TW7 B1 Flashcards Preview

Thematische woordenschat > TW7 B1 > Flashcards

Flashcards in TW7 B1 Deck (66):
1

de echtgenoot (man) of de ... (vrouw)

echtgenote

2

Iemand die geen vaste relatie heeft, is …

vrijgezel/ alleenstaand / single

3

Letten op de kinderen van iemand anders =

babysitten

4

Als de ouders werken, brengen ze hun kinderen naar de …

kinderopvang/crèche

5

Dat meisje is een …, zij en haar broer zijn op dezelfde dag geboren.

tweeling

6

Geef de tijden van OPVOEDEN

voedde op, opgevoed

7

De kleindochter (meisje) en de ... (jongen)

kleinzoon

8

de schoonzoon >

de schoondochter

9

trouwen =

huwen

10

Ik ben stiekem … op een meisje uit mijn klas.

verliefd

11

Mijn neef is … met zijn vriendin, in oktober gaan ze trouwen.

verloofd

12

De bruid (vrouw) en de ... (man)

bruidegom

13

Twee mensen die getrouwd zijn =

het echtpaar

14

Het stel =

het koppel

15

Iemand die bij een huwelijk officieel zijn handtekening zet, is een …

getuige

16

Tegenwoordig eindigt 1 op de 3 huwelijken in een …

(echt)scheiding

17

Ik ben erg gesteld op mijn …, ik heb graag even tijd voor mezelf.

privacy

18

de weduwe >

de weduwenaar

19

Een familielid van iemand die gestorven is, noem je een …

nabestaande

20

De manier waarop iets georganiseerd is =

het stelsel/systeem

21

Sociale … zijn er voor arme en zieke mensen.

voorzieningen

22

Als iets bestaat uit verschillende soorten, is het …

gemengd

23

Zonder dat je het wilt in een bepaalde situatie komen of een bepaalde fout maken =

vervallen tot/in

24

iemand met een donkerbruine huid =

de zwarte/ de neger

25

In de Tweede Wereldoorlog wilde Hitler een rijk creëren van mensen van het Arische …

ras

26

de rijkdom >

de armoe(de)

27

Wat met de burgers te maken heeft, noem je ...

burgerlijk

28

We houden onze problemen binnen het gezin, de ... hoeft er niks van te weten.

buitenwereld

29

Iemand die tussen de 10 en 19 jaar is, noemen we een …

tiener

30

Kinderen krijgen elke week of elke maand … van hun ouders om iets kleins te kunnen kopen.

zakgeld

31

Volwassen worden = ... (verbum)

opgroeien

32

Iemand die ouder is dan 65 jaar, is …

bejaard

33

Als je niet meer hoeft te werken omdat je te oud bent, ben je …

gepensioneerd

34

Als je te oud bent om te werken, krijg je een … om van te leven.

pensioen

35

Een gewoonte die al heel lang bestaat =

de traditie

36

Als je een deel van je lichaam of geest niet kunt gebruiken, ben je …

gehandicapt

37

Als we met school ergens naartoe gaan, moeten er altijd leraren of ouders mee als …

begeleiding

38

Alle mensen van een land die werken voor geld =

de beroepsbevolking

39

Een groep van mensen met hetzelfde beroep noem je een …

beroepsgroep

40

De organisatie die de rechten van werknemers verdedigt, is de …

vakbond

41

Als je zelf niet genoeg geld hebt, krijg je … van de overheid.

bijstand

42

Iemand van wie je houdt en met wie je een relatie hebt =

het lief

43

De relatie die vrienden hebben, noem je …

de vriendschap

44

De manier waarop mensen met elkaar omgaan =

de verstandhouding

45

Homoseksualiteit is een … binnen het Christelijke geloof.

taboe

46

Een geheime liefdesrelatie noem je een …

affaire

47

Langs iemand of iets gaan =

passeren

48

de voorbijganger =

de passant

49

op stap gaan =

gaan stappen/uitgaan

50

Iemand die je niet kent, is een …

vreemde

51

Iemand die in een ander land woont dan het land waarin hij geboren is, is een …

migrant

52

de inburgering =

de integratie

53

Een bedrijf mag een sollicitant niet … op basis van zijn huidskleur.

discrimineren

54

Als mensen bij elkaar komen, is dit een …

bijeenkomst

55

Ik schrijf al mijn afspraken op in mijn …, zodat ik niets vergeet.

agenda

56

Een officieel gesprek tussen twee mensen waarbij de ene iets moet vertellen aan de andere =

het onderhoud

57

Zo organiseren dat alles goed gaat =

coördineren

58

Oma helpt graag bij de … van haar pasgeboren kleinzoon.

verzorging

59

de maatschappelijk werker (man) en de ... (vrouw)

de maatschappelijk werkster

60

Het beleid moet blijven zoals het was, het moet … zijn.

consequent

61

Als je je bezighoudt met iets waar je niets mee te maken hebt, ben je je met dingen aan het …

bemoeien

62

Het feit dat je samen met iemand anders of met anderen aan iets werkt =

de medewerking

63

De vergadering is … voor maandag.

gepland

64

Volgens de … hadden we vorige week al moeten beginnen met het nieuwe project.

planning

65

Ruzie maken =

ruziën

66

Als iets zwaar of moeilijk is voor iemand, is het een grote …

last