Vrede En Oorlog Flashcards Preview

Parole > Vrede En Oorlog > Flashcards

Flashcards in Vrede En Oorlog Deck (105):
34

Resistere a

Zich verzetten tegen

35

Circondare

Omgeven

36

La difesa

De verdediging
Verdedigbaar
Verdedigen

37

Distruggere

Vernietigen

38

Il fucile
Caricare
Pallottola

Geweer
Laden
De kogel

39

Gli alleati

De geallieerden

40

Contrabbandare

Smokkelen

41

Razionato

Op de bon

42

La resistenza

Het verzet

43

Attaccare
Difendere
Occupare
Liberare

Aanvallen
Verdedigen
Bezetten
Bevrijen

44

Nascondere
Darsi alla macchia, nascondersi

Verbergen
Onderduiken

45

Fidarsi
Non fidarsi

Vertrouwen
Wantrouwen

46

La liberazione
Il bombardamento

De bevrijding
Het bombardament

47

Esiliare

In ballingschap zenden
Verbannen

48

Trappola
Cadere in trappola
Fare una trappola
Attirare in trappola

De val
Een val zetten
In de val lopen
In de val lokken

49

Proteggere e servire la comunita'

Gemeenschap Beschermen en dienen

50

Mancare il bersaglio

Het doel missen

51

Eseguire un ordine

Een bevel uitvoeren
Uitvoeren

52

La pallottola

De kogel.
De kogel is door de kerk

53

La guerra civile

De burgeroorlog

54

Il guerriero

De krijger

55

Il capitano
I capitani

De kapitein
De kapiteins

56

Assediare

Belegeren

57

Esilio

De ballingschap

58

Il profugo

De vluchteling

59

La liberazione

De bevrijding

60

L orrore

De verschrikking

61

Intervenire

Ingrijpen

62

Antiproiettile

Kogelvrij

63

La spia

De spion

64

Minacciare

Dreigen

Dreigement

65

Ostile

Vijandig

66

Lo scoppio

De knal

67

Conquistare

Veroveren

68

Sorvergliare i confini

De grens bewakken

69

Fare irruzione in

Binnenkomen het romeinse rijk
Keizer nero
Vanaf het jaar 300
Germaanse stammen
De stam : la popolazione

70

Ribellarsi contro qualcuno
Reprimere una ribellione

In opstand
tegen iemand
Komen

Een opstand neerslaan

71

Essere al sicuro

Hoog en droog zitten

72

Torturare

Kwellen

73

Massacrare

Slopen

Nb abbattere (edificio)

74

Un combattimento a sangue

Een bloedig gevecht

75

Spietato, crudele, disumano

Genade/loos

76

Colpo di grazia

Genade/slag

77

Reclutare

Rekruteren

(Non militare: ronselen, aantrekken)

78

Trincea

De Loop.graaf

79

Decapitare
Boia

Ont.hoofden
Beul

80

Prigioniero
Bendato

Gevangene
Geblind.doekte

81

Affrontare (il pericolo)
Coraggioso

Het gevaar Trotseren
Dapper , moedig
Laf , de lafaard

82

Prendere in ostaggio , imprigionare

L ostaggio , il sequestrato

Gjjzelen

De gijzelaar

83

Carriera militare

Militaire loopbaan

84

Cessate il fuoco (armistizio) permanente

Permanent bestand

Bestand : file

85

Mazza

Knots (wapen)

86

La caduta dell impero romano

De ondergang van
Het romeinse rijk

87

Bomba artigianale

Ge.knutselde bom

88

Vulnerabile

Kwetsbaar

89

Vivere in clandestinita'
Darsi alla macchia

Onderduiken

90

Un movimento clandestino

Een
Ondergrondse
Beweging

91

Prendere d'assalto

Bestormen

92

Schieramento

Opstelling

93

Arrendersi

Zich overgeven

94

Razzia

Stroop.tocht

95

La posizione (la postazione)

De post

96

Perdere la vita , cadere in battaglia

Sneuvelen

97

Il tiratore

De schutter

98

Accerchiare

Omsingelen

Zij zijn omsingeld.

99

Il terrorista

De terrorist / terroriste

100

Prendere in ostaggio
Sequestratore
Sequestrato

In gijzeling nemen
Gijzel.nemer
Gijzelaar

101

Uccidere a sangue freddo

In kolen bloede
Vermoorden

102

L irruzione

De inval

103

La vendetta
Meditare
Vendicarsi su qualcuno
Vendicare qualcuno

De wraak
De wraak koesteren
De wraak nemen op iemand
Wreken de Profeet

104

Il complice

De mededader

105

La vittima civile / milirare

De burger.slachtoffer

De militaire slachtoffer

106

I caduti

De gevallen

107

Cadere in battaglia

Sneuvelen = vallen

108

Cadere x la patria

Voor het vaderland
Vallen

109

Proteggere (difendere)
Proteggersi

Beveiligen

Zich beveiligen

110

Protezione . Difesa

Beveiliging

111

Violento

Geweld.dadig

112

Spiare

Bespioneren

113

Un attentato vigliacco

Un Vigliacco
Vigliaccata

Laffe aanslag

Lafaard
Laffe streek

114

Orripilante

Griezelig

115

Egli ha ucciso 2 persone
E ne ha ferite tre

Hij doodde twee mensen en
Verwonde er Drie

116

Il tiratore

De schutter

117

L armatura
Il carro armato

De harnas
De tank

118

Bombardare
Catapultare

Bombarderen

119

Baluardo

Bomwerk

120

Attentato dinamitardo

Bom.aanslag

121

La situazione in Serbia
Diventa migliore, peggiore, piu esposiva, piu seria
Di giorno in giorno

De situatie in Servie:
Wordt
Met de dag
Slechter, erger, esplosiver, onvoorspelbaarder

122

Invasore , l occupazione

Bezetter , de bezetting

Is bezet = e' occupato
Als een bezeten = come un indemoniato

123

Le grandi potenze

De grote
Mogend.heden

124

Sconfitta
Attacco

Subire una sconfitta

De Nederlaag
De aanval

Een nederlaag lijden

125

Ridurre in polvere

Polverizzare

Tot gruis slaan

Vergruisen
Verguisen

126

Per un pelo
Scampare
Al massacro

Op het nippertje

Aan de slachting

Ont.komen

127

Ricordare
Assordante silenzio

Herinneren
Oorverdovende stilteheid

128

L alleato

De geallieerde

129

Commemorare
A mezz'asta
Cerimonia
Commemorazione dei morti

Herdenken
De Plechtigheid
Half.stok
De Vlaggenmast
Dodenherdenken

130

La vittoria
La liberazione

De overwinning
De bevrijding

131

Mirare a

Mikken op (plek 6)

132

Distruggere , rovinare

Verwoesten (un posto, la salute)

Verwoesting

133

Il numero dei morti (dell attentato)

De doden.tal

134

Rivendicare

Opeisen

135

Antiproiettile

Kogel.vrij

136

Campo di concentramento
Campo di sterminio

Concentratie.kamp
Vernietigings.kamp

137

Minato

Bemijnd

138

Recluta
Reclutare

Rekeuut
Rekruteren, wervelen