Small Talk Flashcards Preview

Parole > Small Talk > Flashcards

Flashcards in Small Talk Deck (290):
0

Congratulazioni

Gefeliciteerd!

1

In ogni caso

In elk geval

2

Nella mia opinione (secondo me)

In mijn ogen

3

Silenzio!

Sta calmo! Zitto!
A cuccia!

Stil!

Koest!
Wraak koesteren meditare la vendetta

4

Lasciami in pace!

Laat me alleen!

5

Al contrario!

Integendeel!

6

Perche no?

Waarom niet?

7

Neppure io

Ik ook niet!

8

Ti terro' informato

Ik zal je op de hoogte houden

9

Ti ricordi?

Weet je dat nog?

10

Gioco a tennis dalm eta di 7 anni

Ik tennis al vanaf mijn zevende jaar

11

Io no!
Neanche io!

Ik niet!
Ik ook niet

12

Se ti va bene, ...

Als dat je schikt,...

13

Aspetta un attimo!

Hou maar op!

14

Che progetti hai?

Wat ben je van plan?

15

Con tutti i mezzi

Met alle middelen

16

Preferire

Een voorkeur hebben aan

17

Scusi...(per richiamare attenzione)

Excuseer mij

18

A che ora ci vediamo?

Hoe laat spreken wij af?

19

Passo a prenderti

Ik pik je op.

20

Hai un accendino?

Heb je een vuurtje?

21

Cosa si puo fare di sera?

Wat is er 's avonds te doen?

22

Hai qualcun altro?

Heb je iemand anders?

23

Mi ricorda...

Het doet me denken aan...

31

Alla festa

Op het feest

32

Penso di si

Ik denk het wel

33

Difficile, fastdioso
Lo scocciatore
Infastidire

Lastig
Het lastpak
Lastigvallen

34

Capire sbagliato

Verkeerd verstaan

35

D accordo!

Afgesproken!

36

A quanto pare...

Naar het schijnt...

37

Che buffo, che strano!

Wat vreemd!

38

Oh no...!

Wel nee!

39

Che ne so! Boh??

Weet ik veel!!

40

Non e' un bel vedere!

Het is geen gezicht!

41

Si, lo prometto. Sii buono, altrimenti domani non andremo!

Ja, ik beloof het. Wees maar zout, anders morgen gaan we niet!

42

...., come vedi.

...., zoals je ziet.

43

Quanto tempo che non ci vediamo!

Tijd niet gezien!

44

Togli i piedi dal tavolo!

Houd je voeten van de tafel!

45

Hai per caso delle sigarette?

Heb je OOK sigaretten?

46

Cosa ne pensate dj duestj ?

Wat vinden jullie darvan?

47

Non trovi?

Vind je ook niet?

48

Non lo trovo niente di particolare

Ik vind er niks aan.

49

Aiuto!!!

Help!!!
Om hulp vragen

50

Stare (andare) bene

Schikken
Asl het je schikt.

51

Venire a sapere
Avere a che fare

Te weten komen
Te maken hebben

52

Stai tranquillo

Wees maar gerust!

53

Del resto, a proposito

Trouwens

54

Che tipo?

Wat voor?

55

Non ti preoccupare

Geeft niets! Geen probleem!

56

Davvero??

Echt waar?

57

Quanto tempo che non ci si vede!

Tijd niet gezien!

58

Perdonami, per favore!

Vergeef het me, aub!

59

Ho tempo un mese da adesso alla fine di luglio

Ik heb een mand de tijd ingaande vanaf nu om eind juli

60

Lo prometto!

Ik beloof het!

61

Non osare...

Waag het niet om

62

Qualcosa del genere

Iets dergelijks!

63

Approvare
Preferenza
Disapprovare

Goedkeuren
Voorkeur hebben
Afkeuren

64

Davvero???

Echt waar???

65

Che ne so?!

Weet ik veel!!!

66

Puo' ripetere per favore?

Zou U dat kunnen herhalen?

67

Divertiti!

Veel plezier!

68

Condiglianze!

Gecondoleerd!

69

La cosa piu' importante

De meeste bekangrijke ding

70

Che cosa ne pensate?

Wat vinden jullie daarvan?

71

Che cosa vuoi veramente da me?

Wat wil je eigenlijk van me?

72

Perdonami , pf

Vergeef het me, aub

73

Aiuto!
Ho bisogno di aiuto

Help!
Ik heb hulp nodig.

75

Vieni da me!

Kom maar mee!

76

Vai via!

Ga weg!

77

Non mi importa.

Ik vind het niet erg.

78

Mi sembra familiare

Het (zijn gezicht) komt mij bekend voor.
Voorkomen

80

Sono contento della mia camera

Ik ben blij met mijn kamer

81

Che tipo di casa hai?

Wat voor soort huis heb je?

82

Disapprovare
Disapprovazione
Apprezzamento
Stima, apprezzamento

Afkeuren
Afkeuring
Waarderen
Waardering

83

Grazie infinite!

Heel erg bedankt!

84

Prego, i suoi biglietti

Alstublieft, uwe kaartjes.

85

Non capisco

Ik snap het niet

86

Salutare

Groeten

87

Lamentarsi

Klagen

88

Scusarsi

Verontschuldigen

89

Chiaccherare

Babbelen

90

Di recente

Onlangs
De laatste tijd

91

Ultimamente

Tegenwoordigen?

92

L argomento

Het onderwerp

93

Il commento

Het commentaar

94

Tieni la bocca chiusa!

Houd je mond!

95

Stammi bene!

Houd je goed!

96

Il cicaleccio : il chiacchericcio

Het gekwebbel

97

Hai carta e penna?

Heb je pen en papier?

98

Ecco, tenga...

Ee kaartje, Alstublift.
Ziezo (ecco)

99

Mi dispiace
Mi rammarico di...

Het spijt me.
Ik beteur HET.

100

La fortuna il culo
Avere culo
Avere un colpo di fortuna

De mazzel (inf!)
Mazzel hebben
Een mazzeltje hebben

101

Fatti forza! Coraggio!

Sterkte!!

102

Sfigato, jellato

Pechvogel

103

Guiderai piano?

Zul je voorzichtig rijden?

104

Saluti a casa!

Groetjes thuis!

105

Sei stato buono?

Ben je zoet (braaf) geweest?

106

Stai attento a

Stare molto attento

Kijk uit dat

Goed uitkijken

107

Sii prudente

Wees voorzichtig!

108

Continua cosi'!

Doe zo voort!

109

Coraggio!

Kop op!

110

Le mie scuse per...
Una scusa debole
Che scusa ha tirato fuori?

Mijn excuus voor...
Een slap excuus
Het excuus
Welk excuus gaf hij op?

111

A dopo!

Tot zo!

112

Ciao amore
Ciao tesoro

Dag liever
Dag schat

113

Mi piace!

Dat bevalt me

114

Voglio ringraziarti

Ik wil je bedanken.

115

Molte grazie !

Hartelijk dank!

116

Accidenti! Cavolo!

Verdorie!

117

Felice anno nuovo!

Gelukkig nieuw jaar!

118

Carissimo giovanni, ti scrivo

Lieve giovanni, ik schrijf je...

119

Che tesoro!

Wat lief!

122

Figurati!

Stel je voor!

123

Vernice fresca!

Pas geverfd!

124

Colpito dal loro interessamento.

Getroffen door zijn belang.stelling

125

Mi dispiace molto per te

Ik vind het rot voor je!

126

Stronzata, cazzata

Het Gelul

127

Lui guadagna bene, vero?
Sicuramente si!

Hij verdint heel goed, nietwaar?
Nou en of!!

128

Come va?
Credo bene

Hoe gaat het.
Het gaat wel.

129

Io no , ma tu si.
Non e' vero- si, lo e'!

Ik niet, maar jij wel.
Het is niet waar. Het is wel waar!!!

130

Tutti vanno in vacanza, vero?

Iedereen gaat toch op vacantie.
Iedereen gaat op vacantie, toch?

131

E' stata una bella festa, vero?

Het was een leuk feest, he'?

132

Essere completamente fuso

Helemaal gaar zijn

Gaar : cotto
Te gaar : troppo cotto

133

Avrei dovuto saperlo!

Ik had het beter moeten weten!

134

Non ci sono per nessuno.

Ik ben voor niemand te spreken!

135

Lasciare in pace

Iemand met rust laten

136

Magari!

Was dat mogelijk/waar/zo

137

Il nocciolo della quest

De kern van de zaak

138

Al telefono:
Con chi parlo?

Met wie spreek ik?

139

Ne sono sicuro.
Di questo non sono sicuro.

Ik weet het zeker.
Ik weet het niet zeker.

140

Figurati!

Kun je nagaan!

141

Per quel che riguarda

Wat betreft

142

Rompere le balle

Klieren

Zitten te kloten

143

al ladro!

Houd de dief!!

144

In mancanza di meglio (o d' altre)

Bij gebrek aan beter

Het Gebrek aan
Het Tekort aan

Het ontbreekt HEM niet ... Aan initiatief

145

Mi dispiace immensamente

Het spijt me ontzettend!

146

Passare ogni limite

Te ver gaan

147

Racchia

Tut

148

In generale

In het algemeen

149

Meno male!!

Gelukkig maar!!

150

Salute!!!

Gezondheid!!!

151

Me lo posso immaginare!!

Daar kan ik inkomen

152

Tutto ok?

Alles in orde?

153

Dopo di lei!

Gaat U voor

Voorgaan: pregedere

154

Non ce la faccio

Dat haal ik niet!

155

A proposito:
A proposito di...

Trouwens:
Wat....betreft

156

Non e' possibile!

Dat kan niet zijn!

157

A quanto pare

Naar het schijnt

158

Si tratta di (quel che importa e')

Het gaat om
De spel, niet om de knikkers

159

E poi? E allora?

En toen?

160

Dozzine di

Tientallen

161

Un mucchio (ammasso)
Un bel pezzo di

De hoop
De Homp (brood,kaas)

162

Perche'? Cosi...senza un motivo

Waarom?
Zomaar...

163

Scocciare, rompere le scatole a qq

Iom op zijn hoofd zeuren

Zeuren

Angelina jolie hekelt zeurmoeders

164

Fai pure!

Doe maar!

165

Dopo di te!

Ga je gang!
Na jou!

166

Scusi se la disturbo...
Posso entrare? Disturbo?

Mag ik even storen?
Mag ik binnenkomen? Stoor ik?

167

Fregarsene di...

Hij lapt...de regelmenten
Aan zijn laars

168

Come e' andata (finita) con

Hoe is het afgelopen met??

169

Fila tutto liscio

Het loopt allemaal gesmeerd

170

Essere importante
Non e' importante

Uitmaken
Dat maakt niet uit

Deel uitmaken van...
Fare parte di...

171

Stare al sicuro

Hoog en droog zitten

172

Figurati!!

Stel je voor!!

173

Che hai da ridere?!

Wat lach je toch?!

174

Fico (persone)

Fare il fico, tirarsela

Stoer

Stoer doen

175

Un pezzo di merda

Een stuk stront

176

Forza olanda!

Hup Holland! Hup!

177

Scazzarsi con qq

Stront hebben met iemand

178

Uno Scocciatore

Een

Lastig.vallen : infastidire

179

Abbasso il dittatore!

Weg met
de dictator!

180

Ma via!
E' incredibile!

Ga weg!
Het is ongelofelijk!

181

Sputtanare qualcuno

Iemand
Te kakken zetten

182

Provarci

Provaci!

Waag het eens!!

Waag het eens
Me aan te raken.

183

Non mene
Frega
Un cazzo / un tubo!

Het kan me
Geen hol, reet /// barst, bal
Schelen!

184

Tieniti forte!

Hou je vast!

185

E' obbligatorio nel KD andare vestiti in arancione?

Is het verplicht om
Op koningsdag
In het oranje gekleed
Te gaan?

186

Non vedere l ora

Zzz

187

A questo riguardo
Riguardo a

In dit verband
In verband met

188

Buone cose!

Het allerbeste!

189

In vista

De nieuwe messi is
In aantocht

190

Idiota

Sukkel

Sukkelen
In slaap sukkelen

191

E' l unica

Het enige is het slot te forceren
Er zit niets anders op

192

Smettila !! Piantala!!
Questo e' brutto, cattivo!

Hou op!!
Dat is toch wel naar!!

193

Lascia perdere!

Hou maar op!

194

Ecco fatto!

Ziezo! Het is af.

195

Niente affatto , neanche per idea

Heus niet!

196

Ma certo!

Naturlijk wel!
Nou en af!

197

Non ti abbattere!

Kop op!

198

Non me ne frega nulla

Het kan me niet schelen

Schelen

199

Il dado e' tratto

De kogel is
Eindelijk
Door de kerk

200

Tutto considerato

Alles wel beschouwd

201

Ho gia' detto di no

Ik heb al
Nee
Gezegd

202

Non ci vedo un tubo

Ik zie
Geen steek

203

Neanche per idea!!!

Heus niet!!!

Heus = davvero, veramente

204

Posso parlare con janneke?

Mag ik janneke spreken?

205

Non importa!

Dat geeft niet!!

206

Digitare (il numero)
Ho fatto il numero sbagliato

Draaien
Ik heb verkeerd gedraaid

207

Non importa (non impedisce)

Dat hindert niet

208

Smettila!!!
Smettrela

Schei uit!!!!

Uit.scheiDen

209

Scusi se la disturbo...
Posso entrare? Disturbo?

Mag ik even storen?
Mag ik binnenkomen? Stoor ik?

210

Prendere per il culo
Prenderlo in culo

Andare a fan culo

Iemand be.lazeren
Belazerd worden

Op.lazeren

211

Peggio di cosi' non si puo'

Het kan niet erger

212

Arrangiati!!!

Zoek het
Zelf
Maar
Uit!
Uitzoeken

213

Non me ne frega nulla

Dat kan me niet schelen!

214

Andare fuori di testa

Uit de bol gaan

215

Prendere o lasciare,
O cosi' o nulla

Het is Kiezen of delen

216

E sia!

Nou vooruit dan

217

Questo e' certo!

Dat staat vast!!

218

E' cosi' che si deve fare,
si fa cosi'

Dat hoort zo

219

Bravo!

Goed gedaan!
Goed zo!

220

Ci puoi giurare!!!

Zeker weten!

221

Non si puo' guardare!
E' orribile!!

Het is geen gezicht!!

222

Non mi va, questo non l accetto

Dat neem ik niet.

223

Buon rientro o Ritorno!

Sano e salvo

Behouden thuiskomst!

224

C e' qq che nn va

Hier klopt iets niet

225

In un certo senso

In zekere zin

226

Mi raccomando!
Acqua in bocca!!

Denk eraan!
Mondje dicht!!

227

Stronzo!

Klootzak = rotzak
Eikel (glande, testa di cazzo)

228

Bastardo!

Hufter, schoft!

229

Io sono quello che resta sobrio per guidare.

Ik ben de Bob.
Bob jij
Of Bob ik?

230

Molla!!

Los!!

231

E ' parte del passato

Dat behoort nu
Tot het verleden

232

Rottura, seccatura

Gedoe

233

Dormi bene!

Slaap lekker!

234

Come e ' andata a finire con?

Hoe is het afgelopen met...?

235

Come ti chiami, a proposito?

Hoe heet je, trouwens?

236

Ammettilo!

Ragionevolmente Ammesso che...

Geef het maar toe!

Redelijkerwijs Aangenomen dat...

Aangenomen : adottivo

237

Ma figurati! Piacere mio!!!

Geen dank!

238

Non mi da fastidio =
Non ho fastidio da cio'

Ik heb er
Geen hinder
Van!

239

Cosa ne pensi?

Hoe denk je erover?

240

Grazie x tutto quello che hai fatto x me

Dank je voor
Alles wat
Je voor mij hebt gedaan

241

Fermo o sparo

Sta of ik schiet

242

Qualcuno siede gia' qui?

Zit hier al iemand??

243

Riflettiamo un attimo!

Non e' necessario
rifletterci!!

Even nadenken!

Hoeft dat niet
Lang
na te denken!!?

244

Buon anno nuovo!
Buona fine d' anno!

I migliori auguri!

Gelukkig nieuw jaar!
Fijn uiteinde!

Beste wensen!

245

Imprecazioni
Puttana, troia
Sporco cane

Grasso, strabico

Scheld.woorden (schelden)
Hoer , tyfushoer
Vuilehond

Dikke / schele

247

Grazie x la comprensione!

Bedankt voor uw begrip!

248

Solo Dio lo Sa!

Joost mag het weten!

249

E tutto quanto il resto.

En het hele gedoe.

250

C' e' riuscito
Abbastanza bene

Het is hem
Aardig geluk

251

Andare male
Tutto e' andato male

Tegenzitten

Alles
Zit
Tegen

252

Gradazioni di si

Nau en of!
Jawel!
Heel erg!
Ja, harstikke...!
Ontzettend...!
Vreselijk....!
Verschrikkelijk...!
Ja hoor! Si, stai tranquillo...

253

Gradazioni di no

Helemaal niet!
Absoluut niet!
Totaal niet!
Heus niet!

254

Beh, quando vieni?
Beh, andiamo?

Nau, wanneer kom je?
Nau, zullen we gaan?

255

Ma guarda un po!

Nau moe!

256

Buongiorno signorina

Jongedame
Jongehere

257

Bastardo, carogna

Schoft

Schoof : covone

258

Cosa fai per vivere? Di mestiere?

Wat doe je voor de kost?
Wat doe je voor je boterham?
Wat is uw beroep?

259

Per conto mio (in my opinion)

Naar mijn mening

260

Divertirsi (facendo qq)

Het
leuk hebben

Mama vraagt of
Je het leuk hebt.

261

Non mi toccare!

Raak mij niet aan!

262

Domande impertinenti

Mag ik je vragen als...

Sorry dat ik je vraag maar...

263

Risposta a domanda impertinente

Dat vind ik nogal persoonlijk.

Dat houd ik voor mezelf.

Dat zeg ik liever niet.

264

Risposta scocciata a domanda impertinente

Dat zijn jouw zaken niet.

Dat gaat je niet aan.

Hier geef ik geen antword op.

265

In merito a .../ per quel che riguarda...

Riguardare qq

Wat betreft...

Iemand Aangaan
Dat gaat je niet aan!

266

Come sei stato? Come ti e' andata?

Hoe is het
Je
Vergaan

267

Fuck off

Rot op

268

Da una parte... E dall altra

Aan de ene kant... Aan de andere kant

269

Da parte mia

Van mijn kant

270

Mettiti pure comodo!

Ga lekker zitten!

271

Caffe? Si, grazie!

Koffie? Ja, lekker

272

Scocciarsi per qualcosa
Mi scoccia!

Balen van problemen
Ik baal ervan!

273

E' fuori dal mio "controllo", potere.

Het is buiten mijn macht.
De macht

274

E' cosi' che si fa.

Dat hoort zo!

275

Non prendertela!

Trek het
Je
Niet
.............aan!

276

Non e' necessario che mi dai del lei,
Usa je e jou

Je hoeft geen U te zeggen,
Gebruik maar je en jou

277

Se hai busogno di aiuto, fammi sapere

Als je help nodig hebt, laat je het maar weten

280

Ti telefono di nuovo tra poco

Ik bel je
Straks
Weer
Op.
Opbellen

281

Uno dopo l altro

Een voor een
gaan alle kabouters weg

282

Per la miseria!

(Wel) verdraaid!!

283

E' un tipo in gamba.

Het is zo'n kerel

Korrel : chicco

285

Ha riversato sugli agenti tutte le imprecazioni possibili.
Frocio.
Ammazzare.

Flikker.
Neerhalen.

286

Pesce d aprile
Lui le fa un pda
Ci e' cascata.
Lui esclama: "pda!"

Aprilgrap

Hij haalt een aprilgrap met haar uit.
Ze trapt erin.
Hij roept: "een april"

287

Per fortuna
Purtroppo

Gelukkig maar
Helaas

288

Se necessario,
All occorrenza

Zo nodig

289

Di per se

Op zich

Het werk is op zich positief

290

A scelta

Naar keuze

291

Far scegliere qualcuno

Iemand
De keus
Laten

292

Nella maggio parte dei casi

In de meeste gevallen

293

Suonato, matto

Belazerd!

294

Sei pronto?
Ci sei?

Ben je zover?

295

A proposito,...

Trouwens

296

A. Quanto pare

Naar het schijnt

297

Questa si che e' una buona notizia.

Dat is
Pas goed nieuws.

298

Attento!

Kijk uit!
Pas op!
Voorzichtig!

299

Non ci posso credere, stai scherzando?

Ik kan het niet geloven,
Meen je dat?

300

Niente paura!
Recuperi facilmente domani!

Geen nood!
Gewoon morgen inhalen!

301

Se e' necessario

Als het noodzakelijk is,

302

Dormito bene?

Lekker geslapen?

303

Fai come se fossi a casa

Doe alsof je thuis bent!

304

, suppongo o presumo

, Neem ik aan