TW15 A2 Flashcards Preview

Thematische woordenschat > TW15 A2 > Flashcards

Flashcards in TW15 A2 Deck (111):
1

buitenlands >

binnenlands

2

Parijs is de … van Frankrijk.

hoofdstad

3

een groep mensen = …

het volk / de natie

4

een groep mensen die samenleeft of samenwerkt volgens bepaalde regels = …

de gemeenschap

5

België is een …

koninkrijk

6

de vrouw van de koning = …

de koningin

7

het kind van een koning = …

de prins / de prinses

8

een vorm van bestuur waarbij de inwoners van het land veel invloed hebben = …

de democratie

9

Barack Obama is de … van de Verenigde Staten.

president

10

het adjectief van "het parlement" = …

parlementair

11

We moeten belastingen betalen aan de …

overheid

12

Iemand die heel veel invloed kan uitoefenen, heeft veel …

macht

13

het advies = …

de raad

14

het stadhuis = …

het gemeentehuis

15

het hoofd van een gemeente = …

de burgemeester

16

de wethouder = …

de schepen

17

iemand die alles controleert = …

de controleur

18

het hoofd = …

de chef

19

inwoner van een gemeente = …

de burger

20

Waarmee kan ik u van … zijn?

dienst

21

de instantie = …

de instelling

22

eerst, om te beginnen = …

in eerste instantie

23

iemand die een vergadering, een bestuur of een politieke partij leidt = …

de voorzitter / de voorzitster

24

Papa klaagt dat hij altijd zoveel … moet betalen.

belastingen

25

btw = …

belasting over de toegevoegde waarde

26

de toelage = …

de subsidie

27

De CD&V is een politieke …

partij

28

de baas = …

de leider

29

de meerderheid >

de minderheid

30

niet akkoord zijn met iets en het proberen te stoppen = …

zich verzetten (tegen)

31

Wat zijn de tijden van VOORSTELLEN?

stelde voor, heeft voorgesteld

32

Wat zijn de tijden van KIEZEN?

koos, heeft gekozen

33

de keer dat mensen gaan kiezen voor een persoon of een partij = …

de verkiezingen

34

Op welke partij ga jij … ?

stemmen

35

het moment waarop je stemt = …

de stemming

36

het verlies >

de overwinning

37

het werk dat je doet = …

de arbeid

38

de zaak = …

de kwestie

39

Als iets niet mag volgens een bepaalde regel, dan is dat in … met die bepaalde regel.

strijd

40

In de jaren 30 kende de beurs een grote …

crisis

41

Wat zijn de tijden van VERBIEDEN?

verbood, heeft verboden

42

Als je iemand zegt dat er gevaar is, dan … je die persoon voor het gevaar.

waarschuw

43

het feit dat iets mag = …

de toestemming

44

de toestand waarin je vrij bent = …

de vrijheid

45

Als je altijd de waarheid spreekt, dan ben je …

eerlijk

46

voor de rechtbank verschijnen = …

voorkomen

47

een mening = …

een oordeel

48

de uitpraak = …

het vonnis

49

Als je stout bent geweest, word je …

gestraft

50

Moordenaars en verkrachters moeten naar de …

gevangenis

51

een kamertje in de gevangenis = …

de cel

52

Wat zijn de tijden van VRIJKOMEN?

kwam vrij, is vrijgekomen

53

aannemen = …

goedkeuren

54

aanvaarden = …

accepteren

55

in werking treden = …

van kracht worden

56

legaal = …

wettelijk / wettig

57

illegaal = …

onwettig

58

toegelaten >

verboden

59

Wat zijn de tijden van BEGAAN?

beging, heeft begaan

60

de rechtszaak = …

het proces

61

In een moordzaak gaat men op zoek naar … om zo de dader te kunnen arresteren.

bewijzen

62

toegeven dat je iets verkeerds hebt gedaan = …

bekennen

63

een man bij de politie = …

de politieman / de agent

64

zoeken >

vinden

65

Wat zijn de tijden van ONDERZOEKEN?

onderzocht, heeft onderzocht

66

iets checken = …

controleren

67

ervoor zorgen dat iets blijft duren of bestaan = …

handhaven

68

Wat zijn de tijden van OPTREDEN?

trad op, heeft opgetreden

69

de misdaad = …

het misdrijf

70

stelen = …

pikken

71

iemand die steelt = …

de dief / de dievegge

72

de daad waarbij je iemand doodt = …

de moord

73

iemand doden door te slaan = …

doodslaan

74

iemand doden door te schieten = …

doodschieten

75

iemand doden met een mes = …

doodsteken

76

de moeilijkheid = …

het probleem

77

het substantief van 'helpen' = …

de hulp

78

ervoor zorgen dat iets niet gebeurt = …

voorkomen

79

een tekst die je zegt hoe je iets moet doen = …

de instructie

80

Men denkt dat de dader misschien niet alleen heeft gehandeld. Dit is slechts een ..., ze zijn niet zeker.

vermoeden

81

Als iemand vermoordt wordt met een mes, dan is het mes het …

wapen

82

Er is een tragisch ongeluk gebeurd met 4 …

slachtoffers

83

ervoor zorgen dat iets of iemand veilig is = …

de bescherming

84

Frankrijk is een … van België.

buurland

85

nationaal >

internationaal

86

onafhankelijk = …

zelfstandig

87

De VS = …

de Verenigde Staten

88

De VN = …

de Verenigde Naties

89

het akkoord = …

de overeenkomst

90

het adjectief van 'Europa' = …

Europees

91

de EU = …

de Europese Unie

92

Wat zijn de tijden van ZICH ONTWIKKELEN?

ontwikkelde zich, heeft zich ontwikkeld

93

een bepaald gebied waar iemand de baas is = …

het rijk

94

Wat zijn de tijden van ONDERHANDELEN?

onderhandelde, heeft onderhandeld

95

Via een geheime … kun je die kluis openen.

code

96

de oorlog >

de vrede

97

de vriend >

de vijand

98

het risico = …

het gevaar

99

Wat zijn de tijden van VECHTEN?

vocht, heeft gevochten

100

het gevecht = …

de strijd

101

Napoleon verloor op 18 juni 1815 de … bij Waterloo.

Slag

102

tegen iets of iemand vechten = …

strijden

103

wat met het leger te maken heeft = …

militair

104

iemand die werkt bij het leger = …

de soldaat

105

Wat zijn de tijden van UITVOEREN?

voerde uit, heeft uitgevoerd

106

Voor je met een geweer kan …, … je je geweer op de persoon in kwestie.

schieten, richt

107

verliezen >

winnen

108

humaan = …

menselijk

109

je verzetten tegen iets = …

protesteren (tegen) / zich verzetten (tegen)

110

iemand die bescherming vraagt in een ander land omdat het in zijn land bijvoorbeeld te gevaarlijk is = …

de asielzoeker

111

Wat zijn de tijden van VLUCHTEN?

vluchtte, heeft gevlucht