Lavori domestici Flashcards Preview

Parole > Lavori domestici > Flashcards

Flashcards in Lavori domestici Deck (128):
1

sporco

vuil

2

pulito
Pulire

schoon
Schoonmaken

3

disordinato

slordig

4

disordine

de rommel

5

scopa

de bezem

6

ramazza

de zwabber

7

spugna

de spons

8

secchio

de emmer

9

straccio

het doekje

10

tinello

de gootsteen

11

tappo

de stop

12

detersivo

de afwasmiddel

13

guanti

de rubberhandschoenen

14

lavare i piatti

de vaatwerk

15

cesta dei panni

de wasmand

16

filo per stendere

de waslijn

17

molletta

de knijper

18

il bucato

de was

19

ciffo di polvere

de stofvlok

20

scopino del bagno

de wc borstel

21

spazzatura

de afval

22

il cesto è pieno zeppo

de vuilnisbak is tjokvol
Bomvol

23

riparazione

de reparatie

24

inizio coi lavori domestici

ik begin met het huishoeuden

25

lavori domestici

het huishoudelijk werk : stofzuigen, afwassen

26

Fare i lavori domestici

het huishouden doen

27

stporco e disprdinato

vies en rommelig

28

togliere con straccetto o mano

Afvegen
Je mond afvegen

29

spazzare via

opvegen

30

strofinare

schrobben

31

mettere a posto

opruimen

32

lavare i piatti

afwassen

33

asciugare i piatti

afdrogen

34

arieggiare

luchten

35

tirare lo sciacquone

de we doortrekken

36

lucidare

poetsen

37

lavare i piatti

wassen

38

lavare a secco

stomen

39

sapone

de zeep

40

Scaricare la spazzatura

dumpen

41

Scaricare la spazzatura

afval storten

42

vietato scaricare spazzatura

verboden vuil te storten of dumpen

43

detersivo

de wasmiddel
De waspoeder ruikt lekker fris.

44

lavare con straccio

dweilen

45

scopina e paletta

de stoffer en blik

46

buurt

carico della lavatrice

47

buttare via

weggooien

48

cesto dell'immondizia

vuilnisbak of container

49

raccolta differenziata

afvalscheiding

50

La casalinga

De huisvrouw

51

Non e piu in uso

Het is niet meer in gebruik

52

Utile

Praktisch, handig

53

Fare utilizzo di...Utilizzare , godere di..Godere di una offerta

Gebruikmaken van .Van uw aabod gebruikmaken

54

Fare il bucato

De was doen

55

Asciugare il bucato

Drogen
De droogtrommel

56

Il grembiule

De schort

57

Sparecchiare

Afruimen

58

Lavare i piatti

De vaat of afwas doen
Afwassen

59

Il cencio per piatti

De vaatdoek

60

La confusione

De rommel
De rotzooi
Rommelig
Opbergen
Opruimen

61

Logoro
Abbandonato
Non curato

Versleten
Verlaten
Verwaarlozen

62

Ferro da stiro asse da stiro

Het strijkijzerDe strijkplank

63

Accendere
Spegere

Aanzetten
UitAfzetten

64

Il cestino

De prullenbak

65

Il cencio per asciugare i piatti

De theedoek : de keukenhanddoek

66

La scopaIl mocioLo straccio

De bezem
De zwabber
De dweil

67

Spolverare

Vegen

68

Rotto

Kapot : stuk

69

Riparare

Maken :Herstellen :Repareren

70

Sostituire

Vervangen

71

Rovinarsi ,Rovinato ,consumato

Verslijt , versleet, versletenVersleten

72

La forbice
Affilato
Cucire
Lo spillo

De schaar
Scherp
Naaien
De speld

73

Il fiammifero
Accendere
Hai da accendere?

De lucifer
Aansteken
Hab je een vuurtje?

74

Ferro da stiro asse da stiro

Het strijkijzerDe strijkplank

75

Accendere
Spegere

Aanzetten
Uit
Afzetten

76

Il cestino

De prullenbak

77

Il cencio per asciugare i piatti

De theedoek : de keukenhanddoek

78

La scopaIl mocioLo straccio

De bezemDe zwabberDe dweil

79

Spolverare

Vegen

80

Rotto

Kapot : stuk

81

Riparare

Maken :Herstellen :Repareren

82

Sostituire

Vervangen

83

RovinarsiRovinato ,consumato

Verslijt , versleet, versletenVersleten

84

La forbice
Affilato
Cucire
Lo spillo

De schaar
Scherp
Naaien
De speld

85

Il fiammifero
Accendere
Hai da accendere?

De lucifer
Aansteken
Hab je een vuurtje?
Aansteker

86

Per i maglioni la lavatrice ha un programma a parte

Voor truien heefd de wasmachine een apart programma.

87

La colla non ha tenuto.

De lijm heeft niet gehouden.

88

Spazzatura, Dove la lasci?

Afval, Waar laat je het?

89

In molti comuni la spazzatura domestica viene ritirata due volte alla settimana.

In veel gemeentes word het huisvuil twee keer per week opgehaald.

90

Puoi mettere la spazzatura fuori?

Wil je het afval buiten zetten?

91

Le persone si prendono cura "per bene" delle loro case e giardini.Le strade vengono ripulite "per bene"

De mensen zorgen goed VOOR hun huizen en tuinen.De straten worden goed schoongemaakt (schoongehouden)

92

Una tinozza

Een teil

93

Imbianchino

Huis.schilder

94

Mettere fouri la spazzaturaRaccogliere

Het afval buiten Verzamelen

95

Dare la cera

In de was zetten

96

Lavare i vetri

Ramen lappen

97

Rotolo di carta cucina

Keuken.rol

98

Mettersi il grembiule

Een
Schort
Voordoen

99

Rompere
Andare in frantumi

Kapot maken
In scherven vallen

100

Lo straccio per asciugare
Lo straccio per lavare i piani di lavoro

Theedoek//
Vaatdoek....

101

Lavastoviglie

Afwasmachine = vaatwasser

102

Lavare i piatti
Asciugare i piatti

Afwassen = afwas doen
Afdrogen

103

Straccio per lavori di casa

Huishoud/doek

104

Il piano di lavoro

De Aanrecht

105

Il lavello
Lo spazzolino per lavare i piatti

Gootsteen
Afwasborstel

106

Gettare rifiuti

De afval storten

107

Spazzola
Spazzolone
Scopettina
Battipanni

Borstels
Vegers
Boenders
Matten.kloppers

108

Spazzare
Pulire

Vegen

109

Bacinella , catino
Mastello

De Teil
De tobbe

110

Stenditoio

Het Droog.rek

De rek = elasticita'

111

Mettere in ammollo

De was
In de week
zetten

112

Rifare i letti
Lavare e asciugare i piatti

Bed opmaken
Afwassen
Afdeogen

113

Apparecchiare
Sparecchiare

De tafel dekken
Afruimen

114

Lavare
sciacq
Strizzare
Stendere
Stirare

Waasen
Spoelen
Wringen
Was ophangen
Strijken

115

Rammendare / rattoppare

Piegare l bucato

Verstellen
Een broek verstellen
De was opvouwen

116

Spazzare
Passare il cencio

Vegen
Dweilen

117

Lavare i veyri

Ramen wassen

118

Togliere la polvere
Asp

Afstoffen
Stofzuigen

119

La polvere
Lo sposrco

Hey vuil
Het stof

120

Annaffiare

De planten water geven

121

Spazzare il marciapiede
Pulirsi i piedi

De stoep vegen
Zijn voeten vegen

122

Strofinaccio x asciugare
X lavare

Het theedoek
Het vaatdoek

123

La carta-casa

De keuken.rol

124

Asciugatore

Wasdroger

125

Stenditoio

Droogrek

126

Piegare la biancheria

Linnen.goed vouwen

127

Svuotare (la lavastoviglie)

Leeg.maken
Leeg.ruimen

128

Strizzare

Uit.wringen