TW7 A1 Flashcards Preview

Thematische woordenschat > TW7 A1 > Flashcards

Flashcards in TW7 A1 Deck (39):
1

Jouw ooms, tantes, broers, grootouders etc.
Dat is allemaal jouw ...

familie

2

papa + mama + kinderen = het …

gezin

3

de man >

vrouw

4

Jouw mama en papa zijn jouw ...

ouders

5

vader >

moeder

6

mama >

papa

7

Hoeveel … heb je? Ik heb er twee, een zoon en een dochter.

kinderen

8

de zus >

broer

9

Een kind dat jonger is dan één jaar, dat is een …

baby

10

Ik zoek een babysit die vanavond op mijn kinderen kan …

passen

11

Hoe heet de vader van je vader?

opa/ grootvader

12

Hoe heet de moeder van je vader?

oma/ grootmoeder

13

de oom >

tante

14

Mijn ouders houden nog altijd van elkaar, ze hebben een goed …

huwelijk

15

Ik zal altijd van je houden en altijd bij je blijven! Wil je met me ...

trouwen

16

Mijn ouders houden niet meer van elkaar. Ze gaan uit elkaar = ze gaan …

scheiden

17

gescheiden>

getrouwd

18

Ik vertel niks over mijn seksleven, dat is te …

persoonlijk

19

Heb jij die kast … gemaakt of heeft iemand anders dat gedaan?

zelf

20

alleen >

samen

21

arm >

rijk

22

Veel mensen bij elkaar, dat is een … mensen

groep

23

jong >

oud

24

De periode waarin je jong bent, dat is je …

jeugd

25

Een cursus om een beroep te leren, dat is een …

opleiding

26

De persoon die naast je woont, dat is je …

buur

27

Een deel van een stad of een dorp, dat is een …

buurt

28

Een band tussen twee mensen, dat is een …

relatie

29

Roodkapje gaat bij haar grootmoeder op … met koekjes

bezoek

30

Ik heb een … gemaakt bij de tandarts, morgen om 11u.

afspraak

31

Ik weet niks van auto's, ik … er niks van.

ken

32

Op het werk moeten we veel dingen bespreken, we hebben dus vaak een ... met al het personeel.

vergadering

33

Kun je mij … aub? Ik begrijp een woord niet.

helpen

34

Welk substantief kun je maken van 'helpen'?

de hulp

35

Hé, je moet niet zo …, ik hoor je ook wel als je normaal praat.

roepen

36

Ik … een feestje voor mijn verjaardag. Wil jij me helpen?

organiseer

37

Iets doen of zeggen als antwoord op iets, dat heet …

reageren

38

Aaaargh, er is een feestje bij de buren en ik kan niet slapen van het lawaai, ik heb … van het lawaai.

last

39

Wat ga je morgen doen? Ik ben jarig dus ik ga mijn verjaardag …

vieren