Clic Flashcards Preview

Parole > Clic > Flashcards

Flashcards in Clic Deck (101):
0

Caro Oliver,
Io sono al quarto anno (sono in quarta).
Scrivi presto!

Beste Oliver,
Ik zit in het vierde jaar.
Schrijf vlug!

1

Pagate tutti a parte (conti separati)?

Betaalt iedereen apart?

2

Cosa e' zuccherato?

Wat is gezouten?

3

Cosa per la merenda delle quattro?

Voor het vieruurtje?
Een potje yoghurt

4

Io faccio sport
Karate
Musica

Io amo i videogames.

Ik doe aan sport
Ik doe aan musiek.
Ik doe aan judo

Ik houd van videogames.

5

Io suono la chitarra elettrica.
Poi ascolto volentieri la musica.

Ik speel rlektrische gitaar.
Verder luister ik graag naar musiek

6

A che ora inizia?
A che ora finisce?
Nel pomeriggio

Hoe laat begint?
Hoe laat eindigt?
In de namiddag

7

No, non vado a scuola alle 6.
Ma alle 8.

Nee, ik ben niet om 6 uur op school. Maar wel om 8 uur.

8

Di che modello (tipo) preferisci?
Quelli a zampa di elefante.

Van welk model hou je?
Een model met olifantenpijpen

9

Con i ricami
O in tinta unita?

Met de broderies
of de effen?

10

II camerino e' la' dietro.

Questo modello e' molto adatto a te.

De paskamer is daarachter.

Dit model is heel geschikt voor jou.

11

Ha un taglio (di vestito) perfetto.

Het heeft een perfecte snit.

12

Ci sono
modelli diversi
di jeans?

Zijn er
verschillende modellen
jeans?

13

Una Tshirt
larga / stretta.

Een breed /
Smal - nauw

Tshirt

14

Sono stufo
Di queste adidas.

Apparecchio / staffa

Deze adidas ben ik beu.
Iets beu zijn

Beugel

15

Lo indosso continuamente.
E' stato un buon acquisto!

Ik draag het continu.
Een goede Aankoop.

16

Il mio budget per un mese
Ammonta
Da 20 a 30 euro.

Mijn budget voor een mand
Bedraagt
van ...tot...

17

Non c' e' problema.

E 20 € di resto.

Dat is niet erg.

En 29 euro
Terug

18

Cosa regaliamo a Cindy?

Un regalo

Wat schenken we Cindy?

Een geschenk

19

D accordo, allora

Afgesproken,dan.

20

Lei vuole organizzare
Una serata DVD.

Ze wil
Een dvd avondje
organiseren.

21

Un nuovo telefonino con tutte le opzioni?

Een nieuwe gsm met alle opties?
Een mp3 (speler)?

22

Lei scarica volentieri
Musica
Da internet.

Ze downloadt graag
muziek
van het internet

23

Possiamo regalare X.
Potremmo regalare X.

We kunnen X schenken.
We zouden X kunnen schenken.

24

Quindi Laurel e' piu' magro.
Non e' piu' grasso di Hardy

Dus Laurel is magerder.
Hij is niet dikker dan Hardy.

25

Il primo X / Y

Het eerste X
De eerste Y

26

Una memoria di 1 giga.

Een geheugen van 1 gb.

27

Questo costa meno.
Solo 40 €.

Het is goedkoper.
Maar € 89.

28

L apparato
E' il piu' fantastico.

Het toestel
Het is het meest fantastische.

29

Posso avere
Un pacchetto regalo?

Mag ik een
Geschenk.verpakking
Hebben?

30

Il piu' (assoluto)
Fresco
Comico
Giusto
Timido

Het meest vers S
Het meest komisch ISCH
Het meest juist ST
Het meest timide DE

31

Superlativo assoluto
Aggettivo come epiteto

Paula is de mooiste leerlinge in de klas.
Het meest timide meisje in de klas.

32

La domanda
Piu' posta.

De
Meest
Gestelde (participio)
Vraag

33

Non posso andare in citta'.

I miei genitori non sono d accordo

Ik kan niet naar de stad gaan.

Mijn ouders
Gaan niet
akkoord.

34

Essere d accordo.

D accordo!

Akkoord gaan
Met iets.

Akkoord!
Afgesproken!

35

Essere impegnato
Avere da fare

Mijn moeder
Is even bezig
Als mijn vader

36

Un collegamento a internet.

Een aansluiting op het internet.

37

Il vantaggio.
Lo svantaggio.

Het belangrijkste voordeel
Het grootste nadeel

38

Congratulazioni!
Sei il proprietario
Di un telefonino tosto!

Proficiat!
U bent de eigenaar
Van een toffe gsm!

39

Collega
ogni annuncio
Con Le foto sottostanti

Verbind
iedere Aankondiging
Met een van de onderstaande foto's

40

Ritardo!
Si prega
Di scusarci

Vertraging!
Gelieve
ons te verontschuldigen!

41

A

Ik ben op de pech.strook op E 45, km 60 richting oostende.
Ik heb geen reserve.wiel.

42

Con un ritardo
Presunto

Met een
Vermoedelijke
Vertraging.

43

I passeggeri
Si possono
Imbarcare

De passagiers
Mogen nu
Inschepen.

44

I guidatori
Devono
Fermare
I motori
E lasciare le auto

De bestuurders
Moeten
Hun motor
Stilzetten
en hun voertuig verlaten

45

Con cosa
Posso aiutarla?
C'e' un problema?

Waarmee kan ik helpen?
Is er een probleem?

46

Le sue luci
Sono guaste.

Uw lichten
Zijn defect

47

G

Mag ik U vragen
In het pijpje
Te blazen, meneer?

48

Dove va?

Putterweg n 22, putten

Waar gaat U naartoe?

22, puttenweg in putten

49

Vedrai la chiesa sulla sinistra.

De kerk zie je links.

50

Arrivi in puttenweg.

Vai avanti fino al n 22.
Sei nella mia strada!

Je kom in de puttenweg aan.

Loop rechtdoor tot aan nummer 72.
Je bent in mijn straat!

51

Un po'
all' antica.

Een beetje
ouderwets!

52

Il telefono suona!

De gsm rinkelt!

De bel
De wekker

53

Stai camminando
Nella direzione sbagliata.

Je loopt
in de verkeerde richting!

54

Ma, alla fin fine,
Dove sei?

Maar enfin, waar ben je?

55

Telefonare a qq
Aspettare qq

Iemand opbellen
Wachten op

56

T

Het is geen 4 uur!
Ik ben geen 80 jaar oud!

57

F

De kusttram rijdt
Vanaf 6 's morgens to 10 's nachts

58

G

Tussen 8 en 10 rijden 4 trams per uur in beide richtingen.

59

B

Het was een
Zeer
Aangename avond!

60

B

We waren op ons gemak
onder ons

61

N

Iedereen
Geeft zijn commentaar
Over het feest.

62

J

Nog duizendmaal bedankt!

63

B

Ik ga
Honderd procent
Akkord
Met jouw voorstel

64

B

Onze ouderen
Overtuigen
Is een andere zaak!

65

H

Beter kon moeilijk!

66

Perche' non...

Maak een suggestie!
Waarom zou je niet naar bed gaan?
Waarom zouden we niet ...vertrekken ?

67

G

Hoe was de film op de televisie?

68

Wa

Waren jullie tevreden
Over het feest?

69

W

Wat
Zou je graag
Met 100€ / op vacantie
Doen?

70

C

Samen naar Spanje
Is een boeiend project!

Het project

71

V

Mag je niet
Van je moeder?

Gaan de andere ouders akkoord?

72

Wat dell

Wat denk je
Daarvan?

73

B

Ik ben van plan
Naar de staad
Te gaan

74

H

Prima!
Tof!
Leuk!
Dat vind ik prima!

75

No

Ik heb het liever niet!
Dat heb ik liever niet!

76

N

Ga je akkoord?
Akkoord!
Hoezo?
- wel, ...

77

Ka

Kan dat?

Jammer genoeg kan dat niet!

78

A

Ik kan niet
Alles eten:
Het is te veel!

79

G

Rondjes lopen in het park

80

G

Ik doe mee
Aan tornooien buiten de school

81

I

Ik vind
Meedoen
Belangerijker
Dan winnen

82

J

Ik sport liever met vrienden dan
Voor tv te zitten.

83

C

Een mooi evenwicht
Te bewaren

84

G

U hebt het door!
Doorhebben

85

H

Sport-
Ontspanning-
Mogelijkheden

86

Di niente, al suo servizio.

Zondet dank
En
Tot uw dienst.

87

Waarom ga je daar?

Om een reis te reserveren

88

Di cosa hai bisogno per fare una zuppa?

Wat heb je nodig
Om een soep te maken?

89

Prenditi con calma il tuo tempo

Neem rustig
Uw tijd.

90

La destinazione di viaggio e
La data di paryenza
Ti sono indibberenti.

De reisbestemming en
De vertrekdatum
Blijven jou
Om het even.

91

Un bel viaggio
Per il miglior prezzo

Een mooie vliegtuig.reis
Tegen
Het beste prijs.

92

Prendere parte
A belle attivita' vacanziere.

Deelnemen
Aan leuke
Vakantie.aktiviteiten

93

Fare autostop

Autostop doen

94

Vivere una vacanza da sogno

Een droomvakantie
Beleven

95

Rivedere volentieri

Graag terugzien

96

B

Een anderhalf kilo appels.
Een liter of zes.

97

Ben presto sara' il Mio compleanno.

Weldra is het mijn verjaardag.

98

Vado pazzo per viaggiare

Ik ben
Dol / gek
Op reisen

99

Un sito che e' dedicato agli hobbies

Een site die
Aan de hobby's
Besteed is.

100

Non fare lo scemo / il matto.

Doe niet zo zot.

Zotheid