TW20 B1 Flashcards Preview

Thematische woordenschat > TW20 B1 > Flashcards

Flashcards in TW20 B1 Deck (35):
1

1. de plaats = …

de plek

2

2. het … vanuit de woonkamer is prachtig! Je kan het park zien!

uitzicht

3

3. waar is de bakker die het meest dichtbij is? = waar is de … bakker?

dichtstbijzijnde

4

4. niet ver = dichtbij = …

nabij

5

5. de onderkant >< …

de bovenkant

6

6. Kunt u even uit de weg gaan? = kunt u even … gaan?

opzij

7

7. hoe ziet het huis er aan de binnenkant uit? = hoe ziet het huis er … uit?

vanbinnen

8

8. wie woont daar in de verte in dat huis? = wie woont … in dat huis?

ginds

9

9. we gaan apart op vakantie. = we gaan … op vakantie.

afzonderlijk

10

10. afgelopen woensdag = … woensdag

jongstleden

11

11. hoe heet de vorige president? = hoe heet de … president?

voormalige

12

12. moderne kunst, kunst van deze tijd = … kunst

hedendaagse

13

13. volgende week gaat het druk zijn. = … week gaat het druk zijn.

komende

14

14. dit is mijn … man. Ik ga met hem trouwen!

toekomstige

15

15. Vanaf nu ga ik meer sporten! = … ga ik meer sporten!

voortaan

16

16. Vul aan. Januari, februari, …, … mei, juni, … augustus, …, oktober.

maart, april, juli, september

17

17. Vul aan. Maandag, …, …, donderdag,… … zondag.

dinsdag, woensdag, vrijdag, zaterdag

18

18. Omdat ik ziek ben, zal de test voor mij worden … .

uitgesteld

19

19. Ik word gek van het geluid van de klok! Ze … heel luid!

tikt

20

20. Mijn horloge … een beetje … . Zo kom ik zeker op tijd!

loopt voor

21

21. Mijn horloge … … . Daarom kom ik vaak te laat!

loopt achter

22

22. Vul aan. 15.15u : het is …

kwart na drie

23

23. Vul aan. 10.20u : het is …

tien voor half elf

24

24. precies op tijd = … op tijd.

stipt

25

25. Ik kom laat naar huis. Begin maar … te eten, je hoeft niet te wachten.

alvast

26

26. welk adjectief kan je vormen met het werkwoord lang duren?

langdurig

27

27. vervolgens = nadien = …

naderhand

28

28. onmiddellijk, meteen daarna = …

prompt

29

29. Het was een moeilijk sollicitatiegesprek, maar … hoorde ik dat ik de job had gekregen!

achteraf

30

30. aldoor = constant = …

permanent of continu

31

31. Vorig jaar heb ik Joris leren kennen. Vanaf dat moment ben ik heel verliefd op hem. = … ben ik heel verliefd op hem.

sindsdien

32

32. wat is de … van een huurcontract? -> 3 jaar.

termijn

33

33. op korte termijn >< …

op lange termijn

34

34. veel eeuwen na elkaar = …

eeuwenlang

35

35. voor altijd = …

eeuwig