw

Nauw

409

Aderire
Restringere

Nauw sluiten
Nauwer maken

410

Vestito di arancione

In het oranje gekleed

411

Pezzo di stoffa oppure
Toppa

Lap

412

Spento
Vivace

Flets
Helder

413

Sciarpa
Cravatta

Das

414

Il velo

De sluier
Het doek

415

Slacciare (le scarpe) CON difficolta'

Los.peuteren
In zijn neus peuteren

416

Annodare la sciarpa
La cravatta
Le scarpe

De das knopen
Zijn das knooen
Zijn veters knopen

417

Trascurarsi

Zich verwaarlozen

418

Ballare addosso

Slobberen

419

Attillato , stretto

Strak

420

Multicolore

Bont

421

Tubino

Wikkel.rok

422

Vestirsi in un attimo

In zijn kleren
Schieten

423

Provare (misurare)

Passen

Een manteel passen

424

Una gonna con lo spacco davanti

Een rok
Met een spilt
Van voren

425

Vistoso, appariscente

Opzichtig

426

Togliersi
La giacca

Zijn jas
Uit.trekken

427

Una giacca pesante

Een warme jack (iak)

428

Togliersi di dosso
Gettare alle ortiche

Afdoen (de masker)
Afleggen (de priesterkleed)

429

Rattoppare
Rammendare

Verstellen

430

Riadattare un vestito

Een jurk
Vermaken

Vermaken: divertirsi

431

Un vestitino grazioso/ incantevole

Een snoezig jurkje

432

Il velo

De sluier

433

Taglio, foggia

Snit

434

Un impermeabile di plastica

Een plastic regenjas