Recht Flashcards Preview

Parole > Recht > Flashcards

Flashcards in Recht Deck (170):
0

Violentare

Verkrachten
Aanranden

1

Il crimine

Il criminale

De misdrijf
De misdaad
De misdadiger

2

Infastidire
Scocciatore

Lastigvallen
Lastpak

3

Assalire

Overvallen

4

La dichiarazione

De verklaaring

5

La costituzione

De grondwet
Grondwettelijk

6

Legalizzare
Legale
La legge

Legaliseren
Wettelijk
De wet

7

Equo
Iniquo

Rechtvaardig
OnRechtvaardig

8

La giustizia

De Justitie

9

La liberta'
L uguaglianza

De vrijheid
De gelijkheid

10

Abolire

Afschaffen

11

La tassa

De belasting

12

Il vantaggio
Vantaggioso

Het voordeel
Voordelig

13

La polizia
Il commissario

De politie
De commissaris

14

Inseguire

Achtervolgen

15

Arrestare

Arresteren

16

Sospettare

Verdenken

17

Il borseggiatore

De straat.rover

18

Il carcerato

De gevangene

19

La pena

De straf

20

Identificare

Identificeren

21

Truffare, imbrogliare

Minacciare

Bedriegen

Bedreigen

22

Il crimine

De misdaad

23

La multa

De boete

24

Colpevole
Innocente

Dichiararsi

Schuldig
ONschuldig

Beweren onschulding te zijn

25

Interrogatorio

Het verhoor

26

La sorveglianza

De bewaking

27

Il terrorismo

Het terrorisme

28

Il giudice

De rechter

29

La corte

Het gerecht

30

Il pm

De openbare aanklanger

31

L accusato

De beklaagde

32

Confessare

Bekennen

Ontkennen : negare, smentire

33

Il processo

Het proces

34

Il verdetto

Het vonnis
Het verdict

35

Il testimone

De getuige

36

La difesa

De verdediging

37

La rissa

De rel

38

L accoltellamento
La sparatoria
La rissa

De steekpartij
De schietpartij
De vechtpartij

39

La colpa

De schade

40

Trovare qualcuno colpevole

Iemand schuldig bevinden

41

Avvocato d' ufficio

Het Toegevoegde advocaat

42

Denunciare

Aangeven
Een diefstal

43

Costituirsi

Zich aangeven

44

Denunciare

Aangeven
Een diefstal

45

L autorizzazione
Dare l autorizzazione

De vergunning
De vergunning verlenen

46

Corrompere

Omkopen

47

Cadere in trappola

In val lopen

48

In prigione

In de gevangenis.

49

Il rapitore
Rapire / sequestrare

De kidnapper
De ontvoerder
Ontvoeren

50

La vittima

De slachtoffer

51

Il colpo, la botta, lo schiaffo

De klap
Een zware klap krijgen

52

Sfuggire da

Ontsnappen aan het drukte van het vliegveld

53

E' permesso accarezzare i coniglietti

Het is toegestaan OM de konijntjes te aaien

54

Evasione fiscale

Belasting.fraude

55

Una condanna per frode fiscale

Een veroordeling van belasting.fraude
De magistraten

56

Prendere gli arresti domiciliari o la pena alternativa
Punire
Impunito

Huisarrest of taakstraffen krijgen
Straffen
Straffe.loos

57

Coplevole di
Innocente

Schuldig aan
Onschuldig

60

Emettere un mandato di cattura

Een arrestatie.bevel
Uitvaardigen

Vaardigheid
destrezza, capacita'-
conoscenza,

61

Emettere una legge

Een wet uitvaardigen

62

L estradizione

De uit.levering

63

Accusare di omicidio

Wegens moord aanklagen

64

Processare per omocidio

Iemand Wegens moord vervolgen

65

Darsi alla fuga

Op de vlucht slaan

66

Accoltellamento

Steekpartij

67

Giurare

Zweren

68

La rissa
Il tafferuglio, il disordine

De vechtpartij
De rel

69

L autore l artefice

De dader

70

La mancanza di tracce fa presumete (denota) un crimine

Ontbreken van sporen wijst op misdrijf.

71

L inseguimento

De achtervolging

72

La disciplina
Il riformatorio

De tucht
De tucht.school

73

In modo atroce
Per modo di dire

Op gruwelijk wijze
Bij wijze van spreken: per modo di dire
De wijzen van oosten : i re magi

74

Gli oppositori
I dimostranti

De tegenstanders
De betogers

75

Ergastolo
Pena di morte

Levens.lange -- gevangenis.straf
Dood.straf

De strafallj

76

La caccia all ' uomo

De klop.jacht

77

Accusare di

Aanklagen wegens ...

De aanklager

78

Fare denuncia

Aangifte doen (van een misdrijf)
Aangifte doen van geboorte

79

Emettere una legge

Uit.vaardigen een wet

80

Il ladro
Il riciclatore

De dief
De dievegge
De heler

81

Ricettare
Ricettatore

Helen
Heler

Hellen (pendere)
Helling

82

Sequestrare (cosa)
Rapire (persona)

In beslag nemen

Kidnappen, ontvoeren

83

Appiccare il fuoco
Piromane
Accendere/ spegnere il fuoco

Brandstichten
Brandstichter
Een brand aansteken/ blussen

84

Metter/ stare dietro le sbarre

Achter de tralies zetten/ zitten

85

Ricatto

De afpersing

86

Una multa ingente

Een forse boete

87

Il creditore
La creditrice

De schuld.eiser
De scheld.eiseres

88

In contrasto con la costituzione

In strijd met de Grondwet

89

Tenere in ostaggio
Ostaggio

Gijzelen
De gijzelaar
De gijzelaarster
De gijzeling

90

Estinguere un debito

Een schuld aflossen

91

Un furto
Manette

Diefstal
Hand.boeien losmaken of afnemen

92

I manifestanti
La manifestazione

De betogers
De betoging
De betogende studenten

93

Apposta,
Deliberatamente,
Intenzionalmente

Bewust

94

Fedina penale

Strafblad

95

Corte internazionale di giustizia

Internationale Strafhof

96

Di nascosto
Furtivamente

Stiekem

97

Cronista inviato

Verslag.gever

98

Minacciare

Bedreigen

99

Rapina

Roof

Nb
Roofvogel

100

Truffare (o tradire)
Trarre in inganno

Bedriegen
Misleiden

101

Rubacchiare, sgraffignare

Gappen

102

Smentire negare

Ont.kennen

103

Boia, carnefice

Beul

104

Tre giovani trovati morti

3 jongen
Dood aangetroffen

105

Prescrizioni , Provvedimenti

Maatregelen (treffen)

106

Fatto di cronaca, notizia

Krantenbericht

107

Concedere la grazia

Iem
Genade
Verlenen

108

Concedere la grazia a qualcuno

Iem
Genade
Verlaten

109

Intercettare origliare

Duitsland
Luisterde
Hillary clinton af
Afluiseren

110

Contrabbandiere

Smokkelaar

111

Decapitare

Ont.hoofden

112

Essere in fuga da
Darsi alla fuga
Mettere in fuga

Op de vlucht zijn voor...
Op de vlucht slaan
Op de vlucht jagen

De vlucht : lo stormo

113

Ampio resoconto

Uitgebreide verslag

114

Distruzione

Vernieling

115

I viaggiatori pagano le conseguenze : sono le vittime
Penalizzare

De reizigers zijn de dupe
Duperen

116

Accusare di omicidio

Aanklagen

Wegens
Moord

117

Inseguire fino alle porte dell inferno

Achtervolgen tot aan de poorten van de hel

118

Truffare
Frodare

Oplichten

119

Crivellare di colpi

Doorzeven

Mh18 doorzeefd

120

Lik op stuk beleid

Il Giudicare e condannare per direttissima

120

Persone che trasgrediscono
La legge
Un divieto

Mensen die
De wet
Een verbood
Overtreden

121

Giudicare

Berechen

122

Condannare

Veroordelen

123

Punire

Bestraffen

124

Invulnerabile

Onkwets.baar

125

Provocare / causare
un disastro

Een ravage
Aanrichten

126

Sussidio
Soddisfare tutte le Condizioni
Rispondere ai requisiti

Bijstand.uitkering
Aan Alle Voorwaarden voldoen
Aan de eisen voldoen

127

Passeggero clandestino

Verstekeling

128

Truffa = frode = imbroglio

De oplichterij = zwendel = oplichting

De oplichter , lichster = truffatore
Oplichten = rischiararsi , sollevare

129

L obbligo

Obbligatorio

De verplichting

Verplicht

130

Denunciare
Dichiarare

Aangeven

131

Imporre una multa

Boete heffen

132

Passare la corona

De kroon overgeven

133

Trattare
ingiustamente
Bene / male

Onterecht behandelen

134

Le dovevo una spiegazione

Ik was
Haar
Een uitleg
Verschuldig

135

Falsificare

Vervalsen

136

Stare in agguato
Sbirciare

Loeren
Piepen

137

Applicare la norma

De norm hanteren
Worden gehanteerd

138

Presentarsi (arrivare a)

Opdagen

139

Accoltellare con coltello

Met een mes steken

140

Il decoro

Het fatsoen

141

Il sequestratore
Il sequestrato

De gijzel.nemer
De gijzelaar

142

Il complice (artefice)

De mededader

143

Fare denuncia

Aangifte doen

144

L' occasione fa l' uomo ladro

Gelegenheid maakt de dief.

145

L Astante

Omstander

146

Il rapito
Il sequestro

Gijzelaar
Gijzeling
Gijzelen
Gijzelnemen

147

Cacciare un urlo

Een gil geven

148

Pappone

Pooier

149

Una banda (branco) di
Ragazzacci

Een bende
Kwajongens

150

Una folla inferocita
Prende d assalto il carcere
E lincia il violentatore

Een woedende menigte
Bestormt de gevangenis
En lincht de verkrachter

151

Pestare , picchiare

Af.tuigen
Afgetuigd

Getuigen

152

Atti osceni

Ontucht

153

Borseggiatore

Zakken.roller

154

Il pubblico ministero chiede
L ergastolo
Contro gli artefici

De openbare Ministrie (OM)
Eist
Levenslang tegen de dader

Levenslang krijgen

155

Prendere provvedimenti

Maat.regelen
Nemen

156

Avere

un coltello puntato alla gola

Hij kreeg

Een mes oo zijn keel
Gezet

157

Esibizionista

Naakt.loper

Potlood.venter

158

Contrabbando

De Smokkel

159

Sequestrato
Martire

Gijzelaar
Martelaar

Gijzelnemer of houder
Beul

160

L abbandono di un bebe'
E' punibile

Het achterlaten van een baby
Is straf.baar

161

Crimine contro la morale pubblica
(Atti osceni)

Zeden.delict

162

Guardiano del carcere

Bewaarder

163

La richiesta (di pena) contro qq

De eis tegen iemand

164

Colpire/ picchiare
A sangue

Slaan
Tot bloedens toe

165

Infliggere una pena a qq

Iemand
Een straf
Opleggen

166

Il luogo del delitto

De plaats delict

De plaats van het delict

167

Fare
Una falsa testimonianza
Una dichiarazione

Een valse getuigenis
Een verklaring
Af.leggen

168

Fare
Una falsa testimonianza
Una dichiarazione

Een valse getuigenis
Een verklaring
Af.leggen

169

Sequestratore
E assassino

Ontvoerder
En mordenaar

170

Notaio
Traduttore giurato
Norme aggiuntive

Notaris
Beedigde vertaler
Aanvullende regels