TW17 A2 Flashcards Preview

Thematische woordenschat > TW17 A2 > Flashcards

Flashcards in TW17 A2 Deck (55)
Loading flashcards...
1

Wat zijn de tijden van AANSLUITEN?

sloot aan, heb aangesloten

2

een belletje = …

een telefoontje

3

de mobiele telefoon = …

de gsm / het mobieltje

4

Ik ben verkeerd verbonden. Ik heb het … ... gedraaid.

verkeerde nummer

5

Deze … kost maar tien euro en ik kan er vijf uur mee bellen!

telefoonkaart

6

het telefoonboek = …

de telefoongids

7

het berichtje = …

de boodschap

8

Gelieve een boodschap … na de bieptoon.

in te spreken

9

Dit is het … van Jan. Laat een boodschap achter na de biep.

antwoordapparaat

10

Wat zijn de tijden van FAXEN?

faxte, heb gefaxt

11

Ben ik niet bij de Van Gastels? Sorry, dan ben ik …

verkeerd verbonden

12

Kan ik met meneer Janssen spreken? - Een ogenblikje, dan … ik u … met de heer Janssen.

verbind (ik u) door (met)

13

een verbinding tussen twee telefoons = …

de lijn

14

iemand die je kunt bereiken, is …

bereikbaar

15

nationaal >

internationaal

16

Wat zijn de tijden van OVERGAAN?

ging over, is overgegaan

17

ophangen = …

neerleggen

18

opnemen = …

beantwoorden

19

het adressenbestand = …

de adressenlijst

20

Als je een antwoord schrijft op een brief, dan … je …

schrijf (je) terug

21

De … van Antwerpen is 2000.

postcode

22

de ansichtkaart = …

de prentkaart

23

de lange, smalle opening van een brievenbus = …

de gleuf

24

Wat zijn de tijden van beantwoorden?

beantwoordde, heb beantwoord

25

opsturen = …

verzenden

26

beste (informeel) = … (formeel)

geachte

27

Hoe gaat het met je vriendin? - Goed! - Doe haar zeker de … van mij!

groeten

28

Wat zijn de tijden van beïnvloeden?

beïvloedde, heeft beïnvloed

29

Ik vraag me af of het mooi weer wordt morgen. Ik mag het … dus zeker niet missen.

weerbericht

30

het item = …

het onderwerp