Complimenti, inviti, auguri Flashcards Preview

Parole > Complimenti, inviti, auguri > Flashcards

Flashcards in Complimenti, inviti, auguri Deck (51):
0

Bella camicietta!

Mooie blause!

1

Che bello
Che bello che e'
Che bel castello fai
Che bel castello hai fatto

Wat mooi
Wat is hij mooi
Wat mooi kasteel maak jij
Wat mooi kasteel heb jij gemaakt

2

Che uomo impegnato che e', tuttavia.

Wat is hij toch
Een drukke man!

3

Che bel maglione indossi!

Wat een mooie trui heb je aan!

4

Che figlia sportiva hai!

Zeg, Bianca, Wat heb je
Een sportieve dochter!

6

Come ti stanno bene i capelli

Wat ZIT je haar leuk!

7

Questo ti sta bene!

Die stat je goed!

8

Come sembra Lei giovane!

Wat ZIET U er jong uit!

9

Come sembri fantastica!

Wat ZIE je er fantastisch uit!

10

I tuoi capelli stanno molto bene!

Je haar ZIT erg goed!

11

Invitare

Uitnodigen

12

Non ti sta bene

Het past niet bij jou
Id vind hem niet zo...
Ik vind de kleur niet mooi

13

Lo trovo bellissimo

Ik vind deze harstikke mooi

14

Quello e' davvero bello

Dat is echt prachtig

15

Andare bene, stare

Passen

Past dat jasje je?
Dat past me niet.
Je past niet in die broek

16

Il suo atto ha suscitato l ammirazione dei presenti

Zijn daad wekte bewondering bij de aanwezigen

16

Meraviglia (sensazione, cosa meravigliosa)
Ammirazione

De verbazing, het wonder .
De bewondering

16

Fico

Stoer

18

Disinvolto

Vlot

19

Andiamo noi tre (insieme) al cinema o ognuno di noi per conto suo?

Gaan we met z'n drieen naar de bioscoop of
We ideer
Apart?

20

Un appuntamento
Rinviare

Rispettare un appuntamento

Een afspraak
Uitstellen

Zich houden aan een afsprak

21

Dove si svolge la festa?

Waar het feest plaatsvindt?

22

Convocare una riunione

Een vergadering beleggen

23

Andiamo insieme noi due al cinema o ognuno per conto suo? Andiamo separatamente?

Gaan we met z'n tween naar de bioscoop, if ieder apart?
Gaan we apart?

24

E' stata una bella festa, vero?

Het was een leuk feest, he'?

25

E' di mio gusto.

Ik HEB HET naar mijn zin.

26

Astuto

Listig

27

Promettente

Veelbelovend

Een veelbelovende student

28

Andare a finire
Male
Nel migliore dei modi

Uitpakken
Verkeerd
Zo goed mogelijk

Ik hoop voor juliie dat het plan ... Uitpakt
Nb scartare, disfare le valige
Nnb sfogarsi

29

Trovarsi

Si sono trovati la'

Treffen elkaar

Zij treffen elkaar daar
Treffen = colpire

30

Resti a bere qualcosa?
Resti a mangiare ? (A cena?)

Blijf je iets drinken?
Blijf je eten?

31

Frequentare

Omgaan met

Frequentarsi
Met elkaar omgaan

32

Disdire (cancellare) un appuntamento

Een afspraak
Afzeggen

33

Una vista lampo

Bliksem.bezoek

34

Rifiuto

Weigering

35

Rottura, seccatura

Gedoe

36

Ti devo una cena

Ik ben je
Een etentje
Schuldig

37

Sei un collega tra i migliori!

Een collega uit duizenden!

38

Lo hai fatto proprio bene!!!

Je heb het geweldig gedaan!!

39

Non mi sembra male.
Mica male!


Questo e' il colmo!

Het lijkt me niet gek.
Niet gek!


Nou nog gekker!

40

Frequentare qq

Optrekken met...

41

Bello rivederti!
Fantastico poterti incontrare alla fine!

Leuk- je - weer - te zien!
Geweldig- je - eindelijk- te mogen ontmoeten!

42

Accetta (prendi) questi fiori!

Neem deze bloemen aan!

43

Andare in visita

Op visite gaan

44

Ti sta proprio bene!

Het staat je
Echt
Goed!

45

Accompagnato dal leopardo

Ver.gezeld door de luipaard

Vergezellen

46

Festicciola
Festaiolo

Fuif
Fuifnummer

47

Disdire un appuntamento.

Een afspraak

Afzeggen

48

Bel lavoro!

Prima prestatie!

49

Sei un amico fantastico!

Je bent een geweldige vriend!

50

Hai un fantastico senso dell umorismo!

Je hebt
een geweldig gevoel VOOR humor!