pagare Flashcards Preview

Parole > pagare > Flashcards

Flashcards in pagare Deck (149):
1

cambiare

ruilen

2

punti

airmiles

3

bollini

zegeltjes

4

ci riusciro'

het gaat lukken

5

ci riesco

het lukt mij

6

affare

kopje

7

deve sparire

moet weg!

8

in buono o cattivo stato

in goede staat, in slechte staat

9

come nuovo

zo goed als nieuw

10

annunci

advertenties

11

contante

contant

12

pagare con chipknip

chippen

13

pagare con carta pin

pinnen

14

spendere

uitgeven

15

comprare

kopen

16

senza scontrino non puo' cambiare merce

zonder bonnetje kunt U deze broek niet ruilen

17

ha da darmi il resto di 100 euro?

hebt U terug van 100 euro? Oh jaa, dat lukt wel.

18

qui non puo' pagare con bancomat

U kunt Hier niet pinnen. OKE, dan betaal Ik contant.

19

quanto possiamo spendere esattamente?

Hoeveel kunnen we eigenlijk uitgeven? …Dat moet genoeg zijn.

20

prendi 3 paghi due

3 flessen halen, 2 betalen

21

abbiamo avanzato del denaro

wij hebben nog geld over.

22

c'e' qualcosa nelle offerte?

Is er iets in de aanbieding?

23

la birra della marca del supermercato

een bier van het huismerk.

24

e' abbastanza, troppo poco, troppo

Dat is genoeg, te weinig, te veel.

25

pagare il conto

afrekenen

26

vendere

verkopen

27

ce l'ha giusto? Ce l'ha in spiccioli?

heeft U het .. Gepast?...ook kleiner? Nee, ik heb alleen 100 euro.

28

costa 20 euro

Dat is 20 euro, Het kost 20 euro.

29

posso pagare con chipknip

kan ik chippen?

30

vorrei pagare col bancomat. Puo' passare qui la tessera e inserire il codice.

Ik wil graag pinnep. U kunt…uw pas doorhalen. …uw pincode intoetsen.

31

ho inserito il codice sbagliato.

Ik heb de verkeerde pincode ingetoetst.

32

questa è una cassetta, ma vendete anche le birre per pezzo?

dit is een krat, maar verkoopt U de flessen ook per stuk?

33

tre anni di garanzia costano 50 euro in più

drie jaar garantie kost 50 euro - extra. Ik neem deze met extra garantie.

34

abbassare il prezzo

afdingen

35

contrattare sul prezzo

onderhandelen over de prijs

36

se prendo ora entrambi, puoi fare qualcosa sul prezzo?

als ik ze nu allebei neem, Kunt U dan iets aan de prijs doen?

37

deve sparire!

moet weg!  

38

un euro a bottiglia

een euro per fles

39

di cosa abbiamo bisogno?

wat hebben we nodig?

40

della casa (supermercato)

van het huismerk

41

hai degli spiccioli per me? vorrei prendere un caffe da questa macchinetta

heb je wat kleingeld voor mij? ik will graag een koffie uit deze drinkautomaat halen

42

a qualsiasi prezzo

tegen iedere prijs

43

ce l'hai in pezzi più piccoli?

heeft U ook kleiner?

44

il pacco, la confezione lei ha pacchi da 5 pezzi, ma vende anche bottiglie sfuse?

het pak U heeft pakken van 5 flessen, maar verkoopt U de flessen ook per stuk?

45

 Qual'è l'anno di costruzione di questa macchina?

wat is da bouwjaar van deze auto?

46

facciamo attenzione alle offerte

LET goed OP de aanbiedingen!

47

salutare

groeten

48

offerte al pezzo pacco doppio 3*2

aanbiedingen aan het stuk duopak 3 halen, 2 betalen

49

Usi una carta di credito? Se si, per quali cose?

Gebruik je een creditcard? Zo ja, voor welke dingen?

50

Compri mai delle cose via inernet?

Koop je weleens dingen op internet?

51

In tutto fa 5 euro.

Dat is 5 euro bij elkaar.

52

Costa 99 centesimi

Het kost 99 eurocent

53

Il costoDipende da quanto pesaDipendere da

De kostHangt er vanaf hoe zwaar het is

54

Poi avrai entro 7 gg tutto quanto spedito a casa.

Dan hebt U binnen 7 dagen alles thuisgestuurd.

55

Con un abbonamento a. Telpay puoi pagare mediante computer.

Met een abonnement OP Telpay kunt U per computer betalen.

56

In quasi tutti gli altri negozi.

In bijna alle andere winkels.

57

Comprare via internet.Pagare conti attraverso il pc.

Kopen via internet.Betalen rekeningen per computer.

58

Con questo modulo richiedere...Mettere la firma.Saltare.

Met dit formulier aanvragen...De handtekening zetten.Doorhalen.

59

Quanto costa inviare una lettera?

Hoeveel kost het versturen van een brief?

60

pagare

betalen

61

appena 20 euro

slechts of maar 20 euro

62

e' un affare

dat is een kopje!

63

che fortuna

wat een mazzel!

64

raccogliere

sparen

65

 Qual\è l\anno di costruzione di questa macchina?

wat is da bouwjaar van deze auto?

66

Una spesa eccessiva

Een buitensporige uitgave

67

Si puo' eventalmente pagare con assegno.

Men kan eventueel met een cheque i

68

Sottrarre (detrarre) lo sconto dall importo totale.

De korting van de totaalbedrag aftrekken. Aftrekken vanAftrekken (bevredigen)masturbareZich aftrekken (zich bevredigen, masturberen) masturbarsi

69

Moneta

Het kleingeld : munten

70

Pagare le tasse allo stato , all amministrazioneL iva

De belasting betalen aan het overheidDe btw

71

Le condizioni de pagamento sono molto vantaggiose.

De betalingscondities zijn erg gunstig.

72

Un prezzo vantaggioso.Una condizione vantaggiosa.

Een gunstige prijs.Een gunstige voorwaarden.

73

Meno della meta'

Minder dan de helft.

74

Accettare

Aanvaarden

75

Il piu grande esportatore di tek

De grootste exporteur van teak

76

Un pianoforte di 2 mano

Een tweedehands piano

77

Amministrare, gestire

Gaan overPiet gaat over het geldHet sprookje gaat over een schipbreuk.

78

Ricevere di resto

Terug.krijgen

79

Gli aumenti riguardano il tabacco

De verhogingenBetreffenDe tabak

80

Lui chiede un prezzo esorbitante

Hij vraagt een exorbitante prijs

81

Il restoNon avere il resto (da dare)

Het Wissel.geldGeen wissel.geld hebben

82

Arrotondare

Afronden naar

83

andare in su

omhooggaan

84

salire e scendere (prezzi) intransitivo

stijgen , dalen

De prijzen zijn opgeslagen

85

non ho abbastanza denaro con me

ik heb nu niet genoeg geld bij me.

86

la moneta

de munt

87

la banconota

het bankbiljet

88

adatto per ognuno

passend bij elkaar

89

essere adatto con

passen bij : geschickt zijn voor

90

provare

passen

91

la giusta taglia

de juiste maat

92

numero di scarpe 39

schoenmaat 39

93

ti sta bene!

het staat je (goed)!

94

come mi sta questo cappello?

hoe staat deze hoed ME?

95

pagare

betalen

96

spendere in (tempo, denaro)

besteden aan

97

spendere in (solo denaro)

uitgeven aan

98

avanzare (soldi)

over zijn

99

in contanti, l assegno

contant de cheque

100

pagare a qualcuno

aan iemand betalen

101

noi non accettiamo assegni

we aanvaarden geen cheques

102

Da poco, da quattro soldi

Halfbakken

103

Fare economia , risparmiare

Zuinig zijn

Essere parsimonioso

104

Una somma considerevole

Een forse bedrag

105

Posso cambiare questo?

Kan ik dit ruilen?

106

E' possibile portare indietro?

Is terug brengen mogelijk?

107

Vorrei il mio denaro indietro

Ik wil mijn gemd terug

108

Voglio parlare col menager

Ik wil
met de menager
spreken

109

Rendere
La resa, il ricavato

Opbrengen

Het bracht 3 miljoen dollar op, twintig keer de geschatte opbrengst.

110

Prezzo conveniente

Voordelige prijs

111

Saldo vantaggio

Voordelig korting

112

Spendere

Besteden

Aandacht besteden : prestare attenzione

113

Raccogliere (soldi)

Lappen = bijeenbrengen

Ramen lappen (lavare i vetri)
Een Broek lappen (rattoppare)

114

Corrompere

Omkopen

De omkoping

115

Evadere le tasse

(De) belasting

Ont.duiken

116

Acquistare

Aanschaffen

117

Considerevolmente diminuito/ aum

Una somma considerevole
Un contributo ragguardevole

Aanzienlijk verlaagd/ verhoogd

Een aanzienlijk bedrag (het)
Een aanzienlijke bijdrage (de)

118

Abbordabile

Betaalbaar

119

Pagare in anticipo

Vooruitbetalen

120

Gruzzolo

Sommeltje

121

Possessore
Possedere
Posseduto/ indemoniato

Bezitter
Geen cent Bezitten
Bezeten

122

Fare un cambio alla pari

Gelijk oversteken

123

Prepagato

Prepaid

124

Costi di uscita

Voor.rij.kosten

125

Prendere o lasciare

Kiezen of delen

126

IVA
Belasting over de
Toegevoegde
Waarde

BTW

127

Non valere un soldo bucato
(Non) valere la pena
Vale la pena di una vistia

Geen cent
(Geen of) de moeite
Een bezoek
Waard zijn

128

Stabilire un prezzo

Een prijs vaststellen

129

Lui guadagna
Qualcosa attorno ai
160 k lordi.

Hij verdient
Zo rondom de
160 k bruto.

130

L addozionale / il bonus
Dover pagare un' addiozionale / sovra tassa / extra

Ricevere un bonus nel salario

De toeslag
Een toeslag moeten betalen

Een toeslag ontvangen op zijn salaris

132

Remunerare robustamente

Fors belonen
Forser belonen

133

Prendere in prestito

Lenen
Geleend

134

Riuscire a trovare qualcisa

Iets
Op de kop
Tikken

137

Vantaggi fiscali

Belasting.voordelen

138

Scroccone

Klap.loper

139

Supplemento

Toeslag

140

Moderarsi nelle spese

Zich matigen
In de uitgaven

De uitgave

141

Ammontare a

Belopen

Vuurverkoop beloopt circa 75 miljoen euro

142

Conti separati?
Pagate separati?

Betaalt iedereen apart?

144

Quanto e' in totale?

Hoeveel is het
In totaal?

145

Costa €12,65

Dat cost
12 euro 65 cent

146

Come concordato o pattuito

Zoals
Overeen.gekomen

147

Una manciata di monete

Handvol munten

148

C'e' qui da qualche parte un bancomat?

Is er hier ergens
Een geldautomaat?

149

Il prezzo e' calato

De prijs is gezakt.

150

Una lauta mancia

Een flinke fooi
De fooi

151

Investire in borsa
In azioni e obbligazioni

Op de beurs
Beleggen
In aandelen en obligaties

152

Versare sul conto

Overmaken
Op de rekening

153

Fare scambio di... Per ...

Ver.ruilen van (plek) voor ...