TW9 B1 Flashcards Preview

Thematische woordenschat > TW9 B1 > Flashcards

Flashcards in TW9 B1 Deck (67):
1

Iets kennen of kunnen = iets ...

beheersen

2

Wat te maken heeft met je beroep = ...

professioneel

3

De expert = ...

de specialist, de deskundige

4

Een kwaliteit die iemand heeft = ...

de vaardigheid

5

Zorgen dat iemand een beroep leert = iemand ...

opleiden

6

We moeten tijdens onze studies ook werkervaring opdoen, we doen dus een ... in een bedrijf.

stage

7

Geschoold >

ongeschoold

8

De opleiding waarbij iemand een ander beroep leert dan hij/zij had = ...

de omscholing

9

Reclame in een krant of tijdschrift waarin iemand iets vraagt of aanbiedt = de ...

advertentie

10

De jobaanbieding = ...

de vacature

11

Hoe noemen we iets wat men aanbiedt?

het aanbod

12

Proberen een bepaalde job te krijgen = ...

solliciteren

13

De persoon die solliciteert = ...

de sollicitant

14

Een brief waarin je jezelf voorstelt als je een job probeert te krijgen = ...

de sollicitatiebrief

15

Een gesprek tussen iemand die een job aanbiedt en iemand die de job wil hebben = ...

het sollicitatiegesprek

16

Het cv (schrijf het in volledige woorden)

het curriculum vitae

17

Kiezen uit veel mogelijkheden = ...

selecteren

18

Iemand aannemen = iemand ... ... ...

in dienst nemen

19

Iemand een bepaalde functie geven = iemand ...

aanstellen

20

Als iemand een bepaalde functie krijgt = ...

de aanstelling

21

De meest geschikte persoon is de … persoon voor deze job.

aangewezen

22

De werkuren = de ...

werktijd

23

Fulltime =

voltijds

24

Parttime =

deeltijds

25

Als je ergens een job hebt, ben je daar …

werkzaam

26

Doorwerken = ...

voortwerken

27

Alle jobs die iemand in zijn leven doet = ...

de carrière

28

Als je een betere functie krijgt, krijg je een …

promotie

29

Een moeilijke opdracht die je toch wil proberen, is een …

uitdaging

30

Beginnen met werken = ... ... ... gaan, of ... ... ...

aan de slag (gaan), in dienst treden

31

Langer werken dan normaal = ...

overwerken

32

Als je veel werk hebt en je hebt het druk, dan kan je ... hebben.

stress

33

Vervelend, niet interessant =

saai

34

Iemand die helpt bij de administratie = ...

de administratief medewerker

35

Een jongen of man die helpt bij het werk = ...

de knecht

36

Het bestuur = ...

het management

37

Als je geen job hebt, ben je …

werkloos

38

Een persoon die werkloos is, is een ...

werkloze

39

Geef het substantief van werkloos = ...

de werkloosheid

40

Geld dat je van de overheid krijgt, bijvoorbeeld als je werkloos bent = ...

de uitkering

41

De bijstand = ...

het leefloon

42

Iemand die werk zoekt = ...

de werkzoekende

43

Het uitzendbureau = ...

het interimkantoor

44

Iemand die werkt via een uitzendbureau = ...

uitzendkracht

45

De intercedent =

de consulent

46

Als iemand in actie kan komen of een bepaalde taak kan uitvoeren, is die …

inzetbaar

47

Omdat je het zelf wil of zonder dat je ervoor betaald wordt =

vrijwillig

48

Werk dat je gratis doet om anderen te helpen =

vrijwilligerswerk

49

Als er veel werk is, dan is er ...

werkgelegenheid

50

Geef de tijden van ONTSLAAN.

ontsloeg, heeft ontslagen

51

Misschien moeten verdwijnen = op de ... ...

tocht staan

52

Wat is het substantief van ontslaan? het ...

ontslag

53

Iemand verbieden om zijn/haar functie te doen = iemand ...

schorsen

54

Wat is het substantief van schorsen? de ...

schorsing

55

Loon betalen =

uitbetalen

56

Het geld dat iemand krijgt omdat hij iets gedaan heeft = de ...

vergoeding

57

Iemand belastingen laten betalen = iemand ...

belasten

58

Iemand een bepaalde, moeilijke taak geven = iemand ... ...

belasten met

59

Bruto >

netto

60

Geef de tijden van STAKEN.

staakte, heeft gestaakt

61

Iemand die staakt = de ...

staker

62

Een organisatie die de rechten van de werknemers verdedigt, heet een …

vakbond

63

Alle vakbonden samen = de ...

vakbeweging

64

Een gevoel van vriendschap met andere mensen die je wil helpen =

solidariteit

65

Een paar mensen die een grote groep mensen vertegenwoordigen = de ...

delegatie

66

Collectieve arbeidsovereenkomst = (afkorting) ...

cao

67

Het sluiten = de ...

sluiting