TW11 A2 Flashcards Preview

Thematische woordenschat > TW11 A2 > Flashcards

Flashcards in TW11 A2 Deck (31):
1

Wat zijn de tijden van RESERVEREN?

reserveerde, heeft gereserveerd

2

met een vliegtuig = … vliegtuig

per

3

Wat zijn de tijden van TERUGKEREN?

keerde terug, is teruggekeerd

4

een enkele rit >

het retour(tje)

5

binnenlands >

buitenlands

6

de binnenlander >

de buitenlander

7

iemand die op reis is = …

de reiziger

8

Als jij in een vreemd land op vakantie bent, dan ben jij een … in dat vreemd land.

toerist / toeriste

9

de koffer = …

de reistas

10

uitpakken >

inpakken

11

Als je de weg niet weet, dan moet je de weg …

vragen

12

ongeldig >

geldig

13

Soort politie die mensen en goederen controleert aan de landsgrens = …

de douane

14

Hiermee heb je de toestemming om naar een ander land te reizen = …

het visum

15

Wat zijn de tijden van AANVRAGEN?

vroeg aan, heeft aangevragen

16

De strook langs de zee = …

de kust

17

De gast = …

de logé / de logee

18

Wat zijn de tijden van DOORBRENGEN?

bracht door, heeft doorgebracht

19

Een wagen waar je ook in kan slapen = …

de caravan

20

Huisje om je vakantie in door te brengen = …

het vakantiehuisje

21

Hiermee kan je je afdrogen na het douchen = …

de handdoek

22

Het biertje = …

het pilsje / het pintje

23

Proost! = …

Gezondheid!

24

Wat zijn de tijden van UITZOEKEN?

zocht uit, heeft uitgezocht

25

Ik vind dat restaurant heel goed. Alle obers zijn heel vriendelijk. De … is dus uitstekend.

bediening

26

Ik zal de ober roepen. Dan kunnen we ons eten en drinken ...

bestellen

27

Wat zijn de tijden van VRIJKOMEN?

kwam vrij, is vrijgekomen

28

Wat zijn de tijden van BEZOEKEN?

bezocht, heeft bezocht

29

Wat zijn de tijden van RONDRIJDEN?

reed rond, heeft rondgereden

30

Alles wat met een land en een volk te maken heeft = …

cultureel

31

Gebouw waar artistieke objecten worden bewaard en tentoongesteld = …

het museum