TW4 B1 2015 Flashcards Preview

Thematische woordenschat > TW4 B1 2015 > Flashcards

Flashcards in TW4 B1 2015 Deck (132):
1

Jan vindt Julie heel leuk. Hij is een beetje … .

verliefd

2

Het afscheid was erg … . Iedereen huilde!

emotioneel

3

Als je kriebels in je buik voelt voor iemand dan ben je …

verliefd

4

De baby wil zijn mama de hele tijd … .

knuffelen

5

Ik vind het erg knap wat je doet! Ik … jou.

bewonder

6

Opkijken tegen = …

opzien tegen

7

Ik heb een … gevoel. Ik heb genoeg gegeten.

voldaan

8

Uitkijken naar = … … …

zich verheugen op

9

Ik heb zo’n trek in chocolade! Ik … naar een snickers!

snak

10

De zon schijnt en het is lekker warm. Wat een … weer!

zalig

11

Alles … me hier in Antwerpen. Alleen het slechte weer vind ik niet zo leuk.

bevalt

12

Als het solden zijn, dan moet je … van de lage prijzen en veel kopen! (niet: genieten)

profiteren

13

Welk substantief kan je vormen met ‘enthousiast’? …

enthousiasme

14

Er vrolijk en enthousiast, hevig = …

uitbundig

15

Met een hevig gevoel van liefde = …

hartstochtelijk

16

Toen Willem hoorde dat zijn oma niet in het ziekenhuis moest blijven, was hij …

gerust

17

Toen ik hoorde dat je in het ziekenhuis moest blijven, was ik heel … .

ongerust

18

Zenuwachtig en druk = …

opgewonden

19

Irriteren = …

ergeren

20

Zich ergeren aan = …

zich storen aan

21

Zich beheersen = …

zich inhouden

22

Heel erg boos = …

woedend

23

Haten = … … …

niet kunnen uitstaan

24

Niet leuk = …

stom

25

Kan je de pijn nog …, of zal ik de dokter bellen?

verdragen

26

Ontzettend erg, verschrikkelijk = …

afschuwelijk

27

Vervelend, slecht = …

beroerd

28

Jammer = …

spijtig

29

Julie heeft altijd pech. Ik … … met haar.

heb medelijden

30

Ontgoochelen = …

teleurstellen

31

Teleurgesteld = …

ontgoocheld

32

… is het morgen mooi weer en kunnen we naar zee!

hopelijk

33

Ik wil niet dat ze naar mijn feestje komt. Ze is er niet … .

gewenst

34

Prettig vinden = … vinden

aangenaam

35

Iets jammer vinden, spijt hebben van iets = …

betreuren

36

Deze film heeft me geraakt = deze film heeft me …

ontroerd

37

Het nieuws van de aanslag in New York heeft de hele wereld … .

geschokt

38

Wie verantwoordelijk is voor een fout, is …

schuldig

39

De lerares voelde zich … , omdat ze veel te streng was geweest.

schuldig

40

Somber = …

down

41

Erg onaangenaam, vervelend = …

ellendig

42

Het leed = …

de ellende of de miserie of de misère

43

Als ik op reis ben en mijn ouders mis, dan heb ik …

heimwee

44

Zonder interesse = …

onverschillig

45

Er was … omdat het brandalarm plots afging.

paniek

46

Bram … zich voor zijn dikke poep.

schaamt

47

Je positie, je aanzien in de maatschappij = …

status

48

Je moet voor iedereen … hebben. (respect)

respect

49

Diep en lang nadenken = …

peinzen

50

Door al dat lawaai buiten, kan ik me moeilijk … tijdens de les.

concentreren

51

Welk substantief kan je vormen met het werkwoord concentreren?

concentratie

52

Als je niet oplet en niet aandachtig bent, ben je …

verstrooid

53

Als je niet goed weet waar je bent of wat je moet doen, dan ben je in … … .

in de war

54

Bedenken = …

verzinnen

55

De onzin = …

de nonsens

56

Welk substantief kan je vormen met het werkwoord inspireren?

inspiratie

57

Dom = …

stom

58

De les kan soms heel … zijn. Dan heb ik geen zin om op te letten!

saai

59

Welk substantief kan je vormen met het adjectief geniaal?

genie

60

Een niet erg positief oordeel over een persoon die je niet goed kent = …

het vooroordeel

61

Niet veranderen, blijven doen of denken zoals je deed = …

vasthouden aan

62

Ingewikkeld = …

complex

63

Welk substantief kan je vormen met het werkwoord puzzelen?

de puzzel

64

In het artikel wordt … naar een onderzoek uit 1999.

verwezen

65

Welk werkwoord kan je vormen met het substantief besef?

beseffen

66

Olifanten hebben een goed … . Ze onthouden alles hun leven lang!

geheugen

67

Met … denk ik terug aan het halve jaar in Antwerpen.

weemoed

68

Uitvissen = …

uitzoeken

69

Wie heeft hem doodgeschoten? Wie … je? (niet: denk)

verdenk

70

Tot een besluit komen, tot een conclusie komen = …

concluderen

71

Als je wil rijden, moet je eerst slagen voor je … rijexamen.

theoretische

72

Wat is de … als je je wil inschrijven? Welke stappen moet ik ondernemen?

procedure

73

Kan je dat verhaal in drie zinnen … ?

samenvatten

74

Het voorstel = …

de suggestie

75

Voorstellen = …

suggereren

76

Welk substantief kan je vormen met het adjectief mogelijk?

mogelijkheid

77

De partijen hebben na lang onderhandelen een … gevonden. Er is eindelijk een beslissing genomen!

compromis

78

De voorkeur geven aan = een … … voor.

een voorkeur hebben voor

79

Ik drink het liefst water = ik drink … … water.

bij voorkeur

80

Wat zijn je goede en je slechte … ?

eigenschappen

81

Curieus = …

benieuwd

82

Zonder interesse = …

onverschillig

83

Open >

gesloten

84

Het jongetje was zijn ouders kwijt en zat … te huilen.

hulpeloos

85

Als je niet goed weet waar je bent of wat je moet doen, dan ben je in … … .

in de war

86

Moedig = …

dapper

87

Dwaas = mal = …

zot

88

Belachelijk = …

idioot

89

Je belachelijk gedragen, raar doen = …

zich aanstellen

90

Aangenaam >

onaangenaam

91

Als je graag iemand helpt, dan ben je heel erg …

behulpzaam

92

Wie alleen aan zichzelf denkt, is …

egoïstisch

93

Rumoerig = …

luidruchtig

94

Vlak voor kerst is het altijd … in de winkels. (niet: druk)

hectisch

95

Welk substantief kan je vormen met het adjectief charmant?

charme

96

Welk substantief kan je vormen met het adjectief agressief?

de agressie

97

Je emoties en spanningen kwijtraken, vervelend doen tegen iemand omdat je je niet goed voelt = …

zich afreageren

98

Met opzet = expres = …

opzettelijk

99

Niet verwacht = …

onverwacht

100

Iets wat je gevonden hebt, is een …

vondst

101

De kinderen zijn flink geweest. Ze hebben zich goed … .

gedragen

102

Pascale heeft de … om veel chocolade te snoepen als ze verdrietig is.

neiging

103

Het image = …

het imago

104

Ongeduldig >

geduldig

105

ijverig >

lui

106

Wie graag iets wil bereiken en daar alles voor doet, is …

ambitieus

107

Wie hard en veel werkt, is …

ijverig

108

Wie graag tekent en knutselt, is …

creatief

109

Als je veel spaart en weinig gaat shoppen, ben je …

zuinig

110

Ik koop niet graag cadeautjes voor mijn vrienden, want ik wil geen geld uitgeven. Ik ben heel erg …

gierig

111

Welk substantief kan je vormen met het adjectief tolerant?

de tolerantie

112

Als je niet vriendelijk bent en koel tegen de mensen, dan ben je …

afstandelijk

113

Wim heeft … gedronken. Niemand mocht het weten!

stiekem

114

De aanleg = …

het talent

115

Marijke … zich als een klein kind!

gedraagt

116

Actief >

passief

117

Als iemand je pijn doet en je er niet boos om wordt, dan … je dat.

verdraag

118

Stoppen = …

beëindigen

119

Een doel willen bereiken = … naar een doel.

streven

120

Welk substantief kan je vormen met het werkwoord verdienen?

verdienste

121

De leraar … met extra huiswerk als we niet rustiger werden.

dreigde

122

Welk substantief kan je maken met het werkwoord mislukken?

de mislukking

123

zich storen aan = …

zich ergeren aan

124

Welk substantief kan je maken met het werkwoord ergeren?

de ergernis

125

verwerpen = …

afwijzen

126

De hele familie is meegekomen om Marie … te … tijdens haar eerste zwemwedstrijd.

aan te moedigen

127

Welk verbum kan je maken met het substantief stimulans?

stimuleren

128

snel reageren op iets = …

inspringen op

129

zeggen dat iets niet waar is = …

ontkennen

130

maken = …

creëren

131

Weet jij wanneer het wiel is … ?

uitgevonden

132

Wie goed is in het zoeken naar oplossingen, is …

inventief