Je mag dat Altijd Ruilen Flashcards Preview

Parole > Je mag dat Altijd Ruilen > Flashcards

Flashcards in Je mag dat Altijd Ruilen Deck (223):
0

Stabilirsi

Vestigen

1

La confusione

De verwarring

De vetwarring was compleet

2

Relazioni stabili

Degelijk verhoudingen

3

Ammettere apertamente
Le differenze sociali

Uitkomen openlijk voor
Maatschappelijke verschillen

4

Atteggiamento nei riguardi dei Servizi

Houding ten opzichte van
Dienstverlening

5

Stravedere per
Non stravedere per

Veel ophebben met
Weinig ophebben met

6

La sottomissione

De onderdanigheid

7

Costringere

Dwingen

Eisend en dwingend

8

Maggiorenne

Mondig

9

Circostanze

Omstandigheden

10

Circostanze eccezionali

Bijzondere omstandig.heden

11

Dirigente

De Leiding.gevende

12

Esigere richiedere
Prestare
attenzione

Opeisen
Besteden
Aandacht

13

Rivendivcare , esigere
un "piazzamento" (posto di onore)
Un attentato
L attenzione

Een ereplaats opeisen

Een aaslag
De aandacht

14

Spesso, sovente

Dikwijls

15

Sgobbare

Zwoegen

16

Si tratta di

Het gaat om

17

Quello che importa e'...

Het gaat om...
Consensus

18

Risuonare

Doorklinken

18

La luce dei riflettori

Het licht vab de schijn.werpers

18

Sgobbare

Zwoegen

19

Ci vuole un po' per abituarsi agli espatriati

Het is wennen voor...expats

21

A piccole dosi

Mondjes.maat

23

Il servizio

Service
Dienst.verlening aan klanten

24

Ospitalita' programmata

Geplande gastvrijheid

25

Annunciare una visita
Piombare

Een bezoek aankondigen

Binnenkomen

26

All inizio

Aanvankelijk

26

Un evento inaspettato

Een onverwachtse gebeurtenis

27

Il tuo proprio background culturale

Jouw eigen culturele achtergrond

27

Nato e cresciuto in olanda

In nederland geboren en getogen

Betogen : manifestare
Betoger : manifestante

28

Ovvio, naturale

Vanzelfsorekend

28

Accese discussioni

Felle discussie

29

Ragguardevole

Behoorlijk

31

Causare

Veroorzaken

32

Incappare, imbattersi

Stuiten op grote verschillen

35

Attraverso incomprensioni , equivoci.

Door misverstanden

Misverstand

36

Sottostimare

Onderschatten

37

Prestare molta attenzione

Veel aandacht
Besteden

38

Reciprocamente

Onderling

39

Difficolta' di adattamento
Capacita di adattamento

Aanpassings.vermogen
Aanpassings.moeilijkheden

40

Sperimentare problemi

Overvinden problemen

42

Manifestazioni culturali

Cultuur.uitingen
De uiting : espressione, manifestazione

Snappen

43

Io vedo cose che "a me prima non erano mai state apparenti"
"Che io ... Non avevo mai notato prima"

Ik zie dingen die mij eerder nooit opvielen

44

L olanda e' un paese prospero

Il benessere

Nederland is een
Wevarend
Land.

Walvaart: benessere

47

Essere fastidioso
Infastidire

Lastig zijn
Lastig.vallen

48

Essere fastidioso

Lastig zijn

49

Saltar fuori

Komen op de proppen

50

Chiaramente

Kennelijk

51

Da questo

Hieruit

52

Nonostante voci che affermano il contrario

Ondanks
Stemmen die
Het tegendeel
Beweren
Bewaren : conservare

53

Riconoscibilita

Herkenbaar.heid

54

classificare

Indelen

Indeling naar onderwerp

54

Le persiane

De luiken

55

Giudizi sulla cultura olandese

Uitspraken over de Nederlandse cultuur

56

Regolarmente

Steevast

57

Le nostre piu' belle qualita'

Onze fraaiste
Eigenschappen

58

Un ragionamento scientifico

Een wetenschappelijk
Betoog

59

Sfidare

Uitdagen

Ik daag je uit om

60

Ti sfido a

Ik daag je uit om

Uitdagen

62

Avventurarsi su un terreno minato
Mettersi in viaggio
Gettarsi nella mischia

Zich
Op weg
Op glad ijs
Op strijd
Begeven

63

La comprensione nasce ...

Inzicht
Ontstaat

64

La comprensione nasce,
Nel Rilassarsi,
Se leggi un libro
Sugli incontri interculturali

Inzicht ontstaan, als u
Op een dag ontspannen
Een boek leest
Met impressies over
Interculturele ontmoetingen
Ontmoedigen : scoraggiare TRANS

65

Contribuire a

Bijdragen aan

66

Gerarchia e uguaglianza

De Hierarchie en de gelijk.heid

67

Incarico lavorativo incaricare

Werkopdracht

68

Comunque

Immers = toch

69

Increduli e diffidenti

Ongelovig en wantrouwend

70

Si suppone che loro semplicemente ascoltino!

Ze behoren gewoon te luisteren

71

Fila tutto liscio

Het loopt allemaal gesmeerd

72

Ho detto quale era il fine

Ik heb gezegd wat de bedoeling was

73

Farsi apprezzare come capo

Zich waarmaken
Als baas

74

La autorita (guadagnarsi)

Autorevole

Het gezag (verdienen) : de autoriteit

Gezaghebbend
Gezaghebber : l autorita'

75

Scendere dall alto (dal piedistallo)

Uit de hoogte afdalen

76

Rimanere sconcertato

Verbijsterd zijn

77

Riprendersi dallo shock

Bijkomen
Van de schok

78

Pregiudizio

De Voor.oordelen

79

Sensato

Verstan.dig

80

Visione, concezione

De Opvatting

81

Immedesimarsi

Zich inleven

83

Tirare in ballo (la germania)

Duitsland
Erbij te halen

84

Determinati

Vastbesloten om
Door te gaan
Vertrekken

85

Essere importante

Uitmaken
Lasciarsi
Deel uitmaken van

86

Spinello

Stickie

87

Vivere , passare

Meemaken
Van alles en nog meemaken

88

Partecipare a , prendere parte a

Meemaken

90

Il loro comportamento caparbio

Hun eigenwijze gedrag,

91

Fumarsi uno Spinello
Cocaina

Stikie
Coke

92

Comportarsi come si deve

Gewoon doen

93

Non importa se

Het maakt niet uit of

94

Che scoperta!!!

Wat een vondst.

95

Partecipare a , prendere parte a

Passare, vivere

Una cosa del genere non l avevo ancora mai vissuta!!

Meemaken
Nieuwe dingen meemaken

Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt

96

Sequestrare oggetti
(Prendere in sequestro)

In beslag
Nemen

Beslag: impasto

97

Rispetto per persone con una posizione cosi' elevata

Het respect
Respect voor
Mensen
Met zo'n hoge positie

98

Avevano risposto a questo (invito)
Titubanti

Aarzelend (zonder aarzelen)
Hadden ze
Hierop
Ingegaan

Ingaan op (op provocaties ingaan)
Aars

99

Frequentare

Omgaan met studenten

100

Un po' disorientati

Wat Onwennig

101

E' disposto
- a aiutarci
- a fare di tutto per te

Hij is Bereid
Om
Ons te helpen
Van alles voor je te doen

102

Ottenere risultati
Essere insufficiente
Dare insufficiente

Resultaten boeken
Onvoldoende krijgen
onvoldoende uitdelen

103

Esame
Superare
Non superare

Tentamen
Een tentamen halen
Voor een tentamen zakken

104

Si era atteggiato come se fosse un loro amico

Hij had zich voorgedaan
Alsof
Hij hun vriend was!

Zich Voordoen

105

Trovarsi in panico

In paniek verkeren

106

Trovarsi in (stato di) panico

Paniek te verkeren

107

Uno stato mentale euforico

Een uitgelaten stemming

108

Uno spilungone

Een lange slungel

109

Dedurre da

Opmaken UIT

Nb truccarsi
Nb finire, esaurire

110

Dudurre da

Opmaken uit

111

Intervenire

Ingrijpen

112

Gettare uno sguardo , buttare un occhio

Een blik werpen

113

Il personale al completo

Het vol.tallige
Personeel

114

Lasciare il lavoro in sospeso

Ik heb
Het werk
In de steek
Gelaten
Uitgelaten stemming : stato euforico

115

Unirsi a (un gruppo di)

Zich
Voegen
Bij

116

Tirare avanti con un basso salario

Van een laag salaris
Rondkomen

117

L agitazione aumenta a vista d' occhio

De opwinding
Neemt
Zienderogen
Toe

118

In tutta onesta', sinceramente
, a dire il vero, onestamente

Eerlijk
Gezegd.

119

Noi eravamo assaliti da un senso di magia

We werden
Bevangen
Door een gevoel van magie..

120

Una ispirazione spontanea

Een spontane ingeving

121

L educazione (sessuale)

(Seksuele) voorlichting

122

Festa della regina

Koninginne.dag 30 april
Konings.dag 27 april
Willem alexander en Maxima

123

Avvolti in stracci
Avvolti in arancione

In lompen gehuld
In het oranje gehuld

Hullen / zich hullen : avvolgere/rsi
Huldigen : rendere omaggio

124

Le citta si colorano di arancione

Steden oranje kleuren

125

Sua maesta il re W A

Zijne Maiesteit Koning W A

126

E' obbligatorio fare qualcosa?

Is het verplicht
Om iets te doen?

127

Essere abituati alle prescrizioni

Gewend zijn aan maatregelen.

128

Informare
Informarsi

Op de hoogte
Brengen
Stellen

129

Avvolti in arancione
Vestiti in arancione

In het oranje gehulde fans
In het oranje gekleed

130

Provvedimenti che intralciano la nostra personale liberta'

Maatregelen die
Onze persoonlijke vrijheid
Belemmeren

131

Acquistare

Aanschaffen

132

Avventurarsi in pubblico
In un terreno minato

Zich
In de publieke ruimte / op gladde
Ijs
Te begeven

134

Sottrarsi

Onttrekken

136

(Notevolmente, considerevolmente)
Diminuito

(Aanzienlijk)
Verlaagd

137

Citare

Vermelden

Aanmelden : applicare

138

Essere necessario
Occorrere

Dienen te gaan

Behoren (: appartenere)
Kinderen behoren op te staan

139

Inserirsi (tra gli invitato)
Presentarsi (in un posto)

Zich voegen bij de gasten
Zich vervoegen aan

140

Intralciare

Belemmeren

De leem argilla
Lemen di argilla
Verlamming paralisi

141

Far visionare il colore

De kleur
Te laten keuren

De auto te laten keuren

142

E ' necessario che Voi vi atteniate a "esso"

Attenersi a

U dient
Zich (hieraan) te houden.

Zich houden aan

143

Consigliamo ai ciechi di fare uso di qst possibilita'

Blinden
Raden wij aan
Van deze mogelijkheid
Gebruik te maken

144

Schierarsi

Zich scharen
Scharen : mettersi di traverso

145

La donna disperata

De radeloze vrouw

Diep en diep
Wanhopig worden

146

Stare senza telefono

Zonder telefoon zitten

147

Erano collegati (allacciati)

Waren aangesloten

148

Spiacente per il disagio

Disagio, fastidio

Sorry voor het ongemak

De ongemakken van ouderdom

149

Non e' riuscito loro di installare tutto

Zij krijgen het niet voor elkaar
Om alles te installeren

150

Riuscire a mettere in moto

Iets
Aan de praat
Krijgen

151

Esterrefatto
, sconcertato

Verbijsterd

152

Riprendersi dallo shock

Bijkomen van de schok

153

Determinatio

Vastbesloten

154

Non e' importante se tu sei alto o basso

Het maakt niet uit

Niet Uitmaken

155

Si era gia' informato

Hij had zich
Op de hoogte
Gesteld
Van allerlei typisch Nederlandse zaken.

156

Essere capace di

In staat zijn toe

Daartoe in staat zijn

157

Tornare a casa

Huiswaarts te keren
Keren = fare inversione
Iets Onderste.boven te keren =capovolgere

158

Libretto di istruzione

De hand.leiding

159

Diffidente

Wan.trouwend

160

Intralciare

Belemmeren

162

Lei deve essere vestito di arancione

U dient
In het oranje gekleed
Te gaan

164

L accesso allo spazio pubblico

Het betreden van de publieke ruimte

165

Lei non sapeva piu' che fare

Ze was
Ten einde
Raad.

166

La cassetta da allacciare

Allacciare alla TV

Het
Aan te sluiten
Kastje.

Aansluiten Op de tv

167

In modo professionale

Vak.kundig

168

Imperturbabile

Onverstoorbaar

169

Sentirsi un padreterno

Het
hoog in de bol
Hebben

170

Andare fuori di testa

Uit zijn bol gaan

171

O questo o niente

Het is "kiezen of delen"

172

Arrangiati!

Zoek het ZELF uit.

173

Scoppiare
in lacrime,
a ridere

Uitbarsten
In tranen
In lachen

174

Andare su tutte le furie

Razend te worden

175

Le attivita'

De werkzaam.heden

176

Lavorare contro
Brontolare, protestare
Opporsi

Tegen.werken
Tegen.sputteren
Tegen.spartelen

177

Affrontare qualcuno o un problema

Iem of het probleem
Aanpakken

178

Rivolgersi a qq

Iemand
Aanspreken

179

Arrogante

Arrogant

180

E' urgente

Er is haast bij

181

Valutare

Evalueren

182

Prendere in considerazione qq
Raccogliere una provocazione

Ingaan op
Op provocaties ingaan

183

Frequentare qq

Met iem
Omgaan

184

Il mondo alla rovescia

De omgekeerde wereld
Op omgekeerde volg.orde

185

Evidente , chiaro

Kennelijk

186

Nei confronti delle persone

Ten opzichte van mensen

187

Avere un atteggiamento "riservato"

Zich "terughouden" opstellen

188

Cadere a pezzi

Brokkelen
In de melk te brokkelen

189

Andare bene

Meezitten
Het zit hem mee

190

La scintilla

De vonk

191

Venirmi in mente

Schieten mij te binnen

Het schoot mij te binnen

192

Il livollo del mare

De zee.spiegel

193

Sia olandesi che non olandesi

Zowel nederlands als niet nederlands personeel

Het personeel

194

In un certo senso

In zekere zin

195

Nonostante

Omdanks

196

Anticipare

Inspelen

197

Dritto davanyi a me

Vlak voor me

198

Solo uno o die

Slecht een enkeling

199

Storto

Scheef

201

Prontissimo

Gereed

203

Buttarsi , lanciarsi

Het erop te wagen

204

Rendersi conto

Zich realiseren

205

Osservazione

De opmerking

206

Sentire intuire

Aanvoellen

207

Obliquo, perpendicolare, trasversalmente

Dwars

208

Fino ad allora

Tit dan toe

209

Rabbuiarsi in volto

Betrekken zijn gezicht
Betrok

210

Giudizio valutazione

Beoordeling

211

Colloquio con superiore su proprio funzionamento in azienda

Functinerings.gesprek

212

Insoddisfacente, deludente

Gratificante

Onbevredigend

Bevredingend

213

Scaduto

Verlopen

214

Efficacia
Gestione del conflitto
Gestire lo stress

Effectiviteit
Conflict.hantering
Hanteren = maneggiare, gestire
= omgaan met stress

215

Obliquo, perpendicolare, trasversalmente

Dwars

216

Prendere 7 come voto

Een 7 scoren

217

L indignazione

Verontwaardiging

218

Gestire , maneggiare

Henteren
Omgaan met

219

Punteggio

Score

220

Il comportamento , l attitudine

Het optreden

221

In fin dei conti

Immers

222

Avere la tendenza a

De neiging hebben
Om

223

Picchi verso il basso e alto

Uitschieters naar beneden en naar boven

224

Leccaculo
Sgobbone

Uitslover

225

Starsene tranquillo
Starsene con un basso profilo

Gedeisd houden

226

Deprecabile
Sottovalutato

Afkeurens.waardig
Onder.gewaardeerd

227

Inaccettabile

Onacceptabel

228

Arraffatori e profittatori

Graaiers en
zakkenvullers

229

Non dovrebbero guadagnare queste somme

Zij behoren
Deze bedragen
Niet te verdienen

230

Un po' di tempo fa

Een poosje geleden

231

Concorrenza e competizione

De Concurrentie en competitie

232

Che folla variegata (di colore)

Wat een bonte stoet!

233

Essere intenzionato

Van plan zijn om