bere Flashcards Preview

Parole > bere > Flashcards

Flashcards in bere Deck (91):
1

la bevanda
Il bicchiere di qualcosa da bere

de drank
Het drankje

2

il giro di bicchieri

het rondje

3

acqua NON potabile!

geen drinkwater!

4

il caffe

de koffie

5

il cappuccino

de kapucijn

6

il latte

de melk

7

la limonata

de limonade

8

il vino

de wijn

9

il the

de thee

10

la teiera

de theepot

11

l 'acqua minerale

het mineraalwater

12

il succo

het sap

13

la birra

het bier

14

l' acqua del rubinetto

het kraanwater

15

la bibita

de frisdrank

16

il vino mosso

de mousserende wijn

17

il super alcolico

de sterke drank

18

la grappa

de borrel

19

lo champagne

de champagne

20

il cocktail

de cocktail

21

la sete

de dorst

22

il sorso

de slok

23

il distributore di bibite

de drankautomaat

24

la lattina

de kan

25

La bottiglia

de fles

26

la caraffa

de karaf

27

il bicchiere

de Glas

28

un bicchiere grande medio piccolo

een grote middelgrote kleine beker

29

il litro

de liter

30

la cannuccia

het reitje

31

il tappo

de kurk de kronekurk

32

lo stappatappi

de kurketrekker

33

vorrei una bottiglia d'acqua!

il Wil graag een fles water!

34

qulacuno mette lo zucchero nel caffe

iemand doet suiker in de koffie

35

bere

drinken

36

ubriacarsi

dronken worden

37

ubriaco fradicio

stom.dronken

38

versare

inschenken IR

39

fare la birra

brouwen

40

brindare

toasten R

41

alzare i calici

het glas heffen

42

analcolico

alcoholvrij

43

potabile

drinkbaar

44

secco

droog

45

senza caffeina

cafeinevrij

46

sobrio

nuchter

47

alticcio

aangeschten

48

ubriaco

dronken

49

buttare fuori

eruit gooien

50

la lattina

het blikje

51

un bicchiere di bibita

een flesje prik(limonade)

52

la bibita

de priklimonade of de friesdrank

53

il vla

de vla

54

la spuma della birra

de kraag

55

Acqua naturale

Bron water

56

Una cassetta di birra
Un cartone di latte, di succo

Een kratje bier
Een pak melk, sap

57

Caffe macchiato

Koffie verkeerd

58

Succo d arancia

Jus d orange

59

La spremuta

De persen

60

Caffe solubile

Oplos koffie

61

Un caffe lungo

Een slappe koffie

62

Alla salute!

Proost!

63

La cioccolata

De chocolademelk

64

Ho sete

Ik heb dorst!

65

La soluzione

De oplossing.

66

Coccio

Scherf

67

Andare in frantumi

In scherven vallen

68

Acqua frizzante/naturale

Bronwater met/zonder prik

69

Cosa c' e' in quel bicchiere?

WAt Zit er in dat glas?

70

Versare (spargere) sulla tovaglia

Wijn op het tafelkleed mersen

71

La caffettiera
Il fondo di caffe
Il caffe solubile

De koffiepot
Het koffiedik
De koffiepoeder

72

Bere parecchio

Veel drinken

73

Succhiare rumorosamente
Lappare

Lurken

74

Versare (servire) il vino

De wijn inschenken
Wat mag ik je inschenken?

75

Ubriaco fradicio

Straal.bezopen

76

La bustina di the

De thee.zaakjes

77

Ultimo Bicchierino (prima di)
Cicchetto

Postumi della sbronza
Sbronzo

Afzakkertje
Neut

Kater
Zat

78

Inciuccarsi

Zich bezatten

79

Postumi sbronza

De Kater
Ik heb een enorme kater

80

L ultimo bicchierino

Afzakkertje

81

Cicchetto

De neut

82

Lappare

Slurpen

83

Latte materno

Moedermelk

85

Essere quello che guida

Ik ben de Bob

86

Stappa.turaccioli

Kurken.trekker

87

Disidratato

Uitgedroogd

88

Sorseggiare
Centellinare

In un sol sorso!

Met kleine teugen
Drinken

In een teug!

89

Il sorso

De slok
De slokdarm

90

Sbevazzare, bevucchiare

Pimpelen

91

Bere fino all ultimo goccio

Leegdrinken

92

Digestivo

Digestief