La Natura Flashcards Preview

Parole > La Natura > Flashcards

Flashcards in La Natura Deck (201):
0

La costa

De kustlijn

1

Nell entroterra

Landinwaarts

2

Se c' e' abbastanza ghiaccio

Als er voldoende ijs ligt

3

Piccoli canali ghiacciati

Bevroren sloten

4

Da molto lontano

Van heel ver weg

5

E' un parco, area, specie protetta?

Is het een beschermd park , een beschermd gebied, een beschermde soort?

6

L ambiente

Het milieu

7

Il cibo geneticamente modificato

Het gemodificeerd voedsel

8

Una specie in pericolo

De bedreigde diersoort

9

Il rischio di inondazioni

Het overstroomings.gewaar

10

La scarsita' d acqua

Het water.tekort

11

L ululato di un lupo

Het gehuil van een wolf

12

La miniera
Im minatore

De mijn
De mijnwerken

13

Fertile

Vruchtbaar

14

Il trattore

De tractor

15

L agricoltura
L agricoltore

De landbouw
De landbouwer

16

La campagna

Het platteland

17

L allevamento
Allevare
La mandria

De teelt
Fokken
De vee

18

La cooperativa

De coo:peratie

19

Coltivare

Verbouwen

20

Raccogliere

Oogsteen

21

Coltivare

Telen

22

Coltivare

Kweken

23

Le fauci

De bek

24

Il muschio

Het mos

25

Ghiacciaio formato da

Gletsier geformd door

26

Catena di montagne

Bergmassief

27

L equatore

De evenaar
Op de evenaar

28

La resina

De hars

29

Consistere in...
Essere formato (nascere) da...

Bestaan, stond, bestaan
Ontstaan
Daaruit is een oneindige discussie ontstaan

30

L antenna ha una portata si 10 km

De zender heeft een bereik van 10 km

31

Il vento porta fresco
Una raffica
Una tromba d aria
Corrente d'aria in casa
Soffiare (vento)

De wind verkoeling verschaffen
De windstoot (colpo, pugno)
De windhoos (tromba d'aria)
De tocht
Waaien

32

Il fiore di lilla'

De sering

33

Le previsioni del tempo

De weervoorspelling
Onvoorspeelbaar

34

La ghiaia
Il ciottolo

Het grind
De kei

35

Il corso di un fiume, la traiettoria di un pianeta

De loop

36

Il lago alpino

Het bergmeer

37

La pioggia forte (violenta)
Pioggerella
Piove a catinelle
Piove a secchiate (da nubifragio estivo)

De hevige regen
Het motregen

Het regent pijpenstelen - het giet
Het hoost (hoozen)

38

I fiori sono appassiti
Appassire

De bloemen zijn verwelkt
Verwelken

39

Coperto
Soleggiato

Bewolkt
Zonnig

40

Il tempo

Bewolkt
Winderig
Zonnig
Benauwd

41

Cane peloso

Harige hond

42

La produzione e' aumentata/calata

De productie is toegenomen/ gedaald

Dalen : calare

43

La madre allatta i porcellini

De moeder zoogt de biggen

44

L agricoltura

De agricoltuur

45

Un dirupo,scarpata
Un abisso

Het ravijn
De afgrond

46

Il sole sorge e tramonta

De zon komt op en gaat onder

47

Svavare una buca

Een kuil graven

48

Fiore fiorito

Bloem in bloei

49

Piove a catinelle

Gieten

50

Si avvicinano (giungono) nubi nere.
Il blu e' diventato grigio.

Donkere wolken arriveren
De blauwe verandeert grijs

51

Il terremoto

De aardbeving

52

Scoprire (un isola)

Ontdekken

53

La bussola

De kompas

54

L animale selvatico

Het wilde dier

55

La foca
L orso polare
Il tricheco
Il narvalo
L orca
Il capodoglio, la balenottera

De zeehond
De ijsbeer
De walrus
De narwal
De orka
De potvis, de blauwe vinvis

56

Uccelli rapaci, notturni
Aquila
Falco
Avvoltoio
Gufo
Corvo

Dadroofvogels
Da adelaar, de arend
De havik
De gier
De uil
De kraai

57

Uccelli marini
Gabbiano
Albatros
Cormorano
Pellicano

De meeuw
De albatros
De aalscholver
De pelikaan

58

Uccelli di campagna
Il passero, il piccione
La cigogna
L airone
L anatra
Il cigno
L oca

De mus, de duif
De ooievaart
De reiger
De eend
De swaan
De gans

59

La terra

De aarde

60

Il pianeta

De planeet

61

La luna
Il satellite

De maan
De satelliet

62

L orbita terrestre

De aardecirkelde

63

Il sole
La stella
Girare attorno al sole

De zon
De ster
Draaien rond de zon

64

La stella cadente
La meteorite

De vallende ster
De meteoor

65

Il cosmonauta
Lo spazio

De kosmonaut
De ruimte
De kosmos

66

L astronave

Het ruimteschip

67

Il veivolo spaziale
La sonda spaziale

Het ruimtevaartuig
De ruimtesonde

68

Il sistema solare
La galassia
La via lattea

De zonnestelsel
De galaxy
De melk weg

69

Il disastro
Il cielo
L aria

De ramp
De hemel
De lucht

70

L emisfero settentrionale
L equatore
L inclinazione

De nordelijk halfrond
De helling
De evenaar : de equator

71

Il sole sorge ad est e tramonta a ovest

De zon komt op in het oosten en gaat onder in het weesten

72

Sento delle gocce. Sta per piovere.

Ik voel druppels. Het gaat regenen.

73

Non piove piu'. E' di nuovo asciutto.

Het regent niet meer. Het is (weer) droog.

74

Tutti sperano che resti bel tempo.

Iedereen hoopt dat het goed weer blijft.

75

Una serata tempestosa

Een stormachtige avond

76

Scoprire il segreto di questo mondo

De geheim van deze wereld te ontrafelen

77

La' trova tutte le informazioni su..

Daar vindt U sowieso alle informatie over...

78

Le stelle brillavano nel cielo

De sterren glommen AAN de hemel

79

La neve schricchiolava sotto i nostri piedi

De sneeuw knarste onder onze voeten.

81

girare

draaien

82

il sud, il nord

het zuiden , het noorden

83

la bussola

het kompas

84

il polo nord

de noordpool

85

la natura

de natuur

86

incontaminata

ongerept

87

l albero

de boom, de bomen, het boompje

88

il bosco

het bos

89

la foresta

het woud

90

il muschio

het mos

91

il fango

de modder

92

fertile

vruchtbaar

93

coltivare

bebouwen

94

scorrere

doorstromen

95

la terra (paese)

het land

96

il campo

het veld

97

il paesaggio

het landschap

98

la collina

de huevel 200 m

99

la foresta tropicale

het tropisch regenwoud

100

la duna

de duin

101

il vulcano

de vulkaan

102

il monte

de berg

103

la pianura

de vlakte

104

l altipiano

de hoogvlakte

105

la via d'acqua

de watergang

106

la sorgente

de bron

107

il rigagnolo

de vliet

108

il torrente

de beek

109

lo stagno

de vijver

110

il fiume

de rivier

111

la cascata

de waterval

112

il delta
La foce

de delta
De mond

113

l estuario

het estuarium

114

il fiume scorre sotto il ponte

de rivier stroomt onder de brug DOOR

115

il lago

de meer

116

il mare

de zee
De zeeen

117

l isola

de eiland

118

il waddenzee

de waddenzee

119

il mare del nord

de noordzee

120

il mar mediterraneo

de middellandse zee

121

la penisola

het schier.eiland

122

la penisola iberica

het Iberisch schier.eiland

123

l oceano pacifico

de grote Oceaan

124

l oceano indiano

de Indische Oceaan

125

l oceano atlantico

de Atlantische Oceaan

126

il deserto

de woestijn de zand woestijn

127

l abisso

de afgrond

128

la palude

het moeras

129

gli esseri viventi

de levende wezen

130

La pozza

Poel

131

La luna con alone

Maan met halo

132

La brina

De rijp

133

Fiumi che sfociano in mare o oceano

Rivieren die in zee of oceanen uitmonden
Uitmonden

134

Terremoto
Causare
Crollo
Causare problemi

De aardbeving
Veroorzaken
De instorting
Problemen veroorzaken

135

Il buio

De duisternis

136

La gravita'

De zwaarte.kracht
Het effect

137

La campagna

Het platteland

138

Soffiare (vento)
Calmarsi (vento)

Waaien
Bedaren

139

Gettare cosi' forte nell acqua che schizza

Smijten zo hard in het water dat het spat

Spatten

140

Incontamjnato

Ongerept

141

Il vento procura rinfresco dell aria

De wind verschaft verkoeling

142

Muschio
Resina
Felce

Het Mos
Het Hars
De varen

143

L inclinazione
L orizzonte

De helling
De horizon

144

Sotto zero
- 1

Onder nul
Min 1

145

Penisola

Het schier.eiland
Het iberische schier.eiland

145

Fertileo

Vruchtbaar

145

Gli esseri viventi

De levende wezen

146

La temperatura e' in aumento

De kwik stijgt

147

Questo paesaggio e' impressionante

Dit landschap is
Indruk.wekkend.

148

La temp e' aumentara

De temperatuur is opgelopen
Oplopen

149

Il grande mondo intorno a noi

De grote wereld om ons heen.

150

Portare in salvo

In veiligheid brengen

151

Pioggia torrenziale

Stromende regen

152

Il terreno paludoso

Het wad
De wadden

153

Terremoto
Scala di Richter

De aardbeving
Schaal van Richter

154

Il sorgere (sole, luna)

De Opkomst

155

Paludoso, pantanoso
Il camping e' troppo pantanoso

Drassig

156

La perturbazione
La tempesta

De storing
De storm

Storen
Zich storen aan

157

Inquinamento

Lucht.vervuiling

158

Il temporale e' passato

Het onweer zakt af
Afzakken

159

La nebbia si dissolve

De mist trekt op.

Optrekken

160

Esserci un temporale

Onweren
Het onweert

161

Fulmine
Tuono

Flits of bliksem
Donder

162

Rischiararsi , schiarirsi

Oplichten

163

Trasformare in polder

Inpoldering

164

2m sopra il livello del mare

Twee meter boven zeespiegel

De zeespiegel

165

Esploratore
Scout

Verkenner

166

La nebbia si dirada
Nebbia fitta

De mist trekt op
Dichte mist

167

La brezza

De bries

168

L inquinamento

De vervuiling

169

Bosco di pini
Blizzard
Raffiche di vento

Dennenbos
Sneeuw.jacht
Wind.stoten

170

Canaletto

Greppel

171

StrAda scavata (dalla pioggia, dal passaggio)

Holle weg

174

Lo stagno (stagnante)

Vijver

175

Un deserto infinito

Oneindig woestijn

176

Fata morgana

Lucht.spiegelingen

177

I paralleli
Equatore
Tropico del cancro
I tropici

Parallellen
Evenaar
(Kreefts)Keer.kring
De tropen

178

L orizzonte

De horizon of de kim

179

L occhio di un ciclone

Het oog van een cycloon

180

Un cielo "dipinto di blu"

Een strakblauw hemel

181

Un vulkano estinto

Een uitgedoofde vulkaan

Uitdoven
Spegnere una sigaretta

182

La steppa

De steppe

183

Che tempo fa oggi?
Hai sentito le previsioni per il we?

Wat voor weer is het nu?
Hab je
Het weerbericht voor het weekend
Gehoord?

184

E' soleggiato.
Il sole sta venendo fuori.

Het is zoning.
De zon breekt door.

185

Rovinare il paesaggio

Het landschap
Bederven

186

Tempo schifoso

Belabberd weer

187

Universo

Het heel.al

188

Meteorite
Stella cadente

De meteoriet
Vallende ster

189

Ho sentito
Un tuono

Ik hoorde
Een donderslag

190

La luna piena

De volle maan

191

Il sole e' tramontato

De zon
Is ondergegaan

192

Il tronco

De boomstam

193

Il crepuscolo

De schemering

194

Nebbia leggera, foschia
(La nebulosa)

De nevel

195

Il temporale primaverile ha causato
Fastidio

De lentestorm
Heeft
Overlast
Bezorgd

196

Raffiche di vento

Windstoten

197

Un vulkano attivo
Spento
Eruzione vulcanica

Werkende vulkaan
Dode vulkaan

Vulkaan.uitbarsting

198

Non e' il caldo, e' l umidita'

Het is niet de hitte, het is de vochtig.heid

Vochtig.heid

199

Che giornata gelida!

Wat een kille dag!

200

Mettere le foglie
Fiorire

Uitlopen
Bloeien

201

Pazzo per il campeggio

Dol op kamperen