TW11 B1 Flashcards Preview

Thematische woordenschat > TW11 B1 > Flashcards

Flashcards in TW11 B1 Deck (52):
1

afzeggen = …

annuleren

2

het uitstapje = …

het uitje

3

Een spannende maar leuke gebeurtenis = …

het avontuur

4

Tante Ann maakt een … . Ze heeft ondertussen al Amerika en Azië bezocht en binnenkort komt ze aan in Australië.

wereldreis

5

het vertrek >

de aankomst

6

Het maken van reizen voor je plezier = …

het toerisme

7

De kluis = …

de safe

8

Wat zijn de tijden van VOORLICHTEN?

lichtte voor, heeft voorgelicht

9

de VVV = …

de Vereniging voor Vreemdelingenverkeer

10

De weg die je moet volgen = …

de route

11

Wat zijn de tijden van AANGEVEN?

gaf aan, heeft aangegeven

12

Wat zijn de tijden van INVULLEN?

vulde in, heeft ingevuld

13

Wat zijn de tijden van VERLENGEN?

verlengde, heeft verlengd

14

Misschien moeten we naar een … om onze reis te boeken. Daar kunnen ze ons nuttige tips en informatie geven.

reisbureau

15

Wat je niet kunt missen = …

onmisbaar

16

Als je niet wilt verbranden in de zon, moet je … smeren.

zonnebrandolie / zonnebrandcrème

17

Als je het zonlicht te fel vindt, kan je best een … dragen.

zonnebril

18

Wat zijn de tijden van VERBLIJVEN?

verbleef, is verbleven

19

het vakantiehuisje = …

de bungalow

20

Ik vind het gezellig als we met z'n allen rond het … zitten en er iemand gitaar speelt en liedjes zingt.

kampvuur

21

Hier kan je in slapen als je wilt kamperen = …

de tent

22

Goedkoop hotel voor jongeren = …

de jeugdherberg

23

Wat zijn de tijden van OVERNACHTEN?

overnachtte, heeft overnacht

24

Wat zijn de tijden van ONDERBRENGEN?

bracht onder, heeft onderbracht

25

Hotelkamer voor één persoon = …

de eenpersoonskamer

26

Hotelkamer voor twee personen = …

de tweepersoonskamer

27

Wat zijn de tijden van STOREN?

stoorde, heeft gestoord

28

Je tanden poetsen doe je met je … en …

tandenborstel en tandpasta

29

Het café = …

de bar / de kroeg

30

Hotels, restaurants en cafés = …

de horeca

31

In Amsterdam zijn er veel … . Daar zijn softdrugs namelijk toegelaten.

coffeeshops

32

Hij heeft me … in het restaurant, dus ik heb niets moeten betalen.

getrakteerd

33

Wil je graag in het restaurant eten of wil je het eten liever … ?

afhalen

34

de ober = …

de kelner

35

Wat zijn de tijden van SERVEREN?

serveerde, heeft geserveerd

36

Een fles wijn heeft meestal een … die je moet openen.

kurk

37

Een lijst met alle wijnen in een restaurant = …

de wijnkaart

38

Wat zijn de tijden van INSCHENKEN?

schonk in, heeft ingeschonken

39

Extra geld dat je aan een ober geeft om hem te bedanken voor zijn diensten = …

de fooi

40

Wat zijn de tijden van AFREKENEN?

rekende af, heeft afgerekend

41

Wat zijn de tijden van RONDLEIDEN?

leidde rond, heeft rondgeleid

42

"Manneke Pis" is een bekende … in Brussel.

bezienswaardigheid

43

Wat zijn de tijden van BEZICHTIGEN?

bezichtigde, heeft bezichtigd

44

De optocht = …

de stoet

45

het toegangskaartje = …

het plaatsbewijs

46

de pilaar = …

de zuil

47

Het gebouw waar moslims samenkomen om te bidden = …

de moskee

48

Prinsen en prinsessen (in sprookjes) leven in een …

paleis

49

Plek waar water voor de sier omhoog spuit = …

de fontein

50

De bouwkunst = …

de architectuur

51

Wat zijn de tijden van RESTAUREREN?

restaureerde, heeft gerestaureerd

52

De periode waarin de Klassieke Oudheid weer belangrijk werd = …

de renaissance