Avverbi Flashcards Preview

Parole > Avverbi > Flashcards

Flashcards in Avverbi Deck (76):
0

Alla fine di maggio
Alla fine del mese

Eind mei
Aan het einde van de maand

1

Soprattutto

Essenzialmente, principalmente

Vooral
Vooral wanneer het regent
Vooral s zomers

Voornamelijk

2

Nel mezzo del prato

Middel van het weiland

3

In generale

In het algemeen

4

Da un lato
Dall altro canto

Aan de ene kant
Aan de andere kant

5

Di nuovo

Alweer

6

Da tanto
Di recente

Allang
Onlangs

7

Abbastanza

Voldoende

8

Gia'

Reeds

9

Sicuramenfe, senz altro
Certamente

Vast
Vast en zeker

10

Per il momento, intanto

Alvast

11

Immediatamente, tra un istante

Dadelijk

12

Pure, persino

Neanche

Zelfs
Zelfs mijn voeten zijn ver weg.

Ik was /zelfs niet eens/ verbaasd.

13

Abitualmente

Gewoonlijk

14

Presto

Straks
Binnenkort
Gauw

15

Prima

Tevoren - de avond tevoren (prima)
Vroeger - nel passato (later: piu' tardi)
Eerder dan - prima di qualcosa/qualcuno
Voordat het regent - prima che succeda qualcosa
Eerst ....daarna... Ten slotte

16

Molto / verbi

Het heeft ERG geregend

Ik heb me ZEER verveeld/genoten

17

//Insieme//
1.Fare qualcosa insieme
2. Stare insieme

1. Samen oppure met elkaar
2. Bij elkaar "de schilderijen hangen bij elkaar.

18

//Solo//
Io ho solo un fratello
Io ho solo un fratello ( ma anche una sorella)
Io ho solo (a stento ) 4 euro
Questa e' solo una piccola macchia
Voglio solo sapere se....

Ik heb alleen maar een broer
Ik heb maar een broer (maar een zus ook)
Ik heb slechts 4 euro (formale)
Dit is maar een vlekje
Ik wil gewoon (semplicemente) weten of DIT het juiste woord is.

19

//da poco tempo//
Sono appena tornato.
Lavoro la da appena tre mesi.
//per poco tempo//
Ho lavorato la per appena 3 mesi.

Ik ben Net terug van de vergatering.
Ik heb daar Pas 3 maanden gewerkt

Ik heb daar Maar 3 maanden gewerkt.

20

Come?
Facendo, si impara
Quando?
Cantando siamo arrivati a scuola

Al doend(e), leert men
Al wandeld, leerde hij de streek kennen
Al zingend stapten we naar school

21

Ugualmente , nondimeno

Desalnittemin

22

Principalmente

Hoofdzakelijk

23

Nonostante il brutto tempo

Desondanks het slechte weer

24

Apparentemente

Blijkbaar

25

Di fatto, praticamente
Infatti

Feitelijk
Inderdaad

26

Dopo , prossima, successiva

Hierna
De afslag hierna

27

In abbondanza

Bij de vleet
We hebben eten bij de vleet

28

Uno dopo l' altro

De een na de ander

29

Al contrario, trovo questa donna molto charmant!
Al contrario!

Integendeel, ik vind ...

30

In ogni caso, comunque

Sowieso

31

Se necessario

Desnoods

32

Tuttavia, ciononostante

Desondanks

33

Persino
E' buono, persino eccellente!

Het is lekker, uitstekend zelfs.

34

Sinceramente

Eerlijk

35

Veramente

Eigenlijk

36

Entra!
Entra pure!!
Entra per favore!
Entra un momento!

Dai, Entra!!
Eddai cavolo entra!!!

Kom binnen!
Kom maar binnen!
Kom eens binnen!
Kom even binnen!

Kom toch binnen!
Kom nou binnen!

37

In generale

In het algemeen

38

Casomai, magari, eventualmente

Eventueel

39

Semplicemente

Dan kun je beter thuis blijven.
Doe maar!
Eenvoudig

40

//toch//
: nietwaar

Ja toch? .... No? (vero??)
Dit is toch absurd?.... Questo e' assurdo, no?
Je bent toch zeker niet ziek.

41

//wel//

Het zal lukken.
Het zal wel lukken. (Credo)

42

//wel//

Hij is wel aardig.
Dank je wel.

43

//niet e wel//

-hij is niet aardig.
-hij is wel aardig.

44

//toch wel!, toch niet!//

Utilizzato in opposizione a una affermazione.

-Ze verkopen er appels.
- toch niet!

-ze verkopen er geen appels.
- toch wel!

45

Contro voglia

Met tegenzin

46

Troppo tardi
Bere parecchio
Molto meno/ piu'
Molto prima
Non ho capito granche'

Veel te laat
Veel drinken
Veel minder / meer
Veel eerder
Ik heb er niet veel van begrepen.

47

Sempre di piu'

Steeds meer

48

Sicuramemte, senz' altro

Vast

49

Nei confronti di
Nei riguardi di

Ten Opzichte van
Met betrekking ten

50

Per certi aspetti
Sotto tutti gli aspetti

In bepaalde opzichten
In alle opzichten

51

Quantita'
In abbondanza

Volop

52

Quantita'
In massa

Massaal

53

Quantita'
Solo

Alleen (solo e soltanto!)
Maar
Gewoon (ik will gewoon weten of dit het juiste woord is)
Slecht (a stanto)

54

A stento , appena, (con difficolta')

Nauwelijks

Tot ik mijn handen nauwelijks meer kon bewegen

55

Oltre a (qq,qc)

Naast (iemand,iets)

56

Come se niente fosse

Gewoon

57

Radicalmente, drasticamente

Ingrijpend

58

Escludere

Uitsluitend

59

Affinche'
Al fine di

Teneinde

60

In sequenza

In reeks

61

Tutto sommato

Welbeschouwd

Beschouwen considerare
Beschouwing considerazione

62

Sicuramente
Assolutamente

Beslist

63

Ma per il resto

Maar verder

64

Davvero , veramente

Heus

65

Nonostane (che)

Ondanks (dat)

66

Inoltre

Bovendien

67

Almeno

Ten minste

68

Davvero , prprio

Heus

69

Come minimo

Op zijn minste

70

Uno dopo l altro

Een voor een

71

Decisamente

Stellig

72

In particolare, specialmente

In het bijzonder

73

Precisamente,
Con precisione

Nauwgezet

74

Eccessivamente
Smodatamente

Overdadig

75

Esattamente

Dove esattamente?

Precies

Waar precies?
Precies in het midden