TW22 B1 Flashcards Preview

Thematische woordenschat > TW22 B1 > Flashcards

Flashcards in TW22 B1 Deck (29):
1

als er niet veel van iets is, dan is het …

schaars

2

een … druiven

tros

3

het gebrek = …

het tekort

4

drie … water

druppels

5

Je moet het medicijn innemen met een grote … water.

slok

6

de hoeveelheid geld = de … geld

de som

7

wat overblijft = het ...

overige

8

3/4 = …

driekwart

9

De honden krijgen grote … vlees.

brokken

10

het paar = …

het stel

11

twaalf dingen van dezelfde soort = …

het dozijn

12

het aantal keren = …

de frequentie

13

Wat zijn de tijden van OPTELLEN?

telde op, heeft opgeteld

14

optellen >

aftrekken

15

2 x 4 = 8 ==> 2 wordt … met 4.

vermenigvuldigd

16

Wat zijn de tijden van SCHATTEN?

schatte, heeft geschat

17

Wat zijn de tijden van OVERHOUDEN?

hield over, heeft overgehouden

18

tien mensen = een … mensen

tiental

19

1/4, 2/3 en 5/6 zijn …

breuken

20

Wat is jouw … ? Ik ben 1,65 m groot.

lengte

21

Hoe diep is het zwembad? De … van het zwembad bedraagt 12m.

diepte

22

1/10 van een liter = …

de deciliter

23

een halve kilo = …

het pond

24

Wat zijn de tijden van WEGEN?

woog, heeft gewogen

25

Hoeveel weeg jij? Mijn … bedraagt 48 kg.

gewicht

26

Wat zijn de tijden van METEN?

mat, heeft gemeten

27

de inhoud = …

het volume

28

100 gram = …

het ons

29

honderd centimeters = …

de meter