Babbel Flashcards Preview

Parole > Babbel > Flashcards

Flashcards in Babbel Deck (297):
1

Il film e basato su una storia veramente accaduta.

Un film che fa paura

De film is gebaseerd op een waar gebeurd verhaal

Een enge film

2

Negato

Geweigerd

3

Discutere
Il colloquio
L argomento
Il commento

Argumenteren
Het gesprek
Het onderwerp
Het commentaar

4

Il polline

Het stuifmeel

5

Il disagio

Het onbehagen

6

Fare rima

Rijmen

7

Rinviare

Uitstellen

8

Fastidioso

Irritant

9

Il clamore

De heisa

10

Giudicare

Beoordelen

11

Beneducato

Beleefd

12

Scuotere

Schudden

13

Remare

Peddelen

14

Il ghigno

De grijns

15

Il segno di vittoria

Het overwinningsteken

16

Il gesto

Het gebaar

17

L ascoltatore

De luisteraar

18

Efficace

Effectief

19

La standing ovation

De staande ovatie

20

Cambiare canale

Zappen

21

Riprendere una scena

Opnemen

22

Assistere partecipare a uno spettacolo

Bijwonen

23

Puntata

De aflevering

24

Sconsolato afflitto

Droevig

25

Sentirsi solo

Zich eenzaam voelen

26

La cantante

De zangeres

27

Soddisfatto

Tevreden

28

Scosso , sottosopra, sconvolto

Van streek zijn of raken

29

Deprimersi

Gedeprimeerd raken

30

Passarci sopra

Zich eroverheen zetten

31

Compagnia teatrale

Het toneelgezelschap

32

La sensazione

De gewaarwording

33

Il tamburo

De tremmel

34

Il produttore

De producent

35

La comparsa

De figurante

36

Preoccuparsi per/di qualcosa

zich zorgen maken over iets

37

L ancora

Het anker

38

La pubblicità' occulta

Het product placement

39

Convincere

Overtuigen

40

Applaudire

Applaudisseren

41

Solo e abbandonato

Eenzaam en verlaten

42

Intelligente

Slim

43

Il racconto

De novelle

44

Complicato complesso

Ingewikkeld

45

Dimostrare provare

Bewijzen

46

Rifiutare respingere bocciare

Afwijzen

47

La copia, la stampa

De afdruk

48

In discesa

Aflopend

49

Vidimare

Afstempelen

50

Sintonizzarsi

Afstemmen

51

La puntata

De aflevering

52

Il dubbio

De twijfel

53

Il parere

Het standpunt

54

Negare

Ontkennen

55

Di recente

Onlangs

56

Stimare

Schatten

57

Viziare

Verwennen

58

Avere origine , sorgere, nascere

Ontstaan

59

Salvare un file

Opslaan

60

Cambiare treno

Overstappen

61

La selezione all ingresso

Het deurbeleid

62

Il modello

Het model

63

La scena

De scene

64

Che films proiettano oggi al cinema?

Welke film draaien er vandaag in de bioscoop?

65

Avvincente fino all ultimo

Spannend tot het eind

66

L intervista

Het interview

67

Il genere letterario

Het genre

68

L attitudine

De instelling

69

La contraccezione

De anticonceptie

70

Una grande offerta culturale

Een groot cultureel aanbod

71

(Color) pallido

Flets

72

Chi è' il tuo pittore preferito?

Wie is jouw favoriet schilder?

73

Il contenuto , argomento

De content

74

La bozza

Het concept

75

Io passò il mio tempo davanti al pc

Il breng mijn tijd voor de computer door.

76

L attitudine

De instelling

77

Impedire

Verhinderen

78

Approvare

Goedkeuren

79

Mantenere

Onderhouden

80

Interrompere sospendere

Onderbreken

81

Astenersi da

Zich onthouden van

82

Ospitare alloggiare

Onderbrengen

83

Iscriversi immatricolarsi

Registreren

84

Brillò

Tipsy, aangeschoten

85

Disponibile (in un negozio)

Voorradig

86

Le previsioni del tempo

De weersvoorspelling

87

È' passato tanto tempo

Het is zo langgeleden!

88

La artista

De kunstenares

89

La strega/Fata cattiva

De boze heks/ fee

90

Il sottobosco

De heg

91

Perpendicolare

Haaks

92

Il pelo

De vacht

93

Demolire

Slopen

94

Avere una avversione per ( un cibo)

Een hekel hebben aan

95

Montare

Opzetten

96

Traballante

Wankel

97

L alloggio

Het onderkomen

98

La questione

De kwestie

99

Appartenere a

Behoren aan

100

Laureato

Afgestudeerd

101

Mettere a posto

Opsteken

102

Stimare

Schatten

103

Croccante

Knapperig

104

Sostenere

Ondersteunen

105

Negare

Ontkennen

106

Discutere

Argumenteren

107

Ubbidire

Behoorzamen

108

Un bambino , un villaggio arretrato

Achterlijk

109

La percezione

De waarneming

110

Il divorzio

De echtscheiding

111

La vignetta

Het strip verhaal

112

Distribuire

Bezorgen

113

Ammobiliare

Meubileren

114

Effettuare l accesso su pv/

Zich aanmelden

115

Coltivare

Kweken

116

Andare in crush

Vastlopen

117

Cosa ne pensate?

Wat vinden jullie daarvan?

118

Il pacchetto

Het pak

119

Fare una richiesta di matrimonio

Een huwelijksaanzoek doen

120

La cartella del oc

De Map

121

La dentiera

Het kunstgebit

122

Mi ha mollato!

Heeft het met mij uitgemaakt!

123

Avere torto

Zich vergissen

124

Riconciliar si

Zich verzoenen

125

Irritare qualcuno (pestare i nervi)

Op iemand a zenuwen werken

126

La gioia

De vreugde

127

Deluso

Teleurgesteld

128

Le sono molto affezionato

Il ben erg op zij gesteld

129

Mestruata

Ongesteld

130

I tergicristalli

De ruitenwisser

131

Rallentare

Langzamer rijden

132

Lo specchietto retrovisore

De achteruitkijk.spiegel

133

Andare in panne

Motorpech hebben

134

L orario

De dienstregeling

135

I liquidi

De vloeistoffen

136

Buttare fuori

Eruit gooien

137

Il fidanzato

De verloofde

138

Geloso

Jaloers

139

Il raffreddore

De verkoudheid

140

Bruciato

Aangebrand

141

La provenienza

De herkomst

142

Chiedere a proposito di

Vragen naar

143

La piramide

De piramide

144

La pila

De stapel

145

Il graffio

De schram

146

La sedia a rotelle

De rolstoel

147

Il trasporto pubblico

Het openbaar vervoer

148

L abbonamento mensile

Het maandabonnement

149

Fidarsi di

Vertrouwen

150

Il segnalibro

De bladwijzer

151

La nostalgia

De nostalgie

152

Riprendersi

Gezond worden

153

Il limite di peso

Het gewichtslimiet

154

L antiquariato

De antiquiteit

155

Arrabbiato

Geirriteerd

156

I fari della macchina

De koplamp

157

C e da disperare

Het is om wanhopig van te word en

158

Morbido

Zacht

159

La relazione extra

De verhouding

160

Tradire

Bedriegen

161

Sciroppo x tosse

De hoestsiroop

162

Vomitare

Braken

163

Rimettersi

Zich herstellen

164

Impercettibile

Onhoorbaar

165

Avere un aspetto

Uitzien

166

Cattivo

Gemeen , boosaardig

167

Preoccuparsi

Zorgen maken

168

Oggi son di buon umore

Il ben vandaag in een goed humeur

169

Lo stereotipo

Het stereotype

170

La presa di correntep

De stopcontact

171

La sopravvivenza

De overleving

172

Contare

Rekenen

173

La benda

Het verband

174

La morale

Het moraal

175

Senso Dell umorismo

Humor

176

In attesa

In de wacht

177

La betulla

De Berk

178

Riprendere un filmato

Opnemen

179

Il cartello pubblicitario

De réclamebord

180

Un classico - film

De filmklassiker

181

Il gesto

Het gebaar

182

La postura

De lichaamshouding

183

Educato

Beleefd

184

Passarci sopra

Zich eroverheen zetten

185

Dolce carino

Schattig

186

Il temperamento reattivo

Het vurige temperament

187

La provenienza

De herkomst

188

L origine

De oorsprong

189

Sfortunato

Onfortuinlijk

190

Il costo d ingresso

De toegangprijs

191

Remare

Peddelen

192

Imbarcarsi

Aan boord gaan

193

Smemorato

Vergeetachtig

194

Vieni al concerto con me?

Ga je met mij mee naar het concert?

195

Esaminare un quadro

Onderzoeken

196

Il catalogo

Het catalogus

197

La pubblicità via posta

Het reclamedrukwerk

198

Il ferro da stiro

De strijk.ijzer

199

La minaccia

Het dreigement

200

Rifiutarsi

Weigeren

201

Montare

Op zetten

202

Seminare

Zaaien

203

La telecamera di sicurezza

De beweiligings.camera

204

Sicuro contro gli orsi

Beveiligd tegen beren

205

La delusione

De Ontgoocheling , de teleurstelling

206

Il comportamento

Het gedraag

207

Il pelo

De vacht

208

L infiorescenza

De bloesem

209

Le calze da donano

De kousen

210

L immagine

De afbeelding

211

Cambiare canale

Zappen

212

Il consiglio

De aanbeveling

213

La compassione

Het medelijden

214

L intervallo

De pauze

215

La vetrinetta

De vitrine

216

Lo sguardo fisso

De stratense blik

217

La sigla

De afkorting

218

Le attrazioni turistiche

De bezienswaardigheden

219

Il centro storico

Het oude stadsgedeelte

220

Disponibile

Voorradig

221

I lavoro domestici

Het huishoudelijk werk

222

La telecamera di sicurezza

De beveiligings camera

223

Il comportamento

Het gedrag

224

Tremare dal freddo

Beven

225

Disinvolto

Nonchalant

266

Artigianato

De ambacht

267

Rifiutarsi

Weigeren

268

Negato

Geweigerd

270

Montare

Opzetten

271

Aggrottare la fronte

Fronsen

307

Arriva un temporale

Er komt onweer omzetten

308

Asciugare i piatti

Afdrogen

309

L alba
Il crepuscolo

De dageraad
De avonds.schemering

310

Rossastro

Roodachrjg

311

La forma
Il quadrato
Il cerchio
Modellare
Il rombo

De vorm
Het vierkant
De cirkel
Boetseren
De ruit

312

La dozzina

Het dozijn

313

L alloggio
Le lenzuola

Het onderkomen
Het beddenlaken

314

Accendere
Il fiammifero
Il falo'

Aanmaken
De fucifers
Het kampvuur

315

La forfora

De roos

316

La nota stonata

De wanklankt

317

Il cugino di secondo grado

De neef in de tweede graad

318

Il fidanzato
Fidarsi

De verlofde
Vertrouwen

319

La storia
Tradire
Mollare

De verhouding
Bedriegen
Uitmaken

320

La tensione
La spaccatura
Il divorzio

De spanning
De kloof
De echtscheiding

321

Il giornale
L intervista
L articolo
L editoriale
La pagina culturale

De krant
Het artikel
Het interview
Het hoofdartikel
De cultuur.rubriek

322

La tv
Il programma
L episodio
Cambiare canale

De televisie
Het programma
De aflevering
Zappen

323

La radio
Sintonizzarsi su

De radio
Afstemmen

330

La marca
Fastidioso
Convincere

Het merk
Irritant
Overtuigen

331

Il compiuter
La tastiera
La memoria

De computer
Het toersenboed
Het geheugen

332

Internet
Avere accesso
Registrarsi
Effettuare l accesso

Het internet
Toegang hebben
Zich registreren
Zich aanmelden

333

Il file
Salvare
La cartella
Il contenuto

Het bestand
Opslaan
De map
De content

334

Il cellulare
Rispondere
Riattaccare
Premere

De mobiele telefoon
Opnemen
Ophangen
Drukken

335

La casa
La porta
Il pavimento
Il muro

Het huis
De deur
De dak
De vloer

336

Il letto
Il cuscino
Il lenzuolo

Het bed
Het kussen
Het laken

337

La cassettiera

De commode

338

Gli elettrodonestici
Il fornello
Il ferro da stiro

Il congelatore

Het huishoudapparaat
Het fornuis
Het strijkijzer

De diepvris

339

Il treno
Convalidare
Cambiare
L prario

De trein
Afstempelen
Overstappen
De dienstregeling

340

La bici
Il manubrio
Il pedale
Il lucchetto
A terra

De fits
Het stuur
Het pedaal
Het slot
Plat

341

La barca
La falla
La coperta

De boot
Het lek
Het dek

342

I collant
Il berretto di lana

De panty
De wollen muts

343

La collana
Assortito
Sistemare

De ketting
Bij elkaar passend
Opsteken

344

Sistemare

Opsteken??

345

I vestiti invernali
La biancheria
Allacciare
Slacciare

De winterkleding
Het ondergoed
Sluiten
Losmaken

346

Il sentimento
La compassione
La gioia
Triste
Deluso
Soddisfatto
Passarci sopra

Het gevoel
De medelijden
Droevig
Teleurgesteld
Tevreden
Zich eroverheen zetten

347

Il carattere
Il temperamento impulsivo
Intelligente
Tranquillo
Sfortunato
Timido
Dolce

Het karakter
Het vurige temperent
Slim
Stil
Onfortuinlijk
Schattig
Verlegen

348

Il carattere
Il comportamento
La percezione
La sensazione

Het karakter
Het gedrag
De waarneming
De gewaarwording

349

La sensazione
Il sollievo
La curiosita'
La disillusione

De gewaarwording
De opluchting
De nieuws.gierigheid
De ontgoocheling

350

Il disagio
Il piacere

Het onbehagen
Het genoegen

351

La percezione
Pessimista
Il pregiudizio
L attitudine

De waarneming
Pessimistisch
De instelling
Het vooroordeel

352

La benda
Slogato
Slogatura
FratturA

Het verband
Ontwricht
Verstuiken
Het fractuur

353

Lo stelo
La spina
Fiorire

De stengel
De doorn
Bloeien

354

Il prato
La coltura
Raccogliere
Raccogliere consenso

Het gazon
Het gewas
Oogsten
Lof oogsten

355

La fattoria
Coltivare
Allevare animali
Il polline
Il concimw

De boerderij
Telen, kweken
Dieren folken
Het stofmeel
Het mest.stof

356

L albero
L acero
La corteccia
Il fusto

De boom
De esdoorn
De schoors
De stam

357

Il clima
Il tempo meteo

Het klimaat
Het. Weer

358

Il permesso
Fermare
Impedire
Indulgente
Approvare
Rifiutare , respingere (qualcosa)

De toestemming
Tegenhouden
Verhinderen
Toegeeflijk
Goedkeuren
Afwijzen

359

Il giudice
Negare

De rechter
Ontkennen

360

Il ricatto
La minaccia
Minacce vane

Het chantage
Het dreigement
Loze dreigementen

361

L animale
Domare (sfiancare)
Addomesticare
Ammaestrare
Riunire
Aggressivo
Ubbidiente

Het dier
Afrijden
Tam maken
Af.richten
Samendrijven
Agressief
Behoorzaam

362

L animale selvaggio
Il cinghiale
L ippopopamo
Il tordo
La tana
Il formicaio

Het wilde dier
Het everzwijn
Het nijlpaard
De lijster
De hol
Het mieren.nest

363

Orchestra
Musicista
Cantante

Het orkest
De muzicant
De zanger

364

La mostra
La visitatrice, la curatrice
La scultura
Scolpire
Il prezzo d ingresso

De tentoonstelling
De bezoekster, de conservatrice
Het beeldhouw.werk
Beeldhouwen
De toegangs.prijs

365

Il dipinto
Il ritratto
Il paesaggio
Il pennello
La stampa

Het schilderij
Het portret
Het landschap
Het penseel
De afdruk

366

Il teatro
Il pezzo
L atto
Il pubblico
Assistere
Applaudire
Fare buu

Het teather
Het toneelstuk
Het bedrijf
Het publiek
Bijwonen
Aplaudisseren
Boe roepen

367

Il romanzo
Il racconto
Complicato
Ambientare
Il genere
Leggere velocemente

De roman
De novelle
Ingewikkeld
Cc
Het genre (fr)
Vluchtig doorlezen

368

Crescere
Esplorare
Prendere in giro
Allevare
Viziare

Groeien
Verkennen
Pesten
Groot brengen
Verwennen

369

Il bullo
Il brufolo

De pestkop
De puist

370

L infanzia
L eta adulta
Maturo
Mantenere

De kinderjaren
De volwassenheid
Rijp
Onderhouden

371

Invecchiare
Anziano
Smemorato
Il bastone

Ouder worden
Bejaard
Vergeetachtig
De wandelstok

372

L Omicidio
Il cadavere
La tomba
Il testamento
Essere in lutto
La corona di fiori
Essere sepolti

De moord
Het lijk
Het graf
Het testament
Treuren
De rouwkrans
Begraven zijn

373

Contare
Misurare

Tellen
Meten

374

Il saluto
L addio
Imbattersi in qq

De begroeting
Het afscheid
Iemand tegen het lijf lopen

375

Cifra e numero

Cijfer en getallen
Het getal
Een even getal
Een heel getal (intero)

376

Diciotto
Ottanta

Achttien
Tachtig

377

L orologio
Il minuto
Il secondo

Het horloge
De minuut
De seconde

378

Fermare (movim in avanti)
Fermare = impedire

Tegenhouden
Een hervorming tegenhouden = verhinderen

Beletten (impedire, ostacolare)

379

Severo

Streng